Donderdag 5 juli 2001


Uitslapen. Om zeven uur op. De douche hier is niet echt warm te krijgen, althans niet door mij, en de deur van de badkamer is verdraaid lastig open te krijgen. Verder was de kamer prima. We pakken onze spullen bij elkaar en checken uit. Op naar Casa Margarita, en de kamer met twee bedden die ons beloofd is.

In de Casa mogen we onze rugzakken even op de bank zetten en gaan ontbijten, dan zoekt de administratie uit in welke kamer, waarvoor we gisteren gereserveerd hebben, we mogen plaatsnemen. Schalde er gisteravond nog stevige rockmuziek door de keuken, vanochtend hebben we een zacht en stemmig klassiek muziekje. We beginnen het ontbijt met een havermoutpapje. Op tafel staan broodjes en fruit. Vervolgens krijgen we nog een spiegelei met bonen en vlees. Stevige hap.

Na het ontbijt is er nog geen duidelijkheid over onze verblijfplaats. Die zal er ook niet meer komen, vrezen wij. Maar zolang wij op toer zijn, mogen onze rugzakken hier wel blijven staan, dan zie we als we terugkomen wel verder.

Eerst eens aan wat meer Mexicaanse pesos zien te komen. Op het dorpsplein is een bank die om 9 uur open is. Daar zou je moeten kunnen pinnen, maar helaas, de automaat is net even buiten gebruik. Dat schijnt wel vaker te gebeuren. Dan maar in de rij gaan staan. Die is nogal lang. Terwijl Christa wacht, loop ik naar de andere kant van het plein, waar we een wisselkantoor hebben gezien. Dat is inmiddels open, levert een koers die 0,3% slechter is, en heeft geen rij. Bij de bank is Christa inmiddels nog geen spat opgeschoten. We lopen naar het wisselkantoor en wisselen 100 dollar.

De toer start om 10 uur. We krijgen allemaal een lunchpakketje mee. Een minibusje staat buiten. Eigenlijk zit de toer vol, maar er is nog een Duitse die erg graag mee wil. Dat kan, mits er voor haar nog een plekje kan worden gevonden in de bus. Enthousiast komt de organisatie met een houten stoel naar buiten, die mooi tussen de chauffeur en de bijrijder geplaatst kan worden. Lijkt ons niet zo'n goed idee. Maar ze blijkt er achterin nog wel bij te kunnen.

We vertrekken om kwart over tien. De twee Belgen en de twee Nederlanders zijn ook mee. Voorin zit een Amerikaan van Aziatische afkomst die elf maanden door Mexico reist. Onze chauffeur is Salvador. Eerst tanken. Bij het pompstation stapt Salvador uit en maakt eerst een rondje langs iedereen die staat te tanken. Ze krijgen allemaal een enthousiaste handdruk en een praatje. Dan kunnen we zelf tanken.

De reis verloopt de eerste drie kwartier voorspoedig. Bij elk busje, auto of vrachtwagen die we tegenkomen groet Salvador enthousiast en af en toe wordt het raam opengedraaid om elkaar in het voorbijgaan de hand te schudden. Dan wordt het achterin wat onrustig. Een Nederlandse vraagt of de chauffeur even kan stoppen, want haar vriendin is onwel. Waarschijnlijk iets te enthousiast ingegaan op de aangeboden tequila gisteravond. We stoppen. Het meisje mag voorin zitten. Bij een winkeltje verderop stopt de chauffeur en gaat op een drafje naar binnen. Even later komt hij terug met een half blikje bitter lemon en een glas half gevuld met vers limoensap, dat hij nog verder aanvult en vervolgens zout in doet. Goed tegen wagenziekte, zegt hij terwijl hij het aan het meisje geeft.

Een klein kwartiertje later de eerste geplande stop. Wij hebben een prachtig uitzicht over een van de canyons en maken enthousiast foto's. Zo stoppen we nog een paar keer om te genieten van al even fraaie uitzichten. Tegen een uur of één het einde van de verharde weg. Een laatste stop waar we nog wat enchiladas en dergelijke kunnen aanschaffen. Wij houden het bij ons lunchpakketje. Dan rijden we een dikke dertig kilometer over een onverharde en hobbelige weg. Gelukkig voelt de Nederlandse zich alweer een stuk beter. Af en toe regent het een beetje.

Om een uur of twee, het is weer droog, worden we losgelaten. We zijn bij La Bufa, een fraai gevormde berg waar we op uit kijken. We mogen nu drie kilometer naar beneden lopen, meldt Salvador, genieten van het uitzicht en foto's maken, op eigen houtje en in eigen tempo. De uitzichten zijn adembenemend. Aan alle kanten en zo ver het oog reikt zien we enorme bergen met grillige rotspartijen, diepe afgronden, bloeiende cacteeen en een zandweggetje dat zich daar tussendoor slingert. Spectaculair. Nog nooit zoiets gezien. We hebben geluk want net zo'n beetje de drie kwartier dat wij buiten zijn is het droog. Als we weer bijna bij het busje zijn, begint het zachtjes te regenen.

We rijden over dezelfde onverharde weg weer terug. Ergens halverwege staat een pick-up truck met een gezinnetje langs de kant van de weg. Pech. Meteen zet Salvador ons busje stil, stapt uit en loopt er op een drafje naar toe. Na het spontane handenschudden wordt er druk overlegd over de vereiste aanpak van dit probleem. Wij stappen ook maar uit om de benen te strekken en een plasje te doen. Het regent inmiddels serieuzer. Salvador staat nog een tijdje bij de pick-up, kijkt toe hoe de chauffeur aan de slag gaat en niet veel later rijden wij weer verder.

We rijden weer op asfalt. Salvador geeft ons nog de gelegenheid om het uitzicht op een andere canyon te bewonderen, maar wij geloven het wel. La Bufa was een stuk spectaculairder en bovendien regent het nu zodat ook het uitzicht een stuk minder is. Om kwart over vijf zijn we terug in Creel. Zoals wij eigenlijk al hadden verwacht is Casa Margarita er niet in geslaagd een kamer voor ons vrij te maken. Maar ze zijn gaarne bereid ons naar een ander hotel te brengen, voor dezelfde prijs. We stappen weer in het busje van Salvador die ons opnieuw naar Hotel Margarita Plaza Mexicana brengt. Daar hebben ze inderdaad een kamer met twee bedden. Ziet er erg fraai uit, ook twee etages rond een binnenplaats, maar mooiere kamers, compleet met bank en voor de deur een schommelstoel. Salvador brengt ons naar de kamer. 480 pesos, meldt hij. Dat moet een misverstand zijn. Op naar de receptie. Ook daar wordt ons een prijs van 480 gemeld. Ah, maar dat is meer dan de 250 pesos die ons beloofd is. Oh. Wie heeft ons dat beloofd dan? Casa Margarita. Maar ja, de kamers hier kosten hier nu eenmaal 480, vertelt de receptionist in het Spaans. Begrijpen wij hem? Nee, wij begrijpen hem niet. Ons is namelijk 250 beloofd. Oh. Vooruit, omdat wij het zijn mogen we de kamer voor 300. Wij houden voet bij stuk. 250 is 250. Uiteindelijk krijgen we onze zin. Maaltijden, bij de prijs inbegrepen, kunnen we in de fraai ingerichte eetzaal bij de receptie gebruiken. Onmiddellijk worden ons voor morgen een toer aangesmeerd.

Onze volgende opdracht is het in dit dorp vinden van een plek om te internetten. Volgens de Lonely Planet zouden er twee moeten zijn: een of ander reisbureautje en het Holiday Inn hotel. Inmiddels is het weer min of meer droog. Eerst proberen we het reisbureau. Dat valt nog niet mee. Veel meer dan een straat of zes hebben ze hier niet, maar dan kan je nog steeds wel behoorlijk ronddwalen. Zeker als de plattegrond in het boekje niet blijkt te kloppen. Na veel omzwervingen heen en weer over de spoorlijn en over onverharde weggetjes met grote plassen, geven we het op. Umarike Expeditiones bestaat niet of heeft een dusdanige lokatie dat er nooit een toerist langs zal komen.

