Vanochtend staan we meedogenloos vroeg op. Om even na kwart over vier stappen we in de auto. Het is nog donker en mistig op dit uur. De eerste etappe van de reis voert ons naar Haarlem, naar een vriendin van Marieke, die ons op haar beurt weer naar Schiphol zal brengen en zich de komende vier weken over de auto van Marieke zal ontfermen.
Keurig op tijd zijn we op Schiphol. Onze vlucht vertrekt om tien voor acht en zal ons via Wenen naar Moskou voeren. In het vliegtuig komt een heuse Brommende Rus naast ons zitten. Een authentieke. Vladimir heet-ie, ziet Marieke op zijn paspoort. In Wenen is ons vliegtuig iets aan de late kant. We blijken minder overstaptijd te hebben dan we zelf dachten, en dat is maar goed ook, want anders hadden we ons alleen maar zorgen gemaakt. De doorstroom in Wenen verloopt vlotjes. Niet veel later zijn wij op weg naar Moskou.
We blijken een plekje te hebben gekregen vlak bij de nooduitgang. Veel beenruimte dus. In het vliegtuig zit een Hollands reisgezelschap, waarvan we de indruk hebben dat ze ook op de TransSiberië-express gaan. Even voor ons zit een andere Nederlander, die op eigen houtje reist. We raken met hem aan de praat. Vriendelijke man. Hij gaat regelmatig naar Rusland, zo blijkt. Mooi land. Hij is daar vertegenwoordiger van landbouwmachines. Ook hij zal op de TransSiberië express meereizen, een dikke dag lang. Hij is bekend in Irkutsk. Mooie stad. Het is leuk om daar op een terrasje langs de rivier een biertje te drinken. Officieel mag dat eigenlijk niet van de nieuwe burgemeester, vooral vanwege alle troep die dat veroorzaakt. Maar eigenlijk houdt niemand zich daaraan. Zo zijn Russen. We vermaken ons met het leren van Cyrillische karakters en krijgen van de man een Russisch opinieweekblad om mee te oefenen.
Op het laatste moment komt Vladimir er aan stommelen. Inderdaad, dezelfde Brommende Rus die ook al tussen Schiphol en Wenen naast ons zat. Wij zitten alweer naast elkaar, constateert ook hij. Ik ben toch wel rustig, he? Zonet zat hij namelijk naast Marieke die constant onrustig was, heen en weer zat te schuiven, waardoor hij niet kon slapen. Maar ik zie er een stuk rustiger uit. Kan hij mooi slapen. Ik glimlach maar eens vriendelijk.
Niet veel later heeft Vlad ruzie met het cabinepersoneel. Hij wil zijn mobiele telefoon niet uitdoen. Dat is nergens voor nodig, want in de lucht wordt hij toch niet gebeld, en zijn batterij is bijna leeg. De stewardess loopt wat zenuwachtig heen en weer. Later komt iemand anders informeren naar de telefoon. Of zij hem eens aan de gezagvoerder mag laten zien, dan kan die beslissen of dit type telefoon kwaad kan. Vlad geeft toe. Even later wordt de telefoon weer terug gebracht. De gezagvoerder heeft besloten dat het niet kan en heeft de telefoon persoonlijk uitgezet. Vladi scheldt en moppert.
Vladi mag zijn schoenen bij het opstijgen ook al niet uit hebben en zijn jas moet in het bagagerek. Hij zit namelijk bij de nooduitgang. Ook moet zijn gordel om. Elke aanwijzing leidt weer tot een nieuwe scheld- en mopperpartij. Hij probeert nog eens een praatje met mij aan te knopen. Waar of ik woon. Ik houd het maar een beetje af.
We stijgen op en Vladi is een tijdje rustig. Ik vind dat niet erg. Dan wordt het diner gebracht. Vlad bestelt een glaasje rode wijn. Ik drink helemaal geen wijn, merkt hij op. En hij dacht nog wel dat alle Nederlanders wijn dronken. Hij drinkt ook wijn. Hij is dol op wijn.
Niet veel later bestelt Vladi zijn tweede glaasje. Hij begint langzaam los te komen. Waar onze reis heen gaat. Ik schets onze plannen. Waardeloos zeg. Wat een volstrekt oninteressante plekken, waar wij heen gaan. Hadden wij niets beters kunnen verzinnen? Hij noemt een stad waar wij veeeel beter naar toe hadden kunnen gaan. Ligt aan de Zwarte Zee. Prachtig, prachtig. Mooie stad. Iedereen kent het. Iedereen gaat er heen. Wij moeten er vooral ook heen. De wijn wordt weer bijgevuld. Het personeel heeft er duidelijk geen moeite mee om nog eens in te schenken. Vladi is inmiddels een stuk handelbaarder.
Russen zijn warme mensen, laat hij weten. Enorm gastvrij. In tegenstelling tot Nederlanders. Wij zijn kil en koud, zo krijg ik te horen. Ontzettend inhalig ook. Egoistisch. Russen niet. Russen delen. Russen zijn warm en gastvrij. Wij moeten toch vooral niet naar Irkutsk gaan, drukt hij mij op het hart. Gevaarlijke stad. Enorm gevaarlijk. Niet vertrouwd. Verander je plannen! Ga naar die stad aan de Zwarte Zee. Zo mooi, zo mooi. Prachtige stad. Er sijpelt een traantje uit zijn rechter ooghoek. Maar dat kan ook de drank zijn.
Als het drankkarretje langs komt, steekt Vlad enthousiast zijn bijna lege glas uit. Aha, dat betekent vast dat u nog een glaasje wijn wilt, reageert de stewardess. Vladi moet er wel om lachen. Ik probeer alleen maar uw baan wat makkelijker te maken, laat hij weten. Het is een cultuurverschil, legt hij mij later uit. Als hij zijn glas uitsteekt voelt de stewardess zich beledigd, en niet met respect behandeld. Maar hij doet het alleen maar om het haar makkelijker te maken.
Vladi is taalkundige aan de universiteit van Moskou. Heb ik die nog nooit bezocht? Jammer, jammer. Beste universiteit van de wereld. Prachtig gebouw. Moet ik zeker heen. Hij is geboren en getogen in Moskou, vlakbij het Kremlin. Enorme stad, Moskou. Daarmee vergeleken is heel Nederland maar een dorp. En Groningen zeker. Stelt niks voor.
