23 december 2006 |
We rijden eerst met de stoptrein naar Leer. Daar moeten we anderhalf uur wachten op de aansluitende trein naar Duisburg. In de stationsrestauratie, gedeeltelijk smaakvol ingericht als treincoupé, eten we een broodje. In de trein blijkt het bitter koud. In dit gedeelte werkt de verwarming niet, meldt de conductrice die onze kaartjes komt controleren, en dus mogen we een treinstel verderop gaan zitten. Dat is aanzienlijk behaaglijker.
In Duisburg hebben we twee uur voordat onze nachttrein naar Wenen vertrekt. Alle tijd dus om nog een hapje te eten. Zwervend door het centrum, langs de kerstmarkt die hier nog in volle gang is, komen we langs restaurant Peking, waar om zeven uur het lopend buffet begint. We schuiven aan.
We stappen aan de verkeerde kant in de nachttrein en ploeteren ons een weg naar de juiste wagon die ons naar Wenen zal brengen. Waren we toch bijna in Milaan beland. We hebben een tweepersoons slaapcoupé afgehuurd, en als we eenmaal binnen zijn, blijkt ons bedje al gespreid. Ietwat krap is het wel. Onze coupé ligt aan de rechterkant als je in het gangpad een trappetje opgaat. Beneden zijn nog eens twee coupés. De slaapcoupé is uiterst ingenieus ingericht. Geen centimeter is onbenut gebleven. Het grootste gedeelte van de ruimte wordt ingenomen door een stapelbed. In de hoek is een kraantje dat je naar beneden kunt klappen en met twee schuifjes kunt afsluiten, zodat er een tafeltje ontstaat. Er is een smalle kast naast de bedden met een plankje boven de lade dat je uit kunt schuiven en open kunt klappen zodat er ook hier een tafeltje ontstaat. Achter de spiegel liggen wat handdoekjes en zeepjes. Er is zelfs elektriciteit. Echt ruimte om te zitten is er niet, nu de bedden al opgemaakt zijn. Wij zetten ons meegebrachte minikerstboompje met verlichting op ons tafeltje en gaan op ons bed liggen om te genieten van de donkere landschappen die voorbij schieten.
We slapen best nog wel redelijk. Om half acht zijn we wakker, een half uurtje later komt onze eigen treinstelverzorger ons wekken. Ons ontbijt wordt beneden geserveerd, komt hij wat later melden. De twee coupés beneden ons zijn niet meer in gebruik en de bedden zijn er weer opgeklapt, zodat we daar fatsoenlijk kunnen zitten. Een ontbijt is bij de prijs inbegrepen. Het wordt geserveerd in een witte kartonnen doos, en bestaat uit een broodje, wat beleg, een croissant, een koekje, wat jus d'orange en een kop koffie of thee naar keuze.
Om negen uur arriveren we op Wenen Westbahnhof. Bij het tramstation aan de overkant bestuderen we de prijzen van het openbaar vervoer alhier, en besluiten tot de aanschaf van een driedagenkaart. De tram brengt ons rechtstreeks naar een ander station, waar ons hotel vlakbij ligt.
Verrukt lopen we binnen bij Hotel Bellevue. Ziet er sjiek uit. Typisch Weens, statig, negentiende eeuwse stijl. Als we op onze hotelkamer komen, zijn we nog verrukter. Wat een balzaal. Een goede tachtig vierkante meter staat de komende dagen tot onze beschikking. Met rechts in de kamer een zithoek compleet met driezitsbank en twee fauteils, en links, een flink stuk verderop, een groot bed. De badkamer mag er ook zijn. Een breedbeeldtelevisie completeert het geheel.
We rusten wat uit, nemen een douche, frissen wat op en gaan dan op pad. Een andere tram brengt ons naar het Rathaus. Daar is de kerstmarkt vandaag namelijk nog in volle gang. Een grote verzameling houten kraampjes staan gebroederlijk naast elkaar en verkopen kerstversieringen, eten, drinken en glühwein. Ook de bomen hangen vol met kerstversieringen. In het raadhuis zelf is een markt waar kinderen kunnen knutselen.
Als we langs de Karl Renner-ring verder lopen komen we al snel bij het Parlementsgebouw. Nog wat verder is het Museumkwartier, een plein waar een flink aantal musea omheen staan. Bovenaan een van de gebouwen hangt een huis ondersteboven. Inmiddels zijn wij vooral geinteresseerd in het café van het museum, waar we een kopje warme chocolademelk drinken.
We lopen verder op onze bliksemtoernee dwars door Wenen. Vanaf het Museumkwartier lopen we dwars door de Hofburg. Niet ver daar vandaan is de Stephansdom. Daar is net een kerstdienst aan de gang. Dat krijg je, zo vlak voor de kerst. We lopen door de Kärtnerstrasse, de sjieke winkelstraat van Wenen, om uit te komen bij de Opera. Daar, het is inmiddels donker, nemen we de metro terug naar het hotel. De kerstmarkt bij het Rathaus, waar we ook weer langs komen, ziet er echter zo knus uit dat we daar nog maar eens een kijkje nemen.
Opnieuw nemen we een tram terug naar het hotel. Nu hoeven we alleen nog maar een restaurant te zoeken waar we vanavond kunnen eten. Juist. Dat blijkt niet mee te vallen. Inmiddels is het kerstavond, en dan blijken in Wenen vrijwel alle restaurants gesloten te zijn. We lopen een flink eind terug richting centrum, maar er is niets te vinden. Uiteindelijk komen we toch terecht bij die kleine pizzeria vlakbij de tramhalte, die wel open is. We bestellen een afhaalpizza en een pak appelsap, die we op onze hotelkamer naar binnen werken. Zo wordt het toch nog een knusse kerstavond.
