Vrijdag 28 oktober 2005


Olympic Airways is een half uur te laat. Maar verder hebben we niets te klagen. Een rammelbus rijdt ons van de luchthaven naar een metrostation. Vooral bij hogere snelheden laat het ding een haast oorverdovend gefluit horen. De buitenwijken van Athene zien er inderdaad behoorlijk Zuid-Europees uit. Veel wit. Veel bedrijvigheid. De metro is relatief nieuw en ziet er flitsend en brandschoon uit. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de Olympische Spelen van vorig jaar.

Als we aankomen bij het juiste metrostation, is het inmiddels donker. We hebben wat moeite de juiste weg te vinden. We lopen eerst een stuk de verkeerde kant op. Maar dan zitten we goed. We lopen op Ermou, naar verluid de sjiekste winkelstraat van Athene. In een zijstraat, ook wandelgebied, zit hotel Tempi.

We hebben een kamer met badkamer en balkon. Vanaf ons balkon hebben we uitzicht op de Akropolis, die helder verlicht over de stad uitkijkt. Prachtig. We blijven nog een tijdje zitten. Onder ons is een knus pleintje, waar af en toe een kat rondslentert. Het is frisjes, nog geen twintig graden.

In de loop van de avond gaan we op zoek naar iets eetbaars. Olympic Airways had ons nog laat in de middag van eten voorzien, dus eerder op de avond hadden we nog niet heel erg honger. We lopen door Ermou, langs een rond kerkje. De winkels zijn al lang gesloten, maar er is nog veel volk op straat. Er zitten behoorlijk wat straatventers, vooral Afrikanen, die allemaal dezelfde handtasjes verkopen. Via een groot plein lopen we weer terug. We vinden het eigenlijk best wel leuk, dat Athene. Het valt erg mee na al die verhalen van mensen die er niets aan vinden. Het centrum is best wel knus en aardig. Veel hippe tentjes. In een zijstraat vinden we een Subway broodjeszaak. Morgen moeten we beslist weer komen, vindt de mevrouw achter de kassa. Dan is de officiële opening en krijgen wij er twee voor de prijs van één.

We eten ons broodje op ons balkon, met opnieuw uitzicht op de Akropolis, en gaan op tijd naar bed. In Griekenland is het een uur later dan in Nederland.


Zaterdag 29 oktober 2005


Naast ons hotel zit een bakkertje waar ook een terras aan verbonden blijkt. We gebruiken er een kopje cappuccino en iets tussen een boterkoek en een appelgebak bij wijze van ontbijt. Vanochtend hebben we geprobeerd nog een nachtje bij te boeken in Hotel Tempi, maar dat bleek niet mogelijk. Het hotel zit vol. We hebben onze bagage daar eerst maar achter gelaten en zien wel hoe het verder loopt vandaag. Misschien zijn we nog vroeg genoeg in Athene uitgekeken om ergens anders heen te gaan, misschien zoeken we gewoon een ander hotel.

De belangrijkste activiteit van vandaag is het bezoeken van de Akropolis. We moeten dus eerst een eindje klimmen. Het is vandaag wat bewolkt. Het is elf uur, maar de souvenirwinkels waar we langs lopen zijn nog druk bezig hun koopwaar uit te stallen. Door een schilderachtig steegje dat vooral bestaat uit een trap omhoog, en langs een klein kerkje komen we bij de ingang van de Akropolis. Dat is goed te merken want er zijn hier meteen veel meer toeristen. Bij de kassa kopen we een kaartje dat niet alleen recht geeft op toegang tot de Akropolis, maar ook nog eens tot zes ander bezienswaardigheden op en rond het terrein. We geven onze rugzak af bij de garderobe en mogen dan naar binnen.

De bouw van de Akropolis werd in de vijfde eeuw voor Christus geïnitieerd door Pericles, al wordt ons nog niet helemaal duidelijk wat nu precies het doel was van een en ander. Verreweg het grootste, meest bekende, en meest imposante gebouw van het complex is het Parthenon, dat een centrale plaats inneemt. Het grootste gedeelte van het Parthenon is al verloren gegaan, maar er staan nog steeds een paar stukken die groot genoeg zijn om een indruk te krijgen van hoe het er ooit allemaal heeft uitgezien. Een en ander wordt nogal ontsierd door de bouwketen die her en der staan opgesteld. Blijkbaar is er een grootscheepse renovatie aan de gang.