Vladi heeft zijn glas wijn nog niet eens leeg, maar vraagt al weer om een nieuw. De stewardess vindt dat prima. Eigenlijk hoeft hij helemaal geen wijn meer, laat hij weten. Maar hij vindt dat ze maar eens iets nuttigs moet doen. Hij houdt eigenlijk niet eens van wijn, zeg. Wil ik het misschien?, vraagt hij als hij nog een glas heeft gekregen. Ik bedank. Ach, dan drinkt hij het zelf maar op.
De stewardessen komen langs met de immigratieformulieren. Onzin, onzin, roept Vladi. Niet aan meedoen. Hij is fel tegen elke vorm van bureaucratie. We moeten gewoon vrij kunnen reizen. Wij moeten zonder rompslomp bij hem op bezoek kunnen komen, en hij bij ons. Visa, wat een onzin. Zo wordt het nooit wat. Vriendelijk biedt hij aan ons te helpen bij het invullen van onze formulieren. Heel goed dat mijn vrouw ook econoom is, laat hij weten. Hebben we iets om over te praten. Heel goed, heel goed. Vladi smelt steeds verder naarmate er meer drank in gaat.
We komen aan in Moskou en verliezen Vladi uit het oog. We staan een uurtje in de rij voor de douane, maar die levert verder geen problemen op. Naar de lopende band om onze rugzakken af te halen. Helaas. Mijn rugzak komt niet opduiken. We lopen naar de balie om de vermissing aan te geven. Daar worden we geholpen door een nors uitziende, maar verrassend behulpzame Russische mevrouw. Ze rommelt wat in haar computer. Inderdaad. Mijn rugzak heeft de overstap in Wenen gemist. Maar hij wordt meegenomen door een Aeroflot-toestel dat een uurtje later aankomt. Dat is een meevaller.
We blijven dus nog een tijdje rondhangen in de aankomsthal. Een vriendelijke mevrouw van Intourist, wiens taak het is om ons buiten op te wachten, komt ons al bezorgd opzoeken. Niets aan de hand, zo laat ik weten, mijn rugzak is er niet, maar komt er aan, met de volgende Aeroflot-vlucht. Alsof ze haar onmisbaarheid wil benadrukken, gaat ze in gesprek met de mevrouw achter de balie. De rugzak komt er aan, vertaalt ze voor ons, met de volgende Aeroflot-vlucht. Zij gaat weer terug naar haar kantoortje.
De lopende band van de Aeroflot-vlucht uit Wenen begint eindelijk te draaien. Niet veel later heb ik mijn rugzak. We lopen naar het Intourist-kantoortje. Daar worden we toevertrouwd aan een norse Russische taxichauffeur, die ons naar overhandiging van onze transport-voucher, naar het hotel zal brengen. De man is voorzien van Saddam-snor (voor de arrestatie). Het is een fikse wandeling naar zijn auto. Dan gaan we op pad. Het is een rit van ruim een uur, langs stoffige Lada's die halsbrekende toeren uithalen. Saddam doet dat zelf ook. Een groot gebouw doemt op. “Hotel!” wijst Saddam. Het is zijn eerste woordje.
We zijn verzeild
geraakt in een
enorm hotelcomplex. Ze hebben hier 2000
kamers, zo leren wij later, ettelijke vleugels, 7 restaurants, 3
sterren, en 2 internetcafees. Vrij sjieke bedoening. Dat vinden wij op
dit moment helemaal niet erg. Wij checken in. De mevrouw achter de
balie is vriendelijk en spreekt fatsoenlijk Engels. Er zijn hier veel
toeristen. Heel veel toeristen. Naast de balie zijn wat winkeltjes en
barretjes. Vanuit onze kamer op de negende verdieping hebben we een
fraai uitzicht over het grootste stadspark van Europa, met een enorm
meer en echte Sovjet-flats in de verte.
Wij installeren ons en komen een beetje bij van de enerverende reis. Voordat het donker is maken we een rondje door de buurt. Rond het hotel is een compleet dorp ontstaan, zo lijkt het, met winkeltjes, kraampjes en restuarantjes die vooral teren op de duizenden gasten van Hotel Izmailova. Wij slenteren langs de kraampjes en zijn nog steeds druk aan het oefenen met ons Cyrillisch schrift. Shoarma, hod dog, hamburger en sendwitsj, zo ontcijferen wij met wat moeite. De andere kraampjes hebben een soortgelijk assortiment. We kopen twee liter water bij een kraampje waar men enthousiast een praatje met ons probeert te maken. In het Russisch. Dat lukt niet heel erg, en wij moeten ons beperken ons tot een vriendelijk glimlachen. Men is bijzonder vriendelijk hier. Bij onze fles krijgen we een plastic bekertje. We lopen verder de straat in, veel bedrijvigheid, veel winkels, en ook regelmatig een casino. De lucht lijkt hier niet bijzonder schoon. Als ik een tijdje met mijn bekertje water over straat loop, blijkt er behoorlijk wat troep in geland.
Het begint te schemeren. We lopen terug richting hotel en pikken onderweg bij hetzelfde kraampje nog een fles water mee. Het kost wat moeite om het hotel weer in te komen. Het terrein is afgezet met hekken en het is een eindje lopen om de ingang weer te vinden.
We eten vanavond in het hotel. Daar hebben we de keuze uit een flink aantal restaurants. Uiteindelijk raken wij verzeild in een vrij traditioneel Russisch etablissement, met veel hout, en zelfs een complete boom in het interieur. Er is ook best wel een behoorlijk aantal gerechten dat op de kaart staat en er nog daadwerkelijk blijkt te zijn ook. Zo zijn er nog twee soepen over. Verder gebruiken wij beiden een kipfilet gevuld met geitenkaas. Jummie. Na onze maaltijd gaan we bij het internetcafé langs, een flinke verzameling computers die ergens in een hal van het hotel staat opgesteld. Marieke vlucht terug naar het restaurant, waar ze haar geldbuideltje op de stoel naast haar heeft laten liggen. Maar dat blijkt geen enkel probleem te zijn. Vriendelijke mensen hier.
We gaan terug naar onze kamer. Wij zijn nogal moe. Het volgende probleem. Beide bedden zijn voorzien van een deken die in iets van een dekbedovertrek is gestopt. Midden op de bovenkant van dat dekbedovertrek is een groot rond gat, waar de onderliggende deken zichtbaar is. Wij breken geruime tijd ons hoofd over de vraag wat hiervan nu eigenlijk precies de bedoeling is. Moeten wij in het ding kruipen, en zo ja hoe? Met het hoofd door het gat misschien? Maar dat blijkt ook niet echt praktisch. Moeten wij er gewoon onder gaan liggen? Maar dan is het een beetje onduidelijk waarom dat grote gat er nu eigenlijk in zit. Moeten wij wellicht het geheel weer uit elkaar prutsen? Vertwijfeld gaan wij slapen.
