Nog voor half vier Moskou-tijd, half negen lokaal, word ik gewekt door Arthur. We moeten onze lakens opvouwen en inleveren. Ik sta rustig op. Het wakker worden kost wat tijd. Het laatste uur van de 77 op deze reis gaat in. Nog even, en we hebben er 5185 kilometer op zitten.
Onze vriendelijke provodnitsa zamelt de lakens in. De sfeer in de trein wordt steeds opgewondener. We zijn inmiddels in een buitenwijk van Irkutsk. Om half tien rijden we het hoofdstation binnen. De trein stroomt leeg. We nemen afscheid van Graham en Arthur, die nog een paar originele porseleinen Hollandse klompjes meekrijgt.
Bovenaan de trap in het station staan twee dames van Intourist te wachten. Er staan nog een handjevol Hollanders op hun bordjes. Met zijn zessen worden we in een minibusje gedirigeerd, dat koers zet naar Hotel Baikal, voorheen Hotel Intourist. De Nederlandse groepsreis is ook net aangekomen. Het meisje van Intourist belooft ons het hotel in te praten. Aldus geschiedt. We krijgen de beschikking over kamer 632, en krijgen meteen onze treintickets voor aanstaande zaterdag. Dan worden we om 19:20 weer opgehaald. Lokale tijd.
De
lift brengt ons naar de zesde etage. Om de hoek zit de
etage-opzichtster waar we onze kamersleutel kunnen afhalen. De
schoonmaakster
is nog bezig met het gereed maken van onze kamer. Geeft
niet, wij willen toch eerst ontbijten. Bij het inchecken hebben we twee
ontbijtbonnen gekregen, omdat we hier twee nachten verblijven. Geen
probleem, vindt de mevrouw bij de ingang van de ontbijtzaal. Nemen we
gewoon het bonnetje van een andere dag in.
Het is al na tienen, dus eigenlijk kunnen we helemaal niet meer ontbijten. Dat het toch mag, hebben we waarschijnlijk te danken aan een Nederlandse toergroep van Baobab, die hier ook net is neergestreken. Het ontbijt vertoont grote overeenkomsten met dat in Moskou: uitgebreid en prima, maar in een enorme en sfeerloze zaal.
Terug naar de kamer. Ook het Baikal-hotel is zo'n typisch Russisch tophotel: qua faciliteiten heeft het alles wat een tophotel zou moeten hebben, maar toch heeft het bij lange na die uitstraling niet. Wij nemen een douche. Voor het eerst in vier dagen. De douche is uitstekend. Verder hebben we deze dag gereserveerd om eens wat rond te kijken in Irkutsk, en om voor morgen een tripje naar het Baikal-meer te plannen. Op pad dus.
Buiten bij het hotel staat een bord met de boottijden. We bestuderen het. Een taxichauffeur, type sjacheraar, komt al op ons af. Hij brengt ons waar we maar heen willen. Raketa. Listvyanka. Wat dachten wij van Listvyanka? Erheen rijden, daar rondkijken, terug rijden. 50 dollar. Wij dachten van niet. Als wij weer bij hem langs lopen is de prijs gedaald naar 40 dollar. Nog steeds maar niet.
Allereerst naar het internet-cafe op de hoek, waar wij het thuisfront op de hoogte stellen van onze belevenissen in de trein. Ook willen we proberen de adresgegevens te achterhalen van Baikalcomplex, een reisbureautje dat trips organiseert op de Circumbaikal, een oud spoorlijntje dat langs het meer loopt. Die trips worden door de Lonely Planet zeer warm aanbevolen, maar LP geeft alleen een telefoonnumer van Baikalcomplex, en geen adres. Van de website van de organisatie worden we echter ook niet wijzer. We gaan maar weer de straat op.
Bij het postkantoor bellen we Baikalcomplex. Langs de muur staat een rij telefooncellen. Aan de mevrouw achter de balie achter glas maak ik duidelijk dat wij een telefoongesprek binnen Irkutsk willen maken. Dat kan. 0,8 roebel per minuut, vantevoren betalen graag. Wij geven 10 roebel. Na drie pogingen en nog eens informeren krijgen we contact met een vriendelijke, netjes Engels sprekende mevrouw. Helaas, de trein rijdt niet op vrijdag. We moeten dus iets anders verzinnen.
We lopen naar het centrale plein van Irkutsk, het Ploschad Kirova. Even hebben we het gevoel dat we de jaren '50 zijn binnengelopen. Een en ander doet ons hier sterk denken aan die typisch vergeelde Sovjet-ansichten met foto's die nog in de jaren '50 gemaakt lijken, wat straatbeeld, auto's, kleding en kapsels betreft. Misschien zijn die foto's dus nog best wel recent. Irkutsk staat bekend als een van de mooiste steden in Siberie. Na een tijdje hier te hebben rondgelopen, hebben we wel heel erg te doen met de overige inwoners van Siberie.
De bedoeling is dat wij nu een busje gaan vinden dat ons naar de haven gaat brengen. Volgens het boekje is dat trolley-bus 5, rijdend langs de noordwest-kant van het plein. Bussen, en vooral mini-bussen, rijden hier af en aan. Na een half uurtje geconcentreerd toekijken hebben we voor ons gevoel zo ongeveer alle nummers onder de honderd al wel langs zien komen. Behalve de 5 natuurlijk. Ook geen trolleybussen trouwens. Navraag bij omstanders levert ook niets op, behalve veel onbegrip.
Dan maar een taxi. De jonge chauffeur zet in op 150 roebel, als hij eenmaal begrepen heeft waar wij heen willen. Dat vinden wij te veel. Hij zakt vlot naar 100. Ik probeer nog 70, maar met te weinig overtuiging. Het wordt 100.
De haven van de passagiersboten is niet erg spectaculair. Wij vragen ons even af of we wel goed zitten. Dat blijkt toch het geval. Op de hoek van het terrein staat een kantoor waar een mevrouw achter het ons inmiddels bekende glas-met-absurd-laag-loket zit. Op de dienstregeling proberen we te ontcijferen wat de mogelijkheden zijn. We willen eigenlijk met de boot naar een dorpje even voorbij Listvankya. Vanuit dat dorpje kun je prachtige wandelingen langs het meer maken, vertelt ons boekje. Het grote bord even buiten ons hotel deed vermoeden dat die boot maar eens per week vaart. Hier lijken ze daar anders over te denken. Drie boten per dag. In haar beste Cyrillisch schrijft Marieke een briefje met startplaats en eindbestemming, de tijden, en "morgen". Ik geef het aan de mevrouw achter de balie. Zij zet haar leesbril op, tikt eens wat in op haar computer, en laat dan een resoluut Njet horen.
Wat nu. Wij proberen dan maar een boot later. Weer een briefje. Weer die leesbril. Getik. Njet. Inmiddels zijn er twee Russische jongens bij gekomen. Als we ons derde briefje inleveren springen ze bij. Eentje spreekt redelijk Engels. Het valt niet mee om op vrijdag of zaterdag een plekje op de boot te vinden, laat de mevrouw achter de balie via hem aan ons weten. Zaterdagmiddag heeft ze heen nog twee plekjes op de boot, terug is er niets. Zondag is het geen enkel probleem. Helaas. Dat is voor ons te laat. Ook met de boot naar het Baikalmeer zit er dus niet in.
We pakken een minibusje terug naar het centrum. Het voordeel is dat er
hier maar één lijn rijdt en er dus geen twijfel
is dat we de goede hebben. Voor de zekerheid informeren we bij het
winkeltje welke kant we op moeten. Er blijkt maar een kant mogelijk. We
stappen in de volgende lijn 16. Ze rijden af en aan. Pas bij aankomst
hoeven we af te rekenen. De rit terug naar Kirova blijkt 4 roebel per
persoon te kosten.
Etenstijd. Uit het boekje selecteren we aanvankelijk een restaurant dat niet meer blijkt te bestaan, om vervolgens terecht te komen in Snezhinka. Zeer smaakvol geheel. Na binnenkomst eerst een soort theesalon, met daarachter nog een klein smaakvol en sjiek ingericht restaurantgedeelte. Daar mogen wij gaan zitten. Er is alleen maar een Russische kaart, maar de serveerster helpt ons graag een handje. Willen wij vlees of vis? Welke vis? Met of zonder saus? Salade erbij? Groente? Wij zijn verrukt als het hoofdgerecht geserveerd wordt. Geheel droge gebakken aardappeltjes. Zonder een greintje vet. En de rest van de maaltijd is ook overheerlijk. Zeker voor Russische begrippen. Verrukt bestellen wij nog een tiramisu en twee keer een cappuccino. Een en ander is nog verrassend goedkoop ook.
