We zijn niet al te laat wakker en eten wat ontbijt op de kamer.
We maken ons vrolijk over de Engelse versie van de hotelinformatie,
waar nauwelijks een touw aan vast te knopen valt. Voordat we weer
terug gaan naar Lhasa hebben we nog mooi een uurtje de tijd om
Damxung te bekijken. Er blijkt echt helemaal niets te beleven. Het
dorp is niet veel meer dan wat pandjes aan een doorgaande weg, al
ligt het wel mooi in de bergen. Vrijwel altijd als je ergens
rondloopt gebeurt er wel iets, maar hier dus niet. En dat terwijl
Damxung het tegenwoordig hoog in de bol heeft. Het is namelijk de
gelukkige bezitter van het enige Tibetaanse treinstation buiten
Lhasa. Vandaar waarschijnlijk ook dat alle hoteleigenaren hier
enthousiast hun prijzen omhoog hebben gegooid. Waarschijnlijk is er
vrijwel geen mens die hier uit de trein stapt, maar daar zijn ze in
Damxung nog niet achter.
Als we om kwart voor tien weer bij het hotel aan komen lopen, staat onze chauffeur al weer klaar. We halen onze bagage, checken uit, en stappen in. Bij een zebrapad verderop staat een man te liften. Onze chauffeur stopt. Er wordt gepraat. Dan vraagt hij aan ons of het goed is als we een persoon extra meenemen naar Lhasa. Dat vinden we goed. Een jonge vrouw stapt achterin, bij Carina. Ze praat wat met de chauffeur die voor haar zit. We rijden naar een pompstation. De chauffeur laat de tank niet vol gooien, maar waarschijnlijk net genoeg om Lhasa te bereiken. Carina stelt voor dat de vrouw en ik van plaats wisselen. Dat praat voor iedereen wat makkelijker.
De chauffeur en de vrouw kakelen honderduit. Gelukkig verliest hij ons niet uit het oog. Als we nadrukkelijk naar buiten kijken, besluit hij alweer tot een fotostop. We komen opnieuw de trein tegen, nu zelfs twee in iets meer dan een kwartier. Vervolgens weer hetzelfde tafereel als gisteren: allerlei mensen die het spoor lijken te controleren. De route die we volgen is dezelfde als die van gisteren. We komen dus ook weer over dezelfde pas, waar we weer even de auto uit gaan.
De besneeuwde bergtoppen liggen er fraai bij vandaag. Gisteren
lagen ze nog half in de wolken. Dat betekent weer een extra
fotostop. Verder doen we verwoede pogingen om een baby-yak op de
foto te krijgen, want die vindt Carina zo schattig. Het lukt niet
helemaal. Drie yaks slaan spontaan op de vlucht als ik ze op de foto
probeer te zetten, wat ons ook nog eens een verontwaardigde herder
oplevert. Snel rijden we weer verder.
Bij Yangpachen vraagt de chauffeur of we foto's willen maken van iets wat we niet helemaal begrijpen. Geen probleem, hij rijdt ons er gewoon heen. We rijden door het dorp, over een aanzienlijk slechtere weg. Even buiten het dorp liggen de Yangpachen Hot Springs, een paar grote zwembaden met water dat zo heet is dat de stoom er van af slaat. We nemen een kijkje. Er staat ook iets van een chemische fabriek naast. Mannen bieden in de baden gekookte eieren aan voor twee euro per stuk. Vreemd genoeg koopt niemand een ei. We voelen nog eens aan het water. Het is inderdaad heel erg heet. We rijden terug door het dorp en pakken de weg richting Lhasa weer op.
Onderweg maken we nog eens een fotostop, die eigenlijk vooral bedoeld lijkt als rookstop voor de chauffeur. Maar we kunnen toch weer mooie plaatjes schieten. Om een uur of twee zijn we we terug in het Yak hotel. Onze bijrijdster is net een straathoek eerder uitgestapt. We bedanken de chauffeur, geven hem inderdaad een fooi, en betrekken onze inmiddels vijfde kamer in het Yak hotel.
