Het is kwart over vier in de ochtend. Gaap. Over enkele minuten gaan wij op pad. Eerst naar Haarlem rijden, dan van Haarlem naar Schiphol alwaar wij rond kwart over zes hopen aan te komen. Vliegtuig vertrekt om 10 voor 8. Wij hopen onze paspoorten met visa aan te treffen bij de Holland Handling balie. Wij wensen ons een goede reis.
22.7.04 Aangekomen
De vlucht is succesvol verlopen. Uiteindelijk. Zowel op het stuk van Schiphol naar Wenen als van Wenen naar Moskou hadden we gezelschap van een heuse Brommende Rus. Vladimirov, heette-die. Onderweg heeft hij Marco uitgebreid verteld hoe vreselijk Nederlanders zijn en hoe geweldig Rusland is. Na een paar keer ruzie met het personeel gemaakt te hebben. Vooral nadat er wat rode wijn aan was toegevoegd kwam Vladi los. Merkwaardige reisplannen hebben wij, vond hij. Volstrekt oninteressant. Zijn geboorteplaatsje aan de Zwarte Zee, dat is pas de moeite waard. Irkutsk is gevaarlijk. Levensgevaarlijk. Als het kan de plannen nog wijzigen. Gelukkig dacht de vriendelijke Nederlander net voor ons, regelmatig voor zaken in Siberie, daar anders over. We krijgen van hem een Russisch tijdschrift waarmee we het Cyrillisch alfabet oefenen.
Op de luchthaven van Moskou een uurtje in de rij voor de douane. Dan blijkt de rugzak van Marco weer eens niet aangekomen. Het blijkt mee te vallen. De verrassend behulpzame mevrouw van Aeroflot laat weten dat de rugzak volgens het computersysteem met de eerstvolgende Aeroflot-vlucht vanuit Wenen word meegeleverd. Na een uurtje wachten zijn we compleet.
Door Intourist worden we uitgeleverd aan alweer een norse Rus met Saddam-snor (voor de arrestatie), die ons naar het hotel rijdt. Dat is een rit van ruim een uur, langs stoffige Lada's die halsbrekende toeren uithalen. Saddam zelf ook. Een groot gebouw doemt op. "Hotel!" wijst Saddam. Het is zijn eerste woordje.
Het is een enorm hotelcomplex. 2000 kamers, vele vleugels, 7 restaurants, 3 sterren, 2 internetcafees. Wij checken in. Er zijn hier veel toeristen. Vanuit onze kamer op de negende verdieping hebben we een fraai uitzicht over het grootste stadspark van Europa, met een enorm meer en echte Sovjet-flats in de verte.
We lopen een rondje door de buurt. Veel bedrijvigheid. Een straatje met veel eetkraampjes en winkeltjes. Uit het Cyrillische schrift ontcijferen we de shoarma, hod dog, hamburger, en sendwitsj. De mensen zijn bijzonder vriendelijk. Wij kopen twee keer twee liter water bij een kraampje waar men een enthousiast praatje probeert te maken. Lukt niet heel erg met ons.
We eten op de eerste avond in het hotel. Een voor Russische begrippen uitstekende maaltijd die wij nog net wakker naar binnen weten te werken.
23.7.04 Moskou
Vanochtend eerst maar eens uitgeslapen. Tot elf uur konden wij het ontbijt gebruiken, dus dat hebben we nog net gehaald. Uitstekend ontbijt. Niets mis mee. Hooguit wat ongebruikelijk, naar vaderlandse begrippen, met complete warme maaltijden naar keuze, pannekoeken, veel salade, worsten, gehaktballen, etc. etc. Wel lichte gaarkeukensfeer.
Vervolgens hebben wij ons verdiept in de Metro (letterlijk en figuurlijk). Prima geregeld hier. Doet sterk denken aan Tsjechie, inclusief eindeloze roltrappen waarop iedereen keurig te rechterzijde staat te wachten. Eerst naar het Rode Plein. Daar wemelde het met name van de bruidjes. Een lang plein met aan de lange kant het mausoleum van Lenin. Helaas heeft Lenin op vrijdag zijn rustdag. De slagroomtaartkathedraal stond er echter fraai bij.