Bij gebrek aan andere vervoermiddelen zullen we morgen toch de bus moeten nemen naar Listvyanka. We lopen dus nog even langs het busstation om de mogelijkheden door te nemen. Het wordt de bus van negen uur 's ochtends. Via de toeristische route lopen we terug naar het hotel. De belangrijste attractie in Irkutsk zijn de historische houten huizen, die oorspronkelijk door de Decembristen werden bewoond. De Decembristen zijn een groepje aristocraten die in december 1825 een nogal klungelige poging tot staatsgreep deden, en vervolgens werden verbannen naar Siberie. De huizen zijn mooi en in verschillende stijlen, heel eenvoudig of juist met enorm veel tierelantijntjes. Helaas zijn de meesten in behoorlijk vervallen staat.
We lopen nog een eindje langs de rivier bij zonsondergang. Leuk. Er is een wandelpromenade en in de verte staan een paar muziek- en kroegtentjes. Best nog wel een aardige stad, dat Irkutsk.
We staan vroeg op. Omdat we toch een ontbijtbon te weinig hebben, laten we vandaag het ontbijt schieten. Om acht uur gaan wij met ferme pas naar het busstation, ongeveer een half uur lopen. Het weer belooft weinig goeds. Er hangt een dichte mist en het is behoorlijk fris. Wij hopen maar dat we überhaupt nog iets van het meer te zien krijgen. Wij kopen een kaartje, meer een veredelde kassabon, bij een mevrouw achter het gebruikelijke loket. Keurig legt zij uit hoe laat de bus vertrekt en van welk perron. In het Russisch. We kopen een broodje bedekt met chocola en een Snickers. Ontbijt. Buiten is een ovaalvormig platform waar de bussen stoppen. Buitenlanders vertellen ons dat de bus naar Listvyanka vertrekt van perron 3.
Het is een weinig comfortabele bus. Wij kiezen een plekje. Een jonge Rus laat ons een paar minuten later weten dat dat zo maar niet gaat. Wij zitten op zijn plaats. Op onze kassabon laat hij zien waar wij horen te zitten. Gedwee verhuizen wij.
De bus is vol. Een handjevol buitenlanders, maar overwegend Russen. Onderweg wordt er nog wel eens iemand binnengelaten. De anderhalf uur durende rit naar Listvyanka brengen wij in half-slapende staat door. Er is ook weinig te zien onderweg. Bomen. En mist, veel mist. Of laaghangende bewolking, daar willen wij af zijn.
Vlak voor Listvyanka zien wij onze eerste glimp van Het Meer. En het is niet zo maar een meer. Baikal is zo'n 80 kilometer breed en meer dan 600 kilometer lang. Een stuk groter dan Nederland dus. En vooral ontstellend diep: het meer gaat tot meer dan 1600 meter. Het aantal liters water in het meer bedraagt 23 gevolgd door 15 nullen. Van al het zoete water op de wereld zit 20% in het Baikal meer. Dat is meer dan de vijf grote meren in de VS bij elkaar. Het water is ontstellend helder. Op sommige plekken kan je tot veertig meter diep kijken waardoor je als zwemmer spontaan hoogtevrees krijgt, zo meldt de Lonely Planet. Een van de borden langs het meer beweert dat van al het direct drinkbare water op de wereld er 70% in het Baikalmeer ligt.
Wij treffen het bijzonder met het weer. Op het moment dat we bij het
meer aankomen breekt spontaan de zon door en verwijnt de mist. Het
water ligt er helderblauw bij, in de verte zijn wat bergen. De bus
stopt voor de deur van de lokale VVV. We kopen meteen kaartjes voor de
bus terug. Verder biedt de VVV een rondvaart aan van een uur, heen en
weer naar Port Baikal, 200 roebel per persoon. Onze financiën
zijn wat krap, merken wij nu. Na wat rekenen concluderen wij dat we
Irkutsk nog wel weer halen.
Onze boot vertrekt om 12 uur, we hebben dus nog een dik uur om hier wat rond te neuzen. Eerst bewonderen we het water dat inderdaad onwaarschijnlijk helder is. Dan slenteren we over de markt, waar gerookte vis en souvenirs verkocht worden. Een eindje verderop loopt een straatje flauw omhoog met wat huizen. Vijftig meter verderop is een supermarkt, laat een bordje weten. We lopen een dikke 100 meter in de aangegeven richting. Supermarkt nog 30 meter, staat daar aangegeven. Uiteindelijk bereiken we een klein winkeltje waar we een grote fles water en een zak onduidelijke broodjes kopen.
We slenteren terug naar de VVV, genieten nog eens van het water. Om kwart voor twaalf melden we ons. Er gaan nog een handjevol Russen mee op de rondvaart, plus twee Letten. Of we de gids maar willen volgen. Als we achter op de flinke boot zitten, worden twee Russen door de gids naar voren gehaald. Dan informeert ze bij ons of het goed is als ze nu eerst even voor op de boot haar verhaal in het Russisch vertelt, en daarna bij ons terug komt om haar verhaal in het Engels te doen. Het is goed.
De boot vertrekt. In vrijwel rechte lijn varen we naar Port Baikal. Onderweg genieten we van het water, de uitzichten en de zon. Het is inmiddels stralend weer. Bij Port Baikal maakt de boot rechtsomkeert en komt onze gids ons vergezellen. Vanuit een schoolschriftje leest ze in vrij onverstaanbaar Engels haar verhaal. Het valt ook niet mee. We horen vooral dingen over het Baikalmeer die we eigenlijk al weten. Of het zou moeten zijn dat waar de meeste meren in de wereld 20 tot 25.000 jaar oud zijn, het Baikalmeer maar liefst 25 miljoen jaar oud is. Wij wisten al dat het Baikalmeer heel langzaam steeds groter wordt en uiteindelijk heel Azie doormidden zal splijten en zo een nieuwe oceaan zal vormen. Ook vertelt zij de legende van Baikal's prachtige dochter Angara, overdag blauwer dan de lucht en 's nachts donkerder dan de diepste duisternis, die er echter tot vader's woede met een man vandoor ging. Baikal brak daarop een stuk van een berg af en wierp deze haar achterna. Daarna kwamen vader en dochter weer tot elkaar, maar tot de dag van vandaag ligt er nog steeds een klif in de Angara-rivier die van het Baikal-meer in de richting van Irkutsk stroomt.
Om 1 uur staan wij weer op de wal. Het is warm. In de winter kan het in deze contreien min veertig graden worden en is het meer dichtgevroren, maar de rivier niet. Nu hebben wij de gelegenheid om in het zonnetje te genieten van een kopje cappuccino op het terrasje naast de VVV. De bediening is wat moeizaam. Uiteindelijk haal ik de cappuccino zelf bij de bar binnen. Eigenlijk wilden wij er nog een broodje vis bij, maar dat vindt de mevrouw achter de bar te lastig worden.
Zo langzamerhand neemt het aantal Nederlanders ook al weer toe. John en Joke komen aan ons tafeltje zitten. Met acht Nederlanders hebben ze een taxibusje gehuurd dat hen voor 300 roebel heen en weer naar Listvyanka brengt.
Wij slenteren weer verder. Het duurt nog even voordat de bus terug naar Irkutsk vertrekt, vanavond om 6 uur. Wij lopen een eind langs het water. Het uitzicht is nu beter dan vanochtend, toen we aankwamen. Na een eindje lopen in zuidwaartse richting slaan we rechtsaf naar het eigenlijke dorp. Een handjevol koeien staat te grazen bij een riviertje, met op de achtergrond de heuvels met hier en daar een huisje. Idyllisch geheel. Het lijkt wel een chocolade-reclame. Het dorpje zelf bestaat uit houten huizen, soms flink vervallen, maar met hier en daar ook nieuwbouw. Buitengewoon pittoresk allemaal. We klauteren naar een uitzichtspunt waar nog druk gebouwd wordt aan een kerk. Een familie in een oude Lada staat geparkeerd en bewondert het uitzicht. Verderop is iemand aan een huis aan het werk. "Back in the USSR" schalt uit de draagbare radio.