We gebruiken een late lunch bij Dunya. We nemen de vegetarische
burger en de yakburger. Die vallen eigenlijk wat tegen. Ook de
broodjes zijn nogal droog. Een en ander valt wat zwaar op de
maag.
De middag wordt vooral gebruikt om uit te rusten. Vooral Carina kan amper nog overeind komen. Maar tegen het eind van de middag gaan we er toch maar op uit. Er moet voor morgen immers nog het een en ander geregeld worden; dan reizen we terug naar Chengdu. We lopen weer naar het Airway hotel, waar de Chinese luchtvaart gevestigd is. Morgenochtend kunnen we hier een bus naar de luchthaven nemen, zo wordt ons verteld. En gezien de vertrektijd van onze vlucht, moeten we de bus van elf uur hebben. Om half elf hier zijn en dan kaartjes kopen in de bus. De mevrouw die als tweede probeerde voor te dringen keek verstoord op toen ik gewoon mijn vraag voor de vriendelijke baliemedewerkster gooide, terwijl zij dat net wilde doen.
We lopen terug. Het is ineens weer warm, de zon schijnt weer fel en recht in onze rug. We komen nu tegen waar we al dagenlang naar zochten: een flinke supermarkt. En nu hebben we hem eigenlijk niet meer nodig. We kopen toch nog maar wat dingen. Als Carina weer terug gaat naar onze kamer loop ik nog even verder om wat geld te pinnen. De linker pinautomaat doet het zomaar.
We eten laat, vanwege die burgers van vanmiddag. Het is nu echt onze allerlaatste keer bij Dunya. We bestellen een Nepalese rijsttafel, plus wat extra rijst. Smaakt prima. Jannette wenst ons een goede reis.
We kunnen het rustig aan doen. Opstaan, inpakken, ontbijten. Dan
voor de allerlaatste keer uitchecken bij het Yak hotel. De
taxichauffeur snapt niet waar het Airway hotel is, maar gelukkig kan
ik uitleggen hoe hij moet rijden. Om kwart over tien komen we aan.
De bus staat er al. Nadat ons ticket gecontroleerd is, mogen we naar
binnen. We doden de tijd door te kijken hoe verschillende mensen
buiten ruzie maken.
Het is ongeveer een uur rijden naar de luchthaven. Het is een weinig boeiende route, die we al een paar keer hebben gezien. Eenmaal op het vliegveld is niet helemaal duidelijk waar we in moeten checken. Als we vooraan staan bij een balie is er weer zo'n Chinees die er even voorlangs moet. Ik ga er fel tegenin. De man scheldt mij in het Chinees uit, ik scheldt stevig in het Nederlands terug. Ik heb het nu wel weer gehad met die voordringende Chinezen.
Mevrouw achter de balie vertelt dat onze vlucht van 13:30 is geannuleerd. Maar we zitten nu op de vlucht van 14:40. Later, als we bij de gate zijn, horen we de omroepster zeggen dat dat een 'extra' vlucht is. Als we achterdochtig waren geweest, zouden we haast gaan denken dat dit een slinkse truc is van China Airways om de punctualiteitscijfers wat op te krikken. De vlucht van 13:30 is helemaal niet te laat. De vlucht van 13:30 is geannuleerd en iedereen die er een ticket voor had, zit nu op een extra vlucht van 14:40. En die vlucht is keurig op tijd.
Hoe dan ook. We komen de tijd wel weer door. Onderweg lopen we nog wat vertraging op, waardoor we uiteindelijk anderhalf uur te laat aankomen in Chengdu. We laten een taxi ons naar het Dragon Town Youth Hostel rijden, warm aanbevolen door de Lonely Planet. Aan het begin van het straat laat de chauffeur ons uitstappen. De weg is te slecht om nog verder te rijden.