Vanochtend gaan we duidelijk eerst maar eens uitslapen. Tot elf uur kunnen we het ontbijt gebruiken, en dat lukt nog net. Het ontbijt is uitstekend, al is het voor vaderlandse begrippen misschien wat ongebruikelijk. Ter linkerzijde hebben we een wand met diverse complete warme maaltijden naar keuze, groente, rijst, vis, worsten, gehaktballen en ga zo maar door. Langs de rechterzijde hebben we de zuivel- en drankenhoek, met onder meer yoghurtjes, kefir, en grote tanks waar water en mierzoete vruchtensappen uit te tappen zijn. Verder hebben we aan het uiteinde nog een broodhoek, met broodjes, een uitgebreide keuze aan desserts, koffie, en een mevrouw die pannenkoeken staat te bakken. Om maar eens wat te noemen. Verder is er een enorme ruimte met stoelen en lange tafeltjes, voorzien van niet altijd even schone witte tafelkleedjes. Er hangt hier wel een lichtelijke gaarkeukensfeer. Wij hebben geen haast en genieten rustig en uitgebreid van ons ontbijt. Rustig observeren we de andere gasten. Er zitten hier relatief veel Russen, al hebben we in het hotel ook al een aantal landgenoten geidentificeerd.
Tijd om op stap te gaan. Bij een vriendelijke mevrouw achter de balie
vragen we naar het metrostation. Het plein achter het hotel schuin
oversteken en we zijn er al. We kopen een tienrittenkaart en duiken de
metro in. De metro van Moskou is een belevenis op zich, met stations
met fraaie beelden en wandschilderingen. Verder doet een en ander sterk
denken aan Tsjechië, inclusief eindeloze roltrappen waarop
iedereen keurig te rechterzijde staat te wachten. Als we de metro weer
uitstappen, staan we plotsklaps midden in het centrum. Erg
mooi. We lopen naar het Rode
Plein, hier niet ver vandaan, en kijken
ademloos naar het enorme rode bakstenen historisch museum met veel
witte toefjes en torentjes, aan het uiteinde van het plein. Het Rode
Plein is lang en relatief smal. Aan een lange kant staat het mausoleum
van Lenin, keurig aangegeven in rode Cyrillische letters op een zwarte
marmeren achtergrond. Helaas is Lenin momenteel gesloten. Op vrijdag
heeft hij zijn rustdag.
Op het Rode Plein wemelt het van de bruidjes. En gommen, natuurlijk ook. Regelmatig komen we er een paar tegen die foto’s staan te maken met één van de fraaie gebouwen langs het plein op de achtergrond. Aan de andere korte kant van het plein staat de beroemde St. Basil kathedraal, met zes torens voorzien van de felgekleurde uien.
Vlak naast het Rode Plein ligt het Kremlin, vroeger een afgesloten verzameling van kerken en regeringsgebouwen, dat nu toegankelijk is voor toeristen. Wat dat betreft doet het wel een beetje denken aan de Verboden Stad in Beijing, waar we onze reis zullen eindigen. We lopen in eerste instantie om het Kremlin heen, langs de rivier. Dan komen we bij de ingang. Er zijn meer mensen op hetzelfde idee gekomen. Er staan een paar enorme rijen bij de ingang. Beneden is een klein winkeltje waar ook mensen in de rij staan, maar die rij is aanzienlijk korter, al komen we daar pas achter als we er al een tijdje in staan. Het is ietwat onduidelijk in welke rij we hier staan. We besluiten om maar rustig af te wachten. De rij schuifelt langs een souvenirwinkel en uiteindelijk komen we in een bedompt hokje waar dames achter een aantal absurd kleine en lage balies kaartjes zitten te verkopen. Inmiddels zijn we er al wel achter dat dit niet de reguliere kaartverkoop is, maar we houden vol. Op het glas staat in het Russisch aangegeven welke kaartjes we hier allemaal kunnen kopen. Na wat ontcijferen zijn wij er uit welk kaartje we willen. Toegang tot het terrein en de kerken, maar niet het museum. Ook de dames achter de loketjes blijken geen Engels te spreken. Een hulpvaardige Russische toergroepleider vertelt ons dat we hier alleen kaartjes kunnen kopen waar ook een Russisch-talige toer bij zit. Geen probleem, dan doen we dat maar. De toer kost ons een euro extra, maar we hebben we onze toegangskaartjes.
We lopen weer naar boven toe, naar de ingang van het terrein, en kijken voldaan naar de enorme rijen toeristen die voor de eigenlijke kassa’s staan. De volgende Russische toer vertrekt op dit moment, zo blijkt. Met ons kaartje voegen we ons bij de groep, waardoor we ook nog eens sneller door de strenge ingangscontrole geloodst worden. Als we eenmaal binnen zijn, laten we onze toer maar voor wat ie is.
In het Kremlin wemelt het van met name regeringsgebouwen en
kathedralen. En toergroepen. Wij treffen het bijzonder met het weer.
Het wordt behoorlijk warm. Belangrijkste attractie zijn vijf
kathedralen, allen Russisch-Orthodox, de meeste een slordige 500 jaar
oud, en waarvan de muren werkelijk tot het allerlaatste hoekje zijn
volgeschilderd met iconen. De vloeren daarentegen zijn vrijwel
volgestouwd met toergroepen. Langzamerhand leren we hoe de ikonen aan
de wand van een Russisch-Orthodoxe kerk er uit zien; steeds vier rijen
boven elkaar, elk met hun eigen vaste thema. In de Aartsengelkathedraal
liggen de schrijnen van alle tsaren van drie eeuwen. Helaas hebben we
Ivan de Verschrikkelijke, grondlegger van dit hele complex, niet kunnen
vinden. Op het Kremlin staan ook de regeringsgebouwen, helaas niet voor
het publiek toegankelijk. Na een rustige rondwandeling verlaten we het
terrein. Bij een kraampje op de hoek kopen we twee Ice Tea, die we
liggend in het gras van de heuvels rond het Kremlin opdrinken. Het is
hier aangenaam. We blijven nog een tijdje in het gras liggen.
We lopen door het centrum. Eerst slenteren we door het park langs het Kremlin, met veel groen, monumentale witte hekwerken en een hele rij biertenten langs de zijkant van het park. Dan lopen we langs de Tverstkaya, een beroemde winkelstraat. Moskou is toch een wat merkwaardige stad, die nog een beetje tussen het communistische verleden en de kapitalistische toekomst lijkt in te hangen. Er zijn inmiddels al veel moderne winkels en winkelstraten, maar tegelijkertijd ook nog veel overblijfselen van het communisme en bijbehorende architectuur. Er zijn al veel sjieke terrasjes met dure mensen en hippe cappuccino, maar ook armoede, vooral net buiten het rijke centrum.