Vanochtend gaan we naar het Prater, een pretpark net buiten het centrum van Wenen, niet heel ver van ons hotel. Bijna het hele Prater is vandaag gesloten, behalve dan het reuzenrad, en daar gaat het ook om. Het ding is een beroemd symbool van Wenen en werd hier in 1897 neergezet. Daarmee is het een van de oudste exemplaren van de wereld.
Als we binnen komen is het niet heel erg druk. Tegen de tijd dat we in de rij gaan staan is de rij echter flink gegroeid. Bussen vol toeristen zijn hier los gelaten. We gaan toch maar in de rij staan. Voordat we het reuzenrad in klimmen, worden we eerst nog vergast op een aardig museumpje, waar in vitrines die verdraaid veel lijken op de bakjes van het reuzenrad, wat tafereeltjes uit de geschiedenis van Wenen zijn afgebeeld.
We gaan in de rij staan om in een bakje te mogen. Dat valt nogal mee, qua hoeveelheid mensen die in een bakje gepropt worden. We hebben alle ruimte om vrij voor de raampjes rond te dartelen. In het midden van een gondel staat een flinke dubbele houten bank waar aan beide kanten iemand kan zitten. Maar wij blijven liever bij het raampje staan, voor een prachtig uitzicht over het centrum van Wenen. We gaan tot een hoogte van 61 meter, dan zakt ons bakje weer langzaam terug naar de aarde.
We kijken in de reuzenradshop, maar daar is het nogal druk. We lopen nog een eindje rond in het park en komen bij een planetarium waar buiten een metershoge globe staat. Dan gaan we op zoek naar de metro die ons, na nog een keertje overstappen, niet ver van Kasteel Schönbrunn brengt. Onderweg van het metrostation naar het kasteel consumeren wij een portie Kartoffelpuffer, gefrituurde aardappelpannekoekjes. Het kasteel ligt er fraai bij. Ook op het plein voor het kasteel is een kerstmarkt, in het midden staat een enorme verlichte kerstboom. Een en ander geeft een sprookjesachtige aanblik. We slenteren over de kerstmarkt en nuttigen een mok warme chocolademelk met een smaakje. Bij de grote kerstboom in het midden speelt een blaasgezelschap stemmige kerstliedjes. Het is koud.
We gaan in het kasteel kijken. Schönbrunn is het beroemde kasteel waar ooit keizer Franz Joseph en zijn vrouw Elisabeth, later bekender geworden als Sissi, waren gehuisvest. Wij hebben de keuze uit de Korte Route of de Lange Route door het kasteel. Verder mogen wij kiezen of wij met of zonder gids willen. Het is wat lastig om er achter te komen wat nu eigenlijk precies wat is, vooral omdat er alleen nog maar foldertjes zijn in het Japans en soortgelijke onbegrijpelijke talen. Wij kiezen voor de korte route zonder gids.
Zo'n gids was inderdaad volstrekt overbodig, want we krijgen bij de ingang een audiosysteem met daarop de stem van een vriendelijke meneer die ons keurig bij elk nummertje vertelt wat daar aan de hand is, in een taal naar keuze. Behalve Nederlands natuurlijk. Op die manier worden wij door een aantal fraai uitgedoste kamers van het slot geleid. Bijzonder irritant zijn de enorme toergroepen die allemaal rond hun gids moeten gaan staan als die iets uit gaat leggen en op die manier de complete zaal blokkeren. Wij worstelen ons er door- en omheen en vinden dat iedereen de volgende keer maar zo'n reuzehandige audiogids moet nemen.
Onze rondleiding eindigt in de fraaie balzaal van het slot, waar de Oostenrijkse TV al druk bezig is om voorbereidingen te treffen voor de dansscenes bij het Nieuwjaarsconcert die hier volgende week plaats gaan vinden. Nog net voor een horde Chinezen-met-gids weten we een blik te werpen op een paar zijzaaltjes waar veel Chinees porcelein is verwerkt. Sissi was er een liefhebber van, zo schijnt het.
We drinken een kopje thee in het cafeetje van het paleis. Wel wat prijzig en nogal druk, maar als je er geen bezwaar tegen hebt dat het tafeltje van de buurman zo'n tien centimeter van dat van jou verwijderd is, dan is er niets aan de hand. Na nog een rondje over de kerstmarkt nemen een kijkje in de tuinen van het paleis. Het begint al donker te worden. We lopen naar de Gloriette, een fraai bouwwerk met pilaren dat aan de rand van het park ligt, op een heuvel. Het gebouw is verlicht en wordt weerspiegeld in het meertje met eenden dat er voor ligt. Op weg naar boven word ik aangevallen door een dolle Italiaan, zijn begeleider biedt zijn excuses aan en houdt hem in bedwangen. Als we boven zijn is het helemaal donker en zien we het verlichte kasteel aan onze voeten liggen.
We pakken de metro terug naar het centrum. We eten vanavond bij Akakiko, een keten van Japanse net-iets-meer-dan-fast-food restaurants in Oostenrijk. We kiezen het filiaal net achter de Stephansdom. Op onze TV in het hotel blijkt een filmkanaal te zijn waar ze films uitzenden in de originele Engelse uitvoering, zelfs zonder Duitse ondertiteling. We maken er dankbaar gebruik van.
Tweede Kerstdag. Na weer een copieus ontbijt in ons hotel is het tijd voor wat bezienswaardigheden in het centrum. Net als de afgelopen dagen worden we daar belaagd door in guitige negentiende eeuwse kleding gestoken straatverkopers die ons een kaartje willen aansmeren voor een of ander Mozartconcert. Ze beginnen ons zo langzamerhand redelijk de keel uit te komen. Misschien hadden we ook niet moeten uitstappen bij metrohalte Opera.