Dan maar naar het Best Western. Sowieso een stuk makkelijker te vinden. Het blijkt een speciale editie van het hotel, dat blokhutten verhuurt in plaats van reguliere kamers. Als wij het terrein op lopen komt een man ons al tegemoet en vraagt in het Engels of hij ons kan helpen. Wij zijn op zoek naar internet, vertellen wij. Aha, dat kan, antwoordt de man, en wijst ons naar de receptie.

Ook de man achter de balie staat ons meteen behulpzaam in het Engels te woord. Wij herhalen onze vraag. Internet? Ja, nou, kijk, op zich hebben ze dat wel, alleen, het probleem is dat de manager er momenteel niet is, en die heeft de laptop met de internetverbinding. Natuurlijk. Klinkt redelijk. Maar als we nu morgenmiddag na vieren weer terug komen, dan hebben we kans dat de manager er weer is. Met zijn laptop. Heel fijn. En wat kost internetten dan? Vijf pesos. Per minuut. Wij danken de man voor zijn behulpzaamheid en gaan weer weg.

Geen internet in Creel dus. Op zich ook weer niet zo verbazend, gegeven het feit dat er ook geen waterleiding is. In Casa Margarita hangt tenminste een bordje waarop wordt gemeld dat er in Creel geen water is, en dat hun water per vrachtwagen wordt aangevoerd en opgeslagen in een ondergrondse tank. Warm water is daarom beschikbaar gedurende twee uur ‘s ochtends en twee uur ‘s avonds.

Dan maar terug naar het hotel. Om half acht zitten we aan het diner. Dat heeft wel verdacht veel weg van dat in Casa Margarita gisteravond, dat overigens eigendom is van dezelfde familie. Alleen wordt alles hier iets fraaier geserveerd. We beginnen met een bonensoepje, gevolgd door spaghetti met vlees en groente. Als nagerecht genieten wij nog een koekje met hagelslag. Na het eten gaan we naar onze kamer. Christa's stoelgang is nog steeds wat instabiel.


Vrijdag 6 juli 2001


Ook vanochtend vroeg op. We zitten nu eenmaal in dat ritme. Het ontbijt mogen we hedenochtend genieten in ons eigen hotel. Uiteraard beginnen we met een havermoutpapje. Daarna mogen we kiezen tussen gebakken ei of roerei a la Mexicana. Wij kiezen voor het laatste, al was het alleen al omdat we denken dat het eerste gebakken frieten zijn. Het roerei wordt vergezeld door geplette bonen. Ook krijgen we er een glaasje sap uit een pak bij.

Wegens de mislukte internet-poging van gisteren, vandaag bellen. Dat kan in winkels die speciaal voor dat doel drie belcabines hebben. Bellen naar Nederland kost 18 pesos per minuut, belooft mevrouw. Achter de kassa toetst zij het nummer, dan mogen wij naar cabine 1 hollen om het gesprek te voeren. Het werkt. Wij bellen bijna twee minuten en betalen inderdaad 36 pesos.

Een nieuwe poging om geld te pinnen. De automaat beweert dat ie het vandaag wel doet, maar met mijn postbankpasje weet ie niet echt raad. Merkwaardig genoeg wordt Christa's ABN-Amro pasje wel geaccepteerd. Terug naar het hotel. Mooi op tijd voor de toer die ook vandaag weer om 10 uur begint. Er lopen wat mensen heen en weer, er staan wat busjes, maar er zijn meer toers vandaag, dus we wachten rustig af. Wij doen toer nummer 1, naar de Cusarare waterval, plus wat Tarahumara’s en een Jezuieten-nederzetting.

Ook vandaag is het busje goed gevuld. De Duitse, die eergisteren nog bij ons in de trein zat, en gisteren ook op onze toer was, is ook weer mee. Verder vooral bewoners van ons hotel. Dat is toch iets ander publiek dan in Casa Margarita. Overwegend Mexicaanse middenklasse. In ons busje zitten ook wat Amerikanen. Zoals een vijftiger uit Arizona, die honderduit kwebbelt en vertelt dat hij momenteel geen baan heeft, maar zijn vrouw wel, en hij dus als hij weer thuis is ook weer niet al te enthousiast moet zijn over deze reis, en vooral moet benadrukken dat een aantal dingen erg zwaar waren en nogal tegenvielen.

We zitten niet lang in de bus. Op een parkeerplaatsje wordt de bus neergezet, wij moeten 13 pesos per persoon betalen en mogen vervolgens verder lopen. Eerst worden we bestormd door een handvol arme Tarahumara-kindertjes. Wat wel opvalt is dat de autochtone bevolking er hier behoorlijk arm bijloopt, in oude, vieze, bijna versleten kleren. Heel anders dan bijvoorbeeld de Hmong in Vietnam. Wij worden overhandigd aan onze gids tijdens deze tocht, een jongetje van een jaar of acht met een groene haarband. Een stukje lopen door het bos, langs diverse Tarahumara’s die iets proberen te verkopen, en we hebben ons eerste uitzicht op de waterval. Fraai. Zo'n 90 meter hoog en neerkletterend op rotsblokken beneden.

We maken een praatje met de Duitse. Ze heet Claudia, en een paar dagen geleden hadden we al vernomen dat ze uit Passau komt, vijf kilometer van de Oostenrijkse grens. Ze blijkt een fervent reiziger, en reist bijna altijd alleen. Dit keer is ze zes weken op pad, een week in London, en vijf weken in Mexico. Claudia is 36 en werkt bij een bank. Vorig jaar in Buenos Aires is ze met haar rugzak erg ongelukkig gevallen, en was daardoor een half jaar uit de roulatie. Daarom kan ze zich nu zo’n lange vakantie veroorloven. Eigenlijk wandelt ze liever dan tussen steden te reizen. Zo heeft ze in Nepal een voettocht door de bergen gemaakt van 330 kilometer. Maar in verband met haar arm doet ze het dit jaar wat rustiger aan.

Inmiddels zijn we onze gids en groep kwijtgeraakt. Waarschijnlijk zijn ze beneden bij de waterval. Wij klauteren ook naar beneden. Valt niet mee. Veel rotsen. En bovendien lopen hier nogal veel honden rond, wat het er ook niet makkelijker op maakt. Claudia blijft halverwege uit veiligheidsoverwegingen maar achter. Wij klauteren verder en bereiken de voet van de waterval, waar we onder toeziend oog van drie honden onze lunch eten.

Mooi gezicht ook van onderen, die waterval. Over grote rotsblokken klauteren we tot bijna aan het water. Dan meldt de gids dat het tijd is om weer omhoog te gaan. Omhoog blijkt een stuk makkelijker dan naar beneden. Boven komen we Claudia weer tegen. We verzekeren haar dat ze niets gemist heeft. Dan gaan we met de groep weer terug richting busje. De gids wil graag geld, maar plotseling begrijpen we geen Spaans meer.

De volgende stop is een Jezuietenkerkje. Voordat we daar heen kunnen, moeten we eerst door een finishdoek, die hier lijkt te zijn opgehangen voor een hardloopwedstrijd. Merkwaardig. Overigens zijn de Tarahumara verwoede hardlopers. Een stukje van 100 kilometer schijnt niets te zijn. Men schijnt soms wedstrijden te houden over 200 kilometer. Maar ergens hebben wij het gevoel dat de Tarahumara niet gesponsord worden door Adidas. Een man die er naast staat knoopt het finishdoek los, zodat wij door kunnen rijden.

Het kerkje is niet erg spectaculair. Een Mexicaan knipt conscientieus in het toegangsbiljet dat we bij de waterval hebben aangeschaft, een gaatje onder de J van donderdag. Het kerkje bestaat uit een oude houten vloer met langs de witte wanden wat aardige Tarahumara muurschilderingen. Er zijn geen banken, die zijn hier nooit, vertelt de chauffeur.