Inmiddels is het weer serieus aan het omslaan. Als we bij de Coffee Bean zijn binnen geschoten voor een kopje koffie, barst er buiten een hoosbui los. De Coffee Bean maakt deel uit van een keten van koffie-shops, met smaakvol bruin-café-achtig interieur. Wij kopen twee enorme cappuccino’s en observeren de nieuwe rijke Moskovieten. Een meisje aan het andere einde van onze tafel heeft hier afgesproken met een Engelstalige man voor haar Engelse conversatieles. Weinig doet hier binnen vermoeden dat je in Moskou bent.
Het weer heeft er niet echt veel zin meer in vandaag. Als we weer naar buiten komen begint het al te schemeren en regent het nog steeds. We vluchten meteen maar door naar een restaurant. De keuze is gevallen op de Yolki Palki, een zelf-service Mongoolse barbecue. Koddig geheel. Het is hier een curieuze mengeling van een commercieel denkend management dat het personeel uitdost in fraaie Mongoolse kostuums en zet achter ludieke kassa’s, en personeel dat er nog net zo ongeïnteresseerd bij staat als onder het communisme. Wel lekker eten, trouwens. De avond is al weer flink gevorderd als we een metro terug pakken naar ons hotel. In de metro maakt Marieke een praatje met twee Russische doven. Terug in het hotel maken we nog een keertje gebruik van het internet-café en gaan dan naar bed.
Omdat het begint te wennen, slapen we ook vanochtend uit. Opnieuw gaan we ook weer uitgebreid ontbijten. Want ook dat went. Geamuseerd kijken we naar de zeer uiteenlopende types die hier aan de ontbijttafels zitten, en schatten in wat al deze mensen hier doen en wat ze met elkaar te maken hebben. Daarna gaan we weer op stap. Vandaag voert de reis ons in eerste instantie naar metrostation Kievskaya. Dat is een mooi station, met langs de wanden fraaie communistisch verantwoorde tafereeltjes. Buiten staan we pal voor treinstation Kievskaya. Op het plein voor het station is een enorme fontein waarbij Moskovieten zich vermaken. Wij gaan er ook een tijdje bij zitten. Hier ergens in de buurt moet het vertrekpunt zijn van de rondvaartboot over de Moskva rivier. Wij klimmen over de snelweg heen die langs de rivier raast en zien dan een hokje met weer zo’n laag loketje waar wij waarschijnlijk moeten zijn. Ook hier wordt weer geen Engels gesproken. Maar we komen er uit.
We worden ingescheept in een flinke rondvaartboot en gaan boven op het
achterdek zitten. Anderhalf uur lang worden we over de hevig
kronkelende rivier door het centrum van Moskou gevoerd. Echt mooi is
het eigenlijk niet, we zien veel grauwe gebouwen en anderszins
onaangename uitzichten. Maar leuk is het wel. Moskou is geen mooie
stad, zo besluiten wij. Behalve dan het Kremlin en omgeving, waar we
met onze boot vlak langs varen.
Ergens voorbij het centrum van de stad worden we van de boot gezet, in iets wat er uitziet als een buitenwijk, ook al staat hier weer een fraaie Russisch-Orthodoxe kerk, dit keer met felblauwe uien. We lopen een eind langs een lange rechte weg en vinden uiteindelijk een metrostation. We rijden terug naar het centrum. Op een duur uitziend terras bestellen wij allebei een Immenso Cappuccino. Ergens heeft deze stad toch ook wel iets van Parijs, zo vinden wij. Maar dan zonder alle bezienswaardigheden. Na onze cappuccino stappen we weer op, om verder te dwalen door het centrum van Moskou.
Ook vandaag wemelt het hier weer van de bruidsparen. We zien er zelfs nog één een kerk uitkomen, compleet met ceremonie waarbij een aantal witte duiven worden losgelaten. We raken verzeild in het duurste gedeelte van Moskou, zo lijkt het, een zeer sjieke winkelstraat, overigens met verontrustend weinig winkelend publiek. En het is nog wel zaterdagmiddag. We lopen door naar het theaterplein en strijken neer in een parkje recht tegenover het Bolshoi theater. Dat blijkt overigens gewoon Russisch te zijn voor Groot Theater, maar dit terzijde. Het theater is helaas gesloten. We wisten al dat er tijdens de zomer geen voorstellingen worden gegeven, maar het blijkt zelfs niet mogelijk om even naar binnen te gluren.
Dan moeten we ons maar tevreden stellen met het theater dat zich hier in het parkje voor het Bolshoi afspeelt. Gelukkig is dat ook alleszins de moeite waard. Geamuseerd observeren wij de mensen die op de bankjes tegenover ons zitten. Rechts zit een echtpaar op leeftijd dat zo van het toneel lijkt te zijn weggelopen, in fraaie avondkleding en genietend van een plastic bekertje met wodka. Links zitten een paar flinke dames met dito brillenglazen van middelbare leeftijd zich hevig te vermaken. En in het midden komt er alweer een bruidspaar voorbij, met een fotograaf die druk plaatjes schiet.
Genoeg
gekeken. We
wandelen weer over de Tverskoi Boulevard en gaan
uiteindelijk eten bij Starlite, ook al op het terras. Starlite is een
restaurant in originele jaren ’50 Amerikaanse retro-stijl, en
is gelegen in een aangenaam parkje. Starlite is om de hoek bij
Mayakovskaya, het mooiste metro-station van Moskou. Helaas wordt
Mayakovskaya momenteel gerestaureerd, zodat we er vrij weinig van mee
krijgen. De fraaie marmeren wanden, pilaren, vloer, het roestvrij staal
en de mozaïeken op het plafond zijn nog wel te zien.
We rijden naar de Universiteit, net aan de andere kant van de rivier. Na nog een korte wandeling door een bosrijke omgeving komen we bij het hoofdgebouw, een prachtig gebouw in echte Stalin-stijl. Van de portier mogen we niet naar binnen. Onder het afdakje wachten we een kort buitje af. Verder was het weer prima vandaag.