Onze eerste attractie vandaag is de Kapuzinergruft, een grafkelder onder de Capucijnerkerk waar de overblijfselen liggen van een hele rits Habsburgers, waaronder Franz-Josef en Elizabeth zelf, al is hun graf merkwaardig genoeg nog niet eens zo makkelijk te herkennen. Vooral de oudere keizers liggen in fraaie sarcofagen voorzien van veel beeldhouwwerk. In de kelder liggen 12 keizers en 18 keizerinnen, zo leren wij later.
We gaan nog eens een poging doen om de Stephansdom van binnen te bekijken: eerder deze week mochten we er niet in omdat er een kerkdienst gaande was. Op zich is dat nu weer het geval, maar binnenkomen mag wel. Binnen is er vandaag ongeveer permanent een dienst, compleet met blaasorkest en koor dat het Hallelujah-koor van Händel ten gehore brengt. Van de plek waar wij staan kunnen we ze niet zien, maar gelukkig hangen er breedbeeldschermen door de kerk heen zodat we er toch nog iets van kunnen oppikken. Het is een crime om weer buiten te komen. Het is ontstellend druk en aan een aparte in- en uitgang wordt niet gedaan. Dat wordt dringen.
Bij de Hofburg willen wij een kopje koffie met wellicht een stukje gebak of zelfs apfelstrudel nuttigen. Dat is niet zo'n goed idee. Bij het eerste café dat we proberen is het stampvol en moeten we in de rij staan om een tafeltje te kunnen bemachtigen. Al snel geven we het op. Van het café in de Hofburg worden we ook niet bijzonder vrolijk als we door een fraai uitgedoste maar norse ober worden geparkeerd bij weer zo'n tafeltje waarbij je moet oppassen dat je je elleboog niet per ongeluk in de apfelstrudel van de buurman parkeert. Snel glippen we er weer tussenuit. Gelukkig is er aan het plein voor de Hofburg ook een Starbucks waar je wel rustig en ontspannen kunt zitten, bij het raam. Dan maar geen traditioneel Weens café. We nemen er nog een stukje pizza bij ook.
We lopen langs de stallen van de Spaanse rijschool, waar we zelfs in de verte nog een paar paarden zien, naar het Karlsplatz. Ook hier is de afgelopen dagen een kerstmarkt geweest, zo zien we aan de overblijfselen. Nog een eindje lopen en we komen bij Slot Belvedere, alweer zo'n fraai 18e eeuws kasteel met enorme tuin, deze iets dichter bij het centrum. Ietwat verdwaasd zien we een echtpaar van middelbare leeftijd met hutkoffer bij het slot ronddwalen, alsof ze er vast van overtuigd zijn dat hier hun hotel zou moeten zijn. Het slot ligt er mooi bij, vooral als de zon begint onder te gaan.
De tram start vlak om de hoek bij het Belvedere en brengt ons helemaal terug tot bij ons hotel. Daar puffen we uit, om vervolgens terug naar het centrum te gaan, op zoek naar een vegetarisch restaurant. We hebben voor ons vertrek drie adresjes opgeduikeld van het internet. De eerste blijkt op kerstvakantie te zijn. Bij de tweede is het wel prijs. In de kleine knusse Bio Bar genieten we allebei een overheerlijke rijstschotel met fruit. Eenmaal terug in ons hotel pikken we nog een filmpje mee.
We gaan naar Boedapest! In Nederland hebben we al twee kaartjes online besteld voor de bus van Eurolines. Eerst genieten we ons laatste Weense ontbijt. Dan checken we uit. Is de bedoeling. Maar er zijn meer mensen op dat idee gekomen. Bovendien hangen er vier Fransen bij de receptie die vanavond naar de opera willen, nog veel meer toeristeninformatie willen en maar matig buitenlands spreken. Kortom, dat duurt eindeloos. Na een kwartier wachten, en na er de twee Japanners voor ons al op gewezen te hebben dat de andere receptioniste vrij is, zou het eindelijk onze beurt moeten zijn. Een Italiaan die zich inmiddels slinks om de rij heen heeft gemanoeuvreerd, denkt daar anders over en begint voor ons uit te checken. Ik ga pal naast hem staan aan de balie. Horen wij bij elkaar? vraagt de receptioniste verbaasd. Nee, maar wij staan hier al een kwartier te wachten en willen ook uitchecken. De Italiaan stamelt zijn verontschuldigingen. De receptioniste verontschuldigt zich. Dat zal ze leren.
De metro brengt ons bij station Erdberg, ook de halte van Eurolines in Wenen. We komen in een bus die overwegend gevuld is met bejaarde Hongaarse vrouwen. De bus vertrekt om elf uur. Al snel zijn we op de snelweg en kijken we tegen een witte muur. Mist. Het is een merkwaardige mist. Om de haverklap verdwijnt hij om niet veel later weer te verschijnen.
Ook als we in Boedapest aankomen is er mist. Het is dan twee uur. Op het station is geen pinautomaat te vinden. We kunnen wel geld wisselen. We kopen een broodje bij een uitermate ongeďnteresseerde mevrouw op het station. Met de metro rijden we tot aan de Petöfi-brug. Te voet gaan we verder de brug over. Onderweg kunnen we wel pinnen. Tot nu toe ziet Boedapest er nog niet heel aantrekkelijk uit. De gebouwen zijn hier smerig en er is veel graffiti. Door de mist kunnen we ook niet erg ver kijken.
Aan de overkant is het nog even zoeken naar ons Guesthouse. Maar uiteindelijk vinden we het, net om de hoek bij hotel Martos, dat er vrij vervallen bij staat. We bellen aan, er wordt open gedaan en met de lift gaan we naar wat later de zevende etage blijkt, de etage waar het Professor's Guesthouse gevestigd is.