Het eerste wat we zien als we het terrein op komen is de tempel van Athena Nike, waarlangs we over een aantal grote trappen omhoog worden geleid. De tempel staat er nog fraai bij, of is misschien gewoon al in verdergaande staat van renovatie, dat zou ook kunnen.

Boven op de vlakte waait het enorm. We lopen langs het Erichtheion, een van de beroemdste gebouwen in Athene, vooral vanwege de zes pilaren in de vorm van vrouwen die de voorste luifel ondersteunen. De dames die wij aanschouwen zijn replica's. Vier van de originelen staan in het museum, even verderop. De vijfde is verdwenen en de zesde is gejat door de Engelsen en staat nu in het British Museum in Londen. In het museum hier zien we nog meer fraaie beelden die her en der van de Akropolis komen, zoals het reliëf dat oorspronkelijk boven de pilaren van het Parthenon prijkte.

We lopen naar het theater van Herodes Atticus, grotendeels gerestaureerd, met een steile, hoge tribune die uitkijkt op een klein halfrond toneel. Eigenlijk hadden we het theater al bewonderd voordat we de Akropolis beklommen, maar nu kunnen we het ook van de andere kant bekijken, na inlevering van nog een toegangskaartje. Via een aantal ruïnes komen we uiteindelijk uit bij het theater van Dionysos, dat in aanzienlijk verder vervallen staat is, maar waar je wel gewoon op de tribunes kunt zitten.

Via de achteringang verlaten we het terrein. Langs de buitenkant lopen we terug richting ingang, om verzeild te raken op de Oude Agora, de markt en het sociaal trefpunt van het oude Athene. De moeite waard. Volledig gerestaureerd is de Stoa van Attalos, een lange gang met grote pilaren en binnen een museum met wat prullaria. Verder staan er op de agora veel ruines, waarbij onze speciale belangstelling uit gaat naar de tempel van Hephaestos, een rechthoekig bouwwerk met pilaren dat nog in uitstekende staat verkeert, en overeenkomsten vertoont met het Parthenon. Verder zien we een aardig rond kerkje en wat beelden.

Na het verlaten van de oude Agora zijn wij moe en hebben wij dorst. Even verderop, wat hoger gelegen, lonkt een terrasje. Maar zie er maar eens te komen. Via de weg lukt dat niet. Via een tussendoor paadje bereiken wij een hek dat toegang biedt tot het terras. Het hek zit op slot. We moeten omlopen om langs een andere weg eindelijk onze rust te vinden.

Terrasjes in Athene zijn knetterduur, zo hebben wij inmiddels geconstateerd. Zo doet een kopje thee hier 3,50 euro. Wel heeft men de goede gewoonte om bij elke consumptie een groot glas water te serveren, zelfs bij het flesje Fanta dat wij bestellen.

We wandelen weer bergafwaarts naar de Romeinse Agora. Ook leuk. Op dit marktplein uit vroeger tijden staat een hoog wit gebouw, volgens het boekje bekend als de Tower of the Winds, maar door Carina meteen gedegradeerd tot windvaan. Hier werd het weer in de gaten gehouden. Blijkbaar. Verder staat hier iets wat wij aanzien als een fraaie oude ronde kerk, maar wat een moskee blijkt te zijn.

We slenteren terug naar ons hotel. Moe. Honger. We doen een poging om twee broodjes te scoren bij de vandaag feestelijk geopende Subway, maar er zijn meer mensen op dat idee gekomen. Te druk. Dan maar een broodje op een terrasje even verderop. Wij knappen er weer helemaal van op.

Het is druk op de Ermou. De winkels zijn open. We gaan op zoek naar een hotel, want het is te laat om nog naar een andere plaats te reizen, zo hebben wij besloten. Op de straatjes achter de Ermou wemelt het van de hotelletjes. De eerste poging blijkt iets aan de te luxe kant en boven ons budget, al haalt de vriendelijke receptionist wel al meteen en spontaan 20 euro van de prijs af. Wat verderop zien we een etablissement dat iets meer in onze prijsklasse lijkt te liggen. John's Place staat er boven de trap die naar de receptie leidt. De man die aan de overkant van het hotel aan de straat op een stoel zit, blijkt verantwoordelijk. Hij heeft voor ons een kamer met badkamer op de gang, voor 45 euro. Het ziet er redelijk minimaal, maar verder prima uit. Schoon. We zitten op de tweede etage, en elke etage heeft iets van een gemeenschappelijke woonruimte. We checken in en maken een korte wandeling terug naar Hotel Tempi om onze bagage te halen. De receptionist wuift dat het goed is. Eigenlijk zouden we elk van de rugzakken die hier ligt mee kunnen nemen, maar we kiezen toch maar voor de mijne.