We keuvelen terug naar het toeristencentrum. Onderweg worden we
ingehaald door een rij toeterende auto's. Uit de voorste steekt uit het
open dak een zwaaiend bruidspaar. Er wordt veel getrouwd in Rusland. We
zitten nog een tijd op een muurtje en maken een praatje met een Engelse
mevrouw die met een tot camper omgebouwd busje vanuit Engeland is komen
rijden. Ze zijn net drie weken in Mongolië geweest.
We nemen weer plaats op het terrasje waar inmiddels live muziek is aangerukt. Een paar Russen maken er later zelfs nog een dansje bij. Het is een dolle boel. Er komt ook weer een bruidspaar langs. Op een houten aanlegsteiger worden foto's gemaakt, waarna het bruidsboeket in het water wordt geworpen. Voor we weer de bus in moeten maken we een laatste rondje over de markt. De Baobab-groep is hier inmiddels ook neergestreken. Zij mogen met de touringcar terug naar het hotel. Onze bus is een kwartier te laat en heeft dezelfde chauffeur als op de heenweg.
Wij slagen er in om nog voor het busstation uit de bus gelaten te worden. Op die manier zijn we dichter bij ons favoriete restaurant. Wij pinnen eerst maar even. Helaas zit ons restaurant al stampvol, dus moeten wij verder. En wij hebben honger. Een paar straten verderop zit het Bierhaus, een restaurant in Beierse stijl. Maar dat is lang niet zo erg als het klinkt. Het is ons vanmiddag door John warm aanbevolen. Toch maar naar binnen. Daar zien wij vier Nederlanders, waaronder John en Joke. Aardig ingericht geheel met veel kleine hoekjes, nisjes en gangetjes waardoor je spontaan verdwaalt als je naar het toilet gaat. Serveersters zijn in origineel Beiers gestoken, en om onduidelijke redenen zijn her en der in het etablissement grote videoschermen opgehangen waar afwisselende TV-zenders zonder geluid vertoond worden. Van de kaart kiezen wij een goulasjsoepje vooraf, gevolgd door een kip gevuld met krab. Groenten en patatten moeten daar nog apart bij besteld worden, waardoor het geheel behoorlijk prijzig wordt. Wel lekker, vooral de kip.
Ik mag met mijn credit-card betalen, en we lopen weer naar huis. Om 11 uur liggen we in bed, het is de hoogste tijd om uit te slapen.
Tijd voor een lethargisch dagje. De wekker gaat om negen uur. Er moet immers wel ontbeten worden. Na het ontbijt pakken we rustig in en doen vervolgens nog een dutje. Om kwart voor twaalf weer wakker, keurig op tijd om uit te checken. Beneden is het een chaos, er is net een flinke groep Fransen aan het inchecken, en er zwerft ook nog een groep Koreanen rond. Als ik mij door de meute gewurmd heb, maakt de mevrouw achter de balie mij duidelijk dat ik de sleutel moet inleveren bij ons etageopzichtster. Terug naar boven. De opzichtster is niet op haar plaats, maar ik weet haar te vinden. Check-out, laat ik weten als ik de sleutel overhandig. Zo moet het maar goed zijn.
Beneden
laten wij onze bagage achter bij de conciërge die 40
roebel voor een grote, en 20 voor een kleine in rekening brengt. Wij
gaan de straat op. Eerst lopen we een eindje langs de rivier en maken
een foto van twee houten huizen aan onze straat, een in
vroeg-Siberische stijl, zeer sober en eenvoudig, en eentje in
laat-Russische stijl, met veel tierelantijntjes. Bij de fontein gaan we
een tijdje zitten niksen. Er komt ook weer een bruidspaar langs. Er
wordt veel getrouwd in Rusland. We lopen verder langs de biertenten,
die op een schiereiland staan, het park in. Best wel mooi hier.
Terug naar het hotel. Aan de zijkant van de parkeerplaats is namelijk een restaurantje gevestigd, Monet, waar wij op het terras een veel te dure en niet zo goede cappuccino kunnen gebruiken. Van binnen is het restaurant klein maar oogverblindend. Vooral het toilet is nogal overweldigend, met een olijvendesign op de vloer, bamboeplakplaatjes langs de wand, een plant en een schemerlamp.
We internetten een uurtje en kopen in een kleine supermarkt wat proviand voor in de trein. Het is inmiddels half vier en het wordt tijd om aan eten te gaan denken. We strijken neer in ons favoriete restaurant, nu in het voorgedeelte, en starten de maaltijd rustig, met een cappuccino. De serveerster neemt weer de menu-opties met ons door. Dit keer kiezen we voor een soepje vooraf, gevolgd door gegrild rundvlees, een salade waar wij dit keer ook stukjes kaas in vinden, en patatten. Helaas is het eten aanzienlijk minder dan eergisteren. De patatten zijn vet en het vlees taai.
Aan het tafeltje naast ons zitten twee Spaanse vrouwen. Ze komen van Menorca en wilden graag naar Mongolië. Daarvoor moesten ze speciaal naar Barcelona op het vasteland: op Menorca bleken geen reisbureaus die dat aankunnen. Ze zijn met de trein vanuit Moskou gekomen en reizen morgen door naar Mongolië, waar ze nog een week blijven. Dan vliegen ze terug van Ulan Bator via Irkutsk en Moskou naar Barcelona, om van daar weer terug te gaan naar Menorca.
We
lopen terug naar het hotel. Er moet nu ernstig gerekend worden of we
nog roebels terug moeten wisselen naar dollars en zo ja, hoeveel.
Uiteindelijk besluiten we het niet te doen: morgenavond moeten we in de
trein immers ook nog wisselen en het schijnt dat je in Ulan Bator ook
roebels kunt
wisselen, al is het strikt genomen niet toegestaan om
roebels vanuit Rusland uit te voeren. Wij halen onze bagage weer op,
reorganiseren het een en ander en wachten op onze transfer naar het
station.
Tien man gaan er namens Tiara mee naar het station. Dat zijn een bus en een taxi vol. De mevrouw van Intourist spreekt goed Duits en brengt ons tot aan de wagon. Wagon 11. In wagon 11 liggen vrijwel alleen maar toeristen. Dat is toch iets van een teleurstelling. Wij hadden toch een beetje gehoopt onze coupé te kunnen delen met van die Mongoolse smokkelaars die het zaakje helemaal volstouwen met hun bagage. We delen onze coupé met John en Joke. Wij liggen weer aan dezelfde kant van de wagon als gedurende de eerste vier nachten in de trein. Dat slaapt wel zo prettig. John raakt meteen al in lichte paniek als hij de restauratiewagon niet kan vinden. Inderdaad. Die is er ook niet.
De trein zet zich in beweging, maar het schiet niet erg op. Overal waar het bestaan van mogelijke passagiers wordt vermoed, stopt de trein, zo lijkt het. Wij hoopten nog voor donker bij het Baikal-meer te zijn, maar zien dat nu duister in. John heeft van een Duitse internet-site de route van de Trans-Siberië express geplukt, waarop elk dorpje, brug en tunnel staat aangegeven. We vermaken ons met het uitzoeken van waar we nu precies zijn, en vooral met het uitzoeken van welke dienstregeling die we in ons bezit hebben, nu eigenlijk de juiste is. Daar komen we nog niet echt uit.
We stoppen bij een station waar aanzienlijk meer vrouwtjes staan te verkopen dan we tot nu toe gewend zijn. Op het menu staat vooral vis. Heel veel vis. Een oud vrouwtje verkoopt zakken met aardbeien. Als Bas vraagt wat die kosten, wordt er meteen een prijs in Amerikaanse Dollars gemeld.
Het is trouwens nog een hele toer geweest om die trein langs het Baikal-meer te krijgen, zo lazen wij in ons boekje. Rond het meer is het landschap grillig en rotsachtig, en in de winter is het hier bitter koud. In eerste instantie werden de treinen door een veerboot over het meer gevaren, begeleid door twee ijsbrekers. Toen in de oorlog tegen Japan in 1904 de noodzaak om meer treinen te laten rijden steeds groter werd, is er in de winter een spoorlijn over het ijs heen gelegd. Maar de eerste trein zakte al door het ijs.