Vervolgens zijn wij het Kremlin ingegaan. Dat heeft wat voeten in de aarde. Er staan namelijk enorme rijen voor de kassa. Tip voor toekomstige bezoekers: beneden is een bedompt hokje waar de rij veel korter is, en waar je voor een euro extra veel sneller je kaartje krijgt, en daarbij ook nog eens recht hebt op een Russisch-talige rondleiding met een gids die je ook nog eens veel sneller door de nogal strenge ingangscontrole doorloodst.
Het Kremlin is erg mooi, maar ook errug druk. Het zonnetje brak zowaar ook door. Belangrijkste attractie zijn vijf kathedralen, allen Russisch-Orthodox, de meeste een slordige 500 jaar oud, en waarvan de muren werkelijk tot het allerlaatste hoekje zijn volgeschilderd met iconen. De vloeren daarentegen zijn vrijwel volgestouwd met toergroepen. In de Aartsengelkathedraal liggen de schrijnen van alle tsaren van drie eeuwen. Helaas hebben we Ivan de Verschrikkelijke, grondlegger van dit hele complex, niet kunnen vinden.Op het Kremlin staan ook de regeringsgebouwen, helaas niet voor het publiek toegankelijk.
Het was warm. Na ons bezoek aan het Kremlin zijn wij met een flesje ice-tea in het gras gaan liggen. Dat duurde even. Toen weer op stap. Toch een wat merkwaardige stad, dat Moskou, met veel moderne winkels en winkelstraten, maar ook nog veel overblijfselen van het communisme en bijbehorende architectuur. We lopen over de Tverskaya, de hoofdstraat vanuit het Kremlin.
Als we in een koffietent van een flinke cappuccino zitten te genieten, barst een enorme bui los.
Uiteindelijk de regen getrotseerd en op zoek naar een restaurant. We verzeilen bij de Mongoolse Barbecue, Yolki Palki. Curieuze mengeling van een commercieel denkend management dat het personeel uitdost in fraaie Mongoolse kostuums en zet achter ludieke kassa’s, en personeel dat er nog net zo ongeinteresseerd bij staat als onder het communisme. Wel lekker eten, trouwens. Daarna met de metro weer naar huis.
24.7.04 Meer Moskou
Vanochtend maar weer eens uitgeslapen. Het went. Weer uitgebreid ontbijten. Went ook. Vervolgens op de metro gestapt naar Kievskaya. Mooi metrostation, met langs de wanden fraaie communistisch verantwoorde tafereeltjes. Nog een tijdje bij de enorme fontein gezeten en vervolgens op de rondvaartboot gestapt die ons gedurende anderhalf uur langs de kronkels van de Moskou-rivier leidt. Leuk, al is Moskou niet echt een mooie stad. Behalve dan het Kremlin en omgeving. Vanaf het eindpunt lopen nemen we de metro terug naar het bruisende hart van Moskou, voor een Immenso Cappuccino op een terrasje. Ergens heeft deze stad wel iets van Parijs, maar dan zonder alle bezienswaardigheden.
We raken verzeild in het duurste gedeelte van Moskou, een zeer sjieke winkelstraat, overigens met verontrustend weinig winkelend publiek. Wel ziet het ook vandaag in Moskou weer wit van de bruidjes. We lopen naar het theaterplein. Het Bolshoi is helaas dicht. We wandelen langs de Tverskoi boulevard en eten bij Starlite, ook al op het terras, een restaurant in jaren ’50 Amerikaanse stijl. Starlite is om de hoek bij Mayakovskaya, het mooiste metro-station, maar helaas deels in renovatie. De fraaie marmeren wanden, pilaren, vloer, het roestvrij staal en de mozaieken op het plafond zijn nog wel te zien.
We rijden naar de Universiteit. Prachtig gebouw, in echte Stalin-stijl. Wij mogen niet naar binnen en wachten onder het afdak een kort buitje af. Verder is het weer prima vandaag. Een eindje verder lopen en je hebt een uitzicht over het centrum van Moskou. Wel wat jammer van al die smog. Het loopt dan ook al tegen tienen. Het is nog steeds druk bij de uitkijk. Na een slordige vijf keer overstappen weten wij ons hotel weer te bereiken. Dat had waarschijnlijk sneller gekund.
