Het is een woelige nacht. Tot nu toe is de zee nog steeds
spiegelglad of met wat vriendelijke golfjes geweest, maar vannacht
gaat het er onstuimig aan toe. Rond een uur of één
word ik wakker van het gedein. Slapen lukt dan niet echt meer. Als
ik net weer slaap, gaat de wekker. Het is tijd voor onze
walviswacht. De zee is nog steeds erg onrustig en we botsen naar de
brug. Daar is het nog niet heel erg druk. Ook zijn er nog geen
walvissen gespot. We zijn dus mooi op tijd. Merkwaardig genoeg is er
geen van onze drie gidsen aanwezig, ondanks de beloofde grote kans
op walvissen.
We blijven nog een tijdje naar een lege zee turen en gaan dan terug naar onze kamer om van achter ons eigen patrijspoortje te genieten van het uitblijven van walvissen. Misschien is de zee ook wat te onrustig om de beesten te kunnen waarnemen. We proberen het nog eens op de brug, waar nu ook een stoel vrij is. Om half vijf houden we het voor gezien. Er zijn vannacht geen walvissen waargenomen.
Om twintig voor acht, nog in diepe slaap, worden we gewekt door de intercom. We doen het nog wat rustig aan en komen om half negen in het restaurant. Aansluitend aan het ontbijt geeft Delphine een lezing over ijsberen. Op Svalbard zijn er nog zo'n 2500, wereldwijd 20-25000. Het beestje wordt bedreigd, vooral vanwege de afname in drijfijs en de toename in chemicaliën in de lucht en daarmee in het voedsel van het dier. De ijsbeer is de grootste beer die er op aarde rondloopt en stamt waarschijnlijk af van de bruine beer. Eigenlijk is het dier niet helemaal wit, meer een soort van gebroken geelwit. Hij kan 2,80 meter lang worden en 800 kilo wegen.
Het is wat lastig plannen vandaag. Voor vanochtend stond er
eigenlijk een landing in Gåshamna op het programma, maar ook
die is vanwege de weersomstandigheden is opgeschort. Het waait
momenteel 14 meter per seconde, en dat is te hard om de zodiacs te
laten uitvaren. Andere dingen die aanvankelijk al waren afgelast
kunnen nu weer niet doorgaan vanwege het getij. Uiteindelijk krijgen
we vanochtend een cruise met de Maryshev langs de gletsjers van de
Hornsund.
Spektakel. Hornsund is de meest zuidelijke fjord van Spitsbergen en herbergt de meest immense gletsjer, de Hornbreen. Het ding is een slordige 15 kilometer lang, zij het hier en daar onderbroken door wat gesteente. De gletsjer is zo'n 20 meter hoog, plus nog eens zo'n 60 meter onder water. Het ijs is hier behoorlijk aan het smelten. De kapitein heeft GPS-gegevens van 1966 en volgens die informatie bevinden we ons een slordige kilometer in de gletsjer.
We varen langs een enorme wand en worden zo nu en dan welhaast omsingeld door het ijs. De kapitein vaart het schip een flink eind een soort van grot binnen waar we het ijs aan alle kanten zien. Vogels fladderen nerveus rondjes. Door het koude smeltwater komt er allemaal plankton tevoorschijn waar de vogels dankbaar van eten. Even verderop zien we een groot cruiseschip liggen. We hopen op een flinke ijsafkalving. Uiteindelijk krijgen we die toch nog. Op dat moment staan wij op het bovenste dek van de boot. We varen een kleine drie uur langs de gletsjer.
Ook op Gåshamna zijn overblijfselen van walvisjagers te bewonderen. Het houten hutje dat ze hebben achtergelaten is inmiddels half vergaan. Er liggen hier mooie skeletten met enorme walvisbotten. We maken een wandeling langs de gletsjer met mooie uitzichten over het water en de bergen. We lopen vooral over een enorme berg stenen, zo lijkt het. Dat zijn rotsen die in de loop van de geschiedenis zijn opgestuwd en versplinterd door het opvriezende en kruiende ijs. Het loopt soms wat lastig. Af en toe lopen we over een zompige ondergrond. Ook hier zijn rendieren. We zijn getuige van een kleine jager (arctic skua) die een sneeuwgors (snow bunting) aanvalt. Rond half zes varen we weer terug. De zee is dan aanzienlijk rustiger.
Terug op de Maryshev geeft een lezing over het wonen op Svalbard.
Officieel mag iedereen hier zonder problemen gaan wonen, maar vindt
maar eens een huis. En een baan. En geluk. Uiteindelijk is het de
Noorse overheid die overal toestemming voor moet geven. Tegenwoordig
is er ook een kleine studentenpopulatie in Longyearbyen, waardoor
het tenminste iets levendiger is geworden. Uiteraard worden hier
vooral vakken gegeven die iets met het noordpoolgebied te maken
hebben.
