Vandaag gaan we er stevig tegenaan. We moeten immers nog naar De Muur. We staan al om 6 uur op. We moeten er immers vroeg bij zijn. Allereerst pakken we de metro voor een flinke rit naar het busstation, aan de rand van het centrum. Bij het busstation is het al een leven van jewelste. Het is ietwat onduidelijk waar we heen moeten. We staan bij een groot plein met veel bussen. Langs de weg langs het plein staan nog veel meer bussen. We zien een loketje in een soort van bouwkeet. Daar probeer ik het eerst maar eens. Ik heb inmiddels ijverig geoefend op de juiste uitspraak van de lokatie waar wij heen willen. Simatai. De mevrouw achter de balie begrijpt het ook nog. Maar ze heeft geen kaartjes. We worden met een handbeweging een andere kant opgestuurd. Daar nog maar eens vragen.
Een ondernemende man met een minibusje heeft houdt een stuk karton voor zich waarop met viltstift is gekladderd dat hij naar Simatai gaat. Ik informeer naar de prijs. Die is duidelijk veel te hoog. We lopen verder naar andere loketten. We worden nog verder doorgestuurd. Uiteindelijk komen we bij de achterkant van het busstation, waar nog eens een plein is vol bussen. Met name minibusjes. Een mannetje komt al op ons af gehold. Wij willen naar Simatai, vertel ik hem. Simatai! Simatai! We worden naar een minibusje gedirigeerd dat al bijna vol is. Voorin is nog net plek. De bijrijder komt bij ons langs om zijn geld te innen. Simatai? Simatai. 70 yuan, vindt hij. Daar denk ik anders over. Het kost maar 20 yuan per persoon, vind ik. Zo staat dat namelijk in ons boekje. Aha, maar die 70 is ook voor ons tweeën. 35 per persoon dus. Nog steeds teveel. Al die andere mensen betalen immers ook maar 20, brabbel ik in iets van Chinees. De man ontkent. We blijven nog wat steggelen, maar onze bijrijder is onvermurwbaar. We betalen 35 per persoon.
Inmiddels is een Italiaan op een holletje naar onze bus gekomen. Wij bevestigen dat dit busje naar Simatai gaat. Mooi, dan gaat hij zijn vrienden halen met wie hij ook die kant op wil. Alle bestaande zitplaatsen van de bus zitten inmiddels vol, dus worden de neerklapmiddenstoeltjes in het gangpad naar beneden geklapt. Nadat de bus net is vertrokken blijkt er op de eerste straathoek ook nog iemand met een enorme TV-doos mee te kunnen.
De bus vertrekt om half acht. Wij zitten vooraan aan de rechterkant van de bus, met vrij uitzicht op de weg. Het duurt niet heel lang voordat we doorhebben waarom geen enkele Chinees op deze plek is gaan zitten. Met ware doodsverachting slingert onze chauffeur zijn bus door het verkeer heen. Zo vindt hij inhalen terwijl er een tegenligger aankomt geen enkel probleem. Er kunnen immers met gemak drie auto’s naast elkaar op de weg rijden.
Op deze manier schiet het wel op. Na vijf kwartier zijn we al in Mifun, wat overigens ook betekent dat we nog steeds de goede kant opgaan. Dat valt alweer mee. We rijden verder, de bergen in. Ik zie een bordje dat Simatai nog 12 kilometer is. Bij de volgende bocht vindt de chauffeur het echter welletjes en worden alle toeristen er uit gegooid. Dit is Simatai. Met een taxi mogen we verder naar de muur zelf.
Inmiddels krijgen we toch het gevoel dat we lichtelijk afgezet zijn. Niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk. Maar goed, het is niet anders. We zijn inmiddels met een man of acht, naast het groepje Italianen zijn er ook twee Amerikanen. En er staan al een paar Chinezen klaar die bereid zijn ons tegen bescheiden woekerprijs naar de muur te rijden. Er wordt druk onderhandeld. Wij laten die onderhandelingen maar aan onze reisgenoten over. Uiteindelijk worden zij het eens op 5 yuan per persoon. Wij vinden het prima. In onze nieuwe bus rijden we nog een flink stuk door een mooi gebied met veel groen, water en bergen. Dit was inderdaad te ver om te lopen. Het belooft een mooie dag te worden. Het is zowaar onbewolkt, pas de tweede dag sinds we in China zijn. Misschien heeft dat te maken met het feit dat we nu buiten de stad zijn.