25.7.04 Weg uit Moskou
Onze laatste dag in Moskou. Al hebben we eigenlijk het gevoel dat we alles al zo'n beetje gezien hebben. Vandaag naar het VDNKh park. Curieus. Vroeger een enorm park, twee vierkante kilometer, met allerlei beelden en paviljoenen om de glorie van het Sovjetrijk te vieren. Veel beelden en reliefs met socialistische tafereeltjes en mannen en vrouwen met weidse armgebaren. Een enorme ijzeren obelisk met raket op de top om de Sovjet ruimtevaartgeschiedenis te vieren.
Tegenwoordig is een en ander echter vooral een enorm pretpark geworden, met luchtkussens, trampolines, draaimolens, en verderop vooral winkeltjes en terrasjes. Met de beelden van Lenin op de achtergrond heeft dat een wat merkwaardig effect. Wij eten dan ook bij McDonalds.
Verder een algehele hangdag, ter voorbereiding op de treinreis. We gaan nog even naar het centrum, waar het rode plein blijkt afgesloten. Lenin en Marx staan nog wel op de hoek een babbeltje te maken. Dan maar een kopje cappuccino om de hoek. Daarna weer terug naar het hotel.
Vanavond om 9 uur worden we naar het station gebracht. Dan vertrekken wij om half twaalf. Donderdagochtend om 9 uur in Irkutsk. Wij hebben sterk het vermoeden dat er onderweg geen internet is. Donderdag hoort u dus weer van ons.
29.7.04 De Grote Treinreis
Zondagavond om 9 uur worden we opgehaald uit ons hotel door een vriendelijke jonge weinigzeggende Rus. Hij brengt ons naar het station waar we een tijdje mogen wachten in een warme wachtkamer. Er zijn al meer Hollanders. Een vriendelijke Engelssprekende man van Intourist brengt ons naar de perrons. Vanaf daar moeten we het verder zelf uitzoeken.
Rond elf uur rijdt de fraai blauw geschilderde Baikal Express binnen, trein nummer 10. Wij hebben een plekje in wagon 8, in een klein compartiment dat we met z'n vieren moeten delen gedurende de komende 77 uur. Onze reisgenoot blijkt een Engelsman van middelbare leeftijd die zijn baan als leraar in Engeland heeft opgegeven en een beetje over de wereld reist om hier en daar les te geven aan straatkinderen. Hij heeft net twee jaar in Wit-Rusland gezeten, gaat straks 9 maanden naar Brazilie en dan 3 maanden naar Mongolie. Met hem reist een leerling uit Wit-Rusland, de 14-jarige Arthur, die inmiddels ook wat Engels spreekt. Wij spreken Nederlands, Engels, Russisch, en Nederlandse Gebarentaal met elkaar. Daarnaast leren we wat Mongools en Mandarijns. Niemand begrijpt het nog.
De eerste twee dagen zien we vooral bomen. Heel veel bomen. Ontzaglijk veel bomen. En nog meer bomen. Hele bossen vol. Duizenden kilometers lang. De derde dag wordt het landschap wat gevarieerder, met heuvels, houten huizen, dorpjes en bomen. Af en toe hebben we een stop van een slordig kwartier op een groot station, waar we wat proviand kunnen inslaan, al valt het aanbod wat tegen. De route voert langs Yekaterinburg, Omsk, en Krasnoyarsk naar Irkutsk. Tijdens de eerste nacht, net voor Yekaterinburg, rijden we Azie in.
Eens per dag eten we een hapje in de restauratiewagen. Een Boeuf Stroganoff met gebakken aardappelen, gekookte aardappelen, patat, rijst of linzen naar keuze. Naar keuze van de kok, wel te verstaan. De laatste dag is onze Boeuf op. Gelukkig smaakt de rundvleesstoof precies zo.
De trein is verrassend schoon en netjes. De toiletten en fonteintjes worden schoongehouden en eens per dag wordt overal gezogen. Wij brengen de dag door met wat lezen, praten, hangen, slapen en spelletjes. Andrej, het 9-jarige buurjongetje, mag af en toe ook meedoen. Wij slapen verrassend goed. De trein kachelt rustig door waardoor wij al snel in slaap worden gewiegd. Over de hele reis is er een tijdsverschil van 5 uur. Verwarrend genoeg houden de spoorwegen consequent de Moskou-tijd aan. Als we om half vijf 's ochtends in Irkutsk aankomen, is het dus al half tien lokale tijd. Wij hebben er dan 5185 kilometer op zitten. Op een of andere manier is de tijd omgevlogen. Je hebt het best wel druk, zo de hele dag.