Ons appartement bestaat uit twee etages, met een soort van open kleine halve zolderverdieping waar een witte vaste trap naar toe leidt. Beneden is een keukentje, een bureau en een glazen tafeltje met twee stoelen. Knus. Douche en toilet zijn in de gang beneden. We checken in bij een mevrouw in een soort van kantoortje op de etage. Zij is 's avonds niet aanwezig, onze sleutel past op onze deur en op die beneden, we krijgen een stapeltje folders en plattegronden mee en of we niet tot de laatste dag willen wachten met betalen, en dan bij voorkeur cash.
In het schuine dak boven de woonkamer zit een dakraam, type Velux. Omdat je vanaf het slaapgedeelte niet bij dat dakraam kan, is daar een ingenieuze constructie met lier en lange ijzeren stang waarmee je het raam open cn dicht kunt draaien. Nu zoeken we alleen nog naar een manier om het raam te verduisteren. Er lijkt wel een gordijn voor te zitten. Als je het raam helemaal open zet, dan kan je met een kleerhanger vanaf de trap het gordijn net zo'n beetje naar beneden morrelen. Echt handig vinden we dat systeem niet. Vooral niet omdat na de hendel de verkeerde kant op draaien, het hele mechanisme in elkaar stort. Gelukkig weet ik het weer te repareren. Pas als we naar bed gaan, kom ik er achter dat met dat knopje boven het bed van Carina het verduisteringsgordijn volautomatisch naar beneden zakt.
We doen een boodschapje voor het avondeten bij de buurtwinkel op de hoek. Dat valt nog niet mee. Allereerst zijn al die etiketten in het Hongaars. Bovendien hebben we niet de beschikking over een blikopener, wat de keuze ietwat beperkt. Uiteindelijk kiezen we een zak pasta met een pot saus, een pot champignons en een pot groente. Thuis koken we een en ander op ons elektrische pitjes. Hoe huiselijk.
's Avonds gaan we de straat op. Het is nog steeds mistig. Ik wil eigenlijk naar de top van de Gellért-heuvel, omdat je daar een prachtig uitzicht over Boedapest hebt. We lopen langs het Gellert hotel, prachtig gebouw en historisch hotel. Als we de heuvel op lopen komen we langs een kerkje dat in de grotten is gehouwen. Geinig. We willen verder lopen naar de burcht bovenop de Gellért heuvel, maar vinden dat toch iets te donker en stil. Dan maar langs de Donau. Een paar bruggen verderop zien we de kettingbrug liggen, nog steeds fraai verlicht. De lampjes lichten de mist op. We lopen over de brug heen. Aan de overkant liggen de duurste hotels van Boedapest. We willen bij een cafeetje even verderop iets drinken, maar de obers in het verder lege restaurant hebben het zo druk met hun soap dat we hen maar niet verder storen.
Als we verder van de rivier af lopen, komen we in de Váci Utca, de sjiekste winkelstraat van Boedapest. Op de hoek zit café Anna, waar wel veel klandizie is. We kiezen een tafeltje bij het raam en twee warme chocomel. Inmiddels is het behoorlijk koud geworden. Eerder gaf de thermometer bij hotel Gellert al min 2 graden aan, maar inmiddels is het nog kouder geworden, zo denken wij. In ferme pas lopen we weer terug, nu langs de andere kant van de rivier. Via het Gellert hotel en een brede weg komen we weer terug bij ons Guesthouse.
Als we opstaan hangt er nog steeds een stevige mist rond het Guesthouse. Dat is balen. Af en toe lijkt het wat minder te worden, maar vervolgens slaat de mist dan toch weer toe. In die periodes van licht afnemende mist zijn we er wel achter gekomen dat we vlak aan de Donau moeten zitten Merkwaardig genoeg ontbijten we in een zaal die verder helemaal verlaten is. Op het ontbijtbuffet staan op een rechaud twee gebakken eitjes eenzaam te verpieteren. Die eten we maar niet op. Er is wel voor een man of tien gedekt. We krijgen toch het merkwaardige gevoel dat we de enige gasten in dit oord zijn. Wat later horen we toch meer stemmen. Maar dat blijken slechts de receptioniste en de schoonmaakster. Merkwaardig. Braaf eten we van bijna alles op het ontbijtbuffet, anders is het ook zo sneu. Behalve dan de eitjes.
Na het ontbijt dralen we nog wat. Wat nu te doen? Uiteindelijk gaan we toch maar de stad in, de mist trotserend. Per tram en metro gaan we naar het Heldenplein, aan de rand van het centrum. Daar staat een flink monument opgesteld dat is gebouwd ter gelegenheid van het 1000-jarig bestaan van Hongarije. Het is nog steeds mistig. Even verderop staat een lange rij Hongaren. Het is niet helemaal duidelijk waar ze op wachten. Wel zien we een ijsbaan, pittoresk met een kasteel op de achtergrond. Het plein wordt geflankeerd door twee musea. In het linker draait momenteel een tentoonstelling van van Gogh, zo geven gebouwhoge vlaggen aan. We kijken toch nog maar eens bij die rij wachtende Hongaren. Het blijkt iets van een overdekte sneeuwpiste te zijn. Of zo. Carina suggereert dat ze misschien op vuurwerk staan te wachten. Maar dan is het niet geheel duidelijk waarom sommigen kunstschaatsen in hun handen hebben.
We pakken de metro terug naar Vörösmarty Ter. Het blijkt het plein waar we gisteravond ook al verzeild raakten. Er is een kerstmarkt. Met ook nieuwjaarsattributen, zoals het geluksvarkentje. Aan het plein ligt ook cafe Gerbeaud, het beroemdste van de stad, sinds 1858. Sjieke bedoening. We stappen binnen in een brede ruimte met drie lange rijen tafeltjes. De bediening is niet de meest vriendelijke, maar dat probleem hebben ze in deze stad op meer plaatsen, zo is ons inmiddels opgevallen. Wij gebruiken een uitstekend kopje cappuccino.