Terug in John's Place rusten we uit. Aan het begin van de avond gaan we op zoek naar vegetarisch restaurant Eden. Dat valt niet mee. We lopen door een levendige straat vol met souvenirwinkels. Verderop is een kerkje waar net getrouwd is. Maar dan komen we uit op een grote weg met daarachter meer fraai verlichte oudheden. Pilaren. Waar we nu zijn is mij een raadsel. We zwerven wat rond in de richting van de Akropolis, worden door een vriendelijke winkelier nog een kant op gestuurd, maar komen uiteindelijk weer uit bij die souvenirwinkels. Maar nu weet ik de straat wel op mijn plattegrondje te vinden en komen we uiteindelijk op onze bestemming.

Restaurant Eden is populair. Dat valt nog niet zo op als je binnenkomt, maar het niet-roken gedeelte achterin het restaurant zit flink vol. Aan het tafeltje naast ons zit zelfs een complete familie, met vier kinderen, wat wij iets minder op prijs stellen. Gelukkig zijn ze net aan het afrekenen. Je ziet hier vrijwel alleen maar toeristen. Wij bestellen een hummus als voorgerecht en twee keer de vegetarische moussaka. Eden heeft een visitekaartje met plattegrond waardoor we via de kortste weg weer terug naar John's Place lopen.


Zondag 30 oktober 2005


Vlak naast John's Place zit een Grieks restaurantje, langwerpig, met houten tafels en plastic zeiltjes. We gebruiken er ons ontbijt. Jam is er niet meer, dus we moeten het met droge geroosterde broodjes doen. En cappuccino. Vriendelijk bediening, dat wel. We zijn de enige klanten op dit uur.

We checken uit en gaan op zoek naar station Peloponneses. Van daar hopen we een trein te kunnen nemen naar Diakofto. De metro brengt ons, via een overstap, naar een ander station, waar Peloponneses 300 meter vandaan is.

Station Peloponneses ligt er wat uitgestorven bij. Alle deuren zitten dicht. We lopen nog eens terug naar de hoofdingang en zien dan een briefje hangen met in het Grieks en het Engels de mededeling dat vanwege renovatie van dit station alle treinen niet hier zullen vertrekken, maar van een ander station, met dank voor uw begrip.

Dat andere station is zeven tot acht kilometer verderop, vertelt een taxichauffeur op leeftijd die inmiddels is toegesneld. Maar hij brengt ons er graag heen, voor vijf euro. Dat is ongetwijfeld te veel, maar dergelijk initiatief moet beloond worden, dus we gaan graag met de man in zee.

Het is vijf over elf als we op het station aankomen. De volgende trein naar Diakofto vertrekt om vijf voor twaalf, zien wij op de borden. Dan hebben we het nog niet eens zo slecht getroffen, want zoveel treinen rijden er niet op een dag, zo stellen wij tevreden vast. Bij het loket kopen we een kaartje. De eerstvolgende trein vertrekt om 10 uur 12, laat de mevrouw achter het loket weten. Willen we nog met die trein mee? Verbaasd kijk ik haar aan. Maar natuurlijk. Afgelopen nacht is de klok een uur achteruit gegaan. Einde zomertijd. Nog net op tijd stappen we in de trein van 10 uur 12.

We maken ons op voor een tocht van een slordige drie uur langs de kust. Eerst zien we de zee aan onze linkerkant, als we eenmaal op het schiereiland Peloponnese zijn aangekomen, zien we een andere zee aan onze rechterkant. De trein valt nog best wel mee. Hij is niet zo gammel als wij hadden gevreesd. En hij rijdt keurig op tijd. Na een slordige anderhalf uur passeren we Corinth, de nieuwe stad vlakbij het oude Corinthië. We passeren het beroemde kanaal van Corinth, waaraan men begon te graven rond het begin van onze jaartelling, maar die pas aan het einde van de negentiende eeuw werd afgerond. Het kanaal verbindt de Egeïsche met de Ionische Zee. Ik ben net te laat om het ding op de foto te zetten.