Hij heeft gelijk. Over een weg met kuilen en keien lopen we naar
het hostel, en vragen we naar een tweepersoonskamer met douche.
Helaas. Men zit al vol. Maar even verderop, vijf minuten lopen hier
vandaan, weet men nog wel een jeugdherberg waar tweepersoonskamers
zijn voor 100 yuan, zonder badkamer. Er wordt meteen gebeld. Er
blijkt er nog precies eentje vrij. Daar moeten we eerst maar eens
over nadenken. Anders weet men ook nog een hotel, vijf minuten lopen
hier vandaan, waar ze tweepersoonskamers met badkamer hebben voor
180 yuan. Dat lijkt ons een beter idee. Een meisje wordt meegestuurd
om de weg te wijzen en te bemiddelen. Ze spreekt weinig Engels, maar
we komen er wel uit. Het hotel is prima, een doorsnee Chinees hotel
met een grote badkamer en airconditioning. We vinden het prima en
betalen voor drie nachten. We gaan terug naar de kamer om af te
koelen.
In de loop van de avond gaan we terug naar het Dragontown. Voor morgenochtend willen we namelijk de Pandatoer boeken, naar het pandafokcentrum in de buurt van Chengdu. In de ruime lobby van het hostel is ook een reisbureautje. Morgenochtend om half acht vertrekken we met een busje van voor Dragontown. En we mogen straks ook nog gratis internetten op een van de twee computers die hier in de lobby staan, laat onze reisman weten.
Nu we hier toch zijn, gaan we hier ook maar meteen eten. Dat kan, en is goed en goedkoop, laat de reisman weten. We zijn de enigen in het kleine restaurant. Wat andere gasten blijken buiten te zitten, maar dat vinden wij wat aan de warme kant. Het blijkt hier een pizzarestaurant te zijn. We bestellen allebei een pizza. Die blijken op typische Sichuan-wijze bereid. Behoorlijk pittig dus. Maar lekker is het wel.
Om morgen niet al te vroeg op te hoeven staan, scharrelen we 's avonds na het ontbijt voor morgenochtend bij elkaar. Dat valt nog niet mee. Er zijn veel kleine winkeltjes in de buurt, maar eigenlijk geen enkele waar ze ook iets van broodjes verkopen. Bij een winkel kopen we bananen, bij een ander weer drinken en chocola. Uiteindelijk zien we bij een kiosk toch nog wat broodjes.
We moeten dus vroeg op. Valt niet mee. Maar om kwart over zeven
melden we ons al bij Dragontown. Het is er nog rustig. Om klokslag
half acht staat het busje voor de deur. Uiteindelijk blijken er twee
minibusjes die kant op te gaan.
Het verkeer is druk, al is het nog niet zo erg als in Beijing. Om kwart over acht parkeren de busjes op een parkeerplaats net naast het grote pandapark. Om half elf dienen we ons weer te melden, zo laat de chauffeur in nauwelijks te begrijpen Engels weten. We lopen het park in. Het is hier stukken drukker dan toen ik hier zeven jaar geleden was. Zacht uitgedrukt. Toen kwam ik af en toe en bij toeval een toerist tegen. Nu zijn ze nauwelijks te ontlopen. Hordes toergroepen zijn op zoek naar de panda's.
Om half negen zien we onze eerste panda. In een hok, terwijl hij gevoerd wordt. In de hokken blijken nog meer panda's te zitten. Gefascineerd kijken we toe. De panda's hebben hier toegang tot een redelijk groot buitengebied, door een sluis afgeschermd van de toeschouwers, waar ze vanuit hun hokken heen kunnen lopen. Maar in de hokken worden ze gevoerd. Er zijn een paar van die afgesloten gebieden waar de panda's kunnen rondlopen. Zo is er een gebied voor volwassen panda's, en een gebied voor bijna-volwassen panda's. En een centrum voor baby-panda's. Daar gaan we maar eens heen.