Het is goed nieuws dat de zee wat rustiger is geworden. Dat betekent namelijk ook dat de geplande avondactiviteit doorgang kan vinden. De zaterdagavondbarbecue! Toepasselijk genoeg vindt die plaats in de Burgerbukta, een baai in de Hornsund. Vanwege het toch nog wat instabiele weer vindt de barbecue plaats op het overdekte achterdek in plaats van het voordek. Het wordt helemaal een dolle boel als de Russische meisjes van de bediening een dansje opvoeren, en uiteraard met hulp van het publiek. Later op de avond duikt er zelfs nog een akoestische gitaar op.
Traditiegetrouw beginnen we met een ontbijt. Het schip ligt
inmiddels in de Bellsund, een volgend groot fjord ten noorden van de
Hornsund. Vanwege de nog steeds wat onstuimige weersomstandigheden
wordt het ochtendprogramma opnieuw omgegooid. Vanochtend gaan we
niet aan land op Bourbonhamna, maar kiezen we voor de
Recherchefjorden, een acht kilometer lang fjord aan de zuidkant van
de Bellsund. Eenmaal aan dek zien we de Noorderlicht weer liggen,
het zeilschip dat we ook al in de haven van Longyearbyen
tegenkwamen, en dat nu bijzonder fotogeniek in het poollandschap
ligt.
Eenmaal aan land kunnen we, indien gewenst, een stevige wandeling maken van drie uur. Dat wensen we niet. We gaan me met de groep voor het wat kortere rondje, zodat we ook nog tijd hebben om iets te zien onderweg. Het eiland wordt gemarkeerd door bergen met sneeuw. Er is goed zicht. De bodem bestaat vooral uit zompige toendra, voorzien van een enorme laag uitwerpselen. Eerst lopen we een flink stuk mee met de groep van de lange wandeling. Dat is stevig doorlopen. We snappen niet helemaal wat de bedoeling is. Pas veel later begrijpen we dat dit een subtiele poging is om een aantal mensen die zich hebben aangemeld voor de lange-wandelinggroep, er van te overtuigen dat het misschien toch verstandiger is als ze een wat minder lange wandeling doen.
De geplande ochtendlanding is ook 's middags vanwege de stevige wind helaas niet te bereiken. We landen daarom op een andere lokatie elders in het Recherchefjord, op Lægerneset. De ondergrond is hier aanzienlijk aangenamer dan bij de ochtendwandeling. Het is hier minder zompig, de ondergrond is meer egaal en het is ook groener. Wild zien we hier niet, we beperken ons dus maar tot nadere bestudering van de bloemetjes. Ook die zijn hier talrijk aanwezig, maar wel uiterst klein. Sommige enthousiaste fotografen liggen languit op de grond. Ik ook.
Het gladde water van een meertje geeft een fraaie weerspiegeling van de met sneeuw bedekte bergen aan de andere kant van een gletsjer. Ook op deze lokatie zijn nog overblijfselen te zien
van menselijke bewoning. Aan het eind van de wandeling komen we
bijvoorbeeld bij het hoofdkantoor van de maatschappij die hier in de
jaren twintig marmer kwam winnen. Dat was ook al een grote mislukking, net als veel soortgelijke ondernemingen op Spitsbergen: het
marmer bleek al op de terugweg naar Engeland uit elkaar te vallen.
Het hutje dat hier nog is achtergebleven is het al nauwelijks beter vergaan: het
houten ding is volledig scheefgezakt en wordt nog met wat balken
overeind gehouden. Van de zijkant lijkt het haast de boeg van een schip. Voorzichtig gluren we naar binnen. Daar is niet veel te zien.
Als we eenmaal terug zijn aan de kust, horen we dat Aad het lijk van een rendier heeft gevonden. Het arme beest is verstrikt is geraakt in een visnet dat hier waarschijnlijk is aangespoeld. Vervolgens is hij niet meer los weten te komen en is langzaam verhongerd. Met twee Engelse dames en Delphine loop ik er heen om een kijkje te nemen. Van het beest blijken alleen nog de schedel en het gewei over. Delphine wil graag mijn digitale foto, voor educatieve doeleinden. Ik beloof hem op te sturen.