We blijken toch echt in de Transmongolië Boemel te zitten, in plaats van de Express. De reis vordert langzaam. Als het al bijna donker is vangen we toch de eerste glimp op van het Baikalmeer. Het licht in de coupe gaat uit en de deur dicht, zodat we er tenminste nog iets van kunnen zien. We rijden door een pas op 880 meter hoogte, zo lezen we in John’s info. Het spoort slingert door de bergen, af en toe door een tunnel. Tot onze verrukking zien wij een bijna volle maan laag over het meer schijnen. Mooi. Dan is het tijd om naar bed te gaan.
De trein sukkelt voort en ik slaap weer uitstekend en lang. Marieke slaapt een stuk korter. Het landschap is hier een heel stuk boeiender dan op de route Moskou-Irkutsk. Heuvelachtig, met meren, rivieren en tunnels. Ook zijn de kilometerpaaltjes nu duidelijk te zien. Alle wagons achter de onze zijn inmiddels afgekoppeld, waardoor we in het laatste stukje van de wagon niet alleen uitzicht hebben links en rechts van de trein, maar ook naar achteren. Dankbaar wordt er flink gefotografeerd.
Een ander voordeel van deze trein boven de eerste is ook dat de ramen
open kunnen. Erg prettig, want het kan behoorlijk warm worden. In de
vorige trein was wel airconditioning, maar voor ons gevoel werd die op
vrij willekeurige tijdstippen aan en uit gezet. Inmiddels ben ik er
achter gekomen dat John is geboren en getogen in Assen, dus dat levert
weer de nodige gespreksstof op.
Rond half een 's middags bereiken we het Russische grensdorpje Naushki. Er is enige twijfel wat nu de bedoeling is, en hoe lang we hier gaan blijven. De dienstregeling op het station meldt dat we hier om 7:30 hadden moeten aankomen, en om 12:50 weer zouden moeten vertrekken. Dat zou betekenen dat we met als ons geboemel al bijna vijf uur vertraging hebben opgelopen, totdat ik mij realiseer dat alle tijden hier ook nog gewoon in Moskou-tijd staan aangegeven. Dat is ook weer verontrustend, wat dat zou betekenen dat we hier keurig op tijd zijn aangekomen, maar pas vanavond tegen zessen verder rijden.
Net buiten het station is een klein marktje. Voorzichtig lopen we er heen. Heel voorzichtig, want we zijn nog steeds een beetje bang dat de trein straks zo maar zonder ons vertrekt. Aan de houding van onze mede-reizigers is te merken dat zij die angst ook hebben. Wij worden er al iets geruster op als wij wat later zien dat onze trein inmiddels geen locomotief meer heeft. Op de markt wordt vooral kleding verkocht. Twee kraampjes leveren ook proviand voor vermoeide treinreizigers die geen restaurant in hun trein aantroffen. Meteen aan het begin van de markt is de kraam van een vriendelijk oud mannetje die alle vragen van toeristen routineus beantwoord door een bedrag op zijn bureaucalculator in te typen. Wij hebben het gevoel dat het avontuur nu echt begint.
Uiteindelijk strijken wij neer op een bankje in de schaduw met uitzicht op de trein en beginnen we aan een spannend potje schaak dat ons nog een paar uur bezig zal houden. Er zingt een gerucht rond dat er rond vier uur iets zou gaan gebeuren, maar het is niet duidelijk hoe of wat. Op een gegeven moment rijdt onze trein langzaam weg, maar niemand geeft een krimp en dus doen wij dat ook maar niet. Verder rijden er druk lokomotieven heen en weer.
Rond half vier worden wij licht onrustig als er een lange trein gereed staat voor vertrek, met alle provodnitsa's in de houding bij hun wagon. De andere buitenlanders zijn ook uit het zicht verdwenen. Naarstig zoeken wij naar onze wagon, tot we Joke tegenkomen die ons vertelt dat dit onze trein helemaal niet is. Die staat even verderop en bestaat uit nog slechts één wagon. De onze.
Het blijkt dat er inderdaad om vier uur iets gaat gebeuren. Iedereen moet dan namelijk in de trein zitten voor de grote grenscontrole. Regelmatig komt er iemand bij ons binnen, inclusief de provodnitsa, om te controleren of er niet iets of iemand in de bagageruimte boven de gang is gekropen. Verder komt er zo nu en dan een douanebeambte binnen. Die zijn trouwens allemaal opvallend vriendelijk. We mogen een aantal formulieren invullen, over wat wij allemaal uitvoeren en waar of wij heen gaan. Ons paspoort wordt van een vers stempel voorzien en nauwgezet wordt de pasfoto vergeleken met ons eigen hoofd, na het uitspreken van onze voornaam. We krijgen het vriendelijke verzoek om de coupé even te verlaten zodat de heren en dames kunnen controleren of er verder niets verdachts in de coupe te zien is. En of er niemand in de bagageruimte zit natuurlijk.
Om zes uur is de hele proces afgerond en zet de trein zich weer in beweging. We kijken gespannen naar buiten. Naast de spoorlijn is een diepe geul, daarnaast is prikkeldraad gespannen. Ik steek mijn hoofd uit het raam en zie een brug over het spoor met een wachthuisje en een gewapende soldaat. Aan de brug hangt een groot blauw bord met in witte letters in Cyrillisch schrift het woord Mongolia. De grens. Van achteren word ik gemaand mijn hoofd binnenboord te houden. Verrukt zien wij onderweg al de eerste ger-tenten en de eerste paarden.
Niet ver na de brug is de grenscontrole. Het gaat er ontspannen aan toe. Uit een grenshuisje komt een beambte naar buiten. Zijn zoontje huppelt achter hem aan. Dezelfde rituelen als aan de andere kant van de grens herhalen zich. Weer mogen we een stapel formulieren invullen. Dit keer betreft het onder meer een gezondheidsverklaring. Weer komt een vriendelijke mevrouw nauwgezet onze pasfoto's controleren, met min of meer het verzoek om net zo te kijken als op de foto. Later merkt John lachend op dat mevrouw wel ingespannen naar zijn hoofd en naar zijn paspoort zat te turen, maar ondertussen de pagina met zijn visum voor had, niet die met zijn pasfoto. We krijgen weer een stempeltje. Al met al heeft de Mongoolse controle minder om het lijf dan de Russische.
We zijn inmiddels in Sükhbaatar, de Mongoolse grensplaats. De
trein wordt bestormd door geldwisselaars met grote pakken Mongoolse
Tögrög die bereid zijn om ons van onze laatste
roebels te verlossen. Er wordt een koers gequote van 35
tögrög per roebel. Een kleine check op mijn
handcomputertje leert ons dat dat een hele nette koers is. Wij lozen
onze roebels. De euro's en dollars houden we zelf.
Ook in Sükhbaatar hebben we weer enige tijd stuk te slaan. Maar dat vinden we niet erg. We kijken onze ogen uit nu we eindelijk Mongolië bereikt hebben. De totale stoptijd hier bedraagt 155 minuten volgens de dienstregeling die we inmiddels op de gang ontdekt hebben. We lopen een rondje en worden overal haast met open mond aangekeken. Ik maak een foto van twee Mongoolse kindertjes die op straat zitten te spelen. Sükhbaatar is een relatief moderne stad. De architectuur doet hier en daar wat Sovjet aan. Dat is ook geen wonder, want Mongolië was al in het begin van de jaren '20 het eerste land dat onder de invloed van de Sovjet-Unie kwam. Destijds vergrootten de Chinezen hun invloed op Mongolië, tot grote irritatie van de Mongolen. De Mongoolse machthebbers zochten vervolgens de hele wereld af, op zoek naar bondgenoten in hun strijd tegen de Chinezen. Alle westerse landen lieten het afweten, de Sovjet-Unie was wel bereid een handje te helpen.
Vlak voor het station is een kleine markt waar een aantal vrouwen iets verkopen. Vanuit een thermosfles wordt ons een zakje dumplings aangeboden, nog loeiheet. Doen we. Ze blijken gevuld met rundvlees. Later kopen we nog vier koeken.
Om een uur of half negen vertrekt onze trein weer. Er zijn flink wat wagons aangekoppeld die volledig gevuld zijn met Mongolen. Er komt een jaren '50 busje het perron opgereden dat van het Rode Kruis blijkt. Een man met verband om zijn hoofd stapt uit en strompelt de trein in. Waarschijnlijk op weg naar het ziekenhuis in Ulan Bator.