Inmiddels hebben we ook honger en aangezien de broodjes tonijn bij Gerbeaud tien euro kosten verplaatsen we ons naar de nabij gelegen Subway broodjeszaak, aan de andere kant van de Váci Utca.
Het zicht lijkt zo langzamerhand toch een heel klein beetje beter te worden. We pakken dus de kabelbaantrein naar de Kasteelheuvel, gelegen in het verlengde van de kettingbrug. De verkoopster wil ons best wel een kaartje verkopen, maar hangt nu nog even aan de telefoon. Met het kabeltreintje reutelen we in no time naar boven. Daar kijken we eerst rond op het terrein van het nationaal museum, ooit begonnen als Koninklijk Paleis. Er staat nog een flinke kerstboom op het plein voor het paleis. We hebben al een fraai uitzicht op de Donau en de kettingbrug. Zelfs het parlementsgebouw is vaag te onderscheiden. Grauw is het nog wel. Maar de mist lijkt zich te hebben verplaats naar een iets grotere hoogte. De citadel ligt nog steeds ergens in de mist. We kopen een portie gepofte kastanjes.
Op naar het vissersbastion. Dat is een muur met zeven torens, gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw. Het ding is opgetrokken in fraaie Disney stijl en geeft een mooi uitzicht over de Donau en Pest, het stadsdeel aan de andere kant van de rivier. Het vissersbastion ligt naast het minder smaakvolle Hilton hotel. Daarnaast is de Matthiaskerk, een fraaie en belangrijke kerk waarvan de huidige verschijning is gebouwd in de negentiende eeuw, maar die in andere gedaantes al bestaat sinds de dertiende. Het kost geld om naar binnen te mogen. Dat blijkt de moeite waard. Het is een bijzondere kerk, waarvan de binnenmuren helemaal beschilderd zijn. Dat zijn de Oosterse invloeden, meldt een van de toeristenbordjes.
Boven is een klein museum, onder andere over de geschiedenis van de kroon van Hongarije. Die kroon is niet zo maar een kroon. Het ding is al zo'n duizend jaar oud en heilig voor de Hongaren. Wie de kroon in handen heeft, heeft de macht over Hongarije. In de kerk ligt een replica van de kroon. Het origineel ligt tegenwoordig toepasselijk genoeg in het parlementsgebouw. Het kruisje bovenop de kroon is scheef gezakt, wat het ding uitermate herkenbaar maakt. Beneden in de kerk zien we boven het altaar een bijzonder beeld van de maagd Maria met de Hongaarse kroon op haar hoofd. Achterin de kerk is een beeldhouwwerkje uit 1260 te zien, het oudste in Boedapest dat zich nog op zijn oorspronkelijke plaats bevindt, meldt het toeristenbordje trots.
Buiten de kerk komen we een vriendelijk Hongaars meisje tegen dat ons geld aftroggelt voor de plaatselijke soepkeuken. Als dank krijgen wij een boekje waaruit blijkt dat zij iets met de Hare Krishna te maken heeft.
Het is weer tijd voon zo'n typisch Hongaars cafeetje. Op de hoek vinden we cafe Miro, alleraardigst ingericht met werk van de kunstenaar en met een flinke taartencollectie. De yoghurttaart is op maar dan moeten wij maar een Miro-taart nemen vindt de serveerster, want dat is net zo iets. We nemen er een kopje thee bij.
Als we buiten komen is het al weer donker. In het cafe hebben we met behulp van een stadsgidsje uitgevogeld waar hier een bioscoop is waar ze ondertitelde films vertonen en aanvankelijk willen we die kant op. Maar dat wordt toch wat haastwerk. We raken verzeild op de binnenplaats van het nationaal museum, dat inmiddels fraai verlicht is. Maar hier kunnen we niet naar beneden. Aan de voorkant van het museum kan dat wel. We dalen daar de heuvel weer af, terug naar de kettingbrug. Aan de overkant van de rivier gaan we op zoek naar vegetarisch restaurant Gandhi, inmiddels omgedoopt tot Godiva. Of zo iets. Helaas blijkt het restaurant op verlengde kerstvakantie.
Een ander restaurant uit het boekje is een flink eind verderop. We lopen in de aangegeven richting in de hoop onderweg nog iets anders leuks tegen te komen. De eerste paar pogingen mislukken. Niet gezellig. In een zijstraatje zien we een etablissement met smaakvolle verlichting. Het blijkt Mexicaans restaurant Iguana, warm aanbevolen door de Lonely Planet, maar dat lezen we pas als we al hoog en breed besteld hebben. Het is hier inderdaad reuze gezellig. Er is voor ons nog net een plaatsje op de bovenverdieping, maar alleen als we beloven dat we om acht uur wer weg zijn. Officieel is het boven de niet-roken afdeling, maar dat neemt niet weg dat er aan de belendende tafel waar een familiefeest gevierd lijkt te worden, stevig gepafd wordt. Ook in dit hippe etablissement wordt gratis draadloos internet aangeboden. Wij maken er dankbaar gebruik van.
Terug naar het Guesthouse. Het is ijzig koud. We willen over het Onafhankelijkheidsplein lopen, achter het parlementsgebouw, maar dat blijkt afgesloten en bewaakt door politie. Even verderop staat een groepje mensen te luisteren naar een man met een megafoon. Demonstratie. Heel veel volk is er niet op af gekomen. Wij lopen door naar het metrostation. Buiten kunnen wij geen automaat vinden om ons kaartje af te stempelen, dus gaan wij er van uit dat die in de metro zelf te vinden is. Dat blijkt niet het geval zodat wij onbedoeld zwart rijden.