Verder. Opnieuw langs de finishdoek, terug naar de doorgaande weg. We rijden een tijdje als we over een opgerold iets rijden, zonder dat overigens te raken. Een slang, roept iemand. Achteruit. Het blijkt inderdaad een behoorlijk dikke ratelslang. Gevaarlijk, zegt de chauffeur. Je ziet ze veel dit jaar. Even lijkt het er op dat de slang van plan is het busje aan te vallen, maar uiteindelijk verdwijnt hij langzaam weer in het bos.

De volgende stop. Een meer. Aardig. De animo om naar buiten te gaan is niet zo groot, want het is weer zachtjes beginnen te regenen. De volgende attractie is een heus Tarahumara-huis. Een grotwoning eigenlijk, vrij simpel te produceren. Je zoekt gewoon een rots met een flinke ruimte er onder, en voor die ruimte metsel je een muurtje. Klaar. We lopen het erf op. Momenteel is er niemand thuis, maar als we naar binnen gluren, zien we gewoon een keukentafel en wat kasten staan. Buiten rookt een schoorsteen. De laatste attractie is de olifantenrots, een paar meter hoge rots die van de voorkant inderdaad wel iets van een olifant heeft. Het regent inmiddels behoorlijk.

Terug naar het hotel, waar we rond een uur of drie aankomen. Aan Claudia vragen we of ze zin heeft om binnen nog een kopje koffie te drinken. Dat heeft ze. Tegenover de receptie is een ruimte die dienst doet als iets van bar, en waar we gistermiddag ook nog mensen koffie hebben zien drinken. Op dit moment is er niemand. Christa gaat eens naar de receptie en vraagt of het mogelijk is koffie en thee te gebruiken. Onduidelijk. De man van de balie komt even later wel, maar er gebeurt verder niets. Christa informeert nog eens. Aangezien het keukenpersoneel momenteel niet aanwezig is, is het helaas niet mogelijk koffie of thee te produceren. Maar als we een flesje prik willen, dan is dat geen enkel probleem. En als het keukenpersoneel er is, horen wij het meteen.

Claudia dacht mij als eens eerder gezien te hebben. Na een lange analyse komen wij tot de conclusie dat we op de ochtend van mijn verjaardig allebei ontbeten hebben op het dak van Hostal Moneda te Mexico City. De wereld is klein. Claudia vertelt van haar belevenissen in onder andere Mexico. Ze had al eerder overnacht in Mexico City, en wilde daarvandaan naar Puebla. Het personeel van de Hostal had haar getipt dat er twee Amerikaanse jongens waren die met hun auto ook daarheen gingen en dat ze misschien wel mee kon rijden. Geen goed idee. De auto van de jongens bleek een nummerbord te hebben dat net op die dag niet in Mexico City mocht rijden. In een buitenwijk werden ze aangehouden. 200 dollar boete. Uiteindelijk wist ze dat terug te krijgen tot 20 dollar, en voor die prijs kregen ze ook nog een bewijsje dat ze 200 hadden betaald. Even later opnieuw politie. Opnieuw 200 dollar boete. Maar die boete hebben we al betaald, riepen ze nog, zwaaiend met het bewijsje. Nee hoor, vond de agent, dat was een ander politiekorps. Uiteindelijk betaalden ze opnieuw 20 dollar.

In de keuken is nu activiteit waarneembaar. Christa informeert maar weer eens bij de receptie. Inderdaad, er zijn nu wel mensen in de keuken, maar helaas is het momenteel toch nog niet mogelijk om koffie of thee te produceren. Wij drinken van ons water. Een tijdje later komt de man van de receptie langs om wat consumpties te halen voor gebruik in het restaurant. Over een minuut of 15 is er koffie, lijkt hij te zeggen. Maar er komt geen koffie. Een tijdje later, het loopt inmiddels tegen zevenen, gaat Claudia terug naar haar eigen hotel. Morgenochtend nemen we allemaal de bus van half negen naar Chihuahua. Wij lopen nog even het dorp in om wat foto's te maken en gaan dan eten.

Het restaurant blijkt vanavond bezet door een flinke groep Fransen. Sportieve types. Ze blijken op een jogging-reis door Mexico. Vandaar die finishvlag vanmiddag. We eten een merkwaardige creatie van een flinke peper in vettig deeg gevuld met kaas. Of iets dergelijks. Het een en ander vergezeld van aardappelpuree en wat vlees. Na het eten gaan we wat winkeltjes bij langs op zoek naar wat souvenirs. Lukt niet erg.

's Avonds naar onze kamer. Om een uur of tien barst een enorm kabaal los afkomstig vanuit de ruimte waar wij vanmiddag tevergeefs geprobeerd hebben koffie te krijgen. De disco is los en gaat steeds harder. Om half elf ga ik maar eens naar de receptie. Die is donker en dicht, maar buiten staat een man die er ook bij schijnt te horen. In op onze kamer al druk geoefend Spaans meld ik dat ik geloof dat wij een kamer geboekt hadden in een hotel en niet in een discotheek. De man gaat de ruimte binnen, de muziek gaat al wat zachter, en de man van de receptie komt naar buiten met een enthousiast Amigo. Wij hebben een beetje last van het lawaai, maak ik nog maar eens duidelijk. Aha. Om 11 uur gaat alles dicht, belooft hij. Er zijn namelijk mensen van andere hotels en die moeten dan terug. Meteen gaat de muziek al een stuk zachter. Wij gaan slapen.


Zaterdag 7 juli 2001


Om kwart voor zeven op. Inpakken en hopen dat het ontbijt, dat vanaf half acht wordt geserveerd, een beetje vlot verwerkt kan worden. Niet het geval. Het complete contingent Fransen zit ook al weer klaar en schijnt veel belangrijker te zijn dan wij. Het papje en sapje krijgen wij nog, vervolgens een geroosterd bolletje, maar met het bijbehorend gebakken ei moeten eerst twintig Fransen worden bediend. Wij proberen nog een ei te bemachtigen, maar krijgen te horen dat wij nog maar even moeten wachten. Inmiddels is het na achten en hebben wij er genoeg van. Tot verbazing van de serveerster verlaten wij het pand. We moeten nog een bus halen.

Het busstation van Creel bevindt zich achter het treinstation. Nou ja, busstation. Op een klein kantoortje zijn de logo's van de verschillende busmaatschappijen geschilderd en binnen, achter glas, zit een mevrouw die af en toe een kaartje verkoopt. Wij kopen twee enkeltjes Chihuahua. Christa gaat in het dorp op zoek naar water en even later komt ook Claudia aangelopen. Ze had al een kaartje. De bus zou een directe moeten zijn, eentje die onderweg maar een paar keer stopt. Niet het geval. Op elke straathoek worden mensen in en uit de bus gelaten.

Wij weten de twee voorste stoelen achter de chauffeur te bemachtigen. Claudia zit in eerste instantie naast ons, maar vlucht al snel naar achteren. Op haar plaats heeft iemand overgegeven. Een tijdje later zijn de plekken in de derde rij van voren vrij. Claudia verhuist daar naartoe, maar vlucht al snel weer naar achteren. Op die plek heeft iemand overgegeven. Overgeven schijnt een populaire bezigheid in deze bus. Eerder kwam iemand van het personeel al langs om plastic zakjes te verkopen. Voor diegenen die er nog langer van willen genieten. Curieus. Als wij de bus er onder kotsen, dan is dat in eerste instantie hun probleem, zo lijkt ons. De weg is, met name aan het begin, inderdaad nogal hobbelig. Wij houden ons eten gewoon binnen.

De reis verloopt verder zonder al te veel enerverende gebeurtenissen. Wel vragen we ons af wat we gaan doen als we eenmaal in Chihuahua zijn. Eigenlijk willen we naar Zacatecas, dat 12 uur van Chihuahua ligt, dat zich op zijn buurt weer een uur of vijf van Creel bevindt. Morgen willen we in Creel aankomen, maar dan zouden we dan nog een reis van twaalf uur voor de boeg hebben. En bovendien zit het busstation in Chihuahua een half uur buiten het centrum. Ook niet handig. Misschien kunnen we vanaf Chihuahua nog een bus nemen die een uur of drie verder richting Zacatecas gaat. Dat scheelt morgen weer.