Zolang het nog kan bewonderen wij het Mongoolse landschap. De samenstelling van onze wagon is ongewijzigd. Als het donker wordt gaan we slapen. Het is morgen weer vroeg dag.
Om tien over zes komt de trein aan in Ulan Bator. Een uur vantevoren worden we gewekt door dezelfde provodnitsa die ons nog immer begeleid. Wij zijn op onze hoede, want de reisorganisatie waarschuwt voor zakkenrollers op het station. Buiten de trein staat al iemand met een bordje met de naam en het logo van Tiara te wachten. Een groepje Nederlanders verzamelt zich om hem heen. Die groep is gedurende de reis steeds groter geworden. Een deel van de aanwezigen moet naar het Peace Bridge Hotel worden gebracht. Bas, Brenda en wij wachten op een transfer naar een gerkamp. Eerst gaan we naar het hotel, laat de gids weten.
In no-time zijn we bij het hotel. Alles verloopt aangenaam vlotjes. Bij het hotel blijkt men ons ook met bagage uit het busje te willen hebben. Het hotel ziet er oogverblindend sjiek uit, al zal het ongetwijfeld veel Sovjet-trekjes vertonen. Wij mogen gaan zitten in de lobby en neuzen wat rond. Een foldertje van het hotel meldt trots in ietwat gebroken Engels dat het hotel in staat is om 50 gasten te huisvesten. Tegelijkertijd. Verder wordt ons een massagebad beloofd voor als wij hier over een dikke week ook mogen overnachten.
De mensen die hier achterblijven, checken in. De gids vertelt ons dat wij over veertig minuten, weer met het busje worden afgehaald. De logica van een en ander ontgaat ons nog een beetje, maar wij wachten rustig af. En blijven rustig afwachten. Het is al kwart over acht als er weer een busje voor de deur staat. Met onze gids en een enorme zwerm toeristen. Tot onze schrik constateren wij dat dit allemaal mensen van Tiara zijn. Een aanzienlijk grotere groep dan de onze. Ik vraag onze gids vriendelijk doch dringend wanneer wij nu eindelijk toch eens naar dat ger-kamp gaan. Het is namelijk al ruimschoots half negen geweest. Een aantal nieuwelingen, die blijkbaar ook naar het ger-kamp gaan, willen nog wel een douche nemen. De gids vindt dat aanvankelijk prima, en stelt voor dat we dan om negen uur vertrekken. Daar denken wij duidelijk anders over. Bas weet de man te overtuigen dat het toch ietwat oneerlijk zou zijn om ons nog eens een half uur te laten wachten. De gids is overtuigd.
We worden overgedragen aan een jonge Mongool, Odi. Hij begeleidt ons naar ons ger-kamp, Oyn Bulac. Maar eerst gaan we naar een bank om geld te wisselen. Als we al bij de bank zijn, blijken er mensen die nog roebels moeten lozen. Deze bank wisselt geen roebels. Geen punt, gaan we naar de bank aan de overkant, die dat wel doet. Wij wisselen nog wat roebels. Er blijken iets meer dan 1400 tögrög in een euro te gaan.
Dan gaan we nu echt naar ons ger-kamp. We hebben zelf geen flauw idee
waar dat is, maar de vorige gids heeft laten weten dat dat een half uur
rijden van het hotel is. Na een eindje rijden zijn we buiten de stad en
komen we in meer heuvelachtig gebied. Iedereen heeft zijn erf hier
afgescheiden met een houten hek. Nog wel behoorlijke lappen grond,
trouwens. Midden op zo'n lap staan, vrij willekeurig, ger-tenten of
echte huizen. Dat is een merkwaardig gezicht, zo door elkaar. De huizen
zijn vaak uitgevoerd in felle kleuren, waardoor het geheel er wat
Scandinavisch uit ziet.
De reis gaat maar door. De bebouwing wordt steeds schaarser. Hier en daar loopt er een koe over de weg. We gaan van de geasfalteerde weg af en komen op een nogal hobbelig zandpad. Hier en daar is de weg gedeeltelijk opgebroken. Verkeersborden wijzen ons keurig welk gedeelte van het zandpad we moeten volgen. Wij beginnen ons ernstig af te vragen hoe we nog ooit weer in Ulan Bator terug kunnen komen. We rijden over een provisorisch houten bruggetje over een beek. Dan komt, na bijna een uur rijden, eindelijk het bevrijdende bordje Tourist Ger Camp. Daar moeten wij vast zijn.
We rijden het terrein op, langs een vervallen gebouwtje. Dat zijn onze douches, laat Odi weten. Nee hoor, grapje. Later blijkt de grap dat hier helemaal geen douches zijn. Op een grasveld staan een stuk of twaalf ger-tenten. In een ger, vertelt Odi, is plaats voor vier mensen. Wij zijn met z'n tienen. Dat betekent 2 tenten van 4, en 1 tent met 2 mensen. Er zit een Nieuw-Zeelands echtpaar van middelbare leeftijd in de groep, Tony en Judith. Ook zij hebben bij Tiara geboekt. Nadat ze besloten hadden met de Transmongolië Express te gaan, hadden ze eens op internet gezocht en kwamen zo bij deze organisatie terecht. Tony en Judith mogen in de tweepersoonsger. Wij delen een ger met Bas en Brenda. Odi meldt dat er een mogelijkheid bestaat om morgen heen en weer naar Ulan Bator gereden te worden. Of we daar belangstelling voor hebben. Daar hebben we zeker belangstelling voor.
Een ger, de officiële Nederlandse benaming is yurt, is de traditionele woonvorm van de Mongolen. Het is een grote ronde vilten tent, bestaande uit een houten ondergedeelte van een slordige anderhalve meter hoogte, van waaruit houten latten naar het middelpunt boven in de nok van de tent lopen. Om dat frame is vilt gespannen. In het midden van de ger staat de verwarming, een op hout gestookt kacheltje. Een schoorsteen precies in het midden van de ger leidt de rook naar buiten. De deur van de ger staat altijd op het zuiden. In onze ger staan vier bedden langs de rand opgesteld. Verder hebben wij de beschikking over een tafeltje met vier houten krukjes.
Eerst maar eens naar het toilet. Naast de oprijlaan is een rose gebouwtje met een toiletruimte die er best wel echt en westers uit ziet. Waterleiding is hier niet, maar dat wordt opgelost met een grote tank vol water die achter het toiletgebouwtje hangt. In onze ger is ook iets van een wasvoorziening. Meteen links naast de voordeur hangt stoer een heuse wastafel. Waterleiding is hier echter ook niet. In het afvoerkastje onder de wastafel is een gapend gat waaronder een emmer is opgesteld. Boven de wastafel hangt iets wat nog het meeste weg heeft van een plastic stortbak. Als op het palletje aan de onderkant duwt, komt er water uit. Is de bak leeg, dan vul je hem gewoon weer bij.
Het is bitter koud in de ger. Buiten is het bewolkt. Nadat wij ons
geïnstalleerd hebben komt een vriendelijke mevrouw in onze
tent om onze kachel aan te maken. Als ze weg is, doen we meteen de deur
maar weer dicht, zodat het tenminste een beetje warm wordt. Inmiddels
hebben we ook ontbijt besteld. Een man komt ons keurig vier kop en
schotels brengen, met vier theezakjes rozebottelthee. Warm water hebben
we al, in Chinese stijl, in een flinke thermosfles. Wat later wordt
brood gebracht, een gebakken eitje, wat plakjes worst, boter en jam.
Inmiddels is de temperatuur in onze ger flink opgelopen. Wij houden het niet langer. Onze ger wordt omgedoopt tot sauna-ger. Wij doen toch de deur maar weer open. Na het ontbijt zijn wij vooral erg moe, maar in de tent is het te warm om te kunnen slapen. Dan maar een wandeling. Eigenlijk hadden wij voor vanmiddag een lunch besteld, van een keurig geplastificeerde menukaart. Maar we bleken de enige liefhebbers, en het is ons niet helemaal duidelijk of de lunch nu nog door gaat. De keuken, in een gebouwtje tegenover het toilethok, ziet er gesloten uit. We gaan er dus maar van uit dat die lunch er niet meer in zit.