Om half zes stappen we weer op de zodiac en varen we terug naar de boot. Het diner wordt geserveerd om zeven uur en wordt vanavond ook nog eens afgesloten met een verjaardag en dus een taart. Wat een feest. Vanavond zitten we weer eens aan de rumoerige kant van het restaurant, met z'n zessen aan een tafel. Later op de avond spijbelen we bij een lezing van Fred, de Zweedse poolhistoricus, over de poging van een of andere Fransman om per ballon de Noordpool te bereiken. In de bar lezen we een boekje en werken we onze plattegrond en dagboek bij. Dat is wel zo rustig. We blijken niet de enige spijbelaars.
We mogen een half uurtje langer slapen dan anders. Met nog twee
dagen te gaan zijn we Spitsbergen al rond. Dat heeft te maken met
een aantal dingen die mee zaten (we zijn toch nog vrij vlot door het
pakijs heen gekomen) en ook een aantal dingen die juist tegen zaten
(landingen die vanwege ijs- of weersomstandigheden moesten worden
afgelast). Daarom hebben we nu de gelegenheid om Prins Karls Forland
te bezoeken, het langgerekte eiland net voor de fjord waar ook
Longyearbyen in ligt. Het eiland is 86 kilometer lang, en 5 tot 11
kilometer breed. Volgens Delphine zijn er walrussen, en volgens ons
boekje ook zeehonden. Om tien uur gaan we van boord, op Poolepynten,
het meest zuidelijke puntje van het eiland. Het is ongewoon warm
buiten, zo rond de tien graden.
Ook Prins Karls Forland heeft een hoog waddengehalte. We lopen langs het strand in de richting van de plek waar de walrussen zijn gespot, bij het grote oranje markeringspunt. Er liggen zo'n twintig exemplaren bij elkaar, en even verderop nog een paar. Op het strand ligt veel aangespoeld hout. Onderweg worden we bijkans aangevallen door Noordse sternen, die het niet op prijs stellen dat we rondlopen in wat blijkbaar hun broedgebied is. We maken een ommetje. De walrussen liggen er een stuk rustiger bij dan degenen die we eerder deze week zagen. Rustig kijken we toe en wachten we af. Zo nu en dan mogen we met de hele groep over de volledige breedte weer iets verder naar voren. In de zee rechts van ons duikt ook een walrus op, vlakbij ons.
De groep gaat gesplitst worden. Delphine maakt een wandeling
langs het strand. In eerste instantie willen we ook mee gaan, want
onze walrussen vertonen weinig aktiviteit. Net achter de houten hut
waar we ons verzamelen, blijkt een volledig skelet te liggen van,
naar wij aannemen, een walrus. De wandelaars zijn alweer druk bezig
met het spotten en fotograferen van vogeltjes. Bij nader inzien gaan
we maar snel weer terug naar de walrussen.
Jamie begeleidt de walrussengroep. Stukje bij beetje mogen we stilletjes steeds dichterbij komen, totdat we de beesten op zo'n twintig meter genaderd zijn. Erg actief zijn ze nog steeds niet. Af en toe krabt er eens eentje achter zijn oor of gaat wat verliggen. Genoeg om weer een foto te maken. Langs de kust lopen we verder, om de walrussen heen. Verderop zwemmen er een paar in zee. Jamie gebaart te stoppen en dicht bij de grond te blijven. De dieren dobberen steeds verder in onze richting en duiken een paar meter bij ons vandaan op.
We lopen nog een eindje verder, waar de zodiacs ons weer
oppikken. Tot onze verbijstering gaat Leo, de serveerster die
meegekomen is met een zodiac, een eindje zwemmen in het poolwater.
De lunch is vandaag een vis bereid op Chinese wijze met noedels.
Opnieuw weten we het prive- tafeltje te bemachtigen. Na een korte
rust na de lunch is het tijd voor onze middagactiviteit. We doen een
zodiacsafari langs de Konowbreen, in de St. Johnsfjord. Inmiddels
zijn we Longyearbyen alweer voorbij gevaren; de St. Johnsfjord ligt
net iets noordelijker. De gletsjers waar we langs varen zijn minder
hoog dan we ze tot nu toe gezien hebben, maar wel bijzonder
spectaculair, vooral omdat ze in de felle zon liggen.
Door een misverstand komen Carina en ik in verschillende zodiacs terecht. Ik zit in de boot bij Jamie en maak foto's van Carina die een Russische stuurman heeft. Vlakbij de gletsjer zwemmen een paar zeehonden rond. Via de walkie talkie maant Jamie de Rus het wat rustiger aan te doen. Wat later heeft Jamie motorpech, en de Rus moet er aan te pas komen om de motor weer aan de praat te krijgen.