We hebben geluk. In het babycentrum liggen, achter glas en in couveuses, een paar pasgeboren panda's. Er is een tweeling die precies twee dagen geleden geboren is, de bovenste helft van hun lichaam verscholen onder kleine dekentjes. Ademloos kijken we toe. Baby÷panda's zijn heel erg klein. Bij hun geboorte wegen ze amper een ons, terwijl een volgroeide panda zo'n honderd kilo weegt. De kleintjes zijn nog vrijwel onbehaard. Naast onze tweeling ligt nog een baby in z'n eentje in een couveuse. In tegenstelling tot de tweeling hangt bij deze baby geen printje met informatie. Misschien is deze dus nog jonger. Hij of zij lijkt wel kleiner.
Terwijl wat toergroepen snel weer verdwenen zijn, blijven wij nog
een tijdje voor het raam staan kijken. Er komt een Chinese mevrouw
in volledige steriele kleding om wat ontlasting van de tweeling te
verzamelen. Wij vangen daarbij ook nog een glimp op van de bovenste
helft van de baby-panda's.
Als we weer naar buiten gaan, zien we dat er nu ook panda's buiten zijn. Er staat tenminste een flinke groep toeristen naar hetzelfde punt te kijken. Soms is het toch best wel handig, al die toeristen. In het gras zijn inderdaad een paar panda's aan het rondstruinen. Het is mogelijk om tegen forse meerprijs met een panda op de foto te gaan. Een panda gaat keurig op een bankje zitten om samen met toeristen op de foto te gaan. Door de verzorgers wordt hij bezig gehouden met wat bamboe. Via een draaibare loopbrug kan men bij de panda op audiëntie.
Verderop, in de puberkuil, wordt een panda uit een boom naar beneden gelokt. Hij lijkt niet helemaal op z'n gemak. Maar er moet ook gegeten worden. Tot onze verbazing zagen we in de andere kuil dat de panda's bij hun naam geroepen worden als er gegeten kan worden, en daar nog naar luisteren ook.
Naast de reuzenpanda huisvest het park ook de gewone panda. Die is een stuk kleiner, roodwit gekleurd en heeft meer iets van een otter. Of iets dergelijks. De beestjes zijn wel een stuk beter te vinden in hun kuil. We zien er zo al een stuk of vijf.
Het loopt al tegen half elf, dus we moeten er weer van door. We
hebben helaas geen tijd meer om bij de pandaknuffels in de
pandawinkel te kijken. Bovendien is het daar veel te druk. We nemen
nog wat foldertjes mee uit het bezoekerscentrum en zoeken dan ons
busje weer op. Uiteraard zijn wij als laatste terug.
Eenmaal terug op de hoek van de straat waar Dragontown zit, gaan wij eerst maar weer eens terug naar ons hotel. Om af te koelen. Het is al weer vies benauwd buiten. We gebruiken de lunch in het restaurant van het hotel. Ook daar hebben ze geen Engelse menukaart, maar wel eentje met plaatjes. Zo komen we er ook wel uit. Het eten is geen succes. Misschien hebben we gewoon het verkeerde uitgezocht. Er komt ook een gerecht meer dan we besteld hadden. Uiteindelijk weten we dat duidelijk te maken. Het gerecht duikt later weer op op de rekening. Als we dat duidelijk proberen te maken, doet men alsof men dat niet begrijpt. Als ik om de kaart vraag om alles wat wij gehad hebben eens bij langs te gaan, begrijpt men het plotseling wel. Er wordt een gerecht van de rekening geschrapt.