Wij hebben nu last van wat je normaal een jet-lag zou noemen. Trein-lag!? Aan het ontbijt in ons hotel in Irkutsk zien wij nog steeds de andere tafeltjes aan ons voorbij flitsen. Het is even acclimatiseren. Het is in Irkutsk ook een stuk kouder dan in Moskou. Met een extra overhemd gaan wij nu de stad verkennen.
31.7.04 Irkutsk
Irkutsk dus. De stad staat bekend als een van de mooiste steden van Siberie. Dat belooft weinig goeds voor de rest van Siberie. We lopen eerst wat in de stad rond. Met name op het centrale plein krijgen we even het gevoel alsof we de jaren '50 zijn binnengewandeld. Belangrijkste attractie zijn de houten huizen van de Decembristen, in stijl schakerend van vroeg-Siberisch tot laat-Russisch. Helaas zijn veel van die huizen in vergaande staat van verval.
We gaan eerst aan de slag met de planning voor vrijdag. Ons gewenste treinreisje langs het Baikalmeer gaat helaas niet door, want er rijdt op vrijdag geen trein. Dan maar de boot. Met de taxi naar de haven. Middels briefjes communiceren we met de mevrouw achter de kassa. Elke boot die wij willen kan rekenen op een streng Njet. Wij worden geholpen door een jonge Engelssprekende Rus. Tot zondag zitten alle boten vol. Dan maar de bus. Wij eten overheerlijk in een smaakvol lokaal restaurant.
Vrijdag vroeg op voor de lokale bus naar Listvyanka, pal aan het Baikal-meer. De dag begint zeer grauw en mistig. Aan het meer is die bewolking echter plotsklaps verdwenen. Prachtige uitzichten over het meest schone en meest water-bevattende meer ter wereld. Het meer is een stuk groter dan Nederland en tot ruim 1600 meter diep. Wij nemen een rondvaart die ons heen en weer vaart naar Port Baikal. Verder genieten wij op een terrasje van de zon en het water. En te harde Russische muziek. We maken een wandeling naar het dorpje. Zeer pittoresk, maar ook erg vervallen. Met de bus terug. 's Avonds eten we in het Bierhaus, restaurant in Beierse stijl, maar blijkt een stuk minder erg dan dat klinkt. Goed eten, wel duur.
Vandaag besteden wij aan het eindeloos rondhangen. Om 12 uur uitgecheckt. Als je zo langs de rivier loopt is Irkutsk best nog wel een aardige stad.
3.8.04 Iets Kortere, doch Trage Treinreis, en Ulan Bator
We vertrekken rond acht uur 's avonds. Onze trein blijkt meer een Transmongolie Boemel dan een Transmongolie Express. Elke plek waar mogelijkerwijs enige vorm van leven is, wordt aangedaan. Bij de grens hebben we een oponthoud van een slordige negen uur. Verder verloopt de reis voorspoedig. Onze wagon is de enige die daadwerkelijk de grens over gaat, het stikt dus van de buitenlanders, met name Nederlanders. Verder heeft de trein veel weg van de vorige, behalve dat een restauratiewagon ontbreekt. 's Avonds hebben we prachtige uitzichten op een bijna volle maan die over het Baikal meer schijnt. De volgende dag wachten we eerst 3,5 uur in de Russische grensplaats. We keuvelen over de markt en doen er onze inkopen bij een oud mannetje. We hebben het gevoel dat het allemaal nu echt begint. On vier uur terug in de trein; de eigenlijke grenscontrole duurt twee uur. Veel formulieren invullen, veel verrassend vriendelijke douaniers (m/v), die ons vragen net zo te glimlachen als op de foto in ons paspoort. Er wordt een keer of tien gecontroleerd of wij geen Mongolen meesmokkelen in het bagagevak.