Als we langs een grot in de gletsjer varen heb ik het idee dat
die ene scheur nog een stukje verder gaat dan zonet al het geval
was. Dat blijkt te kloppen. Als we niet al te ver van de bewuste
plek zijn, scheurt er met donderend geraas een flink stuk ijs naar
beneden. Mijn camera staat op scherp en het lukt om een paar foto's
van het spektakel te maken. Inmiddels vaart Jamie al met volle
kracht bij de gletsjer vandaan, want zo'n afkalving kan een
behoorlijke golfslag opleveren. We zien het water inderdaad
metershoog opspatten, hoewel dat stuk ijs nu ook weer niet zo groot
was.
Na twee uur rondvaren gaan we terug naar de Maryshev. Het diner is vanavond om half acht, op ons eigen plekje. Daarna houdt Jamie een lezing over walvissen. Curieuze beesten, het zijn de grootste beesten op aarde, maar ze eten vooral onooglijk kleine beestjes. Na de lezing volgt de vertoning van een dvd van Fred over de mijnen van Svalbard. Die slaan we maar over. Het lijkt een verstandige keuze, zo begrijpen we later van anderen. We maken nog een rondje over het dek, vooral nadat de boot plotseling een bocht maakt. Is er iets te zien!? Staan wij hier iets te missen!? Niets van dat al. Het schip gaat voor anker voor de nacht. Aan de kust spotten we nog wel wat walruskleurig oud ijzer en een ijsbeerkleurige rots. We zitten nog even in de bar als de film uitkomt. Dan gaan we naar bed.
Het is onze laatste dag op het schip. We mogen uitslapen, de
ontbijtzaal gaat open om half negen. Vanochtend bereikt de
temperatuur de absurde hoogte van 15 graden, met zon. Daar zijn we
niet op gekleed. De eerste landing volgt om halt tien. We zitten in
*Alkhornet, in de Isfjorden, dezelfde fjord waar Longyearbyen ook in
ligt. We beginnen de excursie met de inmiddels geijkte
hutoverblijfselen. Dan maken we een wandeling over de toendra. Een
bijzonder mooie en groene toendra hebben ze hier, zeker als die ook
nog in de zon ligt, zoals nu het geval is. Dit is een van de meest
groene plekken op Spitsbergen, zo begrijpen wij. Als we een eindje
lopen, zien we een rendier. Wij enthousiast, de rest niet. Bij onze
reisgenoten menen wij een zekere rendiermoeheid te bespeuren, zeker
nadat het beest gisteravond op het menu heeft gestaan. Wij vinden
hem nog steeds leuk. Al snel zien we nog veel meer rendieren op de
heuvel die tegen een toendra aan ligt. Tientallen.
De groep wordt weer gesplitst. Een groep voor de lange wandeling, en een voor de wat kortere. Die laatste groep wordt vervolgens weer gesplitst in mensen die nog meer rendieren van nog dichterbij willen zien, en zij die dat niet willen. Uiteindelijk gaan alleen wij met nog een bebaarde Brit met Delphine op jacht naar de rendieren. We klauteren een heuvel op en zien dan twee grote heren, vlakbij. Als we verder lopen, zien we in de vallei nog veel meer, vlakbij de andere groepen. Delphine roept ze op. Wij blijven van boven toekijken en dalen dan af. We lopen nog wat rond met nog meer rendieren. Er is hier ook ook een vossenhol, waar de langloopgroep al heen was gegaan, maar de bleek vandaag niet thuis, dus daar hebben we weinig aan gemist. We zodiacen terug.
De lunch is een kwartier verlaat en vindt nu om kwart voor
één plaats. We krijgen de laatste instructies van deze
tocht, over evaluaties en fooien bijvoorbeeld. En een schoonmaakpin
van de gouverneur van Svalbard, omdat we zo goed geholpen hebben met
het opruimen van de aangespoelde troep op de stranden. Die pins zijn
individueel verpakt in plastic. Daarna hebben we nog tijd voor onze
laatste activiteit. We krijgen een toer van de machinekamer, in
groepen van een man of acht. Het is een imposante, doch ietwat
chaotische en ook warme bedoening, daar beneden. We begrijpen nu ook
waarom de sauna naast de machinekamer ligt.
Ook op Skansbukta zijn de gebruikelijke historische
overblijfselen, toch wel leuk, want van een oude gipsmijn, compleet
met een vervallen spoorlijntje. Qua flora zien we hier bijvoorbeeld
de Jakobsladder, een fraai paars bloempje. Het is duidelijk dat we
al weer in de buurt van de bewoonde wereld komen. In de verte zien
we een rondvaartboot langskomen die vanuit Longyearbyen komt.
Een trappers' hut die hier staat, een hut die gebruikt wordt door jagers, is nog volledig intact. Je kunt het zelfs huren. Om kwart over vijf drinken we er gezamenlijk een kopje warme chocomel, al dan niet met rum. We kijken uit over de zee en de fraai afgesleten bergen aan de andere kant van het fjord.