Rond kwart over een komen we aan op het busstation van Chihuahua. We zijn er nog steeds niet uit wat we willen. Claudia ook niet. Zij zit met soortgelijke problemen, wil uiteindelijk naar de VS, maar eerst naar Monterrey dat 12 uur naar het noorden ligt. Eerst nemen we maar eens afscheid. Dan wijden we ons aan een nadere studie van de bussen die vertrekken uit Chihuahua. Uiteindelijk besluiten we dat het eigenlijk het handigste is om vanavond nog een bus naar Zacatecas te nemen, zodat we daar morgenochtend vroeg aankomen. De eerste maatschappij waar we dat proberen heeft alleen nog maar stoelen achter in de bus. Bij de tweede, Omnibus de Mexico, zijn in de bus van zeven uur nog de stoelen 1 en 2 beschikbaar. Wij kopen twee kaartjes, voor 477 pesos per stuk.

Het busstation heeft gelukkig een bagagedepot, waar we onze rugzakken achterlaten. Ook is er een Sendetel telefoonwinkel, met internettoegang, waar we het volgende uur zoetbrengen. Dan hebben we nog mooi een paar uurtjes om Chihuahua te bekijken. Voor het busstation rijden stadsbussen naar het centrum. We stappen uit niet ver van de kathedraal. Die is fraai. Ook rond het plein voor de kathedraal is er het een en ander aan koloniale architectuur te bewonderen. We slenteren wat door de stad. Aardig. Op een winkelpromenade kopen we een ijsje.

We zijn nu relatief dicht bij de Verenigde Staten. Om precies te zijn, relatief dicht bij Texas, en dat is te merken. De hoeveelheid cowboyhoeden en -laarzen neemt verontrustende vormen aan. We lopen langs een eindeloze rij winkels met stuk voor stuk een enorme collectie strakgelakte laarzen. Vanuit Chihuahua heb je een mooi uitzicht op de bergen er omheen, zeker als de zon daar op staat. In een straatje zien we de Taqueria Oriental Guernavaca, compleet met Chinese karakters. Het blijkt het zoveelste Mexicaans restaurant dat deels vermomd is als Chinees restaurant. Merkwaardige gewoonte toch. De taco’s zijn wel erg lekker.

Tegen zessen gaan we op zoek naar de taxistandplaats die vlakbij de kathedraal zou moeten zijn. In de kathedraal is net getrouwd. Bij de standplaats wordt ons een taxi gewezen die ons voor de vaste prijs, er zijn hier geen meters, van vijftig pesos naar het busstation brengt. Eerst wordt nog wel aan de chauffeur gevraagd of hij akkoord gaat met deze vaste prijs. De lucht ziet er dreigend uit. Het regent nooit in Chihuahua, verzekert de taxichauffeur ons nog. Niet veel later barst er een flinke bui los.

Om vijf over zes zijn we op het busstation. We halen onze rugzakken op en wachten af. De bus blijkt gelukkig zeer comfortabel. Erg veel beenruimte, vooral voorin, en comfortabele stoelen. Direct naast ons zitten twee Japanners, een week of zes aan het rondtrekken door Mexico, met behulp van een woordenboekje en een schriftje met nuttige zinnetjes. Een van beiden spreekt zelfs nauwelijks Engels. Als we vertrekken, is de bui nog niet helemaal verdwenen, maar breekt de zon alweer door, wat leidt tot een erg mooie regenboog, erg helder, die we over zijn complete lengte kunnen zien. Even daarbuiten is zelfs een tweede regenboog, een stuk vager dan de eerste. Vooral door die regenbogen, die neerdalen op de bergen in de verte, hebben we op het eerste gedeelte van de reis een prachtig uitzicht.

We worden vergast op twee onderhoudende en ondertitelde films en kunnen dan gaan slapen. Beetje lastig dat de chauffeur zijn radio wat aan de harde kant heeft staan, maar verder gaat het prima.


Zondag 8 juli 2001


Om kwart over een nog een stop op een busstation ergens, maar verder rijden we redelijk door. De volgende stop is rond half zes en om half zeven zijn we al in Zacatecas. Half acht eigenlijk, want het is hier weer een uur later.

Vanaf het busstation hebben we al een prachtig uitzicht op Zacatecas, dat in de bergen ligt. We hebben geen haast, het is nog vroeg, eten binnen in het busstation nog van onze gisteren aangeschafte broodjes, en zoeken dan een bus op die naar het centrum gaat. Uit het boekje hebben we een lokatie geplukt met een aantal hotels, dicht bij elkaar, die allemaal wel aardig lijken. De eerste poging. Hotel Condesa. De lobby ziet er sjiek uit, en een kamer doet hier 295 pesos per nacht, vertelt de mevrouw achter de balie. Da’s prijzig. Om een kamer te zien moeten we even wachten. Dat duurt even. Maar dan komt een jongeman per lift naar beneden. Wij stappen bij hem in de lift en gaan weer omhoog. Waar moeten we heen? Tja, dat weten wij niet. Terug naar beneden om het kamernummer te vragen. De kamer is voorzien van flinterdunne gordijntjes en ziet er wat karig uit voor die prijs. We gaan verder.

Tweede poging. Op zoek naar Hostal Del Rio. Valt niet mee. Het adres in het boekje klopt niet, maar uiteindelijk lopen we er bij toeval tegenaan. Buitengewoon smaakvol en karakteristiek geheel, met oude trappen, erkers en grote planten. Om een uur is er een kamer met twee bedden beschikbaar voor 180 pesos, meldt de vriendelijke jongeman bij de receptie. Mooi. Maar dan kijken we eerst nog even verder. Het derde hotel is vol, maar heeft om één uur misschien weer een kamer. Wij gaan terug naar Hostal Del Rio.

Merkwaardig genoeg blijkt er nu al een kamer beschikbaar. Kamer 10. Of wij daarmee akkoord gaan. Voor kamer 10 moeten we het trapje af. Rechts voor ons is een afgetimmerd hoekje met een hangslot er op. Kamer 10. Rechts is de doucheruimte, links een vrij grote kamer met twee eenpersoons bedden. Kamer 10 heeft zelfs een dak, in tegenstelling tot het gangetje buiten. Het ziet er allemaal erg knus uit. We betalen en slapen nog een paar uurtjes.

Om een uur of één weer naar buiten. Zacatecas is erg pittoresk, en je ziet er niet zo veel toeristen. Vlakbij het hotel is een winkeltje dat Lokale Specialiteiten verkoopt, met name snoep, waar wij ons uitgebreid laten voorlichten. Verderop en rechtsaf een klein marktje met wat sieraden en souvenirs. We dwalen verder door de kronkelige straatjes en langs de fraaie huisjes van de stad. Aan een plein dat vooral uit grote treden bestaat zit Mr. Coffee, een koffieshop annex taqueria. Daar gaan we rustig zitten. We bestellen eerst een cappuccino en een thee, en later nog een portie tacos.

We dwalen verder. Veel souvenirwinkeltjes hier, die vaak wel verdacht veel op elkaar lijken. Vaak met verschillende soorten stenen en mineralen. Uiteindelijk komen we bij De Kathedraal. Prachtig exemplaar, vooral de voorkant, die erg gedetailleerd is gebeeldhouwd. Van binnen is deze kathedraal zoals bijna elke kerk in Mexico: vrij karig. Al schijnt deze ooit wel eens rijk versierd te zijn geweest, maar sindsdien leeggeroofd. Terug naar buiten.

We maken allebei gedurende een uur gebruik van een internetcafé. Na nog wat omzwervingen raken we uiteindelijk verzeild in Acropolis, een vrij sjiek restaurant even voorbij de kathedraal, waar ze enorme ramen hebben waar je pal voor kunt zitten en Zacatecas aan je voorbij kunt zien trekken. Wij nemen een kopje thee en een kopje koffie. Het tweede kopje blijkt bij de prijs inbegrepen.