Dan een half uurtje om de grens over te rijden. Veel bewaken. We stoppen onder de brug met wachter die de grens aangeeft middels een groot blauw bord "Mongolie" in Cyrillisch schrift. We zijn er. In de Mongoolse grensplaats wordt de trein bijkans bestormt door geldwisselaars. Wij maken de resterende roebels op en keuvelen door het plaatsje. Voor het station staan wat vrouwen te verkopen. Wij kopen een zak goed warme dumplings uit een thermosfles, en vier koeken. Lekker.
De volgende ochtend vroeg arriveren we in Ulan Baator. Toestand. Zeer vlot worden we opgepikt en naar het Peace Bridge Hotel gebracht. Maar daar moeten we niet zijn. Nog anderhalf uur worden ons de ogen uitgestoken in dit luxueuze hotel, waar een deel van de Nederlanders verblijft, voordat wij naar ons primitieve ger-kamp mogen. Wij moeten namelijk wachten op wat mensen uit een trein vanuit Moskou die 10 uur na ons vertrek Irkutsk aandeed, en anderhalf uur later dan wij in Ulan Bator aankomt. Dat was dus de echte Express. Een klein busje rijdt ons naar een bank om te wisselen, en dan blijkt het nog ruim een uur rijden naar ons kamp. Wij vragen ons af hoe wij ooit weer in de stad terug komen.
Het kamp, met traditionele vilten gers, is fraai gelegen, in heuvels met naaldbossen. We delen onze ger met twee andere Nederlanders, in totaal zijn we (nog) met z'n tienen. Leuke groep. Vanavond komt er nog een horde bij. De temperatuur wordt geregeld middels een kacheltje in de ger dat op hout wordt gestookt. Dat betekent dat het of te warm, of te koud is. Er is geen warm stromend water, wel een poging tot westers toilet. Voor kamperen is het allemaal best nog wel luxe. Eten wordt verzorgd door de kampleiding en geserveerd in de ger. Het smaakt vrij goed. Verder is het overwegend prachtig weer, met een strakblauwe lucht. Wij doen aankopen in een dorpje om de hoek en maken een boswandeling. 's Avonds ballen wij volley.
Vandaag zijn we opgehaald om acht uur (negen dus) om naar de stad te gaan. Wij gaan met z'n tweeen op stap. Eerst naar het grootste klooster (Tibetaans boeddhistisch), dan naar het Staatswarenhuis waar het ongeveer een half uur kost om onze souvenirs af te rekenen, en vervolgens naar het historisch museum. Leuk, met kostuums en alles wat u altijd al wilde weten over Mongolie tussen 5000 voor en 2000 na Christus. We lopen over het Grote Plein (net zo leeg als de rest van het land) en zitten op een terrasje. Het is hier heel erg goedkoop en erg leuk. Vriendelijke mensen. Hele verademing na die Russen.
Donderdag gaan we op onze expeditie; morgen blijven wij in het kamp. Waarschijnlijk hoort u de komende week dus niets meer van ons, daar wij nog niet zijn gestuit op gers met internetverbinding. Wel satellietschotels, trouwens. Bayartai!
11.8.04 De Gobi
We zijn er weer, na een week en 1550 kilometer (waarvan een slordige 1400 onverhard) rondcrossen door de Gobi. Een flinke groep Nederlanders, 21 man, plus 4 chauffeurs en 1 gids, in 4 oude Russische legerbusjes. Zeer gevarieerd landschap, overnachten in behoorlijk luxe ger-kampen (soms zelfs warm water). Het weer viel mee, 1 dag bereikten wij de 40 graden, maar een dag later was het al weer regen en 13 graden. Gemiddeld dus een graad of 20-25. Het eten was best wel te eten, alleen wat vaak schaap (gemiddeld zo'n 1,5 keer per dag). Er viel eigenlijk dus maar weinig af te zien. Het was een prachtige reis.
Wij waren zeer te spreken over onze chauffeur, Bugo, zeer verantwoordelijke nette man, die geen gelegenheid onbenut liet om aan zijn busje te sleutelen en poetsen. Dat was ook wel nodig, trouwens. Elke keer als je hem een snoepje gaf, ging hij weer een kwartiertje zingen. Verder deelden wij de bus met vier Brabanders, die inmiddels allemaal wat gebarentaal hebben geleerd. Het waren lange ritten.