We varen terug naar het schip. 's Avonds is het tijd voor het afscheidsdiner. We krijgen ons reislogboek en ijsbeerdiploma, en bedanken de gidsen, de dokter, de kapitein en zijn bemanning. 's Avonds rekenen we af in de bar, maken de laatste foto's en pakken in. Er wordt geïnventariseerd wie meteen door gaat naar de luchthaven, en wie nog minstens een nacht in Longyearbyen blijft. De meeste mensen vliegen vandaag nog weer terug. Hun bagage wordt morgenochtend rechtstreeks naar de luchthaven gebracht. Die van ons gaat naar de stad.
Om half acht worden we gewekt. We liggen alweer in de haven van
Longyearbyen. Tijdens het ontbijt zien we dat buiten de nieuwe
proviand wordt ingeladen. Vandaag nog begint de Maryshev aan een
nieuwe tocht rond Spitsbergen. Delphine en Aad blijven aan boord,
Jamie wordt vervangen door een gepensioneerde Noor, zo vertelde Aad
ons gisteravond. We hangen nog even in de bar en gaan dan de pier
op. Onze bagage blijkt al op de luchthaven te staan en dat was niet
de bedoeling. Hetzelfde geldt voor de anderen die nog een paar dagen
in Longyearbyen blijven.
Wat nu? Aad moppert dat dit toch geen handig systeem is en probeert iets te regelen. Er wordt heen en weer gebeld en overlegd. Uiteindelijk gaat Aad met de chauffeur van een vrachtwagentje naar de luchthaven om onze bagage op te zoeken, en die van onze medeslachtoffers, twee Nederlanders en een Deen. We geven een signalement van onze bagage mee. Twee Noren blijven ook in Longyearbyen, maar zij zagen vanochtend al hoe hun bagage in de vrachtwagen dreigde te verdwijnen en waren er nog op tijd bij.
Ondertussen wachten wij in het havenkantoor op de dingen die komen gaan. Onze Deen is al eens eerder op deze reis mee geweest, maar toen was het veel leuker, want toen hebben ze tientallen ijsberen gezien. En bedankt. Uiteindelijk komt onze bagage weer boven water. Van de vriendelijke chauffeur mogen we in de achterbak zitten, hij zet ons wel bij ons hotel af. Terug naar Guesthouse 101. Onze kamer is al klaar en we blijven een uurtje binnen zitten om uit te puffen.
We lopen naar het centrum via een omweg: iets hoger, langs de
bergwand. Daar komen we onze Noren ook weer tegen, klaar voor een
flinke bergwandeling. Net buiten het guesthouse zien we meteen al
een paar paarse strandlopers. En verderop wat rendieren. Die beesten
waren ons eerder nog niet opgevallen. We lopen langs Huset, een
groot wit huis dat dienst doet als de uitgaansgelegenheid van
Longyearbyen. Weer een rendier. We komen langs de kleine
begraafplaats en bekijken die. Er liggen hier vooral jongeren.
Vooral uit 1918, toen hier de Spaanse Griep heerste, uit de Tweede
Wereldoorlog, en de overledenen die hier zijn begraven liggen hier
sinds begin jaren negentig. Tegenwoordig wordt hier niemand meer
begraven. Door het voortdurend bevriezen en ontdooien van de grond
gaat de aarde namelijk nogal werken, waardoor de doodskisten nogal
eens weer boven de grond komen en dat staat zo slordig.
Even verderop staat de kerk. Daar is net een rondvaartbus geland,
dus die laten we eerst maar achterwege. Inmiddels hebben we honger,
dus op naar Kroa, het restaurant waar we al eens eerder pizza aten.
Dat doen we nu weer. Dan naar het museum. Dat is heel aardig, in een
grote zaal worden alle aspecten van de archipel in beeld gebracht,
geschiedenis, flora, fauna, en meer van dat werk. Wel wat jammer dat
hier zo veel kinderen rond lopen te tetteren. We komen de
Nederlanders van de boot ook weer tegen. Na het museumbezoek drinken
we een kopje thee en kijken we nog wat rond in de winkels. Er is
hier zelfs een supermarkt, waar we nog een boek kopen. Dan gaan we
op zoek naar een restaurant. Inmiddels is er een flinke wind
opgestoken. We klauteren naar het Spitsbergen hotel. Dat blijkt iets
verder lopen dan verwacht, en vooral veel te sjiek. We mogen kiezen
tussen een drie- of een vijfgangendiner. Vinden we niet zo'n goed
idee. Dan maar weer terug. In het winkelcentrum blijkt het een en
ander al dicht te zijn. Uiteindelijk gaan we maar naar het Radisson
hotel. Daar blijkt een kroeg met menukaart. Jummie. We eten
visburger met patatten. Na het eten ploeteren we ons door de
tegenwind weer terug naar ons guesthouse.