Even na één uur komen we aan in Diakofto. Alle andere buitenlandse toeristen blijven in de trein zitten. Het gaat ons hier eigenlijk vooral om het treintje dat dwars door de bergen van Diakofto naar Kalavryta rijdt. Buitengewoon spectaculair, naar het schijnt. We blijken nog op tijd om een van de vier treintjes van vandaag mee te pikken, om 14:28. Dan hebben we zelfs nog de tijd om iets te eten. Het loket is momenteel onbemand. Diakofto ziet er behoorlijk toeristisch uit, met een hele rits hotels, restaurants en winkeltjes tegenover het station. Even verderop vinden we een bakkertje dat open is. We kopen een warm driehoekig broodje, type appelflap, gevuld met feta. Lekker.

Bij het station is inmiddels personeel voorhanden. We kopen twee enkeltjes naar Zahlorou, halverwege de lijn. Volgens het boekje heb je daar een aardig hotel en een leuke omgeving. Bovendien is het meest spectaculaire van het treinritje daar al achter de rug. Het duurt nog een uurtje voordat de trein vertrekt. Dat geeft ons mooi de gelegenheid een kopje cappuccino te drinken op het hippe terrasje achter het station, bij een café dat voorzien is van de smaakvolle naam G. Spot.

De trein zit behoorlijk vol. Het is weekend. We hebben een kaartje gekocht voor de eerste klas, op aanraden van ons boekje. Mooier uitzicht. Je zit dan namelijk helemaal voorin of, zoals in ons geval, helemaal achterin de trein, met vrij uitzicht naar voren dan wel achteren. Het treintje bestaat uit twee wagons, plus nog een klein karretje in het midden, waarvan de functie ons onduidelijk blijft. Het treinlijntje is aan het einde van de negentiende eeuw gebouwd door een Italiaans bedrijf. Geen geringe prestatie, de trein stijgt zo'n 700 meter op een traject van 22,5 kilometer en gaat dwars door een kloof. Op sommige stukken stuwt het dieseltreintje zich door een systeem van tandwielen op het midden van de rails omhoog. Wij springen enthousiast op onze stoelen op en neer. De trein slingert door tunnels, langs loofbomen en langs een onstuimig beekje.

Na een drie kwartier zijn we in Zahlorou, midden in de bergen. Wij moeten er uit. Het is hier frisjes. Pal naast het station is een soort van hotel, waarvan we het restaurant zien achter de voorkant met veel glas en hout. Buitengewoon pittoresk, vindt de Lonely Planet. Wij willen naar binnen lopen. Is hier een kamer vrij?, informeren wij in het Engels. Een paar jongens kijken ons niet begrijpend aan. Nee hoor, geen kamers, komt een andere jongen resoluut melden. Oh. Dan maar eens naar de buren, die in een pand zitten dat er al net zo uit ziet. Ook daar worden we niet echt met open armen ontvangen. Er hangt wel een groot bord met Rooms To Rent. We informeren in wat later de keuken blijkt te zijn. Er wordt een man bij gehaald die wat Engels spreekt. Nou vooruit, er is nog een kamer vrij. De prijs is wat onduidelijk. Thirty, lijkt een man te zeggen, die er blijkbaar ook iets mee te maken heeft. Thirty-five, laat de mevrouw in de keuken resoluut weten. Het juiste antwoord schijnt 35. We proberen het nog eens op 30, maar helaas, geen kans. De kamer moet nog klaar gemaakt worden, dus we moeten nog even wachten. Maar we mogen na wat aandringen alvast wel even kijken. We worden via wat trappetjes naar de achterkant van het pand gebracht, waar een deur toegang verschaft tot een korte gang met aan weerskanten twee kamers. Wij nemen genoegen met de kamer. Het lijkt wel een blokhut, geheel opgetrokken uit hout en met net genoeg ruimte voor een twee-persoons bed.

We worden terug naar het restaurant gebracht en voor bij de open haard geplant, waar ook wat andere gasten zitten. Boven de ingang van het restaurant hangt een snowboard. Men lijkt er hier alles aan te doen om op een skihut te lijken. Volgens de prijslijst in onze kamer begint het hoogseizoen hier ook op 1 november, terwijl die in het rest van het land dan juist afloopt. De kamer wordt klaar gemaakt. Bij de open haard krijgen we van meneer zelfs nog een groot glas water. Dan is de kamer klaar. We brengen onze spullen naar achteren en gaan dan snel naar buiten, zodat we nog een eindje kunnen wandelen voordat het donker is.