Onderweg zien wij veel dieren: vogels, paarden, schapen, geiten, kamelen, yaks, marmotten, hamsters, gerbils, honden, muggen, kikkers, hagedissen, en onvoorstelbare hoeveelheden sprinkhanen en krekels. Weinig mensen, met hier en daar een gertent. De meest zuidelijke provincie telt 0,3 Mongool per vierkante kilometer (en 0,5 kameel). Het landschap is afwisselend, droog en dor in het zuiden, maar ook spectaculaire rotsformaties en zandduinen. Meer noordelijker is het behoorlijk groen, zelfs met bloemen, soms ontstellend vlak, dan weer heuvelachtig.
Donderdag is het heel lang wachten; wij worden al om zeven uur in het hotel gedumpt en vertrekken uiteindelijk pas om 12 uur, in plaats van om 9 zoals de bedoeling was. Een lange rit brengt ons naar een hotel(!) in Mandalgobi, dat er uitziet als een verbouwd fabriekspand. Vrijdag wordt het landschap steeds kaler, op weg naar Dalandzadgad in het zuiden. De wegen bestaan uit zandpaden, al zijn dat vaak wel vierbaanszandpaden. Vele wegen leiden naar Dalandzadgad. We krijgen een hoosbui en het blijkt dat de ruitenwissers defect zijn. Onze arme chauffeur stapt na elke flinke plas uit om de voorruit weer schoon te maken. Vanaf nu slapen we elke avond in een gertent.
Zaterdag gaan we naar Yolyn-Am. Prachtig gebied met bergen en het zuidelijkste puntje van de route. Vroeger was hier een gletsjer, maar helaas is het de afgelopen dagen te warm geweest zodat er nu een ijskoud riviertje stroomt. Op de weg terug zit Marco voorin en roept bij een paar flinke kuilen enthousiast "Hoppa!". Vanaf dat moment waarschuwt Bugo voor elke flinke kuil met eenzelfde kreet. We slapen midden in de woestijn. Zeer fraai. Zondag is er veel te zien. Eerst zandduinen, vervolgens de Flaming Cliffs, vuurrode rotspartijen waar veel dinosaurusresten zijn gevonden. Het heeft wel iets van de Grand Canyon. Die dag is het veertig graden. We staan een paar keer stil wegens kokende motor. We slapen in een gerkamp vlakbij de ruines van twee kloosters en fraaie bomen met bovengrondse wortels. Van de chauffeur krijgen we airag, gefermenteerde merriemelk met een ietsje alcohol. Smaakt naar geitenkaas. In de avond bezoeken we een tempel bij de ruines, die zeer recent weer in gebruik is genomen. De kinderen die hier in opleiding zijn tot monnik gaan graag op de foto.
Maandag worden we wakker met regen en kou. Een hele overgang. Bij de lunchstop net buiten een dorpje leren we de lokale jeugd touwtje springen met het touw waar de paarden mee worden vastgebonden. We rijden door naar Karakorum, ooit de hoofdstad van Mongolie. Helaas is daar nu vrijwel niets van over, behalve twee stenen schildpadden. Er is een aantal eeuwen later een nieuw klooster boven op gebouwd, Erdeene Zuu. Ook deze is bijna geheel vernietigd, een paar tempels zijn nog over. Plus de omheining met 108 stupas. Ons gerkamp is pal voor de deur. Aan het eind van de middag bekijken we het klooster.
Op dinsdag hebben we opnieuw pech. We rijden weg bij een pompstation als Bugo plotseling een bezorgd ”Ohohoh” laat horen. Hij kijkt naar de linker voorband en komt bij ons terug met de mededeling: “Psssst. Hoppa.” Lekke band dus. We rijden door naar het nationaal park Hustai, waar onder leiding van een aantal Nederlanders, het Przewalski-paard weer in zijn natuurlijke habitat is terug gebracht. We maken een korte wandeling en Marco rijdt paard. ’s Avonds rijden we een paar kilometer naar het dal waar een aantal Przewalskis bij zonsondergang komt grazen. Onderweg rijden we door een enorme kuil: ”big hoppa!!!”. Vandaag rijden we de laatste 100 kilometer terug naar Ulan Bator. Vannacht verblijven we in een echt hotel. Morgenochtend om 8 uur stappen we op de trein naar Beijing, waar we de volgende dag tegen het eind van de middag aan zullen komen.