Onze gids is wat aan de late kant. Het is weer zo'n gezellige Noor in een 4WD van dezelfde organisatie die ook al onze hondensleetocht had geregeld. We zijn niet de enige gasten op deze toer, zo blijkt. Vanuit het Radisson Hotel gaat een Zweeds gezin mee, met twee kinderen. Gelukkig maar, want we weten niet precies hoe zwaar de wandeling zal zijn en nu kunnen we vast wel meekomen. De rit gaat eerst weer naar het kennel buiten de stad. De gids haalt voor ons de spijkers op die we straks, als de tocht erg bar gaat worden, onder onze laarzen kunnen binden. Niet alle Zweden hebben laarzen bij zich, ze kunnen ze huren bij de gids. Dan rijden we naar 550 meter hoogte, naar vlakbij mijn 7. Daar staan grote schotelantennes die gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek.
We gaan op stap. Uiteindelijk is het de bedoeling dat we terugwandelen naar de kennel. We hebben een weids uitzicht over de omgeving. In de verte zien we Longyearbyen liggen. We gaan op stap. De tocht is nogal lastig; we moeten over flinke bergen stenen klauteren die hier door de gletsjer zijn gevormd en neergegooid. Uiteindelijk komen we aan bij de gletsjer. Daar moeten we overheen lopen. Dat zien we niet erg zitten, maar als de gele plaatjes met spijkers eenmaal onder onze laarzen zijn gebonden, dan blijkt dat een fluitje van een cent.
Het heeft wel wat, over dat ijs lopen. We lopen langs ijsgrotten
en langs ijsrivieren. De gids vult een aantal flessen met water uit
het riviertje. Gegarandeerd schoon en ijskoud. Gesmolten ijswater.
Eenmaal aan de andere kant van de gletsjer kunnen we onze gele
spijkers weer afgespen. We mogen nu over een nog hogere berg stenen
heenlopen dan we aan de andere kant van de gletsjer al deden.
Uiteindelijk bereiken we de toendra. Dat loopt een stuk prettiger.
In het heuvelachtige gebied zien we in de verte al het hutje liggen
waar we uiteindelijk onze lunch zullen gebruiken.
De trapper hut is knus ingericht, met een keukentje, een bed en een eettafel. Buiten in de zon is het zelfs aangenaam. Naast de hut is ook een toilet, maar daar is het minder prettig toeven. Van de gids krijgen we allemaal een wrap met groente. En een kopje koffie of thee. Het is inmiddels al drie uur, en we hebben het gevoel dat we over deze tocht een stuk langer hebben gedaan dan eigenlijk de bedoeling was. Na een uurtje lopen we weer verder, over de toendra. De vriendelijke Noor doet regelmatig een poging om ons te vertellen van de plantjes en de stenen die we tegenkomen, maar dat communiceert soms wat lastig. We zien een groepje rendieren.
Dan moeten we een rivier oversteken. Probleem. Door het
overtollige smeltwater is de beek flink aangezwollen. Via stenen en
boomstammen proberen zo goed en zo kwaad als het gaat droog de
overkant te bereiken. Dat lukt niet helemaal. Carina raakt tot haar
knie in het water, zodat het water zelfs haar laars inloopt. Eenmaal
aan de overkant laten we eerst maar eens een plas water uit haar
laars laten lopen. Dan moeten we toch mag weer verder, terug naar de
hondenkennel. Het is inmiddels tegen zessen als we daar komen.
Eigenlijk hadden we om een uur of half vijf, alweer thuis moeten
zijn. En dan wil de auto ook al niet starten. Met z'n allen duwen we
de jeep, waarop de motor weer aanslaat. Het is al na zessen als we
weer terug zijn in ons guesthouse. Carina doet schone sokken
aan.
Om een uur of half acht hijsen we ons toch maar weer overeind. Er moet tenslotte ook gegeten worden. Dat doen we in Huset, want dat is het dichtste bij. Er is daar ook een kiosk die nog open is. En een alleraardigst restaurant. Daar zitten die twee andere Nederlanders ook al weer. Het blijkt hier de gewoonte om bij de bar je eten te bestellen. We kiezen allebei voor de zalm. Overheerlijk. Onze landgenoten komen bij ons zitten en vertellen over hun belevenissen van vandaag. Ze hebben een mijntocht gedaan. Als zij weg gaan bestellen wij nog een toetje. Appelcake met vanilleijs. Dan gaan we ook terug naar ons hotel. Het is inmiddels elf uur, maar nog klaarlichte nacht.