Vanaf station Kalvin Ter lopen we terug naar huis. Toch nog een redelijke en vooral koude tippel. Maar inmiddels lijkt wel de mist volledig verdwenen. Eindelijk kunnen we vanaf een brug over de rivier het paleis op de heuvel zien. Zoals het hoort. Onderweg kopen we nog iets bij een avondwinkel, dan lopen we door naar huis. Op de voordeur van het Guesthouse hangt een briefje met de mededeling dat de nieuwe gasten hun sleutel kunnen afhalen bij de receptie van hotel Martos, hiernaast. Dat suggereert dat we niet meer de enige gasten zijn.
Als we wakker zijn laten we vol spanning het zongordijn van ons dakraam volautomatisch naar boven reutelen. Dankbaarheid en vreugde overspoelt onze hartjes. De mist is opgetrokken. De zon schijnt zelfs. Vol goede moed zetten we ons aan het ontbijt. We zijn zelfs niet meer de enigen in het Guesthouse. Twee Hongaren komen vrijwel gelijktijdig met ons binnen. Vandaag is er roerei. Het rechaud is al uitgezet.
Omdat het nog steeds stralend weer is, spoeden we ons naar de top van de Gellért-heuvel, waar de Citadel ligt. Dat doen we te voet, want het Guesthouse ligt aan de voet van de heuvel. Het heeft zelfs een klein beetje gesneeuwd vannacht. We lopen door een villawijk en kunnen af en toe een trappetje naar boven nemen. Het laatste stuk lopen we door een park.
Op de top van de heuvel staat een standbeeld van een vrouw die met beide handen een palmtak omhoog houdt. Beroemd beeld. Het onafhankelijkheidsmonument, symbool van de stad. Oorspronkelijk neergezet ter gelegenheid van de bevrijding van Hongarije door de Russen in 1947, maar goed. Je kunt niet alles hebben. De beelden van de Russische soldaten die aan de voet van het onafhankelijkheidsbeeld stonden, zijn inmiddels wel weggehaald. Het beeld staat vlak voor de Citadel, een fort dat ooit werd gebruikt ter verdediging van de stad. Maar eigenlijk gaat het alleen maar om het spectaculaire uitzicht dat je hier over de stad hebt. We zien beneden ons de Donau door de stad slingeren. Even verderop zijn zelfs beide oevers van de rivier uitstekend te zien, zowel de Buda-kant met het koninklijk paleis er het vissersbastion, als de Pest-kant met het parlementsgebouw. En alle bruggen die er tussen liggen natuurlijk. Alles baadt in een enthousiaste winterzon. Dat hebben we goed gepland.
Na nog wat foto's en dan nog wat foto's dalen we de heuvel weer af, terug naar huis. Onderweg kopen we bij een vriendelijke mevrouw in een bakkerij twee broodjes mozarella, die we thuis opeten. Dan is het tijd voor onze middagsrust.
Om een uur of twee is het tijd voor de volgende attractie. Boedapest is beroemd om haar thermale baden. De overgang tussen het vlakke Pest en het heuvelachtige Buda is een breukvlak dat ook een grote activiteit van warm opborrelend bronwater veroorzaakt. Of zo iets. Hoe dan ook, in de stad zijn tientallen badhuizen, waarvan het Gellért bad, verbonden aan het Gellert hotel, de meest spectaculaire is. En daar gaan wij heen.
Het is druk bij het Gellért bad. Bij de ingang, al binnen in het sjieke hotel, hangt een lange prijslijst met alle opties. We kiezen voor een toegang tot de baden plus kleedhokje. We krijgen twee pasjes en een kassabon, al blijkt die kassabon eigenlijk het belangrijkste. Bij het toegangspoortje stuurt de meneer ons op vertoon van onze kassabon naar de tweede deur rechts. We komen bij een mevrouw terecht die ons, opnieuw op vertoon van onze kassabon, een kleedhokje toewijst. We krijgen een polsbandje met een nummer, maar worden toch vooral gemaand om het nummer van het hokje te onthouden, want dat is een ander nummer. Op die manier heeft iemand die jouw polsbandje jat, daar weinig aan. Hier is duidelijk over nagedacht.
Wij kleden ons om en betreden de badruimte. Links zien we een klein zwembad omringd door klassieke pilaren en anderszins statige omgeving, waardoor het haast is alsof je door een oude Griekse dan wel Romeinse villa zwemt. Rechts is een wat kleiner halfrond badje met aangenaam warm water. Tussen beide baden staan nog wat standbeelden. Ook aan de randen von de baden hangen zo hier en daar wat beelden waaruit water in de baden klettert. Het water in het bad links is wat aan de frisse kant. Het is wel geschikt om in te zwemmen. Dat gaat hier keurig georganiseerd. De rechter helft van het bad is om heen te zwemmen, de linker helft is om weer terug te zwemmen. Het rechter bad is aanzienlijk voller. De temperatuur daar ligt ergens hoog in de dertig graden, zo schatten wij. Er mag niet gezwommen worden. Wel is het er uitermate aangenaam.
Wij poedelen en zwemmen wat rond in beide baden. Dit zwembad heeft ook een balkon waar strandstoelen staan. We zitten een tijdje op de stoelen aan de kop van het bad en genieten van het uitzicht. Dan laven we ons weer aan het warme water. Het is al na zessen als we er toch maar eens uit gaan. We kleden ons weer aan en maken een paar foto's. Dan lopen we terug naar huis.