Het kamp blijkt prachtig te liggen, in de heuvels, tussen de naaldbossen en andere vakantiekampen. Wij zakken af in de richting van een dorpje een paar honderd meter verderop. Er moeten namelijk inkopen gedaan worden. We lopen langs een paar koeien en een paar Mongoolse kinderen. Bij de beek staat een man met zijn zoon. Met behulp van onze Mongoolse taalgids slagen wij er in hem te vragen waar er hier een winkel is. De man wuift in een richting. We lopen die kant op.
We hebben de smaak te pakken en vragen nog maar eens iemand naar de winkel. Delgüür in het Mongools, zo weten wij inmiddels. Spreek uit: d'Al Gore. Wij worden weer een kant op gewezen. Boven een op het eerste gezicht willekeurig huis hangt een bord met twee woorden waarvan we het tweede herkennen als delgüür. Merkwaardig. Ziet er niet uit als een winkel. Voorzichtig doen wij de deur open. Het is een winkel. Achter de balie staat een vriendelijke mevrouw klaar om onze order op te nemen. Wij kopen een grote fles water, twee noedelsoepjes en een grote zak koekjes. Mevrouw heeft haar bureaucalculator al tevoorschijn gehaald en rekent ons voor dat de totale schade een dikke anderhalve euro bedraagt.
We lopen terug in de richting van het kamp en worden achtervolgt door vier kinderen op drie fietsjes. We nemen de afslag net voor die naar ons kamp voor een boswandeling bergopwaarts. Inmiddels hebben we een strakblauwe lucht en is het warm. Op de berg staat een groot beeld van een eland. We hebben een prachtig uitzicht over de heuvels in de omtrek, dicht begroeid met naaldbossen. In de verte liggen wat dorpjes.
We lopen verder. Op het hoogste punt van de berg staat iets wat er uitziet als de basis voor een flink kampvuur. Het is een ovoo, vermoeden wij. Een traditioneel Mongoolse pyramide met religieuze doeleinden. Iedereen die hier langs komt gooit er iets op. Verderop komen we op een tweede heuvel. Ook daar staat een ovoo op de top. Het pad leidt nu naar beneden en wordt steeds dichter begroeid. Na nog een eindje lopen is het pad nauwelijks nog als zodanig te herkennen. We maken rechtsomkeert. Bij de eerste ovoo houden we een pauze. Onze lege waterfles plaatsen wij in de ovoo om vervolgens, zoals de traditie het wil, drie keer met de klok mee om de toren heen te lopen.
We zakken verder af. Vlak bij ons kamp proberen we nog een ander pad in te slaan, maar daar wordt de weg al snel afgesneden. Hier is Eigen Terrein, zo maakt een groot hek ons duidelijk. Even verderop zien we inderdaad een paar gers staan. Met satellietschotel.
Terug naar het kamp. Het vuur in de kachel is gedoofd en de temperatuur in onze ger is nu aangenaam. Een meisje van het kamp komt verschrikt langs om te informeren waar wij waren toen ze onze lunch wilde serveren. Wij excuseren ons en betalen netjes de rekening. Onze bestelling voor het diner wordt meteen ook opgenomen. Wij maken een praatje met de buren. We horen dat er een aantal koeien is langs geweest, waarvan er eentje de tent van Tony en Judith is ingelopen.
We gaan op ons bed liggen om wat te lezen, te slapen en te hangen. Om
half zeven toch maar weer op. Straks komt de maaltijd. Net als
vanochtend wordt die geserveerd bij de tent. Net als de buren slepen we
ons tafeltje en krukjes naar buiten. Onze maaltijd bestaat uit een
rundvleessoepje met noedels, gevolgd door wat rijst met vlees en
groente. De yoghurt na is overheerlijk.
Het is hier net een echte camping. Zo hebben wij ook een volleybal-veld. 's Avonds wordt er dus gevolleybald met onze buren: Kim, Alex, Martijn en Esther. Kim en Alex zijn net begonnen aan een wereldreis die negen maanden gaat duren. Er is hier zelfs een bar. Ziet er wel knus uit. Aan weerszijden staan tafels met plaats voor vier mensen. Uiteraard hangt er een opgezette elandkop aan de muur. Aan de bar kopen we een pak sinaasappelnectar die wij voor de tent opdrinken.
Tijd om naar bed te gaan. Wij doen verwoede pogingen om ons vuur weer aan de praat te krijgen. Dat lukt niet erg. Uiteindelijk wordt er maar iemand van het personeel bij gehaald. Die komt met een handvol dunne houtjes, waarna ook de grote vochtige blokken vlam vatten.
Misschien was het toch niet zo'n goed idee om vlak voor het slapen gaan de kachel op te stoken. Nu is het erg warm. Ik heb er zelf niet zo'n last van. Ik val, zonder lakens en dekens, als een blok in slaap, en als ik de volgende ochtend weer wakker word lig ik keurig onder de dekens.
Vandaag hebben we ons uitje naar Ulan Bator. Dat betekent vroeg op. We worden om acht uur afgehaald. Voor vandaag hebben we het ontbijt dan ook maar laten zitten. Als wij om acht uur keurig klaar staan om te vertrekken, is het busje er nog niet. Eigenlijk hadden we ook niet anders verwacht, want de Lonely Planet heeft ons al gewaarschuwd dat de tijd die Mongolen hanteren zo ongeveer de werkelijke tijd is plus twee uur. Als dat klopt, zouden we tot tien uur moeten wachten. Wij wachten rustig af. Even na negenen ontwaren wij een stofwolk een eind verderop. Dat zou ons busje kunnen zijn. Dat blijkt inderdaad het geval.
Odi is ook weer mee, plus dezelfde chauffeur die ons gisteren ook reed. Wij nemen plaats en genieten aanzienlijk meer van de rit dan wij gisteren deden. Het is vandaag een mooie dag, met een strakblauwe lucht. Gisteren was het om deze tijd nog behoorlijk bewolkt. Onderweg blijkt de financiële afhandeling van deze taxirit nog geregeld te moeten worden. Odi laat namens de chauffeur weten dat de kosten van deze rit 5 dollar per persoon bedragen, enkele reis, af te rekenen in lokale valuta. Wij vinden dat duidelijk te duur. Uiteindelijk worden we het eens op 5 dollar retour. Er wordt meteen afgerekend.
Rond tienen worden we afgezet op het grote plein van Ulan Bator, het Sukhbaatar plein. Om half negen worden we op precies dezelfde plek weer afgehaald, stelt Odi voor. Wij zijn er niet helemaal gerust op dat dat goed gaat komen. Uiteindelijk krijgen we Odi's mobiele nummer. Bij het winkeltje waar we zijn afgezet kunnen we bellen.
Het is rustig op het plein. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele stad. Ulan Bator doet aan als een rustig provinciestadje, met brede wegen, maar vrij weinig verkeer. Verrassend schoon ook. En ook rustig verkeer, omdat hier, anders dan in China, nauwelijks getoeterd wordt. Er is ook veel bedrijvigheid in de stad. Her en der worden dingen verkocht en bestaat vooral de mogelijkheid om te telefoneren. Komisch gezicht. Mobiele telefonie is blijkbaar in opkomst in Mongolië, maar toch nog niet heel erg. Als gevolg daarvan staan overal mensen met telefoons waar je tegen betaling gebruik van kunt maken. Gewone, normale grote telefoons waar aan de achterkant een antenne in is gestoken.
We nemen afscheid van de groep en gaan op pad. De eerste attractie die
vandaag op ons programma staat is het Gandantegchinlen Khid klooster,
het grootste boeddhistische klooster van de stad. Merkwaardig genoeg
hangt een groot deel van de Mongolen het Tibetaans Boeddhisme aan, om
historische redenen. Het klooster is aan de rand van het centrum. Wij
nemen niet helemaal de kortste weg, maar komen er uiteindelijk toch.
Het klooster heeft een flinke oprijlaan, met een asfaltweg aan weerskanten en een stuk niks in het midden. Langs de weg staan winkels, vooral gericht op de pelgrims die hier komen. We zien Tibetaanse gebedsdoeken wapperen, komisch genoeg op een Mongoliaanse ovoo.
