Woensdag 2 november 2005


Bij het ontbijt blijkt dat het pension nog behoorlijk vol zit. Ontbijters lopen af en aan. Het buffet bestaat onder mee uit echte enorm dikke Griekse yoghurt, en een zelfgebakken tulband. Dit alles onder het genot van een uitzicht over de oude stad.

Vandaag gaan we naar Mycenae. Dat is een uurtje met de bus vanaf Nafplio. Onderweg zien we leuke dorpjes en oude vrouwtjes. In Mycenae zijn de ruines te zien van de stad die hier in de omgeving rond 1500 voor Christus de touwtjes in handen had. De stad wordt uitgebreid beschreven in de Illias en de Odysseus van Homerus, die het had over een stad die barstte van het goud. Dat werd altijd beschouwd als een legende totdat ergens in de negentiende eeuw de Duitse amateur-archeoloog Schliemann aan het graven sloeg en tot ieders verbazing inderdaad massa's gouden voorwerpen aantrof.

Mycenae ligt op de top van een heuvel, en is omringd door een enorme muur. Van die muur is nog wel wat over. De muur kon daar niet zo maar door mensen zijn neergezet, vond men later, dus moeten hier wel Cyclopen aan het werk zijn geweest. Verder schijnt het beroemdste onderdeel van het complex de Leeuwenpoort te zijn, een poort waar ook wij onderdoor lopen en waarvan de bovenkant versierd is met twee leeuwen, waar inmiddels helaas de koppen van ontbreken. Net na de poort is aan de linkerkant van de muur een grote nis, waar we een tijdje rustig in gaan zitten.

Verder staat er van die stad niet heel veel meer overeind, maar er is nog wel goed te zien hoe een en ander in elkaar heeft gezeten, vooral als je wat hoger staat. Bovendien is de omgeving een aangenaam berglandschap en is het vandaag mooi weer.

Ergens achter in de hoek van het complex, tegen de buitenmuur, ligt een Geheime Gang. Vroeger werd het ding gebruikt om water binnen de muren te krijgen vanuit een bron net buiten de muur. Vol verwachting dalen we af in de stikdonkere gang. Dat valt niet mee, want we zien niet veel. Maar niet veel later komen twee Spanjaarden ons achterop lopen met twee zaklampen. Dankbaar maken we gebruik van het licht. De trap loopt naar beneden, maakt dan een haakse bocht naar rechts, en komt uit in een kleine lege ruimte. Teleurgesteld klauteren we weer omhoog.

De Grieken vinden het blijkbaar toch wat frisjes, want het terras bij het museumcafé is verlaten. Wij gaan er toch zitten. Bij de uitermate vriendelijke mevrouw achter de balie halen we een glas versgeperste sinaasappelsap en een plakje cake.

In het museum zelf zien we wat voorwerpen en schilderingen die hier zijn aangetroffen, met ook een replica van het Gezicht van Agamemnon, een gouden masker waarvan Schliemann dacht dat het de beroemde koning Agamemnon moest voorstellen. Later bleek dat niet het geval. Het originele masker ligt in een museum in Athene.

Een paar honderd meter van de grote ruines van Mycenea ligt nog een attractie die deel uit maakt van het complex: de Schatkamer van Atreus. Via een lange gang, half uitgehouwen in de bergwand, komen we bij een hoge stenen ruimte, in de vorm van een bijenkorf. Schoolreisjes rijden af en aan.

We lopen terug naar de parkeerplaats om te wachten op de bus van 3 uur, de laatste die vandaag nog terug gaat naar Nafplio. De terugreis gaat een stuk vlotter dan de heenreis, er zijn nu geen massa's mensen die op elke straathoek van Argos moeten worden afgezet. Op ons balkonnetje genieten we van het uitzicht en de zon totdat die ondergaat.

Omdat het zo goed bevallen is, gaan we maar weer terug naar het restaurant waar we gisteren ook aten. Vandaag kiezen we opnieuw voor de salade Nicoise, en voor een pasta met zalm. Overheerlijk. Na het eten lopen we naar de haven. Ook daar zijn veel restaurants met grote terrassen, maar alles is gesloten. Het is laagseizoen. We hebben een mooi uitzicht op het verlichte eiland-met-fort, net buiten de kust. Terug op het verwarmde terras van ons restaurant gebruiken we een Chocolate Viennoise, om daarna terug te gaan naar het pension. Inmiddels is het gaan regenen.