Vandaag verlaten we Spitsbergen. Maar eerst is er nog genoeg tijd
om uit te slapen. In het schuurtje van het guesthouse kunnen we onze
bagage parkeren. De sleutel hangt bij de receptie, want de receptie
zelf is na elf uur in principe onbemand. Eens kijken wat we de
laatste uren van ons verblijf in Spitsbergen nog kunnen aanvangen.
Het is vandaag warm in Longyearbyen: de thermometer bij het
guesthouse wijst al 12 graden Celsius aan.
We lopen maar eens naar de kerk, want die hebben we nog niet bezichtigd. Ook in kerk moet je beneden je schoenen uitdoen, maar je krijgt er wel pantoffels voor terug. We lopen naar boven. Daar is de samenkomstruimte. Ze maken er hier een gezellige boel van. In de ruimte staan een flink aantal zitjes met fauteuils en tafels. Er is zelfs een TV met afstandsbediening. In de hoek is de bar, waar koffie, thee en wafels kunnen worden aangeschaft, en de nodige souvenirs. De balie is nu onbemand, maar er staat wel een briefje met het vriendelijke verzoek om het verschuldigde bedrag in de kleine kas op tafel achter te laten. We nemen een kopje thee. Achter de samenkomstruimte is de eigenlijke kerkzaal, ook knus ingericht met een dikke honderd stoelen.
We lopen naar dat vreemde gebouw op palen even verderop waar de beroemde zonnewijzer van Longyearbyen gevestigd zou moeten zijn, maar die kunnen we niet vinden. Dan maar terug naar het guesthouse. Dat is nog een flinke wandeling en uiteindelijk hebben we niet eens heel veel tijd meer over. Als we onze bagage weer uit de schuur hebben gehaald, is de luchthavenbus er ook al. De ietwat norse chauffeur laat ons onze bagage in de laadruimte zetten. We hoeven nog niet te betalen. Alle hotels van Longyearbyen worden afgereden, en vervolgens gaat de man de hele bus door om kaartjes te verkopen. Het is niet ver naar de luchthaven. Onderweg spotten we onze Nederlandse reisgenoten nog op een pony.
Eenmaal op de luchthaven kiezen wij duidelijk de verkeerde rij.
De arme man achter de balie werkt hier pas een week en ondanks dat
er maar drie klanten voor ons zijn, kunnen we toch pas als een van
de laatsten inchecken. Nog net tijd om in het restaurant, dat vanaf
twee uur voor elke vertrekkende vlucht open is, een wafel naar
binnen te slaan. Iets anders eetbaars is er niet.
Het gaat er opnieuw vrij amateuristisch aan toe op de luchthaven. Alle wezenlijke informatie, zoals het vluchtnummer waarvoor wij inchecken, wordt middels geprinte A4-tjes aangegeven. Er vertrekken hier dan ook maar twee vluchten per dag. We lopen naar het vliegtuig voor onze rechtstreekse vlucht naar Oslo via Tromsø. In Tromsø moeten wij onze bagage van de band halen, door de douane voeren, opnieuw inchecken en boven weer door de security gaan. Dat had iemand ons wel eens van tevoren mogen vertellen. Uiteindelijk zijn we tegen achten in Oslo. Eerst maar eens een loempia op de luchthaven. Dan met de sneltrein naar het centrum, en uitstappen bij Nationaltheatret. Met de bagage zeulen we naar het hotel, ergens in een zijstraatje in het centrum. Nadat we ons in onze kamer geïnstalleerd hebben, gaan we op zoek naar een restaurant dat nog laat open is. Dat wil niet erg lukken. Restaurants zijn of al dicht, of niet vegetarisch genoeg. En zoveel honger hebben we ook weer niet. Uiteindelijk raken we verzeild bij een deli die nog open is en waar ze salades verkopen. Na het eten gaan we terug naar het hotel met de bedoeling te gaan slapen. Helaas denken de gasten in het belendende café daar anders over.
We hebben precies één volle dag in Oslo. Vandaag
moeten we dus in noodvaart alle attracties bij langs. Eerst maar
eens ontbijten. Bij de receptie kopen we een Oslo-pas, met fikse
kortingen op openbaar vervoer, musea en andere attracties. Het
meiske achter de balie heeft er weinig benul van. Samen komen we er
wel uit. We lopen naar de haven, voor een veerboot naar het
museumeiland. De boot is net weg. We kijken dus eens rond bij het
fort. En de enorme cruiseschepen die hier aangemeerd liggen. Oslo is
een aardige stad, zo hadden wij al besloten toen we hier gisteravond
aankwamen. Veel leven in het centrum, en leuke terrasjes, pleinen en
gebouwen. We zijn op tijd weer terug voor de volgende boot, die
stampvol zit. We bemachtigen een plaatsje op het achterdek, met mooi
uitzicht.