Later die middag gaan we weer op pad. Dit keer naar de WenShu tempel, de grootste tempel van Chengdu. Zo'n Chinese tempel is toch weer wat anders dan een Tibetaanse. Al staan er deels wel dezelfde Buddha-beelden. Maar de gebouwen zijn heel anders. Het WenShu blijkt een behoorlijk complex. Er is niet alleen een tempel, maar ook een grote tuin. Achter de tuin is een groot paviljoen, dat ook onderdeel uitmaakt van het klooster. Beneden is een grote bijeenkomstruimte, voorzien van comfortabele ronde oranje kussentjes. Er hangen grote lange gordijnen waar kinderen druk en luidruchtig in aan het spelen zijn. Wij vinden dat niet zo gepast. Op de eerste etage is een bibliotheek gevestigd. Nog een etage hoger staan kleine goudkleurige Buddha-beelden in nissen achter glas. Honderden. Misschien wel duizenden. Een nonchalant onderuitgezakte bewaker houdt de wacht.
In de tuin zijn wat vijvers met schildpadden. Her en der zitten
bejaarden te babbelen of te mahjonggen. Of zelfs te zingen. Vals, in
een microfoon. We lopen snel verder. WenShu heeft een flinke
theetuin. Bij een loket haal je een kopje met wat droge thee. Mannen
die voortdurend met een ketel rondlopen schenken daar heet water
bij. Continu. Elke keer als je weer een slok genomen hebt.
De theetuin zou druk en levendig moeten zijn, maar het is behoorlijk rustig. Misschien omdat het al wat aan de late kant is. Zo tegen half zes gaat de tent sluiten. We worden weggestuurd. Gelukkig is het vegetarisch restaurant van het klooster inmiddels wel open. Binnen is het vrij vol, dus gaan we op de binnenplaats zitten waar ook tafeltjes staan. We worden bediend door een opvallend onvriendelijke serveerster. We durven amper nog ergens om te vragen. Zo af en toe komt er een andere serveerster langs die een stuk vriendelijker is. Het kan dus wel. Het eten is prima en bestaat, zoals gebruikelijk in een vegetarisch restaurant in China, uit nagebootste vleesgerechten.
We aten vroeg dus het is nog licht als we weer gaan. Een bedelaar die druk en vrolijk met iemand zit te praten, is niet helemaal bij de les. Pas als wij vlak bij zijn heeft hij ons in de gaten en begint hij luid en meelijwekkend te kermen. We lopen weer richting hotel. Ten opzichte van zeven jaar geleden, toen ik hier ook was, is Chengdu behoorlijk veranderd. De stad staat nu ook vol met flitsende wolkenkrabbers. Er wordt zelfs aan een metrolijn gebouwd, waardoor een aantal straten flink overhoop ligt. De stad is er niet bepaald schoner op geworden. Over Chengdu hangt permanent een deken van smog, waardoor je niet heen kunt kijken. Alles is wazig.
We lopen een sjiek hotel binnen. Carina heeft al haar boeken
namelijk al uit, dus voor de terugreis zijn we op zoek naar wat
leesvoer. In het hotel lukt dat niet echt. We hebben de indruk dat
de conciërge wel wat zenuwachtig wordt dat wij hier gewoon met onze
korte broeken en onze petjes op naar binnen lopen. Bij een paar
boekwinkels die we onderweg tegen komen zijn ook al amper
Engelstalige boeken.
We zijn al dichtbij het grote plein van Chengdu, dus we lopen nog wat verder in die richting. We komen langs een groot stadion. Aan de overkant zijn alleen maar sportzaken. Dan komen we bij het standbeeld van Mao, aan het grote plein. Ook Mao staat in een zwakke mist. Hij strekt zijn hand uit over het plein dat ook al volledig overhoop ligt. Vanwege de metro. Er zijn nog steeds veel Chinezen die graag op de foto gaan met Mao op de achtergrond.
Mao kijkt uit op de McDonald's, iets verder naar links. Wij nemen een kijkje. Helaas zijn er vandaag geen milkshakes. We nemen een ijsje. Naast de McDonald's zit zelfs een Starbucks, waar we verrukt een kopje cappuccino nemen. We hebben de indruk dat de Starbucks hier nog niet heel lang zit.