Donderdag 3 november 2005


Onze laatste ochtend in Nafplio, en dus de laatste kans om de stad echt goed te bekijken. Dat gaat aan de hand van de Walking Tour in de Lonely Planet, die ons langs alle hoekjes, kerkjes, straatjes en steegjes voert die de moeite waard zijn. En dat zijn er nogal wat. Zo komen we langs een oude kerk met een kopie van da Vinci's Laatste Avondmaal, langs de oudste Venetiaanse huizen van Nafplio, langs de voormalige moskee waar ooit het Griekse parlement was gehuisvest, en meer van dat soort fraais. In een restaurantje aan de haven, dat nu wel open is, gebruiken we een sapje op de bank die op het overdekt terras het dichtst bij het water staat, terwijl het zachtjes is gaan regenen.

We halen onze bagage op bij Pension Marianna, ik glij uit over een glad stenen trappetje en we lopen in de richting van het busstation. Volgens de dienstregeling die we gisteren hebben gekregen van een vriendelijk oud mannetje bij datzelfde busstation, zou er om kwart over twee een bus moeten zijn naar Galata. Busstation is trouwens iets teveel eer. Het is niet meer dan een klein kantoortje waar, langs de kant van de weg, wat bussen voor staan. Gisteren konden we dat hele kantoortje niet eens vinden. Vandaag weet men ons te melden dat onze bus inderdaad om 14:15 vertrekt. We kopen twee kaartjes.

Bij een restaurantje even verderop kopen we twee broodjes gevuld met spinazie, en een halfliterpak jus. Dan volgt het wachten op de bus en het angstvallig in de gaten houden of de binnenkomende bussen de juiste Griekse letters voor onze bestemming hebben. Onze bus is iets te laat. Veel passagiers hoeft hij vanuit Nafplio niet mee te nemen. We nemen vandaag de toeristische route, zo blijkt. Het is een prachtige rit dwars door de bergen door kleine dorpjes en hier en daar zelfs een kudde schapen met een herder. Carina is helemaal gelukkig.

Tegen half vijf komen we in Galata. Het veerpontje naar Poros, op een eilandje zo'n 350 meter verderop, ligt al te wachten. Galata en Poros zijn twee alleraardigste dorpjes met witte huizen die tegen een bergwand aan het water liggen. Enthousiast neem ik foto's. We klimmen op de bovenste etage van de veerpont en varen de haven van Poros binnen.

We willen vandaag nog verder. Als het even kan naar Hydra, een eiland waar om zes uur een draagvleugelboot heen zou moeten gaan. In de haven van Poros worden we opgewacht door een mevrouw die ons een goedkope overnachting aanbiedt. We bedanken vriendelijk. Als we haar later weer tegenkomen vraagt ze wat we dan wel willen. Met de boot naar Hydra, en we zijn op zoek naar het kantoor van Flying Dolphin, de draagvleugelbootmaatschappij. Aha, dan mogen we wel even met haar meerijden, want zij moet toch die kant op.

We gooien onze spullen in de kleine auto en rijden mee, langs het water, een paar honderd meter. Als het nu toch niets wordt met die boot, omdat hij niet vaart vanwege de harde wind of zo, dan mogen we ons alsnog melden bij haar pensionnetje, een paar pandjes voorbij het Flying Dolphin kantoor, bij het Rent-a-Car bordje. Dat beloven wij.

Maar de aanschaf van kaartjes voor de boot verloopt probleemloos. Om vijf over zes varen wij uit. Als we langs de Rent-a-Car lopen, staat onze mevrouw nog hoopvol te wachten. Wij brengen haar het slechte nieuws. Bij de supermarkt kopen we wat proviand, dat we op een bankje aan het water nuttigen. De waterkant staat vol met restaurants, hotels, en andere toeristische attracties.

De boot lijkt te vroeg, maar de man van de kaartverkoop, die nu een handje helpt bij het aanmeren, laat weten dat dit de draagvleugel naar Piraeus is. We wachten dus nog even. Keurig op tijd komt onze boot aangestormd. Inmiddels is het donker. We schepen in en krijgen een plaats binnen, waar vliegtuigstoelen klaar staan, een stuk of negen op een rij. Naar buiten kunnen we niet. Daar staat tegenover dat het schip met een flinke snelheid vaart. De 29 kilometer van Poros naar Hydra gaan volgens de dienstregeling in 25 minuten. Een onstuimige rit is het wel. De zee is wat onrustiger geworden en dat is binnen goed te merken.

Om half zeven bereiken we Hydra. In het boekje staan twee geschikte pensionnetjes, maar geen plattegrond. Aan straatverlichting doen ze hier ook al niet. In de haven komt er wel een man op ons af met de vraag of we een slaapplaats zoeken, maar dat vinden we een wat onguur tiep. We dwalen dus zelf door het dorp. Aanvankelijk wil dat niet erg lukken. Pensions en hotels genoeg, maar de meeste lijken gesloten, of melden alleen een telefoonnummer voor meer informatie. Na nog wat ronddwalen komen we bij Pension Theodorus, waar wel wordt opengedaan.