Carina is wat minder fit en heeft geen zin om er nog op uit te gaan. Ik ga dus op jacht naar het avondeten. De afhaalchinees een paar straten verderop doet niet aan vegetarisch, zo blijkt. Hij heeft alleen noedels zonder vlees. Verderop zit een supermarkt, maar uiteindelijk zie ik het ook niet zitten om iets te koken, want dan gaat het allemaal nog langer duren. Bij de pizzeria verderop valt ook niets vegetarisch te ontdekken. De Pizzahut doet niet aan afhalen. En de McDonald's vind ik bij nader inzien ook niet zo'n goed plan. Uiteindelijk kom ik uit bij de falafeltent om de hoek bij de McDonald's. Vier falafel om mee te nemen, herhaalt mevrouw achter de balie ietwat verbaasd. Ze worden keurig ingepakt in aluminiumfolie.
Ik loop snel weer terug want inmiddels is het al na achten. Carina is al ongerust. We eten onze falafel die koud blijkt. De falafelballetjes smaken wat vreemd, vindt Carina. En dat is een kenner. We hebben allebei aan één broodje genoeg, dus de andere twee verdwijnen in de koelkast.
Als we ons gordijn openen, kijken we weer tegen een witte muur aan. Mist. Het gebouw vlak achter ons is amper nog te onderscheiden. Bij het ontbijt is het haast druk. Gisteravond zijn er zeker weer vier gasten gearriveerd, zo weten we van de briefjes die toen aan de deur hingen. Na het ontbijt gaan we op jacht naar geld. Het Guesthouse moet vandaag namelijk betaald worden. De voorkeur gaat uit naar cash en nu al helemaal omdat de kaartautomaat defect is. Dat geldt ook voor de eerste twee pinautomaten die we tegen komen. Maar bij de derde hebben we prijs.
Vandaag gaan we naar Szentendre, een pittoresk dorpje net buiten Boedapest. De regiotrein vanaf Batthyany Ter brengt ons er in veertig minuten heen. Szentendre sterft in de zomer van de toeristen, maar vandaag valt dat nogal mee. Het is nog steeds erg mistig en behoorlijk koud. Onderweg rijden we door een sneeuwlandschap. Eenmaal op het station moeten we nog een eindje lopen naar het eigenlijke centrum. Szentendre wemelt van de kerktorentjes, zo zien we nu al. Op het dorpsplein, Fö Ter, is nog een kleine kerstmarkt gaande. Verder zijn er in het dorp vooral veel schattige huisjes in frisse kleuren waar souvenirwinkels gehuisvest zijn. Bij een restaurantje niet ver van het plein drinken we een kopje warme chocomel. Daarna dwalen we nog wat in het dorp rond, langs kerkjes, over heuveltjes, en door straatjes. Dan hebben we het wel weer gehad. We lopen terug naar het station en nemen nog een laatste zijstraat mee. De trein terug naar Boedapest vertrekt om kwart voor drie.
Vanaf Battyhany Ter kunnen we nu zo maar het parlementsgebouw aan de overkant zien. De mist is opgetrokken. Per tram rijden we terug langs de Donau en doen een paar boodschappen bij de Spar.
Het is kil in ons appartement. De centrale verwarming heeft het begeven, zo lijkt het. We zetten een kopje thee en laten beide elektrische kookplaten aan staan om het nog wat warmer te krijgen. Met een lichtflits slaat het kooktoestel weer af. Het is ook niet meer aan de praat te krijgen. Even later wordt er aan de deur geklopt. De receptioniste. De verwarming is uitgevallen en ze komt onze airconditining op de warmstand zetten. We informeren meteen naar het kooktoestel. Ze zet een schakelaar boven de voordeur weer terug in zijn oorspronkelijke stand. We kunnen weer koken.
Na het eten zijn we nog net op tijd om naar de film te gaan waar we twee dagen geleden ook al naar op pad waren. We lopen naar het plein voor de Spar en pakken daar de metro naar het winkelcentrum even verderop. Daar zit ook een megabioscoop waar ze zelfs een film in de oorspronkelijke versie vertonen, dus ook zonder ondertiteling. The Holiday. Na afloop eten we een ijsje bij McDonald's en pakken we de tram terug naar huis.
Vandaag vieren we ons duizenddagig samenzijn, zo had ik eerder dit jaar als eens uitgerekend. Reden genoeg om te verhuizen naar een sjiek hotel vlak naast de Opera. Dat en het feit dat er op oudejaarsavond in de hele stad amper nog een ander hotel te vinden was dan. In eerste instantie was het ook de bedoeling om dc komende nacht in Wenen door te brengen, maar daar bleek het gebrek aan accommodatie nog nijpender.
Als we om negen uur in de ontbijtzaal komen, schrikken we ons een ongeluk. Er zitten al een slordige twintig man te ontbijten. Wat een drukte. We wurmen door de mensenmassa ons ontbijt bij elkaar en eten het gezellig tussen twee andere stellen op.
Bij de Petöfi brug pakken we een tram naar Oktagon. Daar is het niet ver lopen naar hotel Opera, pal naast het operagebouw. De receptioniste moet ons ernstig teleur stellen. Wij schrikken al. Onze kamer is nog niet gereed. Dat valt nog mee. Maar als we over een uur terug komen, dan zal ie er zijn.
We lopen rond in de buurt van het hotel. Dan kom je al gauw uit bij de opera. Mooi gebouw. Niet ver van de opera ligt het Liszt Ter, door de Lonely Planet aangeduid als leuk pleintje met leuke cafeetjes. We komen terecht bij Cafe Karma, waar ze onder meer Warme Witte Chocolademelk serveren. Even na twaalven is onze kamer inderdaad op orde. Wij zijn in onze nopjes met de kamer. Ziet er mooi uit, sjiek ook, edoch elegant ingericht.