Volgens de Lonely Planet is Zahlorou een "charming unspoilt village". Van dat unspoilt lijkt niet heel veel over. Bij het station staan twee grote hotels, en aan de andere kant van de spoorlijn staat een groot luxe appartementencomplex. We nemen er een kijkje. Wel een mooi uitzicht. Als we nog wat verder klimmen, zien we wat waarschijnlijk eigenlijk het dorpje is.

Veel mensen die het treintje naar Zahlorou nemen, lopen langs de spoorlijn terug naar Diakofto. Dat willen wij ook gaan doen. Om alvast te oefenen lopen we een stuk in de richting van Kalavryta, grotendeels over de spoorlijn. Als je eenmaal het ritme van de bielzen te pakken hebt, dan gaat dat prima. Het is zelfs leuk. Na een paar kilometer lopen we terug, om de invallende duisternis voor te zijn.

's Avonds gaan we naar het restaurant van ons hotel voor het avondeten. Veel keus hebben we immers niet. Er zitten een paar vrouwen bij de open haard en achter in het restaurant zitten drie kinderen vooral lawaai te maken. De TV staat aan, een paar mannen kijken voetbal.

Onze gastvrouw komt naar onze tafel. Middelbare leeftijd, fors gebouwd, uitermate onsympathiek voorkomen en niet bepaald gastvrij. Wat of we willen. Uit het mapje met het menu hebben we inmiddels onze keuze gemaakt. Mevrouw schudt mistroostig haar hoofd. Komt niks van in. Hebben we niet. Die Griekse salade is nog tot daar aan toe, maar wat we verder allemaal uitgezocht hebben, dat kan niet. Ongeduldig wijst ze aan wat er allemaal wel op voorraad is. Snel maken we onze keuze.

We krijgen wat brood en onze Griekse salade. Die smaakt best wel. Wat later komt mevrouw aangesloft met de gefrituurde courgetteschijven. Hier. Carina is er niet overdreven enthousiast over. Nog wat later komt ze met mijn hoofdgerecht aangesloft. Pasta en een flinke homp rundvlees, met draadjes. En nu niet meer zeuren. Gedwee betalen we na afloop in de keuken onze rekening. Inmiddels zijn er al een man of acht binnen gedruppeld om voetbal te kijken.


Maandag 31 oktober 2005


Het is al best wel laat als we ontbijten. Onze gastvrouw komt weer met een dreigende houding onze bestelling opnemen. Ze lijkt wel een oude Nazi die hier per ongeluk is achter gebleven, zo hebben we inmiddels besloten. Vanochtend mogen we allebei een omelet. Die is erg lekker eigenlijk, gevuld met veel feta. Na het ontbijt komt mevrouw met de rekening waar voor het gemak ook alvast de overnachting op is gezet. Wij vertellen haar dat we nog een nachtje willen blijven. Ze begrijpt ons niet. Ze begrijpt nauwelijks Engels. Er wordt iemand bijgesleept die het kan vertalen. We zien zowaar een aanzet tot glimlach doorbreken als mevrouw de boodschap begrepen heeft.

Het was de bedoeling om vandaag langs de spoorlijn naar beneden te lopen naar Diakofto, en dan het treintje te nemen terug omhoog. Maar inmiddels is het half twaalf geweest, dus dat kon wel eens wat krap worden; de laatste trein vanaf Diakofto vertrekt immers om 14:38. We zien wel hoe ver we komen. En anders lopen we gewoon weer terug.

Zahlorou ligt bij hectometerpaaltje 12,6. Langzaam dalen we af. Ik heb de dienstregeling meegenomen zodat we onderweg niet plotseling oog in oog met het treintje staan. De eerste keer dat hij ons passeert zal het treintje van voren komen. Het weer is wat troosteloos vandaag. Als we vertrekken miezert het zelfs een heel klein beetje, nauwelijks merkbaar.