Een vriendelijke Griekse mevrouw van middelbare leeftijd staat ons te woord. Ja hoor, ze hebben wel kamers. Ze laat ze ons meteen even zien, in het pandje net naast haar huis. We mogen uit twee kamers kiezen. Mevrouw spreekt weinig Engels, maar het is wel effectief. No problem. Key in, light on. Air-conditioning. Hot. Window close, air-conditioning works. OK? Forty. Wij nemen onze intrek.

Nu moeten we nog gaan eten. We zijn doodsbang dat we straks ons pension niet meer terug kunnen vinden en nemen dus uitgebreid alle gegevens over in ons boekje. Nu voorzichtig de straat uitlopen en onthouden dat we daarna linksaf slaan. Even verderop brandt licht in een pand dat zich afficheert als taverna. Het ziet er wat verlaten uit. Maar een jongen duikt op uit de keuken en heet ons hartelijk welkom. We krijgen de menukaart. Vandaag kan hij de groene bonen adviseren, laat hij weten, geserveerd in een tomatensaus en met gekookte aardappeltjes. Dat lijkt ons prima. De jongeman slaat in de keuken aan het kokkerellen en is in no time terug met twee borden met dampend eten. Smaakt prima. Na het eten weten wij de weg weer terug naar huis te vinden. We slapen bijzonder lang.


Vrijdag 4 november 2005


Hydra, hoofdstad van het eiland Hydra, is een bijzonder aardig dorpje met witte huizen en overwegend blauw afgewerkt. Een bijzonder rustig dorpje ook, want het hele eiland is autovrij. Alle vervoer geschiedt per boot en per ezel, en dat is wel zo pittoresk. Nu het licht is weten we de weg naar de haven weer te vinden. De haven loopt rond en ligt aan een baai. Aan de waterkant zijn de gebruikelijke toeristische gelegenheden. Maar er is ook veel bedrijvigheid. Hier en daar staan groepjes ezels, die beladen worden met waren die blijkbaar net per schip zijn binnen gekomen. We kopen ons ontbijt bij een bakkertje vlakbij de haven, en eten het op aan de waterkant. We maken een wandeling langs het water in westelijke richting. Verderop moeten nog wat dorpjes liggen. Dan kopen we daar wel weer water.

Ook op Hydra wemelt het van de zwerfkatten. Veel jonge poesjes hier ook vooral. We klimmen langs een paar geparkeerde ezels. Rechts van ons ligt de zee, met hier en daar een eiland. Het is vandaag zowaar mooi weer, met een strakblauwe lucht. Beneden voor ons zien we het volgende dorpje al liggen.

Dat dorpje blijkt uitgestorven. Het is laagseizoen en dat is hier te merken. Alles is verlaten. Op een terrasje zitten twee mannen, maar dat blijkt ook geen terrasje dat open is voor publiek. De taxiboot legt aan. De vrouw met boodschappen die uitstapt doet vermoeden dat er hier in het dorp ook geen winkel open is. En ons water is op. Bij een hotel zijn de toiletten nog wel open. Maar ze zien er uit alsof er al lang niemand meer geweest is. Het water dat uit de kraan komt is zeer onsmakelijk.

Dan maar weer terug naar Hydra. In de haven kopen we een fles water en twee van diezelfde zoete broodjes die we vanochtend ook al aten. We blijven een tijdje aan de haven zitten en kijken bij wat souvenirwinkels. Bij de supermarkt halen we nog wat eten en drinken dat we op een pleintje nuttigen. Jammer genoeg zijn de mandarijnen nog niet rijp. Af en toe loopt er een ezel of een kat voorbij.

We lopen nog een stuk langs de kust, nu in oostelijke richting. Meer mooie uitzichten, fraaie kerkjes, eilanden en katten. De zon begint te zakken. Na de haven van het volgende dorpje slingert het pad de bergen in. Op de weg voor ons loopt een schaap. Een herdershond komt aangesneld om hem te halen. Door de bergen zouden we ook weer in Hydra uit moeten kunnen komen, maar over anderhalf uur is het donker en er is geen straatverlichting. We kiezen dus voor de veilige weg, de weg waarlangs we ook gekomen zijn. En waar ook nog eens straatverlichting is.

Onderweg ga ik mij steeds beroerder voelen. De hoofdpijn wordt steeds erger. Hevige neiging tot gapen. En ook mijn maag begint vreemd te doen. Het water is ook al op. Ik zwalk terug naar Hydra. Daar kopen we drie liter water, waarvan ik de helft op onze hotelkamer leegdrink. Daarna gaat het meteen een stuk beter.

We gaan er weer op uit om een restaurantje te zoeken. Dit keer raken we verzeild in een etablissement waar al een groep Engelse zeilers zit. Het is een flink restaurant waar normaal gesproken aardig wat toeristen lijken te komen. De ober vertelt geroutineerd wat er van de kaart allemaal voorradig is. Uiteindelijk kiezen we weer aardappelen en groente, dit keer courgette. Terug in ons pension kijken we een film op onze kleine TV. Grieken doen namelijk aan ondertiteling.