Later op de middag nemen we een kijkje in de omgeving. We zijn ook vlak bij de St. Stephanskerk, het grootste religieuze gebouw in Boedapest. Prachtig bouwwerk met een koepel in het midden. Ook van binnen is de kerk in uitstekende staat, met veel schilderwerk, ook op de plafonds, en glas-in-lood ramen. Curieuze bezienswaardigheid: in een zijkapel is de rechterhand van St. Stephan zelf bij wijze van relikwie opgesteld, in een passende van veel tierelantijnen voorziene relikwiehouder. En voor wie een munt van 100 Forint in het gleufje gooit, wordt het ding nog twee minuten verlicht ook.
Ondertussen hebben we nog steeds niet geluncht. Op het plein voor de kerk zit een klein cafeetje, MontMartre, waar luide jazzy muziek uit komt. Ze verkopen er ook broodjes. Het café is vol, maar als we vijf minuten wachten is er vast wel een tafeltje voor ons vrij, zo meldt de man die de eigenaar lijkt. We nemen plaats aan de bar en bestellen alvast twee broodjes gerookte zalm. Niet veel later kunnen we terecht bij een tafeltje op wat 's avonds het podium is.
De broodjes laten lang op zich wachten. Uiteindelijk komt het meisje dat de broodjes maakt uit de keuken met de teleurstellende mededeling dat de kaviaar helaas op is. We kijken haar niet begrijpend aan. Maar we hadden een broodje zalm besteld. Ze gaat terug naar de keuken. De ober die hier de eigenaar lijkt komt bij het stel aan het tafeltje naast ons informeren of ze nu nog geen drinken hebben. Ze antwoorden bevestigend. Hij gaat weer weg.
Na ruim een half uur wachten zijn onze broodjes er dan eindelijk, elk drie witte boterhammetjes rijkelijk voorzien van zalm plus nog een plakje ei, een schijfje citroen en wat olijven. Nu alleen nog bestek zien te bemachtigen. Carina maakt een snijgebaar naar de eigenaar die wat later met de rekening komt. Nee. We willen bestek. Weer een tijdje later komt de man inderdaad met een mes en vork aanzetten. Heel goed, nu nog een setje en we zijn gelukkig. Zuchtend en kreunend weet de man nog een mes en vork uit de keuken op te duikelen. We kunnen eten.
Als we buiten komen is het al weer donker. En bijna etenstijd. Koud ook. We lopen nog wat rond maar zoeken al snel onze toevlucht in de warme hotelkamer. In de loop van de avond gaan we weer de straat op. Dat alleraardigste restaurantje even verderop blijkt vanavond exclusief gereserveerd voor mensen die het oudejaarsavondarrangement hebben geboekt. Dan maar naar de afhaalchinees met een paar tafeltjes waar je het etenswaar ook ter plekke op kunt eten. De voorgerechten zijn prima, maar onze hoofdgerechten zijn uitermate onsmakelijk.
De straat op. In Boedapest is het de gewoonte op oudejaarsavond met papieren toeters alles bij elkaar te toeteren, zo leren wij. Ook wordt er al flink wat vuurwerk afgestoken, vooral siervuurwerk. Blijkbaar heeft men nog niet door dat het eigenlijk de bedoeling is om dat pas na middernacht te doen, zo merken wij verontwaardigd op. Het is druk op straat. Vooral in de Váci Utca staan veel kraampjes waar nog toeters en champagne verkocht worden. Zo hier cn daar wordt er flink wat geknald. We lopen naar de Donau. Daar is nog meer siervuurwerk. We lopen terug naar het hotel.
Om kwart voor twaalf gaan we weer naar buiten. Op Oktagon, een plein niet ver van ons hotel, is een openluchtdisco en dus veel volk. We zijn net op tijd om gans het volk het nieuwe jaar te horen toeschreeuwen. Enthousiast storten wij ons in het feestgewoel. Om half een gaan we terug naar het hotel.
Vandaag mogen we tot 1 uur ontbijten. Helaas moeten we al om 12 uur een bus halen, dus zijn we er toch maar iets eerder bij. Het is druk bij het uitermate aangename ontbijtbuffet. Per metro rijden we terug naar de bushalte. Vandaag nemen we de toeristische route, zo blijkt, dwars door wat Hongaarse stadjes. Toch duurt de reis niet eens zo veel langer dan op de heenweg.
In Wenen nemen we de metro van de bushalte naar station Wien West, waar we onze bagage alvast in een kluisje zetten. Dan rijden we terug naar de Stephansdom. In Wenen is het inmiddels gaan regenen. Behoorlijk ook. Via wat afdakjes lopen we naar de Kärtnerstrasse. Daar zijn de oudejaarskraampjes nog in bedrijf. Bij Starbucks is het te druk om fatsoenlijk een kopje koffie te kunnen kopen. De regen is wat minder en we slenteren nog wat door de stad. Inmiddels is het donker. We nemen een kijkje in de winkel van een groot museum dat we nog niet eerder hadden gezien. We willen weer eten bij het vegetarisch restaurant waar we dat een weekje geleden ook al gedaan hebben, maar helaas, dat is op nieuwjaarsvakantie. Dan maar een van de vele Oosterse soort van fastfood-restaurants-maar-dan-net-iets-sjieker die Wenen rijk is.
Ruim op tijd zijn we terug bij het station. Nog genoeg tijd om een kopje te drinken. Een cappuccino blijken ze hier een Wiener Melange te noemen. We halen onze bagage op en melden ons bij de nachttrein. Dit keer hebben we een coupé aan de linkerkant, zodat alles precies in spiegelbeeld zit van hoe we het gewend waren. We slapen er niet minder om. Ook alle aansluitende treinen rijden naar wens, zodat we de volgende dag in de loop van de middag weer thuis zijn.