14.8.04 Beijing
Onze laatste nacht in Mongolie brengen wij door in het Peace Bridge Hotel, met zulke zachte bedden dat je je voelt als de jus in een kuiltje stamppot. Onze trein, de laatste etappe van het Transmongolie traject, vertrekt 's ochtends en is opnieuw met name gevuld met toeristen. De grensovergang is vervelend en langdurig: de trein staat stil en je kunt geen kant op. Zelfs de toiletten zijn gedurende een uur of 7 gesloten. Bij de Chinese grens komt een mevrouw in witte jas met laserpistool onze temperatuur opnemen. Wij worden gezond verklaard.
Spectaculair wordt het net na de Chinese grens, rond middernacht, als we een loods inrijden waar het onderstel van de trein wordt vervangen, van het Russisch/Mongoolse systeem naar het smallere Chinese. De complete trein met passagiers wordt opgetild, het oude onderstel weggereden, en het nieuwe eronder gezet. Vanuit de ramen is het allemaal prima te volgen.
Het traject in China is een enorm verschil met Mongolie. Bergen, bossen, heel erg veel mensen, en af en toe flarden van de Muur. We krijgen nog een speciale toeristenstop om foto's te nemen bij het mooiste gedeelte.
Halverwege de middag komen we aan in Beijing. Op het station boeken we een hotel, geholpen door drie zeer hulpvaardige maar weinig Engels sprekende meisjes van de plaatselijke VVV. Het komt allemaal goed. Na vier pogingen vinden we een taxichauffeur die ons hotel kent. Het hotel is prima en vooral op een uitstekende lokatie: op een kleine vijftig meter van de belangrijkste winkelstraat van de stad (voor de kenners: WangFuJing) en een kilometer van de Verboden Stad. Wij hebben de indruk dat wij de enige buitenlanders in het hotel zijn.
De drukte en het lawaai hier is overweldigend, vooral na anderhalve week Mongolie. Waar wij zijn ziet alles er behoorlijk modern en Westers uit. Zet je een paar stappen buiten de winkelstraat, dan zit je meteen al weer midden in China. Gisteravond nog even naar het TianAnMen Plein geweest.
Vandaag is het rustig. Zojuist zijn we met een kunst-student mee naar huis geweest om wat van haar werk en dat van haar collega's aan te schaffen. Het is zwaar bewolkt met nu en dan een buitje. Maar niet koud.
In het internetcafe zijn wij niet in staat onze eigen weblog op te vragen. Wij hebben het ernstige vermoeden dat de Chinese censuur daar een stokje voor steekt. Wij hopen dus maar dat dit bericht goed terecht komt...
15.8.04 Meer Beijing
Gistermiddag zijn wij allereerst naar de Temple of Heaven gegaan. Enorme drukte, maar wel zeer fraai. 's Avonds eten wij bij het beroemdste restaurant van China: Quanjude, beroemd om zijn Peking eend, al sinds 1846. Of daaromtrent. Enorme belevenis. Na binnenkomst worden wij doorverwezen naar de derde etage, daar is misschien nog wel plek. Op de derde etage moeten we nog even in de wachtkamer wachten, want alle 800 plaatsen in het restaurant zijn bezet. Wij bestellen Peking eend. De kok komt persoonlijk de eend aansnijden en de vriendelijke serveerster doet ons voor hoe we het moeten eten. Paar stukjes eend in pruimensaus dopen, op het pannenkoekje leggen, beetje groente er bij, opvouwen, klaar. Met de hand opeten. Voor Chinese begrippen is onze eend buitengewoon exquise, al hadden wij zelf de voorkeur gegeven aan iets meer vlees en iets minder vel.
Op een terrasje drinken we nog wat, en raken aan de praat met een jonge Chinees die zijn Engels wil oefenen. Hij is aan het oefenen voor een grote landelijke schoolcompetitie Engels. Later wil hij verslaggever worden bij CNN.
Vanochtend op tijd op pad. Naar de Verboden Stad. Daar is het ontstellend druk met vooral Chinese toeristen. Later wordt het gelukkig wat rustiger. De verboden stad is vooral heel erg groot. De gebouwen lijken veel op elkaar, maar door de enorme schaal is het indrukwekkend. Wij sjouwen zes uur rond.