In de loop van de avond komen wij weer uit Acropolis. Eigenlijk hebben wij geen honger. Op het pleintje bij Mr. Coffee zijn een paar clowns bezig. Het hele plein is vol mensen. Op een volgend pleintje is een bandje aan het spelen. Vooral slagwerk en koper. Gezellige boel. De ruimte net voor het bandje doet dienst als dansvloer. We blijven kijken. Niet veel later zet het bandje zich in beweging en trekt een hele stroom mensen met zich mee. Wij lopen er achteraan. Op een straathoek krijg ik van een man die ook meeloopt een klein stenen kruikje om om mijn nek te hangen. De andere mensen in de stoet hebben ook allemaal zo’n kruikje omhangen, wijst hij. Christa krijgt ook een kruikje. Die kunnen we straks bij de man met de ezel vullen met tequila, wijst hij. In de stoet waggelt inderdaad een ezel mee, met aan weerszijden een grote houten draagbak gevuld met enorme flessen met een of ander goedje. Nieuwsgierig lopen wij mee.

Verderop blijft het bandje weer een tijdje staan spelen. De kruikjesdragende menigte gaat naar de ezel, en krijgen allemaal in hun kruikje mezcal geschonken, een andere sterk alcoholische drank van Mexicaanse makelij. Christa doet vrolijk mee. Voor de niet-alcoholici schenkt een meisje met een rose T-shirt seven-up in de kruikjes. Wat is hier allemaal aan de hand? Dat meisje met dat rose T-shirt, legt de man uit van wie we het kruikje hebben gekregen, is gisteren 15 geworden, en daarmee volwassen. En dit is de manier waarop Zacatecas gevierd wordt.

De menigte trekt weer verder, door de smalle straatjes met veel trapjes op en af. Inclusief ezel. Ergens bovenaan wordt er verder gespeeld en gedanst. De regen lijkt even roet in het eten te gaan gooien, maar gaat al snel weer liggen. Uiteindelijk komen we uit op het pleintje voor de kathedraal, waar het feest nog even doorgaat. Wij gaan terug naar ons hotel.


Maandag 9 juli 2001


Een dagje Zacatecas. We betalen nog eens 180 pesos om hier een nachtje te mogen blijven, en trekken opnieuw de stad in. Vandaag de bezienswaardigheden. Er is hier nergens een bakker te vinden en dus komen we uiteindelijk weer uit bij Acropolis voor ons ontbijt. Mexicaans roerei met geplette bonen, een sapje, brood en koffie of thee. En het tweede kopje is weer inbegrepen. En we hebben weer een fraai uitzicht.

Dan naar de echte bezienswaardigheden. Dat begint met het Museo Pedro Coronel. Dat was een kunstenaar en verwoed kunstverzamelaar uit Zacatecas, die bij zijn dood zijn complete collectie schonk aan de stad. En die collectie mag er zijn. We zijn hier eigenlijk heengelokt vanwege de 20e eeuwse Europese kunst, maar de collectie blijkt vooral te bestaan uit een erg complete verzameling culturele en historische kunstobjecten uit de hele wereld. Uiteraard een flinke verzameling uit Mexico zelf, die zo ongeveer alle culturen afdekt, maar daarnaast ook nog eens voorwerpen uit Afrika, Japan, China, Egypte, en Nieuw-Guinea. Daarnaast uit Europa onder anderen een paar Picasso’s en vooral een fraaie collectie Miro’s. Beneden nemen we nog een kijkje in de bibliotheek van de man.

Bergopwaarts. De volgende attractie is de Mina El Eden, een belangrijke mijn waaraan Zacatecas zo ongeveer zijn bestaan te danken heeft. De Spanjaarden hebben hier heel wat metalen uitgepeurd, ten koste van de lokale bevolking, die op een gegeven moment met zo’n zes tot zeven mensen per dag overleed ten gevolge van ziektes opgelopen in de mijn. Vandaag is de mijn te bezoeken als toeristische attractie.

Terwijl we omhoog lopen wordt het uitzicht op Zacatecas steeds fraaier. Eenmaal boven koop ik een kaartje voor het bezoek aan de mijn. Christa gaat niet mee. Die heeft slechte ervaringen met het bezoek aan mijnen. Binnen is een wachtruimte met twee rijen plastic stoeltjes van Coca Cola. Ik ga zitten. Na een dik kwartier komt een vrolijke gezette Mexicaanse. Zij zal ons rondleiden in de mijn. In het Spaans.

De mijn kende zeven niveaus. Voor onze rondleiding dalen we af naar de vierde. Met een lift. Beneden krijgen we een kunstmatige waterval te zien. Als mevrouw het knopje omzet komt er water naar beneden gesukkeld over een schuine rotswand. Maar als het hard regent, gebeurt dat ook spontaan, verzekert zij ons. Verderop komen we een andere groep tegen, die vanaf de andere kant de mijn is binnengegaan. Even wachten. Dan mogen wij naar boven om te zien waar die andere groep zojuist naar keek. Ergens boven in de schacht staan een paar poppen verkleed als mijnwerkers tegen de muur geleund, zodat wij een getrouw beeld krijgen van hoe het leven in de mijn moet zijn geweest. Helemaal bovenin de schacht wordt onze aandacht gevestigd op een hoekje in de rotsen dat er precies uitziet als het gezicht van een mijnwerker, inclusief helm en lamp. Beneden is een watertje.

Even verderop krijgen we de rotsen van de mijn van wat dichterbij te zien. Mevrouw wijst ons op het kwarts, het ijzer, het zink, en het koper wat te onderscheiden is. We mogen ook zelf tussen wat langs de kant liggende stenen grabbelen om te zien of er nog wat leuks tussen zit. Hiermee komen we aan het einde van deze rondleiding. Per toeristenmijntreintje kunnen we doorrijden naar de uitgang, wat niet de kant van de mijn is waar wij zijn binnengegaan. Probleempje, want Christa zit bij die ingang te wachten. Met niet al te veel moeite weet ik, via de buitenkant van de berg, die ingang weer terug te vinden.

Het is warm. Niet echt een hoge temperatuur op de thermometer, maar echt zo'n grote-hoogte warmte. Officieel, uit de zon en in de wind, zal het niet veel meer dan laag in de twintig graden zijn, maar de zon is behoorlijk fel. Vlak naast de ingang van de mijn is ons volgende uitje: de kabelbaan. Die gaat naar een berg aan de overkant, La Bufa. Inderdaad, een andere La Bufa dan die in de Copper Canyons. Twee rode bakjes, waar niet overdreven veel mensen in kunnen, kabbelen in zeveneneenhalve minuut heen en weer, en geven onderweg prachtige uitzichten over de stad, nog mooier dan van beide bergen. De kabelbaan is van Zwitserse makelij, meldt ons toegangskaartje, en dus veilig.

Op La Bufa genieten we nog een tijdje van ons uitzicht. Van boven zoeken we een aardig uitziend pleintje uit, waar we heen zullen lopen. Het is een steile afdaling, over een behoorlijke afstand ook. Halverwege kopen we in een van die schattige kleine winkeltjes een verse anderhalve literfles water. Beneden komen we langs een drukke weg op het door ons geambieerde plein. Veel verkeer. Veel mensen. En veel regen ook helaas. Weer even een flinke bui. Bij het bakkertje op de hoek kopen we een zak broodjes. Bij de sapbar twee panden verderop een glaasje sap. En we wachten tot de bui voorbij is.

Al snel zijn we weer terug in het centrum. Tijd voor onze internetsessie. En daarna komen we op een of andere manier toch weer terecht bij Acropolis. Dit keer zelfs het derde kopje gratis. Goede klanten natuurlijk. Als het al bijna te donker is om nog naar buiten te kijken gaan we maar weer. Op naar ons volgende vaste adresje. Naar Mr. Coffee voor taco’s. En een gemengde salade. Na het eten via de winkel van Sanborns en een klein supermarktje voor een yoghurt na, weer terug naar het hotel.