We bekijken eerst het wat kleinere klooster rechts van de ingang. Er lopen hier aardig wat Japanners rond, maar die zijn ook allemaal boeddhistisch, dus dat draagt wel bij aan de sfeer. De kale Japanse monniken in grijs habijt staan enthousiast met hun digitale camera foto's te maken. Het klooster is niet heel erg mooi afgewerkt. De daken en gebouwen zien er eenvoudig, soms relatief amateuristisch uit. Maar dat heeft ook wel weer zijn charme. We lopen binnen in een klooster waar monniken bezig zijn met een ceremonie. Ze zitten in rijen, allemaal met hun gezicht naar het midden. Voor ze ligt een tekst in Tibetaans schrift, die wordt gezongen. Merkwaardig genoeg zingt men hier met normale stem, en niet zo extreem laag als in Tibetaanse kloosters de gewoonte is.
We lopen rond. Langs de zijkant van de ruimte veel gekleurde doeken en yakboterbeelden. Eenmaal weer buiten lopen we naar een ander gebouwtje waar ik muziek uit hoor komen. In een kamertje ergens achter blijkt een monnik op een strijkinstrument te spelen. Met een betrapte blik ruimt hij zijn instrument op als hij ons om de hoek ziet gluren.
We gaan naar het hoofdgebouw dat groot en wit opdoemt. Er zijn al meer Nederlanders. Reizigers van Tiara die een excursiepakket hebben geboekt zijn net hier aangekomen. We maken een praatje met twee van hen. Binnen in de tempel staat een enorm goudkleurig boeddhabeeld. Migjid Janraisig. Volgens de Lonely Planet mag er hier in de tempels niet gefotografeerd worden. Aan een monnik met een officieel bordje vraag ik het voor de zekerheid nog eens. Drie euro, antwoordt hij meteen. Kijk, daar valt mee te praten. We lopen eerst eens uitgebreid om het beeld heen om te kijken of een en ander de moeite waard is. Als we rond zijn, besluiten we het te proberen. Ik geef de monnik in kwestie meteen maar 5000 tögrög, onze bijdrage aan de instandhouding van het klooster, en sla aan het fotograferen. Niet veel later komt een andere monnik enigszins geagiteerd op mijn schouder kloppen. Ik moet betalen voor foto's. Ho eens even, gebaar ik, ik heb al betaald. De monnik begint harder te kloppen. Ik ga onverstoorbaar verder. Hij verdwijnt. Na het schieten van mijn plaatjes krijg ik van de hoofdmonnik alsnog een fotobonnetje. Aha. Vandaar de verwarring. Op het bonnetje staat keurig dat het maken van foto's 1 dollar kost en dat wij 5000 tögrög hebben betaald.
Inmiddels hebben wij enorm honger. We lopen de oprijlaan van het
klooster af en kijken nog even in de souvenirshop voor pelgrims. Daar
hebben ze leuke kleine schilderijtjes van uw favoriete Buddhistische
figuur. Even verderop staat een groot reclamebord voor
hotel-cafe-restaurant Baigal, net om de hoek. Daar gaan we heen. Het
geheel ziet er wat vervallen en verlaten uit. Toch maar proberen. Aan
de zijkant van de hal zit het restaurant dat helemaal leeg is, maar er
komt al een mevrouw met een menukaart aan. Blijkbaar kun je hier dus
toch eten. We blijken verzeild in een heus Chinees restaurant. Als we
de gemengde groente bestellen, hoor ik de serveerster eerst iets zeggen
in de richting van "mei you", Chinees voor "dat is er niet". Aha, een
Chinese. Ik gooi meteen mijn paar Chinese woordjes in de strijd. Ze
klaart helemaal op.
We bestellen een bakje groente dat wel op voorraad is, zoetzure kip en twee noedelsoepjes. Het eten komt ook in diezelfde volgorde. De groente kunnen wij niet thuis brengen, maar lekker is het wel. De zoetzure kip blijkt een enorme berg vlees te zijn. Erg lekker, maar op zich al genoeg voor een complete warme maaltijd voor ons tweeën. De soep komt ook in behoorlijke porties. Wij kunnen lang niet alles op. De totale rekening bedraagt zeven euro.
We lopen verder, terug richting centrum. Het centrum van Ulan Bator is niet heel ingewikkeld, met rechte straten die loodrecht op elkaar staan. We komen langs het State Department Store, een flink warenhuis dat vroeger staatseigendom was, maar inmiddels is geprivatiseerd. Op de vijfde etage is de grootse souvenirwinkel van Mongolië, zo belooft een groot reclamebord binnen. Daar moeten wij dan maar een kijkje nemen.
Op de vijfde etage valt inderdaad heel wat te halen. Veel kitsche troep, maar de miniatuur gertentjes vinden wij wel aardig. En de oprolbare vilten schaakspelen al helemaal. Wij neuzen eens uitgebreid rond. Bij de gertentjes snelt een medewerkster behulpzaam toe. Ze laat zien hoe een bepaald type gertent ook nog geinige binnenverlichting heeft. Vinden wij ook leuk. Wij willen er wel drie. Zenuwachtig glimlachend gaat het meisje snel op zoek naar drie exemplaren. Rood graag. De batterijtjes vist ze uit andere gertenten die ook op de plank staan. Het is wat zoeken en combineren, maar dan zijn onze drie ger-tenten compleet. Ik doe er ook nog twee kleintjes bij. Nu hebben wij nog een klein probleempje. Ons geld is bijna op. Kunnen we hier ook met credit-card betalen? Nou, dat kan eigenlijk niet, antwoordt het meisje behulpzaam, maar bij de balie aan de ingang van de etage kunnen we wel Mongools geld opnemen met onze credit-card. Dat is prima. Maar eerst willen we nog even verder kijken. Bij de schaakspelen. Oh, maar dat is een andere afdeling. Dan houdt zij onze tentjes wel even bij zich.
Een ander meisje, ook al heel vriendelijk, helpt ons bij de schaakspelen. Ze staan achter glas. Die ene die wij zo mooi vinden, en waar wij er wel twee van willen, daarvoor moet ze ons helaas teleurstellen. Uitverkocht. Het enige wat er nog is, is het showmodel, en die wordt niet verkocht. Dan die andere maar. Daar is er nog maar eentje van. Ze rommelt nog eens in het kastje onder de vitrine. Ja. Nog maar eentje. Het meisje schrijft een bonnetje uit, op vertoon waarvan we bij de kassa kunnen afrekenen. Wij lopen naar de kassa. Even wachten, want het meisje van de kassa is er momenteel niet. Hee, je kunt hier ook met je credit-card betalen, zo zien wij op een sticker staan. Het meisje, als ze er eenmaal is, beaamt dat. Maar dat is handig, want dan kunnen we ook meteen onze tentjes met credit-card afrekenen. Terug naar het meisje met de tentjes. Wij willen van haar ook graag een bonnetje, zodat we dat ook op de kaart kunnen zetten. Nee sorry, is het antwoord. U kunt hier niet met credit-card betalen. Ja maar, de schaakspelen....!? Nee, antwoordt het meisje behulpzaam, de schaakspelen, dat is een andere afdeling. En op die afdeling kun je wel met credit-card afrekenen. Wij begrijpen het helemaal.
Inmiddels is het meisje van de schaakspelen ook alweer op ons afgehold. Slecht nieuws. Er ontbreken twee stukken van het door ons gewenste schaakspel. Teleurstelling. Een ander meisje snelt toe. Ergens van onder in de kast wordt een van beide stukken opgeduikeld. De andere volgt snel daarna. Wat een opluchting. We kunnen onze transactie weer voortzetten.
We gaan dus eerst maar weer naar een andere balie om geld op te nemen van mijn credit-card. Even wachten, want het meisje van het wisselkantoor is er momenteel niet. Wat later komt ze aansnellen. Sorry! Geeft niet. Wij hadden begrepen dat wij hier tegen geringe provisie Mongools geld kunnen opnemen. Dat blijkt inderdaad te kunnen. Tegen 3.5% provisie. Vinden wij prima. Wij nemen twee ton op, voor aftrek van kosten. Met dat geld kunnen we weer naar de kassa om onze schaakspelen af te rekenen. We krijgen een bonnetje op vertoon waarvan we het schaakspel weer bij het meisje kunnen afhalen. Daarna kunnen we naar het meisje van de tenten, om daar contant af te rekenen.