We
stappen uit op de
parkeerplaats bij de muur en gaan eerst maar
eens
op een muurtje zitten om bij te komen en iets te eten. Het begint al
warm te worden. De eerste verkopers bemoeien zich al met ons. Bij de
kassa kopen we een toegangskaartje plus een kaartje voor de kabelbaan.
Het is een enorme klim vanaf hier naar de daadwerkelijke muur en wij
hebben het gevoel dat we vandaag nog wel genoeg kunnen klauteren. Het
is hier nog erg rustig. We zijn vrijwel de enigen die in de felblauwe
genummerde kabelbaanbakjes naar boven zoeven. Het landschap is
prachtig. We zitten in een bergachtig landschap met veel groen. In de
verte zien we de Muur al door de bergen slingeren. Schuin beneden ons
is een groot stuwmeer.
Chinezen hebben een grote hekel aan stilte, zo beweerde ons boekje al. Hoe groot die angst voor stilte is, wordt me nu pas duidelijk. Het had zo mooi kunnen zijn, rustig kabbelend in het bakje van de kabelbaan in het zonnetje genieten van de stilte en het weidse uitzicht. Maar helaas. De uitbaters van de kabelbaan vinden het nodig om uit grote luidsprekers die bevestigd zijn aan elke pilaar die de kabelbaan ondersteunt, smakeloze westerse popmuziek te laten schallen.
Als we boven zijn moeten we nog een klein eindje omhoog klimmen om op de muur te kunnen klauteren. We worden bijkans besprongen door een Chinese mevrouw die eerst een vriendelijk praatje maakt maar dan blijkt ons souvenirs te willen verkopen. We bedanken vriendelijk maar ze is nogal vasthoudend. Pas veel later legt ze zich er bij neer dat hier echt niets te halen valt.
We staan op de muur. Het is warm en de klim was vermoeiend. We slaan rechtsaf. Er zijn hier relatief weinig toeristen. De toeristen die er nu zijn, zijn overwegend westerlingen. Vanaf de muur is het uitzicht adembenemend. Simatai is één van de steilste stukken muur die voor het publiek toegankelijk is. Af en toe moet je beide handen en voeten gebruiken om verder te kunnen komen. Maar het uitzicht wordt steeds spectaculairder. We blijven maar foto’s maken van de muur die op steeds weer een andere manier voor ons opdoemt, en van de bergen in de omgeving waarop steeds meer muur te zien valt. Op sommige heuvels maakt het bouwwerk wel drie, vier bochten.
We lopen langs een aantal wachttorens. Bij nummer twaalf kunnen we niet verder en maken we rechtsomkeert. We lopen terug naar de plek waar we de muur op gekomen zijn en besluiten dan nog een eindje verder te lopen, op het stuk muur waar we nog niet geweest zijn. Nog meer spectaculaire uitzichten, nu ook op het stuwmeer beneden. Een man heeft hier zelf een terrasje gefabriceerd met een paar vervallen tuinstoelen, een parasol en een koelkast. Dergelijk ondernemerschap moet beloond worden. We kopen allebei een flesje prik. De man heeft hier zelfs nog een bed en een TV staan.
Aan deze kant van de muur blijkt ook weer een weg naar beneden te
zijn. We overwegen eerst om per zweefbaan weer naar beneden te gaan,
maar dan
blijkt dat je ook gewoon kunt lopen, langs een breed net aangelegd pad
dat tussen de bergen en het water naar beneden slingert. Wij vermaken
ons opnieuw met de koddige Engelse vertalingen van de teksten op de
waarschuwingsborden. “My beauty comes from your painstaking
care and attention”, laat zo’n bordje weten.
“Please always keep civilization, environment andhealth in
your mind” meldt een ander.
Als we beneden weer terug bij de parkeerplaats zijn, is het inmiddels half drie. We hebben het wel weer gezien. Het is nu ook al wat drukker. We moeten weer terug zien te komen in Beijing. Bij de toiletten komen we de Amerikanen van vanochtend weer tegen. Zij zijn ook klaar om terug te gaan naar Beijing, en al druk in onderhandeling met een aantal chauffeurs van minibusjes. Ze zijn blij te horen dat wij ook mee willen. Na nog een ronde onderhandelingen worden ze het eens over een prijs. Wij vinden het prima.