Zaterdag 5 november 2005


Vandaag toch maar iets eerder opstaan dan gisteren. Rond een uur of negen lopen wij over straat, op zoek naar een klein restaurantje in een achterafstraat dat ons ontbijt wil serveren. Dat lukt. Het is opnieuw een mooie dag, al is er hier en daar wel een wolkje aan de hemel. Aan de haven kopen we een kaartje voor de veerboot van vanmiddag. In de tijd die ons hier nog rest gaan wij verder het dorpje verkennen. Door kleine straatjes met veel trappen lopen we steeds verder omhoog. Als we niet verder kunnen ligt het dorp aan onze voeten. Links van ons zien we wat vervallen golfplaten stallen en de onvermijdelijke ezels.

We zakken weer af en zwerven langs meer witte huizen, rondzwervende katten en omhoog klauterende ezels. Er wordt druk nieuwbouw gepleegd in Hydra. Waarschijnlijk doet men dat vooral in het laagseizoen. Uiteindelijk komen we weer uit in de buitenwijk waar we gisteren ook al doorheen gekomen zijn. Dezelfde kat die we toen ook al aaiden, komen we nu ook weer tegen. Het is niet bepaald een schuchter type, in tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten hier. Om kwart voor twaalf zijn we terug in ons pension. Nog wat laatste dingen inpakken en letterlijk om klokslag twaalf uur checken we uit. We bellen aan bij onze gastheren. Na een korte stilte komt pa naar de voordeur gestommeld. Ik krijg mijn paspoort terug en hij neemt dankbaar onze 80 euro in ontvangst.

We melden ons aan de haven. Om kwart voor één vaart er een cruiseschip binnen, maar die blijkt alleen maar hier om een paar honderd toeristen te lozen. Geduldig wachten we op onze veerboot naar Piraeus. Die komt om kwart voor twee binnen. Vlug vlug, snel snel, worden we allemaal de boot opgejaagd en voor we er erg in hebben vaart die alweer uit.

Na binnenkomst mogen we per roltrap naar een grote ruimte met stoelen, tafeltjes en een bar. We gaan eerst het dek op. Uiteindelijk hebben we het hele bovendek voor ons alleen. In de zomer schijnen deze veerboten stampvol te zitten. We varen tussen wat eilanden door en leggen aan in Poros. Ook die stop is erg kort. De volgende stop is Methana, een schiereiland. Vanaf daar varen we rechtstreeks door naar Piraeus.

Zo'n veerboot is veel leuker dan een draagvogelboot, hebben we besloten. Met de veerboot doe je er weliswaar twee keer zo lang over, maar je kunt tenminste nog een beetje rondlopen en, vooral, op het dek komen. Na de stop in Methana gaan we eens binnen kijken. Bij de bar halen we een glaasje warme chocomel. Er zijn vandaag niet heel veel mensen aan boord.

Als de zon begint te zakken komen we aan in de haven van Piraeus, de grootste haven van Griekenland, met veel imposante cruiseschepen. Piraeus is feitelijk een buitenwijk van Athene. Het metrostation is een paar honderd meter van de haven en brengt ons terug bij station Monastiraki. Bij hotel Tempi hebben we weer een kamer gereserveerd. Dat kon nog maar net, want het is druk in de stad. Morgen is de marathon van Athene.

We krijgen een kamer die nog goedkoper is dan wat ons was beloofd. De kamer heeft namelijk nogal een smal bed, laat de receptionist weten. Het bed is breed genoeg, maar de kamer blijkt wel op de vierde etage. En er is nog steeds geen lift.

Aan het begin van de avond gaan we op zoek naar dat Japanse restaurant dat hier in de buurt moet zitten. Veel Aziaten zitten er niet in Griekenland. Tot onze verbazing hebben we bijvoorbeeld geen enkel Chinees restaurant gezien. Maar de Japanner is prima. Onderweg komen we tot mijn verrukking zelfs een Starbucks tegen, waar we na het eten nog even langs gaan.


Zondag 6 november 2005


Vandaag moeten we vroeg op. Ik heb mijn mobiel om zes uur gezet. De oplader blijkt vannacht echter niet goed te hebben gewerkt, zodat het ding niet afgaat. Tegen half zeven ben ik wakker en kijk ik op mijn horloge. Snel opstaan. Om kwart voor zeven checken we uit. Een minuut of vijf later stappen we in de metro, die snel daarna vertrekt. Er blijkt namelijk een metro te zijn die naar de luchthaven rijdt. We hebben geluk, want het ding rijdt maar twee keer per uur. We zijn dus nog ruimschoots op tijd om in te checken.