Dinsdag 10 juli 2001


Vandaag verlaten wij Zacatecas. Dat gaat allemaal wat moeizamer dan gepland. Allereerst hebben we gisteren bij het internetcafé een Economist laten liggen. Die moet natuurlijk weer terug voordat we deze stad kunnen verlaten. Heiligschennis. De eigenaar heeft hem gelukkig voor ons bewaard. Dan is mijn maag vandaag wat onrustig. Een langdurige verstopping komt los. En dat terwijl Christa’s stoelgang net sinds gisteren weer naar behoren functioneert. Bij het lokale snoepwinkeltje verderop slaan we wat souvenirs in. We mikken nu op de bus van twaalf uur naar Leon. Die zou er ongeveer drie uur over moeten doen. In Leon nemen we dan een bus naar Guanajuato, dat duurt een uur, zodat we om pakweg om half vijf daar zouden moeten kunnen zijn.

Helaas. Als we even na elven op het busstation zijn, meldt mevrouw achter de balie dat de bus naar Leon pas om half één komt. Die bus is namelijk al ergens anders gestart en heeft inmiddels vertraging opgelopen. Afijn. Half uurtje vertraging. De kaartjes voor deze bus, zo vertelt mevrouw, worden pas verkocht op het moment dat de bus hier is, gedurende vijf minuten. Curieus. Wij blijven angstvallig in de buurt zitten en vragen zo af en toe voor de zekerheid of de bus er misschien al is. De bus komt uiteindelijk echt pas om half een. Maar dan gaan de kaartjes ook in de verkoop. Hectische toestand. Vooral omdat er ook nog mensen met een andere bestemming tussendoor fietsen. Uiteindelijk blijken er slechts drie liefhebbers voor de bus naar Leon. Inclusief wij.

Tweede tegenvaller. De drie uur die het volgens de Lonely Planet duurt om van Zacatecas naar Leon te gaan, blijkt wat aan de ambitieuze kant. Na een dikke twee uur zijn we in Aguascalientes, dat op twee uur van Leon ligt. Dat schiet niet echt op. Uiteindelijk zijn we om half zes, na vier uur en drie kwartier in de bus, plus nog eens drie kwartier vertraging bij vertrek, in Leon. Daar op zoek naar een bus naar Guanajuato. Op zich geen probleem. Elke tien minuten rijdt er een tweedeklas bus voor 24 pesos per persoon. Maar om zes uur is er ook een Primera Plus bus. Die doet het voor 30 pesos. Ook wel eens spannend.

We hangen nog even op het busstation rond. Weinig te beleven, behalve wat zwaar overgeprijsde winkeltjes. Toch kopen we een blikje. Bij de Primera Plus bus worden we inderdaad vergast op een spectaculaire service. Buiten staat al een vriendelijke mevrouw met een Primera Plus karretje, die ons allemaal een lunchpakketje meegeeft, met een blikje drinken en twee koekjes. En alleen dat blikje maakt het prijsverschil met de tweede klas al dubbel en dwars waard. De bus zelf is luxe, en van hetzelfde soort als onze nachtbus. Na vertrek krijgen we nog een leerzame instructievideo over de bus en haar faciliteiten. De bus mag maximaal 95 kilometer per uur rijden. Gaat hij harder, dan gaat er voor in de bus een rode lamp branden.

In een uurtje zoeven wij naar Guanajato. Jammer dat we weer uit moeten stappen. Uiteindelijk wel zo'n 2,5 uur later op de plaats van bestemming dan verwacht. Op het busstation van Guanajuato eerst maar eens uitzoeken hoe we hier over twee dagen weer vandaan komen. Dan moeten we namelijk om half tien ‘s avonds ons vliegtuig halen op Mexico City International Airport. Er zijn een aantal opties, zo blijkt bij de behulpzame mevrouw achter de balie. We kunnen gewoon met een bus naar Mexico City. Dan komen we aan op Terminal del Norte, en moeten we vanaf daar een taxi nemen naar het vliegveld. Die bus doet er 5 uur over, dus, om aan de veilige kant te zijn, moeten we hiervandaan de bus van tien uur hebben, want de volgende gaat pas om half een. Zijn er geen bussen die rechtstreeks naar de luchthaven gaan?, vragen wij. Nee, maar die zijn er wel vanaf Celaya. Van daar naar de luchthaven duurt vier uur, en van hier naar Celaya een dikke twee uur. Na wat rekenen komen we tot de conclusie dat we dan hier om tien over tien moeten vertrekken. Voor de luchthavenbus is reservering gewenst. Na wat dubben en overleg kiezen we voor de laatste optie. Wel een dik uur langer in de bus, maar in Mexico City wel zo rustig en veilig.

Met een stadsbus naar het centrum van Guanajuato. Buitengewoon pittoresk stadje, en ook al weer gebouwd omdat hier een berg is waar een boel zilver uit kwam. De wegen zijn geheel of gedeeltelijk onder de grond, om het door UNESCO beschermde stadsgezicht te bewaren. Onder het Plaza de la Paz stappen wij uit, en gaan op zoek naar een hotel. We zijn meteen verrukt van de mooie straatjes en knusse pleintjes, waar je overigens wel verdraaid snel verdwaald. Een van de hotels die wij overwogen komen we min of meer toevallig tegen, maar blijkt inmiddels 390 pesos in rekening te brengen. Duidelijk te veel.

Dan maar op zoek naar Casa Bertha. De omschrijving daarvan in het boekje klinkt ook wel aantrekkelijk. Ook wat lastig te vinden. Vanaf het grote plein omhoog naar een kleiner plein, en daarvandaan in een smal steegje verder omhoog. We moeten naar nummer 9. Even lijken we die niet te kunnen vinden, maar een toevallige voorbijganger weet dat nummer 9 weer in een nog kleiner zijsteegje van dit steegje zit. Casa Bertha zegt hem niks. Wij het zijsteegje in. Nummer 9 zit aan het eind en lijkt in alles op een doodgewoon huis. Niets duidt er op dat dit een hotel is. Toch maar aanbellen. Een mevrouw van middelbare leeftijd doet open en dan zien we een groot bord met Casa Bertha al in de hoek staan.We zijn aan het juiste adres.

We worden een kleine woonkamer binnengelaten waar een groot schrift, de administratie, op tafel ligt. Onder de glasplaat ligt een flink uitvergrote kopie van de tekst in de Lonely Planet over dit huis. Er is nog precies een kamer vrij, meldt mevrouw. We lopen langs de keuken, waar manlief nog zit te eten, naar kamer vier. Daar staan een tweepersoonsbed en een stapelbed. Prima. Hiervoor betalen wij 180 pesos. We hebben een eigen badkamer, maar die is buiten de slaapkamer. Geen nood, op de badkamer hangt keurig een briefje dat dit de privé-badkamer is van kamer 4. We mogen ook gebruik maken van het dakterras, vertelt mevrouw. Via wat smalle trappen, half buiten komen we boven. Een lange witte plastic tafel met wat stoeltjes eromheen en een zeil er boven bij wijze van parasol. Verder is hier nog een keukentje en, vooral, een prachtig uitzicht over de stad.

Nog even naar buiten om iets te eten. Het grotere plein vlakbij onze Casa blijkt de Jardin de la Union, de pleisterplaats voor alle Guanajuatanen plus alle toeristen. Gezellige boel. Er is zoveel muziek op het plein dat er geen enkele plek is waar je niet muziek van meerdere kanten door elkaar hoort. Het plein is driehoekig en langs de buitenkant is een dak van een dikke laag groen, veroorzaakt door een aantal bomen met brede kruinen die strak in model zijn geknipt. We eten bij Hotel San Diego, waar je in het restaurant op de eerste etage praktisch buiten zit en dus een mooi uitzicht hebt over het plein. Het voorgerecht van vanavond is een uitstekende tonijnsalade, gevolgd door Enchiladas Suizas Rojas, die een beetje tegenvallen. Het heeft wel iets van lasagne, maar is een beetje smakeloos en flauw. Na het eten nog een klein rondje door het centrum en dan terug naar Casa Bertha.