Inmiddels is het donker. We nemen een taxi terug naar het hotel. Op onze kamer lag briefpapier en een envelop met de naam, adresgegevens en telefoonnummer van het hotel. Die hebben we meegenomen. Maar goed ook, want de taxichauffeur kan het niet vinden. Met zijn mobiel belt hij het hotel. Dat vinden wij slim.
Het is onze laatste dag in China. We doen het maar eens rustig
aan. Bij Dragontown nemen wij een ontbijtje in de tuin. Dat is
prima. Via een andere route gaan we weer terug naar het hotel. Ook
hier vervallen huizen en hobbelige straten. We betwijfelen of hier
nog heel veel aan gedaan gaat worden. Het zou me niet verbazen als
alles hier binnenkort volledig tegen de vlakte gaat en er weer een
paar van die charmante wolkenkrabbers voor in de plaats komen.
Eerst weer een uurtje afkoelen op onze hotelkamer. Dan wandelen we naar het Volkspark, niet ver van het hotel. Dat is een groot park met theepaviljoens, waterpartijen, en andere attracties die je zoal in een Chinese tuin vindt, midden in de stad. We gaan een tijdje zitten in zo'n theetuin, vlak aan het water. Uit de verschillende theeopties hebben we de citroenthee gekozen, omdat dat de enige was die we kennen. Geen goed idee. We krijgen allebei een longdrinkglas met een paar schijven citroen en nog wat ingredienten die het geheel een nogal sterke en onaangename smaak geven. Gelukkig staan er wat suikerrotsjes op tafel.
We maken een rondje door het park, maar vinden het erg warm. In een vijver zitten enorm veel vissen. Je kan zakjes visvoer kopen. Doen we. Het voer wordt nog net niet uit je hand gegeten.
We verlaten het park en lopen nog een eindje door de stad. Te warm. Dan maar terug naar het hotel, waardoor we uiteindelijk een rondje om het park heen lopen. Terug op onze kamer lunchen met crackers en bananen. Zo tegen het eind van de middag gaan we er weer op uit. We lopen naar de McDonald's bij Mao en eten daar een frietje. Er zijn vandaag ook weer milkshakes.
Na de McDonald's storten wij ons in het bruisende winkel-centrum
van Chengdu. Het is druk. Om aan de overkant van de straat te komen
moeten we over een voetgangersbrug die vier kanten op gaat. We zijn
op zoek naar de Grote Boekwinkel van Chengdu, die toch weer een
stukje verder blijkt dan het op het eerste gezicht op de kaart
lijkt. Maar na stug doorlopen weten we het ding te vinden. Hier
hebben ze een redelijke collectie Engelstalige boeken, zo belooft de
Lonely Planet. Dat klopt, al is het wat lastig de twee boekenkastjes
te vinden, ergens achteraf op de tweede verdieping. Ze hebben hier
zelfs nog meer dan de geijkte Ik- Leer-Engels boekjes. We schaffen
een paar boeken aan, voor Carina op de terugweg.
We willen met een taxi weer terug, maar er zijn hier duidelijk meer mensen op datzelfde idee gekomen. Uiteindelijk laten we ons overhalen door een fietstaxibestuurder. De prijs die hij vraagt blijkt niet overdreven exorbitant. En hij weet de weg ook nog.
Nadat we onze spullen op onze kamer hebben gelegd, lopen we terug naar het Dragontown, voor een bezoek aan de pizzeria. Carina neemt vanavond een spaghetti, ik kies opnieuw voor de kippizza. De kok is vanavond wel erg enthousiast met de peperbus aan het strooien geweest. Het eten is amper fatsoenlijk naar binnen te krijgen. Heet.