Voor de universiteit is een groot plein, waar ook zo aan het begin van avond nog veel leven is. We lopen door een park met aan weerszijden bustes van Beroemde Russische Wetenschappers. We herkennen een stuk of drie namen. Als we nog wat verder doorlopen komen we bij een uitzichtspunt, met een uitzicht over het centrum van Moskou, aan de overkant van de rivier. De universiteit staat namelijk op een heuvel. Het is hier erg druk, al is het uitzicht vanwege de invallende avond een stuk minder aan het worden. Het loopt dan ook al tegen tienen. Bovendien is het nogal heiïg. Jammer van al die smog. Even verderop hangt alweer een bruidspaar op de uitkijkmuur, nog in vol ornaat. Een halfvolle fles wodka staat binnen handbereik.
Terug naar het metrostation, nog een flinke wandeling. Na een slordige vijf keer overstappen weten wij ons hotel toch weer te bereiken. Dat had waarschijnlijk sneller gekund.
Het is onze laatste dag in Moskou. Eigenlijk hebben we alles al zo'n beetje gezien. Onze activiteit van vandaag is dan ook met name gericht op de mentale voorbereiding op de Grote Treinreis. Opnieuw gebruiken we het ontbijt om half elf. Voor het ontbijt informeren we bij de Intourist-balie hoe dat zit met onze treinkaartjes voor vanavond, want die hebben wij nog niet. Men is blij ons te zien. Men had al pogingen gedaan om ons te bereiken, maar dat was niet gelukt. We krijgen onze treinkaartjes mee.
Na het ontbijt vat ik het onzalige plan op om nog even een e-mailtje naar huis te sturen. Voor een kwartiertje kost dat 25 roebel. De buitengewoon kortaffe mevrouw bij het internetcafe heeft niet terug van mijn 100 roebel. Ga maar wisselen bij de bar, wuift ze ongeïnteresseerd. De mevrouw achter de bar denkt daar duidelijk anders over. Er wordt hier niet gewisseld. Ik loop naar de Intourist-balie bij de servicedesk. Ai, ai, lastig. Ze hebben hier niet zoveel geld. De mevrouw van de service laat een lege kassala zien. Lukt niet. Dan maar naar buiten, met toenemende irritatie. Mijn waardering voor de service van dit hotel neemt zienderogen af. Bij ons kraampje koop ik een tweeliterfles water. Ik ben nu in het gelukkige bezit van 25 roebel. Terug naar het internetcafe. De uitbaatster is inmiddels verdwenen. Mijn irritatie stijgt nog steeds. Op zoek. Niet te vinden. Na nog een paar minuten doelloos rondzwerven duikt ze eindelijk op. Ik mag mijn e-mail sturen. Duizendmaal dank. Als ik klaar ben, loopt het tegen half een. Marieke is inmiddels naar beneden gekomen om te kijken waar ik blijf.
Wij trekken naar de metro. Het is een mooie dag om in een park te zitten en we stappen uit bij het VDNKh, ofwel het Vystavka Dostizheny Narodnogo Khozyaystva USSR, ofwel de USSR Economische Verworvenheden Tentoonstelling. Onderweg stappen we nog even uit om het Komsomolskaya metrostation te bewonderen, dat bekend staat als het op één na mooiste van de stad. Op het metrostation VDNKh is er een merkwaardig incident. Twee mannen maken net buiten de metro vrij ernstig ruzie. Ik krijg haast de indruk dat een van beiden het tasje van de ander heeft proberen weg te grissen. De ruzie is kort maar hevig totdat eentje een pistool pakt. Agenten met grote platte petten snellen toe. Op de roltrap naar boven staan een handjevol Ongure Types achter ons, die ons in de metro ook al aan stonden te kijken. Wij vertrouwen het niet, houden onze spullen goed in de gaten en laten ze boven vriendelijk voorgaan.
Het
VDNKh is een zeer curieus geheel. Bij het verlaten van de metro
zien we allereerst een 100 meter hoge obelisk met een raket er bovenop.
Een monument ter ere van de roemruchte Russische
ruimtevaartgeschiedenis. Aan weerszijden zijn de belangrijkste
ruimtevaartsuccessen nog eens uitgebreid beschreven, al zijn
er inmiddels wat letters van het monument afgevallen.
We lopen naar de ingang van het eigenlijke park. Veel groots opgezette, smetteloos witte paviljoenen met meer Verworvenheden, socialistisch verantwoorde beelden van arbeiders en boeren die weidse armgebaren maken, en verder triomfbogen en inmiddels drooggevallen fonteinen. Maar tussen al deze Communistische Verworvenheden is inmiddels een pretpark ontstaan met luchtkussens, trampolines, draaimolens en kartbanen. Aan de voet van het standbeeld van Lenin is het mogelijk om met blikgooien een pluchen Mickey Mouse te winnen. In de paviljoenen zelf zijn nu winkels gehuisvest, en verder is het trein bezaaid met terrasjes en eettentjes. Tot zo ver de Economische Verworvenheden.
Wij eten een hapje bij McDonalds, net om de hoek. Ook al weer een hele opgave. Na wat elleogenwerk in de rij krijg ik een plastic kaart voorgeklapt waar ik de gewenste maaltijdcomponenten mag aanwijzen. Ook dat komt niet helemaal over. Het water blijft achter en de frietjes zijn wat gegroeid. Maar verder gaat het prima. Op het terrasje, tussen een enorme zwerm nogal opdringerige huismussen, gebruiken we de maaltijd.
Er is niet heel veel tijd meer. We kunnen nog net een kopje cappuccino drinken op het Rode Plein. Ware het niet dat dat met dranghekken is afgezet. We lopen om het plein, door een enorm sjiek winkelcentrum, waar nog mensen lopen ook. Aan de andere kant van het plein, bij het fraaie rode museum voor nationale historie, staan zowaar Marx en Lenin een praatje te maken, samen met nog een andere historische figuur. Uiteindelijk vinden we onze cappuccino in een van de vele biertenten net om de hoek van het Rode Plein. De metro brengt ons weer terug naar het hotel. Bij de 24-uur per dag supermarkt, meer een verzameling losse kraampjes, bestelt Marco in zijn beste Russisch wat proviand voor onderweg.
We pakken in en chatten een uurtje. In het hotel zijn twee pinautomaten. Dat is reuzehandig, alleen jammer dat ze het geen van beiden doen. Uiteindelijk wisselen we dan maar 50 euro. Om klokslag 9 uur, net als we op het punt staan de hotelkamer te verlaten, wordt er gebeld waar of wij blijven. Men is wel stipt hier.