Woensdag 11 juli 2001


Dagje Guanjuato. We beginnen de ochtend met een bezoekje aan het dakterras, met nu een wijds uitzicht over Guanajuato bij daglicht. Dan dalen we af naar de Jardin de la Union en beginnen rond te dwalen. Op een plein is een nog grotere winkel met lokale specialiteiten dan in Zacatecas. Hier is onder anderen ook drank aan de collectie toegevoegd. En een vriendelijke jongeman die onmiddellijk op ons af schiet om ons allerhande dingen te laten proeven. We willen nu nog niet met allerlei dingen gaan slepen, maar beloven dat we later terugkomen.

Even omhoog bij het plein en we zijn in de Callejon del Beso, het Steegje van de Kus, zo genoemd omdat steegje zo smal is dat je op je balkon dat van de overbuurman kunt aanraken, en het verhaal gaat dat hier ooit een meisje van goede komaf woonde dat van haar ouders niet meer mocht omgaan met haar arbeidersvriendje waarop vriendje in kwestie het huis aan de overkant huurde, zodat beiden elkaar toch in het geheim konden blijven ontmoeten. Natuurlijk kwam dat uit en liep het allemaal slecht af. Eigenlijk stelt het steegje weinig voor.

We klimmen verder naar het Monumento El Pipila, een enorm monument gewijd aan een lokale held van de Mexicaanse revolutie. Niet dat dat monument ons nu zo bijster interesseert, maar vanaf daarboven heb je wel een prachtig uitzicht over de stad. Wel vereist het nogal wat geklim over trappetjes voordat het zover is. Maar het is de moeite waard. Guanajuato is midden tussen de bergen geplakt en vooral de verzameling pastelkleurige huisjes tegen de heuvel links van ons zien er fraai uit. Bij het monument staat ook een rij souvenirstalletjes, die in deze stad wel complete bagger verkopen.

We dalen weer af. Gaat toch altijd een stuk makkelijker dan omhoog. Onze brunch gebruiken we in de Jardin de la Union, bij Café-Restaurant van Gogh. Dit keer valt de keuze op de flautas de pollo, een soort harde tacos gevuld met, jawel, kip. Een tijdje genieten van het weer en het uitzicht, en dan gaan we op stap in zuidwestelijke richting, naar de rand van de stad. Het wordt hier wat drukker en minder toeristisch. Meer winkeltjes met lokale specialiteiten. En een overdekte markt met twee verdiepingen waarvan de bovenste vooral bedoeld is voor toeristen. Meer baggersouvenirs. Uiteindelijk beginnen we steeds meer uit het centrum te raken.

Wij willen naar het mummiemuseum. Een paar jongetjes aan de kant van de weg wijzen ons dat we daarvoor een bocht naar linksachter moeten maken. Dan zien we het museum liggen. De Mexicanen hebben iets met de dood. Een wat morbide fascinatie, al sinds vele oude culturen. Dat blijkt ook vooral in dit museum. Net als elke andere stad heeft Guanajuato een begraafplaats. En net als elke andere stad moet door de nabestaanden betaald worden om hun voorouders daar te laten liggen. Wordt er niet betaald, dan worden de lijken weer opgegraven zodat er plaats is voor nieuwe klanten die wel betalen. Anders dan in andere steden bleek in Guanajuato echter dat de omstandigheden van de grond zodanig zijn dat die lijken die weer werden opgegraven in soms nog uitzonderlijk goede staat zijn. Gemummificeerd. Die mummies worden tentoongesteld in het mummiemuseum.

Het museum is erg populair bij Mexicanen. Je moet dan ook een tijdje in de rij staan voor het voorrecht om meer dan honderd in glazen vitrines tentoongestelde lijken te mogen bewonderen. De meeste exemplaren zien er vrij gruwelijk uit, met ingevallen gezichten en open monden. Een gids vertelt grote groepen mensen routineus wat wetenswaardigheden. Onder de meest curieuze exemplaren heeft dit museum een zwangere mummie en 's werels kleinste mummie, een exemplaartje van pakweg 20 centimeter.

We blijven niet overdreven lang in het museum. Ook de mogelijkheid om een setje aardige ansichtkaarten voor thuis aan te schaffen, met de leukste exemplaren, laten we maar voor wat ie is. We wandelen weer terug naar het centrum. Daar zitten we weer in een internetcafé, en dan lopen we terug naar huis. Korte vooravondrust. Tegen achten lopen we terug naar de Jardin de la Union, waar we in een vrij sjiek restaurant ons laatste avondmaal gebruiken. We zitten bij een groot raam dat open staat. Weer een fraai uitzicht op het plein. Voor het theater zitten de trappen vrijwel vol mensen. Ze worden door een paar clowns beziggehouden.

Ons voorgerecht is een salade, die er niet blijkt te zijn. Of wij een andere willen uitzoeken. Christa’s bordje is nog vies. Het hoofdgerecht zijn Enchiladas de Pollo Verde. Zeer smakelijk. Omdat we hier zo lekker zitten, nemen we ook maar een nagerecht. Twee gebakjes uit de vitrine. Ik betaal met credit-card. Op de stippeltjes waar de fooi moet worden ingevuld zet ik routineus een vlakke streep. Niet veel later komt de ober zenuwachtig en licht in paniek terug met onze credit-cardbon. Er is iets mis met de betaling. Of hij de kopie voor de klant nog even mag zien. Ik haal deze tevoorschijn. Wij zijn vergeten de fooi in te vullen. We begrijpen het nog niet helemaal. Tip! Tip! proberen de obers. Wij laten weten dat de credit-card betaling wel degelijk klopt. Wij willen natuurlijk een contante fooi achterlaten, hopen de obers te begrijpen. Behulpzaam zetten ze een zwart plastic vierkant schaaltje discreet op onze tafel. Wij gaan er vandoor. Bij het verlaten van het pand herinnert de ober ons er nog maar eens aan dat we geen fooi hebben achtergelaten. We zijn om een uur of tien terug in ons hotel.


Donderdag 12 juli 2001


Vandaag gaan we weer naar huis. Maar voor het zover is hebben we eerst nog een uurtje of 30 reizen voor de boeg. Eerst met de stadsbus naar het busstation, dan met de bus naar Celaya, daar overstappen op de vliegveldbus, vervolgens een vlucht naar Madrid, en dan via Barcelona terug naar Schiphol. En dan hebben we het nog niet eens over de trein die we volgende dag nog weer naar Groningen moeten nemen. Maar tegen die tijd is het al zaterdag.

Eerst inpakken. Om zeven uur staan we op, even na half negen in de stadsbus. Die wordt behoorlijk vol en doet er een goed half uur over. We zijn dus al rond kwart over negen op het busstation, nog op tijd om de bus naar Celaya te halen van een half uur eerder dan we gepland hadden. Die bus is een tweedeklas bus. Zitten we daar ook eens in. Zo’n bus heeft geen toegewezen zitplaatsen en zelfs geen vast tijdstip: ons kaartje is geldig tot kwart over elf vanochtend, voor elke bus naar keuze. De bus zelf is nog steeds van behoorlijke kwaliteit. Verschil met de eerste klas is vooral het gebrek aan toilet en airconditioning.

De reis verloopt voorspoedig en na een kleine 2,5 uur zijn we in Celaya. Nog anderhalf uur wachten op de aansluitende luchthavenbus, waar we twee dagen geleden al voor gereserveerd hadden. Het is een Primera Plus bus, en die hebben hier zelfs een eigen wachtruimte. Met koffie, thee en video. Ons Primera Plus lunchpakketje heeft nu ook een broodje. De bus rijdt voor het grootste gedeelte leeg eerst naar Queretaro. Daar stapt het grootste gedeelte van de reizigers in. Maar wel in een andere bus. Om onduidelijke redenen moeten wij namelijk van bus verhuizen. Daardoor blijven we ruim een half uur in Queretaro hangen. Daarna zoeven we weer verder. De oponthoud in Queretaro blijkt geen invloed te hebben op de uiteindelijke aankomst. Keurig om een paar minuten over half zes staan we voor de luchthaven.