Onze eerste stop is het Vikingschipmuseum, waar drie nog behoorlijk gave opgegraven Vikingschepen liggen, plus allerlei waar die uit die schepen is gehaald. Wij bewonderen de schepen en gaan snel verder naar het volgende museum: het Kon-Tiki museum, even verderop. Bij een bakker die we onderweg tegenkomen, kopen we een paar broodjes. Het Kon-Tiki museum is gewijd aan leven en werk van Thor Heyerdahl, Noors anthropoloog en avonturier, die er een sport van maakte om met gammele vlotjes oceanen over te steken om zo aan te tonen dat er wel degelijk contact mogelijk is geweest tussen vroege volkeren. Met de Kon-Tiki, gebouwd van riet in Peru volgens traditionele specificaties, voer hij naar eilanden in de Stille Oceaan. Met twee boten gemaakt van papyrus stak hij de Atlantische Oceaan over. Al die schepen zijn nog terug te vinden in het museum, inclusief veel informatie over de bouw en over de Paaseilanden waar Heyerdahl ook verbleef. Leuk.
De dag heeft een duidelijk maritiem thema. Onze volgende
bestemming is het Fram-museum, met als belangrijkste attractie de
Fram, een buitengewoon stevig schip dat Roald Amundsen gebruikte een
expeditie naar de Zuidpool, terwijl het al eerder was gebruikt voor
een expeditie naar de Noordpool. Het schip valt geheel te
bezichtigen, in gezelschap van buitengewoon irritante Duitse pubers.
Verder is er in het museum veel te vinden over het Noordpoolgebied,
en dat vinden wij weer leuk. Zo staan er boven de ingang een paar
opgezette ijsberen.
We varen terug naar het centrum, waar we langs het Koninklijk Paleis lopen naar de Nationale Gallerie. Daar hangt namelijk een exemplaar van De Schreeuw, van Edvard Munch. Als volleerde Japanners stappen wij vlot door het museum heen, om uiteindelijk bij het bewuste doek uit te komen.
Niet ver van de Gallerie zit een Indisch restaurant waar we ergens midden op de dag een hapje eten. Dan lopen we nog eens wat door het centrum heen. We hebben nog net tijd om naar Holmenkollen te gaan, de skispringschans net buiten de stad, vanwaar je een bijzonder fraai uitzicht over de stad zou moeten hebben. Het is een flinke reis, met de metro, door beboste buitenwijken. Vanaf het station is het een flinke klim naar de schans, daar haasten we ons door het skimuseum om vervolgens met de lift naar de top van de schans te kunnen.
Dat uitzicht is onder normale omstandigheden vast adembenemend, maar het is nu behoorlijk heiig, en het begint ook nog eens donker te worden. Dat valt dus een beetje tegen. We kijken rond bij de schans en rijden terug naar het centrum. Bij het treinstation kijken we nog eens hoe we morgenochtend precies moeten reizen.
Tijd om te vertrekken. Vandaag hebben we helaas geen tijd voor ontbijt, we moeten snel naar de luchthaven waar ons vliegtuig al om een uur of negen naar Amsterdam vliegt. Per trein komen we in de loop van de middag weer thuis.
Bijna een week zijn we weer thuis, als via de kranten en het nieuws het bericht komt dat bij Spitsbergen een cruiseschip tegen een gletsjer is gevaren, en dat er 17 gewonden zijn, waaronder 3 zwaar, die nu nog in het ziekenhuis liggen. Via internet gaan we op onderzoek uit. Het blijkt de Maryshev, hetzelfde schip waar wij een week geleden nog mee rond Spitsbergen dobberden. Dat is schrikken. De passagiers zijn degenen die op het schip zijn gestapt op de dag dat wij er vanaf stapten. De bemanning en gidsen zijn hetzelfde, behalve Jamie. Uit de berichtgeving maken we op dat het mis ging bij Hornsund, waar wij op 28 juli waren. Daar is een flink stuk ijs afgekalfd, wat zo'n golfslag veroorzaakte dat het schip bijkans kapseisde en er een fikse hoeveelheid ijswater met brokken ijs over het dek spoelde. De slachtoffers zijn met helikopters en de zodiacs in veiligheid gebracht. Onze kapitein is in staat van beschuldiging gesteld, wegens roekeloos navigeren en het in gevaar brengen van de toeristen. Dat vinden wij een beetje onzin. Die mensen wilden dat zelf, net als wij. Wat er verder van de Maryshev moet worden, is ook nog onduidelijk.