Beneden staat inderdaad al onze prive-chauffeur met op een papiertje de namen Haan en Rensman. Hij brengt ons naar het Yaroslev-station, waar we vanochtend nog onder gestaan hebben, maar dan op het Komsomolskaya metrostation. De chauffeur, die ook al geen Engels spreekt, loodst ons naar de eerste etage waar een grote wachtkamer is met een klein Intourist-kantoortje. De verantwoordelijke is even 20 minuten weg, zo laat een briefje in het Engels weten. Wij wachten.
Niet heel veel later is de uitbater terug, een wat oudere man die wel goed Engels spreekt. Inmiddels zijn vier andere Nederlanders die bij onze agent hebben geboekt, ook aanwezig. Het is nu twintig voor elf, laat de Intourist man weten. Over 40 minuten gaan we hier weer verzamelen.
Het is warm in de wachtkamer. We verhuizen richting trap waar het net iets koeler is. Tegen half elf worden er zeven buitenlanders verzameld. Er heeft zich ook een Engelse bij het gezelschap gevoegd, Sue. Twee jongere Nederlanders, Bas en Brenda, hebben de coupé naast ons afgehuurd. Nog twee Nederlanders reizen eerste klas. De Intourist-man brengt ons naar het perron, over trappetjes, door tunnels, nog eens wat trappetjes, nog eens wat tunneltjes, en we komen bij de treinen. Er zijn 5 sporen. Onze trein naar Irkutsk staat al op het bord aangegeven, laat de Intourist-man zien. Alleen het vertrekperron is nog niet bekend, maar dat zal ook niet lang duren. Op onze kaartjes wijst hij nog eens in welke wagon wij zitten en welk bed wij hebben. Als we dat aan de provodnitsa, de wagonopzichtster, geven, dan komt het allemaal goed.
Marieke ziet als eerste dat wij van spoor 1 gaan vertrekken. De hele groep trekt die kant op. Daar wachten wij op de trein. Het loopt tegen elven dus het is al aardig donker. Dat heeft wel iets, om zo midden in de nacht te vertrekken. Rond kwart over 11 rolt de trein binnen, in fraai blauw geschilderd met in flitsende Cyrillische letters de benaming Baikal Express. Inderdaad, strikt genomen is dit niet echt de Trans-Siberië Express, omdat de trein niet verder gaat dan Irkutsk, maar wel langs dezelfde route.
Het is nog een flink eind lopen naar wagon 8. Wij geven de provodnitsa ons kaartje. Het is goed. In onze coupé zijn onze twee medereizigers al, waar we nog zo'n 76 uur mee in een vrij kleine cabine zullen zitten. Het is pikdonker. Ik haal mijn zaklamp tevoorschijn, maar Marieke vindt het lichtknopje. Het is wat organiseren. Wij hebben de twee bedden aan de linkerkant van het compartiment. De rechterkant wordt ingenomen door Graham en Arthur.
We hebben met z'n vieren de beschikking over een vrij klein hokje. De onderste banken kunnen omhoog geklapt worden. De helft van de ruimte daaronder wordt ingenomen door een metalen bak, waar net een rugzak in kan. Daarnaast is plaats voor de tweede rugzak. Ongeveer halverwege het compartiment zijn de andere twee bedden, die half omhoog geklapt kunnen worden waardoor er beneden wat meer zitruimte is. Boven de deur, en over de gang heen, is nog wat bagageruimte. Tegen het raam aan is een tafeltje van een kleine 50 centimeter, voorzien van kanariegeel tafelkleedje en zelfs een nepbloemetje.
Met wat passen en meten installeren wij in onze coupé. De bovenbedden zijn al voorzien van matras en beddengoed. Beneden ligt alleen een matras. De provodnitsa komt niet veel later met een plastic zak met het resterende beddengoed. In het bagagehok boven liggen al dekens.
De trein zet zich in beweging. We hebben nog een slordige 5800 kilometer te gaan naar Irkutsk. In de coupé ligt een dienstregeling, die ons vertelt dat we over ruim drie etmalen aankomen, om half vijf 's nachts. Maar dat is Moskou-tijd, lokaal is het dan al half tien. We gaan de komende dagen door zes tijdzones. Niet heel lang na vertrek gaan we slapen.
We slapen onregelmatig, maar helemaal niet slecht. Onderweg stopt de trein twee keer, en dat is meteen een wrede verstoring van het rustgevende ritme. Rond half drie stoppen we in Vladimir, tegen zessen in Gorki. Beide stops duren een slordige twintig minuten.
Het is al na tienen als we echt wakker zijn. Aan beide uiteinden van
het wagon is een metalen toilet geinstalleerd, met bescheiden
fonteintje. In elke wagon zijn 32 slaapplaatsen, plus nog een plekje
voor het personeel. Aan het begin van elke wagon is een samovar, een
fikse witte kraantjespot waar water van dik tachtig graden Celsius
uitkomt. Onze wagon is net achter het restauratierijtuig.
De eerste echte stop die wij bewust meemaken is om kwart voor elf. Kotelnich. Volgens de Lonely Planet is hier helemaal niets te beleven, we blijven dan ook maar twee minuten. We kunnen er uit in Kirov, om kwart over twaalf. Al valt hier ook al niets te beleven, toch is de stad goed voor een stop van 22 minuten. Volgens de dienstregeling zijn we overigens in Vyatka. Op de dienstregeling zijn alle steden nog in de oude Sovjet-benaming aangegeven.
Als we de trein verlaten, worden we niet eens zoals beloofd bedolven onder de Russische omaatjes die ons hun koopwaar kopen aanbieden. Dat is een hele teleurstelling. Maar na een tijdje komen er toch een paar verkopers langsdruppelen. Op het menu staan vooral etenswaren. Wij houden goed in de gaten wanneer de trein weer vertrekt, want als je hem mist, dan heb je wel een probleem. Ook is er geen snerpende fluit of een luid "All aboard" als we weer verder gaan. Heel langzaam zet de trein zich in beweging en iedereen moet er maar voor zorgen dat hij er dan nog snel genoeg op springt.
Graham is een 52-jarige Brit die in zijn eigen land onderwijzer was, maar daar had hij schoon genoeg van. Hij besloot daarop zijn huis te onderverhuren en naar Wit-Rusland te gaan om daar te gaan les geven. Dat ging via een organisatie die kinderen uit de buurt van Tsjernobyl haalde om een maand vakantie in Engeland te houden. Hij heeft nu in Wit-Rusland onder meer Engels en houtbewerking gedoceerd. Arthur is 14, en een van zijn leerlingen. Samen gaan ze naar Vladivostok. Graham gaat daarna voor negen maanden naar Brazilië, om met straatkinderen te werken. Daarna gaat hij gedurende drie maanden hetzelfde doen in Mongolie. Zijn collega's zullen hem wel voor gek verklaren, denkt Graham, om 7 jaar voor zijn pensioen nog aan zoiets te beginnen. Maar hij had er gewoon genoeg van. Arthur heeft inmiddels ook wat Engels geleerd en kan zich redelijk verstaanbaar maken.