De laatste pakweg drie kwartier rijden we in Mexico City. Het is druk maar we kunnen redelijk doorrijden. Op het radionieuws dat de buschauffeur aan heeft staan meen ik iets op te vangen in de richting van Iberia en Todos Los Vuelos Cancelados. Iberia heeft al haar vluchten gecancelled. Nah. Zal ik vast verkeerd begrepen hebben.

Op de beeldschermen van de luchthaven wordt onze vlucht nog niet vermeld. We vertrekken ook pas over vier uur. Maar merkwaardig genoeg zien we ook geen andere vlucht van Iberia aangekondigd. Bij de Iberia balie blijkt mijn Spaans toch beter dan ik hoopte. Boven alle balies van Iberia staat Vuelo Cancelado, vlucht geannuleerd. We halen een Engelstalig stencil dat begint met de mededeling dat gegeven de moeilijkheden die de maatschappij doormaakt op het gebied van het opereren van de vluchten, en om de continuiteit en kwaliteit van de service te waarborgen, men zich helaas genoodzaakt heeft gezien alle vluchten voor onbepaalde tijd op te schorten. Curieuze redenering. Wat er precies aan de hand is wordt nog niet helemaal duidelijk. Verder wordt uitgebreid gemeld dat alles in het werk wordt gesteld om het overlast tot een minimum te beperken, en om voor vervangend vervoer en hotelaccommodaties te zorgen. Ons wordt geadviseerd gewoon naar de incheckbalie te gaan en daar te informeren naar wat de mogelijkheden zijn.

Een sympathieke, rustige man tikt eens in zijn computer en concludeert dat wij misschien met KLM rechtstreeks naar Amsterdam zouden kunnen vliegen, als in dat toestel nog genoeg ruimte is. Lukt dat niet, en die kans is zeker aanwezig, dan lukt het vandaag helemaal niet meer, maar morgen zouden we dan toch vrijwel zeker weg moeten kunnen komen. Om acht uur moeten we ons maar weer melden. Dan weet hij meer over de beschikbaarheid van plaatsen op de KLM-vlucht. We gaan naar een internethoekje even verderop, waar we een mailtje naar huis sturen. Ook lezen we op internet dat het arbeidsconflict tussen Iberia en haar piloten zo hoog is opgelopen dat 99 toppiloten, zo ongeveer de helft, is opgestapt en Iberia daarom met ingang van middernacht Spaanse tijd, dus 5 uur vanmiddag Mexicaanse tijd, alle vluchten heeft geannuleerd.

We gaan naar boven waar een rijtje fast-food restaurants zit en ik neem de laatste taco’s. Een ijsje bij McDonald’s duurt een kwartiertje. Wij zijn haast opgelucht dat we niet weer met Iberia hoeven te vliegen. Als het nog geen half acht is gaan we weer terug naar de balie. In dit soort situaties, weten we uit ervaring, moet je altijd vooraan staan en vooral niet geloven wat ze tegen je zeggen. De situatie blijkt inderdaad veranderd. Wij mogen eigenlijk ook gewoon zelf wel naar KLM gaan, vindt meneer nu. Hij schrijft voor ons een transferformulier en we lopen naar de incheckbalie van KLM. Daar staan drie man security ons op te wachten. Wij mogen niet verder. Eerst mogen de mensen met een KLM-ticket inchecken, en om half negen mogen wij verder en wordt er gekeken of er nog plaatsen over zijn.

Wij blijven braaf wachten, pal vooraan, bij de security. De groep mensen die ook overgeboekt wil worden, groeit langzaam. Moeten wij ons al ergens melden? vragen wij af en toe maar eens. De security antwoordt ontkennend. We spreken een stewardess van het KLM-vliegtuig. Ze wist nog niets van de staking bij Iberia, maar weet wel dat hun toestel sowieso al behoorlijk vol zit en wenst ons succes.

Plotseling ziet Christa aan de zijkant, even verderop, een aantal mensen met transferformulieren en een mevrouw van KLM. Voor de zekerheid loop ik er heen. Mevrouw blijkt inderdaad namen aan het opnemen te zijn voor de wachtlijst. Ik ben er nog op tijd bij. Er staan zes mensen boven ons op de lijst. Christa vraagt ondertussen aan security of we hier onze namen op moeten geven. Oh ja, dat is inderdaad het geval. Mevrouw belooft dat als het eenmaal zover is, de namen van de gelukkigen zullen worden omgeroepen. Maar wie dat zijn, en om hoeveel mensen het gaat, is nog niet bekend.

We wachten verder. Om half negen, de rij KLM-klanten is nu toch wel weggewerkt, mogen we van security nog steeds niet naar de balie. Ze hebben nog steeds geen opdracht gekregen om ons door te laten. Ondertussen druppelen op een of andere manier toch steeds meer mensen naar de balie. We proberen onze security uit te leggen dat we nu toch echt ook naar die balie moeten, omdat men daar zo op het oog al druk bezig is om de overgebleven plaatsen weg te geven. Ze zijn niet te overtuigen. Andere mensen worden ook onrustig. Bij de balie roept men een naam. Wij kunnen het zo niet verstaan, maar enthousiast roep ik dat ik dat ben. Dan zijn we maar alvast bij de balie. Het werkt niet. Op een gegeven moment ben ik het zat. Terwijl de dichtstbijzijnde agent de andere kant op kijkt pak ik de paal van de afrastering op die vlak voor mij staat. Hij verliest zijn pootje. Ik probeer de paal er eerst weer op te schroeven, maar dat lukt niet helemaal. Dan gooi ik de paal opzij en loop snel door de afrastering heen naar de balie. Het lukt. Achter mij hoor ik een boel oproer, maar dat blijkt te zijn omdat tegelijkertijd ook Christa en een man naast haar mijn voorbeeld proberen te volgen, wat niet lukt. Hoe dan ook, ik sta bij de balie.

Niet zo veel later vraagt een mevrouw achter de balie of er nog mensen zijn die Amsterdam als eindbestemming hebben. En dus niet uiteindelijk naar Madrid willen, waarvan er nog een flink aantal schijnen te zijn. Ik meld mij. Mooi. Of ze mijn ticket mag zien. Ik wijs dat Christa die heeft, die nog achter de omheining staat. De vrouw wenkt haar. Maar security ziet dat niet, en Christa wordt door drie man tegen gehouden. De vrouw wenkt nog maar eens, en roept geirriteerd naar security. Christa weet er nu ook doorheen te breken. Alles lijkt goed te gaan. We krijgen een plekje in het vliegtuig. Er wordt ons gevraagd snel naar de gate te gaan, want over een paar minuten vertrekt het vliegtuig. Wij lopen hard en lopen nog bijna onze man van security omver.

Het vliegtuig zit al bijna vol. Wij zitten in het middenstuk, maar wel langs het gangpad. Even later komt er nog een groep Mexicanen binnen, met een handvol kinderen, die naar Madrid moeten, maar blijkbaar ook nog mee mochten. Twee jongetjes komen naast ons te zitten, hun moeder zit daarachter. De jongetjes beginnen meteen honderduit vragen te stellen. Het hun eerste transatlantische vlucht. Het jongetje naast mij vraagt in het Spaans of we allemaal doodgaan als het vliegtuig neerstort. Ik weet niet helemaal zeker of ik het goed verstaan heb, en vraag Christa om vertaling. Ik blijk het toch goed verstaan te hebben.

We storten niet neer. Sterker nog, we zijn tegen half drie al op Schiphol, zo'n zeven uur eerder dan oorspronkelijk gepland. We hadden dan ook eigenlijk via Madrid en Barcelona gemoeten. Wij vinden een staking bij Iberia niet erg.