Daarna nemen we het Tiananmen-plein nog even mee. Er wordt weer veel gevliegerd. Straks willen we eten in het beste vegetarische restaurant van de stad (geen eend). Morgen willen we naar Chengde, vier uur per trein verderop. De dag daarna hopen we terug te keren in Beijing.
18.8.04 Chengde
Eergisterochtend stappen we om 7:16 op de sneltrein naar Chengde, 255 kilometer verderop. Hard seat dit keer, tweede klas dus. De trein is behoorlijk vol, maar het gaat er een stuk beschaafder aan toe dan Marco's ervaringen van 7 jaar geleden. Men houdt zich zelfs keurig aan het rookverbod. Onderweg stoppen we maar 1 keer.
In Chengde worden we bijkans de trein uitgesleurd door een zeer ondernemende taxichauffeuse, die in no-time onze treinkaartjes voor de terugreis een dag later heeft geregeld en ons naar een hotel van haar keuze brengt, vlakbij het park van de Keizerlijke Zomervilla, een van de belangrijkste attracties van Chengde. Wij vinden het prima zo, het hotel is goed genoeg.
Na ons te hebben binnengeloodst, wil mevrouw graag onderhandelen over ons verdere programma. Wij willen wandelen, zeggen wij. Dat is te ver, vindt zij. Uiteindelijk halveert de prijs per dagdeel en zijn wij bereid ons een halve dag op sleeptouw te laten nemen.
Wij weten eigenlijk niet precies waar wij heen gaan. Eerst worden wij naar een hotel gebracht waar we geld kunnen wisselen, vervolgens naar een tempeltje in de stad. Daarna rijden we de stad uit, naar een attractie die niet eens in ons boekje staat: een complex met grillig gevormde rotsen, tempels, een kabelbaantje en een uiterst educatief museum. Het is leuk.
Op ons verzoek gaan we daarna naar Puning Si, belangrijkste tempel in de stad, met een 22 meter hoog Buddha beeld met 42 armen. Onze laatste attractie is een replica van het Potala Paleis in Lhasa, Tibet. De volgende ochtend gaan we op eigen gelegenheid het park in. Veel pagodes, rotsen, fraaie waterpartijen en Chinezen. Wij worden goed bekeken. We rijden 's middags terug per soft seat, eerste klas dus.
Terug in Beijing blijkt ons hotel vol, althans het type kamer dat wij willen. Wij gaan naarstig op zoek naar een ander en vinden dat letterlijk op de hoek. Daar is nog wel plek voor ons, en wordt ook spontaan meteen een korting gegeven. Het hotel beslaat de andere helft van hetzelfde flatgebouw waar ons eerste hotel zit. Wij zitten nu op de 8e etage, met balkon met prachtig uitzicht over Wangfujing. Vanaf het balkon bij de lift kun je uitkijken over de daken van de Verboden Stad. Vandaag houden wij een rustdag.
20.8.04 De Muur
Gisterochtend vroeg uit de veren. Met de metro naar het busstation. Daar naarstig op zoek naar een bus naar Simatai, waar een deel van de muur te bezichtigen valt. Uiteindelijk worden we naar een minibus gesleept waar wij teveel betalen. We vertrekken om half acht, als er werkelijk geen mens meer bij kan, hoewel er later nog twee instappen.
Onze chauffeur doet wel zijn best en scheurt met gevaar voor eigen leven, en dat van ons, dwars door het verkeer. Twee uur later, 10 kilometer voor de muur, worden we er uitgegooid. Met nog wat buitenlanders regelen we een busje naar de eigenlijke ingang.
Per kabelbaan gaan wij omhoog. Simatai is een van de steilste stukken muur. Boven is het nog een eindje klauteren. Het is warm, de zon schijnt. We hebben een spectaculair uitzicht over de bergen en de muur die zich daar doorheen slingert. Twaalf wachttorens verderop lopen we weer naar beneden. Met twee Amerikanen nemen we een taxibusje terug naar de stad.
Vandaag is de laatste dag van onze gezamenlijke vakantie. We doen vandaag helemaal niks. Morgenmiddag vertrekt Marieke, om 's avonds weer op Schiphol aan te komen. Morgenochtend gaat Marco al naar de luchthaven, om zijn vriendin af te halen. Tien dagen later gaan zij weer naar huis.