We lopen door richting centrum. Ons volgende agendapunt is het historisch museum. Bij de ingang koopt Marieke een boekje over Mongolië dat we in de State Department Store al zochten. Het museum vertelt ons alles over Mongolië tussen 5000 voor en 2000 na Christus wat wij altijd al hadden willen weten. Regelmatig zijn er ook bijschriften in het Engels, al wordt dat in de loop van de tijd steeds minder. Leuk is het overzicht van alle klederdrachten van alle volken in Mongolië. Ook aardig zijn de kopieën van de brieven die middeleeuwse khans naar de paus en naar andere buitenlandse machthebbers hebben gestuurd. Verder staat er een ger-tent integraal opgesteld. Het overzicht van de twintigste eeuw bevat een enorme hoeveelheid foto's van Mongoolse beroemdheden en elk niemendalletje dat ze maar in hun bezit hebben gehad: brillen, boeken, schooltassen, pijpen.
Grote borden geven in grote lijnen de ontwikkelingen van de twintigste eeuw in het Engels weer. De teksten zijn opvallend neutraal over de communistische periode, al wordt nog wel gewezen op het enorme aantal slachtoffers van de zuiveringen. Voor de economen onder ons is het vooral aardig om het bord te lezen waarop wordt uitgelegd dat in een systeem waarin iedereen hetzelfde salaris kreeg, mensen toch gemotiveerd werden door onderscheidingen en door in het openbaar geprezen te worden. Niet iedereen in Mongolië woont in een ger-tent, zo lezen wij. In de grote steden zijn appartementencomplexen met een wonderlijk mengsel van sovjet-invloeden en westerse spullen.
We lopen door naar het plein, dat er al net zo desolaat en verlaten bij
ligt als de rest van het land. Ergens midden op het plein staat een
standbeeld van een man op een paard. Verder is hier een mausoleum dat
er exact zo uitziet als dat van Lenin in Moskou. En ook als dat van Ho
Chi Minh in Hanoi trouwens. Bij het beeld zetten Mongolen elkaar op de
foto. Even verderop, in een hoekje met wat schaduw, zitten mannen te
dammen. Daarnaast kunnen we door handlezers en waarzeggers onze
toekomst laten voorspellen.
Tijd voor een terrasje. Het zonnig en warm. Ulan Bator beschikt over hele aardige terrasjes en restaurantjes. Wij vleien neer op een terrasje met houten banken en tafels, waar momenteel geen buitenlanders te bekennen zijn. Het vlees ligt al te sudderen op de barbecue. Wij beperken ons tot iets wat op de Engelstalige kaart wordt omschreven als sinaasappelsap, maar een halve literfles Multivitamin blijkt te zijn. Lekker. Samen betalen we een euro. Aan de overkant zit een kleine tweedehands boekwinkel met buitenlandse boeken. Buiten wat te dure reis- en taalgidsen en plattegronden is er weinig bijzonders te vinden. Behalve dan een exemplaar van het tekstboek Microeconomic Theory van David Kreps.
We gaan op jacht naar een internetcafe. Volgens het boekje zitten er hier twee, maar wij kunnen ze niet erg vinden. Marieke gaat naar het toilet bij een terrasje waar we ook een aantal anderen van onze groep aantreffen. Het blijkt hier een Duitse bakker. We vragen de anderen naar een internetcafe en kopen wat Kaiserbroodjes en twee Berliner bollen. Uiteindelijk vinden we ook het internetcafe en hebben we nog net genoeg tijd om onze weblog bij te werken.
McDonald's is nog niet tot Ulan Bator doorgedrongen, maar vlakbij het plein is wel een lokale variant gevestigd. Wij hebben nog net tijd om een hapje mee te pikken. Er wordt hier wel fastfood op z'n Sovjets geserveerd. Het duurt allemaal dus even. Bij een mevrouw achter de kassa, geen haast, geven we de bestelling op. Twee appelsalades. Gelukkig is er een Engelse kaart. Vervolgens worden we doorverwezen naar een mevrouw achter de belendende balie. Ook al geen haast. Die laat op haar beurt de kok weer weten dat wij twee appelsalades willen. Als wij eenmaal aan de beurt zijn natuurlijk. De kok schept uit een bak appelsalade twee schaaltjes vol. Onze appelsalade bestaat volledig uit appel, plus nog een of andere mayonaise er door heen. Toch wel lekker.
Keurig op tijd zijn we terug op het plein. We zijn niet de eersten. Tony en Judith, onze Nieuw-Zeelandse medereizigers, staan al klaar. Op haar aanraden kijken we nog even bij een winkeltje waar schoenen en levensmiddelen worden verkocht. De mevrouw achter de kassa denkt commercieel en raadt ons spontaan wat typisch Mongoolse specialiteiten aan. Wij trappen er in en kopen ook nog wat ander proviand.
Tot ieders enorme verbazing is het busje slechts acht minuten te laat. Verheugd begroeten wij de chauffeur. In een krap uur rijden we weer terug naar ons gerkamp. Daar blijken we inmiddels gezelschap te hebben gekregen van een flinke groep Nederlanders. Dezelfde die we gistermorgen ook al in het Peace Bridge Hotel aantroffen.
Vandaag is het een algehele en volledige rustdag. Morgen vangen we onze expeditie door de Gobi aan. Eerst slapen we uit. We hebben ons ontbijt besteld om 10 uur, net als Kim en Alex. Onze eigen tentgenoten zijn al vroeg op, want die gaan op excursie in Terelj. Het ontbijt wordt vandaag geserveerd in een grote ger-tent die op een heuvel staat. Het blijkt de restaurant-ger, met zitplaatsen voor een kleine veertig mensen. Anderen hebben hier het ontbijt al gebruikt. Voor ons is er nog een klein donker hoekje over waar de borden nog schoon zijn.
Het gaat allemaal wat traag vandaag. Na het ontbijt is het tijd om een wasje te draaien. Het waait flink, dus dat moet in no-time gedroogd zijn. Verder hebben we nu rustig de tijd om te douchen. Niet dat hier echt een douche is, maar in het herentoilet hebben we inmiddels een douchecabine ontdekt met een douche waar een sijpelstraatje koud water uit komt. In onze thermosfles zit heet water, als je dat in een emmer giet en er wat koud water uit de douche bij doet, dan heb je toch iets van warm water dat je in de douchecabine over je heen kunt gooien.
Rond enen is het alweer tijd voor de lunch. De lunch blijkt geserveerd te worden op een picknick-plek met houten bankjes en een tafel net naast de restaurant-ger. De kleine dertig verse Hollanders die hier gisteravond zijn aangekomen, rechtstreeks uit het hotel in Ulan Bator, zijn nog druk bezig met hun excursieprogramma. Samen met hen mogen wij de lunch genieten. Die bestaat uit drie vette gefrituurde appelflappen gevuld met vlees, onder Mongolen beter bekend als khuurshuur, met nog wat groente plus een kop thee en een flesje water. Ik heb wel eens lekkerder gegeten, maar de rest schijnt het een uitstekende maaltijd te vinden.
Een groot gedeelte van de middag brengen wij door met het zitten lezen op onze krukjes onder een parasol even voorbij het volleybal veldje. We maken meteen van de gelegenheid gebruik om ons verblijf in China nader in te plannen, met behulp van de Lonely Planet China die we van onze wereldreizigers hebben geleend. 's Avonds om zeven uur eten vrijwel alle Hollanders gezamenlijk in de restaurant-ger. Er is vandaag een speciale maaltijd voor ons bereid. Gebarbecued schaap. En daar laat men hier geen gras over groeien. We zijn hier met 36 man, dus dat schaap is vakkundig in 36 gelijke stukken gehakt, waarvan wij er allemaal eentje op ons bord terug vinden, zo lijkt het. Met bot en al, uiteraard. Verder bestaat de maaltijd uit twee bolletjes rijst met een smaakvol toefje tomatenketchup, en een klein beetje groente. Wij zijn niet onverdeeld enthousiast. Na afloop laat de kampbeheerster trots weten dat dit een traditionele Mongoolse maaltijd was die speciaal wordt voorgezet aan zeer vereerde gasten. Na afloop nemen we bij ons voor de tent met een stel anderen nog maar zo'n bakje overheerlijke yoghurt.
's Avonds gaan we met een paar mensen naar het cafe voor een spelletje. Wij maken voor de tweede keer vandaag gebruik van mijn nieuwe schaakspel.