Het is tijd om afscheid te nemen. We vliegen vanmiddag om twee uur rechtstreeks terug naar Amsterdam en hebben dus nog alle tijd. Eerst maar eens naar Dragontown voor opnieuw een uitstekend ontbijt. Dan rustig inpakken. Het hotel zit niet ver van een grote doorgaande weg, maar in een achterafstraatje waar weinig taxi's komen. Ik loop naar de grote weg en houd een taxi zijn. Driftig wijs ik naar ons hotel, maar de chauffeur gebaart dat ik eerst maar eens in moet stappen. Dat doe ik, ondertussen nog steeds druk wijzend naar het hotel amper honderd meter verderop. De chauffeur snapt er nog steeds niet heel veel van als ik na die honderd meter nog uitstap ook. Als ik terug kom met Carina en de bagage, begrijpt hij wat de bedoeling is. In het taalgidsje Chinees wijs ik "vliegveld" aan.
Het vliegveld van Chengdu is niet overdreven groot. Ons vertrek
verloopt dan ook zonder de hectiek die we twee jaar geleden wel in
Beijing ondervonden. Op het vliegveld probeer ik de Chinese yuan die
we over hebben weer om te zetten in geld waar we iets mee kunnen. We
kunnen alleen wisselen naar Amerikaanse dollars, niet naar euro's,
laat het personeel van het wisselkantoor weten. Geen punt, dan doen
we dat gewoon. Dan willen ze graag een bewijsje dat we legaal aan
dit Chinees geld gekomen zijn. Ook al geen probleem, ik heb nog een
hele stapel bonnetjes die door de pinautomaten zijn uitgebraakt.
Meneer wil ook graag de pasjes zien waarmee we het geld hebben
opgenomen. Ook dat kan. Hij bestudeert het pasje en de stapel bonnen
en komt tot de conclusie dat op geen enkel bonnetje het pasnummer
dat daar op vermeldt staat, overeenkomt met mijn pasnummer. Nu moet
ie niet gekker worden. Carina's pasje wordt er bij gehaald. Ook dat
nummer komt niet overeen. Meneer kan dus helaas ons geld niet
omwisselen. Ik ga hevig protesteren. Dit zijn de bonnetjes die door
de pinautomaat van de Bank of China in Lhasa zijn uitgebraakt nadat
wij daar onze pasjes in gestopt hebben, dus als er iets mis is, dan
moet hij daar zijn, niet bij ons. Toevallig was mij bij het pinnen
ook al eens opgevallen dat de gegevens op het bonnetje niet klopten.
De man houdt vol dat hij ons helaas niet kan helpen. Ik blijf
protesteren. Totdat ik bedenk dat ik ook nog een bonnetje heb van
die keer dat ik Travellers' Cheques heb gewisseld. Nadat hij ook nog
mijn paspoort heeft gecheckt, is de man tevreden. Het duurt nog
zeker een minuut of vijf voordat alle administratieve handelingen
zijn verricht, maar dan worden onze overgebleven yuan gewisseld. Het
ging om 23 dollar.
De Spanjaarden die we in Shigatse ontmoet hadden, blijken ook op onze vlucht te zitten. Uiteindelijk zijn zijn wel in Base Camp geweest, in een overbevolkte Landrover. Boven zijn wat mensen ziek geworden. Wij vinden het niet meer heel erg dat we niet naar Base Camp zijn gegaan.
We moeten nog een tijd wachten. We nemen geen kopje cappuccino in de koffiebar op het vliegveld, aangezien die een kleine 7 euro blijkt te kosten. Daar kan je hier drie dagen van eten. De vlucht zit stampvol. Aanvankelijk kunnen we zelfs niet naast elkaar zitten, maar als we eenmaal in het vliegtuig zijn, is dat snel opgelost. Netjes op tijd zijn we weer op Schiphol. Per trein en taxi rijden we terug naar huis, waar we 's avonds om half elf voor de deur staan.