De reis verloopt voorspoedig. Buiten is er weinig tot niets te zien. Het landschap bestaat met name uit boompjes. En meer boompjes. En nog eens boompjes. Complete bossen vol. Soms eens een grasveld. En heel af en toe een meertje. Verder nauwelijks mensen, en nauwelijks dieren. Zo nu en dan komen we eens een stad tegen. Maar die zijn over het algemeen ook al weinig soeps.
De volgende stop van betekenis is Balezino. Bij een stalletje kopen wij twee broodjes, die later kurkdroog zullen blijken. Bij een vrouw schaffen we vier sinaasappelen aan. Ook hier is het aanbod niet overweldigend. We zijn wat aan de late kant terug, de trein heeft zich al licht in beweging gezet. Gelukkig is er dan nog alle gelegenheid om op de treeplank te stappen.
De trein zet zich voort. Graham is druk bezig met Arthur, aan het
tekenen, kleuren, en een bordspel op papier aan het maken. In de loop
van de middag krijgen we bezoek van het buurjongetje, Andrej. Andrej is
negen. Graham gooit al zijn Russisch in de strijd om een praatje met
hem te maken. Andrej wordt ook in onze coupé opgenomen, en
kleurt, speelt en praat mee. Hij spreekt een heel klein beetje Engels.
Inmiddels wordt hier een ietwat wonderlijke mix gesproken van
Nederlands, Engels, Russisch, en Nederlandse Gebarentaal.
Rond etenstijd nemen we een kijkje in de restauratiewagen, die dan bijna vol zit. Naast Bas en Brenda is nog een plekje. Zij hebben de Boeuf Stroganoff besteld, die geserveerd werd met witte rijst, omdat de aardappelen op schenen. Als wij hetzelfde gerecht bestellen, blijken er inmiddels weer aardappelen te zijn opgedoken, vettig en gebakken. Voor Russische begrippen is de maaltijd aanvaardbaar. Niet duur ook. Een kopje thee kost 20 cent. Net na het eten, om half acht Moskou tijd hebben we een stop in Perm. Dat geeft ons mooi de gelegenheid om een yoghurtje te halen bij wijze van nagerecht. De lokale tijd is inmiddels twee uur later. We krijgen 23 minuten in Perm.
Het lukt nog niet erg om ons aan te passen aan de lokale tijd. Het is dan ook al na elf uur Moskou-tijd voordat we gaan slapen.
Opnieuw slapen we verbazend goed. Nog beter dan gisteren zelfs. Om half twee ’s nachts ben ik toe aan een toiletbezoek. Dat is jammer, want net als ik de coupé uitloop rijden we station Sverdlovsk binnen, in een stad die tegenwoordig beter bekend staat als Yekaterinburg, voor een stop van een slordige twintig minuten. Op zich een memorabel moment, aangezien dat betekent dat we zojuist Azië zijn binnen gereden. Maar gedurende de stop op een station en ook nog flinke tijd daarna zijn de toiletten afgesloten. Het volgende station met lange stop, Tiumen, gaat ongemerkt aan ons voorbij. Het is dan zes uur in de ochtend Moskou-tijd.
Het is al goed tien uur Moskou tijd voordat we echt wakker zijn. Het ontbijt bestaat vanochtend uit een kopje oplossoep en een broodje, beiden aangeboden door onze coupégenoten. Daarna halen we zelf nog een koffie. Ik besluit vanochtend tot een uitgebreide douchebeurt. Dat heeft wat voeten in de aarde, want een douche is hier niet. Ik moet het met het kleine metalen fonteintje op het toilet doen. Zonder stop. Mijn deodorant heeft een groot en rond deksel, waarmee als ik het ondersteboven zet, de afvoer kan afsluiten. Door het schokken van de trein klotst het water wel alle kanten op, maar verder gaat het prima.
Om kwart voor twee Moskou komen we in Omsk, voor een stop waarvoor een kwartier staat. Helaas liggen we wat achter op het schema, waardoor de stops zo kort mogelijk worden gehouden. In Omsk bestaat het assortiment van de schaarse mannen en vrouwen die iets proberen te verkopen uit gedroogde vis en angora truien. De verkoopsters daarvan zullen later ook in de trein hun waar proberen te slijten.
De dag verkeert verder in redelijke lethargie. Je leest eens wat, je drinkt eens wat, je leert eens wat gebarentaal. Andrej is regelmatig over de vloer en we doen wat spelletjes. Marieke heeft haar magnetische spelletjesset tevoorschijn gehaald, die geheel wordt afgewerkt, eerst met Slangen en Ladders, later met nog een paar keer Mens Erger Je Niet, en tussendoor zo nu en dan Boter Kaas en Eieren. Andrej is vrolijk en uitgelaten, maar blijkt een lichtelijke neiging tot valsspelen te hebben. Arthur is een enthousiaste en aardige jongen, met soms wat neiging tot bravoure. Als hij eenmaal aan het idee gewend is, begint hij ook met Marieke te communiceren. Graham is een goeiïge rustige vriendelijke man die alles wel prima vindt.
Rond een uur of half drie gaan we naar de restauratiewagon. Marieke gaat schaken leren. Als we daar eenmaal zijn, realiseren we ons dat het lokaal al zo'n beetje etenstijd is en bestellen we een hapje. Opnieuw maar de Boeuf Stroganoff, nu voorafgegaan door een Borsjt, de Russische rode-bietensoep. De Stroganoff komt vandaag eenmaal met friet en eenmaal met gekookte aardappelen. Het blijft merkwaardig. De porties zijn wat klein.
De volgende grote stop is Barabinsk, rond een uur of zes. Niet echt genoeg tijd en vooral aanbod om iets aan te schaffen. Voordat we gaan slapen wachten we nog even station Novosibirsk af, een van de grootste en meest belangrijke steden langs de route van de Trans-Sib. Het station hier is de moeite waard, zo meldt de Lonely Planet. Wij stoppen op spoor 1 en zijn dus in de gelegenheid om een kijkje te nemen. Een modern uitziend en flitsend geheel, maar echt bijzonder is het niet. Wegens honger kopen we nog een Snickers en een Mars. Dan gaan we weer de trein op. Het is tien uur Moskou-tijd, drie uur later lokaal. Aanpassen aan de lokale tijd lukt nog steeds niet erg en het is alweer elf uur voordat we slapen.