Onze chauffeur zet ons aan de rand van de stad weer af, zo is de afspraak, al verloopt de communicatie wat lastig. Weer ergens in de buurt van het busstation. Verder mag hij niet komen, anders kan hij problemen krijgen, zo begrijpen wij. In de buurt van de vierde ringweg worden wij er uit gezet. Op zich zouden we nu weer naar de metrohalte kunnen lopen, maar het lijkt ons handiger om maar gewoon een taxi te nemen. De Amerikanen gaan akkoord. Zij moeten net aan de andere kant van TianAnMen zijn, dus spreken we af dat we ons op het plein laten afzetten.
Het is inmiddels spitsuur in Beijing, dus het duurt nog een flinke tijd voor we onze bestemming bereiken. Op TianAnMen is het een stuk frisser, dus ritsen we onze pijpen weer aan onze afritsbroek, tot grote verbazing van een jongetje uit de provincie. We lopen terug naar Wangfujing.
Het was een lange en vermoeiende dag. We ondernemen dan ook niet veel meer vanavond. In de kelder van Oriental Plaza gaan we eten bij een sushibar, compleet met lopende band waarop de rauwe vis voorbij komt. Overheerlijk. We lopen langs de fast-food restaurants in Oriental Plaza. Bij een van die restaurants zit een vrouw met haar zoon. Als we langs lopen vraagt ze of ze ons iets mag vragen. Ze is haar zoon aan het helpen met zijn huiswerk Engels en heeft een paar kleine vraagjes. Ik help haar een handje. Haar dank is groot. We sluiten de dag af met een bezoek aan ons terras.
Vandaag is het duidelijk tijd voor een rustdag, na alle belevenissen en drukte van de afgelopen dagen. Bovendien is het de laatste vakantiedag voor Marieke. We doen het dan ook enorm rustig. Dat betekent opnieuw een beetje heen en weer slenteren op Wangfujing, daarbij uitgebreid gebruik makend van de vele horeca-gelegenheden die deze winkelstraat rijk is. Eerst kopen we boterhammetjes in de supermarkt in de kelder van Oriental Plaza. Op het terras van een fast-food restaurant in diezelfde kelder ligt een moeder met kind te slapen. Het blijkt dezelfde mevrouw die ik gisteravond heb geholpen met het Engels van haar zoontje. Ze zitten nog op precies dezelfde plek als gisteren.
Het is nogal rumoerig in de
kelder van SunDongAn Plaza, met een man
die
in een microfoon staat te bleren, en daarbij regelmatig kinderen uit
het publiek naar voren haalt en harde muziek draait. Toch slagen wij er
nog in een potje schaak te spelen bij de belendende Starbucks. Van het
grote scorebord, ook in de kelder, proberen we te achterhalen wat de
medaillestand is bij Olympische Spelen. Daarna nemen we kijkje in ons
internetcafé.
Uiteindelijk, zo in de loop van de middag, besluiten we ook nog tot wat echte aktiviteit. Met de metro gaan we naar de zijdemarkt. Op die zijdemarkt wordt niet alleen zijde verkocht. Ook illegale CDs en DVDs doen het altijd goed. Daarnaast zijn er veel souvenirs. De markt beslaat niet veel meer dan één smalle straat en er komen vooral toeristen. En dat is te merken. Er moet hier flink afgedongen worden. Ik koop een stropdas die uiteindelijk minder kost dan waarvoor hij bij het Pekingeendrestaurant in de etalage lag. Als ik hem eenmaal heb aangeschaft wordt een tweede exemplaar ook nog weer goedkoper. Na nog wat afdingen schaf ik een tweede exemplaar aan. Het kost wat moeite om de verkoopster te overtuigen dat twee toch echt genoeg is. Even verderop koopt Marieke een zijden sjaaltje, uiteindelijk voor zo’n 10% van de oorspronkelijke prijs. Ze schaft ook nog een naamstempel aan.
Beijing is de laatste 7 jaar enorm veranderd, zo heb ik de afgelopen dagen gemerkt. Toen zag je hier bijvoorbeeld nog overal fietsen en fietstaxi’s. Nu nog nauwelijks. Toen was Beijing een oude traditionele stad met hier en daar wat moderne elementen. Nu is het precies andersom.
Onze volgende stop is de Friendship Store even verderop, een groot toeristisch warenhuis in de beste communistische traditie. Er zijn hier veel souvenirs, en heel erg dure thee. Die thee schaffen we dan toch maar ergens anders aan. We nemen nog iets te eten mee en gaan dan weer richting Wangfujing. Bij de kelder met fastfoodeetgelegenheden op de begane grond van Oriental Plaza valt de keuze dit keer op een Japans aandoend restaurantje waar we een kop rooibosthee met een broodje gebruiken. Niet teveel eten, want het is ook alweer bijna etenstijd.
Nog een keer lopen we WangFuJing door. Bij een theewinkel koopt Marieke thee voor thuis. We slaan een zijstraat in en komen uit in de hutongs, de traditionele oude straatjes van Beijing. Fascinerend. Hier wonen nog echt mensen, in soms wat half vervallen huizen in smalle steegjes en straten, midden in het centrum van wat inmiddels een wereldstad is.
We hopen nog een geschikte eetgelegenheid te vinden om ons laatste avondmaal op passende wijze te gebruiken en dat lukt. Even verderop zit een vegetarisch restaurant, Green Tianjin, dat we ook eerder deze week al eens zijn tegengekomen. Het restaurant bevindt zich op de eerste etage van het pand en ziet er zowaar fraai uit, als een Westers restaurant in plaats van een Chinees. Op de menukaart wordt ons bezworen dat er in dit restaurant geen vlees is, geen alcohol, en geen zuivelproducten. Verder bestaat de kaart ook hier met name uit namaakvleesgerechten. Wij eten overheerlijk.
Het is de laatste dag van de vakantie. Voor Marieke tenminste. Ik sta vroeg op. Om 6 uur ga ik naar de luchthaven om Carina af te halen. Marieke draait zich nog eens om en gaat daarna haar spullen pakken. Ik ga weer op zoek naar een taxi. Ook deze chauffeur spreekt geen Engels, en ik betwijfel even of hij wel echt goed begrepen heeft dat ik naar de luchthaven wil. Uit zijn gebaren wordt uiteindelijk duidelijk dat dat wel degelijk het geval is.
Even na 7 uur sta ik op de luchthaven. Niet heel veel later duikt Carina op in de aankomsthal. We gaan eens kijken of we haar terugvlucht ook moeten herbevestigen. Als we zoekend rondlopen storten een paar mannetjes zich op ons die ons wel willen helpen. Ik ben daar niet zo van gediend, want het is wel duidelijk dat ze ergens op uit zijn, en dat is niet de behulpzame burger uithangen. Uiteindelijk wijzen ze ons wel naar het kantoortje van Finnair. De zeer vriendelijke piloot die daar nog rondhangt verzekert ons ervan dat herbevestigen niet meer nodig is.
Met een bus rijden we terug naar het centrum van Beijing. Met mijn Lonely Planet probeer ik uit te vogelen waar we langsrijden en vooral waar we stoppen, maar dat valt nog niet heel erg mee. We stappen uit waar ik denk dat een metrostation vlakbij is, maar die blijkt lastig te vinden. Dan maar een taxi. Ik probeer te vragen naar het Oriental Plaza, want het kleine zijstraatje waar ons hotel is, dat kent bijna geen taxichauffeur. Als we bij het Plaza zijn, gebaar ik de man te stoppen.
Oriental Plaza is heel erg groot. Hoe groot, dat merk ik nu pas. Het blijkt dat we aan precies de verkeerde kant van het winkelcentrum zijn afgezet, en nog een flink eind moeten sjouwen om bij het hotel te komen. Ik zeul de koffer van Carina achter mij aan. In de loop van de ochtend melden wij ons weer in het hotel. Marieke is inmiddels ingepakt.
Na een korte rust drinken we met z’n drieën een cappuccino in de Starbucks van Oriental Plaza. Dan is het voor Marieke tijd om te vertrekken. We nemen opnieuw een taxi naar de luchthaven. Ik ken de route inmiddels. Na het betalen van de vereiste luchthavenbelasting verdwijnt Marieke in het gedeelte van de luchthaven dat niet toegankelijk is voor wegbrengers.