Toch maar eens wat vroeger opstaan. Acht uur Moskou tijd betekent inmiddels immers toch al twaalf uur 's middags lokaal. De zon schijnt vanochtend. Vannacht zijn we Mariinsk gepasseerd. We ontbijten vandaag met een noedelsoepje. Vanochtend om half tien is de volgende grote stop: Krasnoyarsk.
Al die stations lijken wel enorm veel op
elkaar, zeker omdat je niet de
mogelijkheid hebt om veel verder te komen dan het perron. De koopwaar
verschilt soms wat per station, al is het wel opvallend dat op elk
station iedereen precies hetzelfde aanbiedt.
Wij rijden weer vrolijk verder. Het is wat merkwaardig, maar op een of andere manier verveelt het geen moment, die trein. Het is waarschijnlijk ook maar net waar je je op instelt. Op een of andere manier heeft het wel wat, zo'n trein die eindeloos, dag en nacht, stug door de bossen door blijft hobbelen. Kedoeng Kedoeng. Kedoeng Kedoeng. Wij rekenen uit dat er tussen Moskou en Irkutsk een slordige 200.000 Kedoeng Kedoengs zijn. Al rijdt de trein over sommige stukken wat soepeler.
We zien vandaag nog weinig van Andrej. Waarschijnlijk heeft zijn moeder hem verteld dat hij ons niet meer lastig mag vallen, zo is onze indruk. Waar wij veel meer last van hebben is De Stinkman, een jonge Rus met iets langer haar die ongeveer de hele dag met een wat merkwaardige grijns op zijn gezicht even verderop in het gangpad naar buiten staat te kijken en daarbij vooral onbehoorlijk van onder zijn oksels, en waarschijnlijk ook van nog veel verder, stinkt. Op een gegeven moment is zelfs de stank in onze coupé nauwelijks nog te harden, zodat we de deur maar een tijdje dicht doen. Waarschijnlijk staat hij op de gang omdat hij door zijn medereizigers uit zijn eigen coupé is gezet, zo vermoeden wij.
Verder valt het met de hygiëne in de trein reuze mee, gezien de omstandigheden. De toiletten worden keurig schoon gehouden. En eens per dag komt de provodnitsa langs om overal stof te zuigen, zelfs in de coupees. In het gangpad en in de coupé ligt een keurig vloerkleedje.
Om twintig over twee stoppen we te Ilanskaya. Voor die tijd kunnen we nog mooi even eten, vinden wij. Lokaal is het immers alweer tijd voor het diner. Dat gaat mooi niet door, laat de vriendelijke serveerster van de restauratiewagon weten. Er is nu gereserveerd voor een groep. Om een uur of vier mogen wij weer komen.
In de restauratiewagen zie je eigenlijk alleen maar buitenlanders, zo lijkt het. Russen blijven mooi in hun eigen coupé zitten. En het sterft werkelijk van de Nederlanders in deze trein. Een gedeelte daarvan is op een groepsreis, zo is ons vermoeden.
Zo langzamerhand is er buiten ook wat meer te zien. Af en toe rijden we door glooiende groene heuvels, met hier en daar een dorpje of wat losse huizen. De bomen worden langer en meer van het naaldhoudende type. Afwisselend doet het ons wel wat aan de Ardennen en aan Zwitserland denken. Wij eten maar weer een noedelsoepje.
In Ilanskaya is slechts een kioskje op het perron. Er zijn meer mensen op het idee gekomen om daar inkopen te doen en de stop is niet lang, opnieuw door vertraging. Net als wij bijna aan de beurt zijn, maant de provodnitsa dat we in moeten stappen. We wagen het er maar niet op en stappen in. Uiteindelijk blijken we nog wel een tijdje te blijven staan.
We spelen nog een potje schaak en gaan tegen vieren terug naar de restauratiewagon. Het is nog steeds druk en opnieuw worden we tegenover Bas en Brenda geplaatst. Zij hebben vandaag de goelasj besteld. Onze Boeuf Stroganoff is op, we moeten dus maar de rundvleesstoof proberen. We doen er weer een borsjt en een flesje water bij. Het duurt vandaag allemaal even, want ze hadden knallende ruzie in de keuken, zo vernemen wij uit de wandelgangen.
De goulasj van Bas en Brenda wordt bezorgd. Het heeft wel iets weg van onze Boeuf Stroganoff van de afgelopen dagen. Vandaag wordt de hoofdmaaltijd geserveerd met linzen. Onze rundvleesstoof komt een kwartiertje later, na onze borsjt, en lijkt als twee druppels water op de goulasj. Merkwaardig.
En de trein raast voort. Als we snel afrekenen, kunnen we nog net iets meepikken van station Tayshet. Ziet er op zich weer net zo uit als alle andere stations, maar een mens kan toch weer even de benen strekken. Graham vertrelt ondertussen het verhaal van Arthur. Hij heeft geen vader, en zijn moeder was zwaar alcoholiste. Op zijn twaalfde is zij buiten, bij min 20 graden, doodgevroren.
Na Tayshet is het tijd om te gaan slapen. Iedereen lijkt zich toch maar te willen aanpassen aan de lokale tijd, nu de eindstreep in zicht komt. Ik wacht nog even op station Nizhneudinsk, dat even na achten de revue passeert. Arthur is ook nog wakker. Wij maken een praatje. Inmiddels kan ik zijn wat onsamenhangende Engels redelijk volgen. Hij vertelt nu zelf ook over zijn ouders. Zijn moeder is in 2003 overleden. Zijn vader woont in Letland, maar bleek niet bereid zijn zoon verder op te voeden. Arthur woont nu bij zijn oom en tante. En gaat met Graham op vakantie, constateer ik. Inderdaad. Ik krijg de indruk dat Graham Arthur op eigen kosten heeft meegenomen, uit medelijden en zodat hij wat aanspraak heeft onderweg. Is a good man, constateert Arthur. Hij heeft zijn baan met een salaris van 5000 dollar per maand opgegeven om in Brazilie te kunnen lesgeven. En in Wit-Rusland verdiende hij ook al bijna niets.
In Nizhneudinsk is de temperatuur gezakt tot 12 graden, al loop ik nog steeds in mijn korte broek rond. Er zijn niet veel mensen die zich hier nog op het perron begeven, behalve een groepje Nederlanders. Verkopers zijn er ook niet. Het is ook al na middernacht lokale tijd. Terug in de trein wacht ik nog even tot we een eindje rijden, zodat ik naar het toilet kan. Daarna ga ik slapen.