Het is een spectaculaire wandeling. We beginnen relatief vlak. Na een paar kilometer wandelen we langs de flink kolkende rivier, die net onder ons stroomt. Hoewel het meer weg heeft van een bergbeekje. We bereiken de eerste tunnel. Voorlopig komt er nog geen trein, dus we kunnen met een gerust gevoel de tunnel in duiken. Het is een lastige. Er zitten twee bochten in, waardoor het middengedeelte stikdonker is. Op de tast lopen we verder.

Af en toe moeten we over een spoorbruggetje, waar langs de kant nog net een ijzeren plaat ligt om overheen te lopen. In het dal naast en onder ons staan loofbomen in herfstkleuren. Inmiddels is het tijd voor de eerste doorkomst van het treintje. We stappen aan de kant en wachten even. In de verte horen we hem al aan komen. Inmiddels is al duidelijk dat we de trein van 14:38 niet zullen halen. Het loopt toch niet echt heel vlot, over een spoorlijn. We hoeven ons dus niet te haasten.

Na een dikke vijf kilometer houden we rust onder de rotsen. Er is hier ook een kapelletje. Even verderop kunnen we niet over de spoorlijn lopen, want dit is weer zo'n stuk waar er tandwielen midden over de lijn zijn bevestigd. Dat betekent ook dat we hier behoorlijk dalen. Dat duurt een paar kilometer. De rivier beneden ons wordt steeds spectaculairder. Af en toe begint het net iets harder te miezeren. We lopen door tunnels, nu met lucht- en lichtgaten, en over een stuk spoor waar een rots overheen hangt.

We bereiken kilometer 5,0. Er staat een gebouwtje. De volgende 5 kilometer zijn niet meer heel erg boeiend, weten we uit het boekje en van de geinige toeristische kaart die op elk station hangt. Dat stuk loopt vrijwel vlak. Het is dus tijd om rechtsomkeert te maken. Na een korte pauze.

De weg terug is aanzienlijk lastiger. We moeten een paar kilometer klimmen. Dat gaat niet heel erg steil, maar wel moeizaam. Bovendien gaat het langzamerhand steeds harder regenen. We houden weer een pauze in een kort tunneltje. Over een minuut of tien moet hier weer de trein langskomen en doen we een stapje opzij. Inmiddels regent het behoorlijk. We lopen toch maar door want we moeten voor donker thuis zijn. Als we weer verder lopen is het net weer iets droger. We wandelen door. Het wordt nu makkelijker, het spoor loopt weer vlak.

Even na half zes zijn we weer terug in ons hotel, nog net voordat het behoorlijk begint te plenzen. Het hotel is inmiddels verlaten. Alle overige gasten zijn weer verdwenen. Onze gastvrouw ligt in een slaapzak voor de open haard, zien we door het raam. Als we naar onze kamer gaan snelt de zoon des huizes, die wél aardig is, achter ons aan. We krijgen een straalkacheltje. De centrale verwarming blijkt het inmiddels niet meer te doen. Maar zo worden we ook wel warm.

In de loop van de avond wagen we ons weer in het restaurant. Hetzelfde ritueel als gisteren. We krijgen het menu. We maken onze keuze. Onze keuze blijkt niet beschikbaar. Mevrouw wijst nors aan wat wel beschikbaar is. De Griekse salade is weer goed te eten. Carina houdt het verder maar bij patatten. Ik heb een varkensvlees met groente. Ik krijg een flinke homp varkensvlees, plus groente, doordrenkt met azijn. We gaan weer vlug terug naar onze kamer.


Dinsdag 1 november 2005


We zijn vanochtend eindelijk eens een beetje op tijd wakker. Carina staat zelfs om half acht al onder de douche. Het heeft vannacht nog flink geregend, maar nu is het weer droog. Iets na achten melden we ons al in het restaurant. Onze gastvrouw komt weer steunend overeind. Vanochtend wil Carina de Griekse yoghurt met honing. Het mag zomaar. Ik houd het maar bij de omelet. De rekening is nu voorzien van twee overnachtingen. We betalen.

De trein van iets over tien blijkt in de richting van Kalavryta te gaan, niet naar Diakofto. Vergissing. We hebben hier dus nog even. Tijd genoeg om een begin te maken met de wandeling naar het veel hoger gelegen klooster. Het is een fraaie wandeling. We klimmen al snel en hebben zo een mooi uitzicht over de bergen en het dorpje. De zon schijnt zelfs. Na een goed half uur dalen we weer af over hetzelfde grindpaadje waarop we gekomen zijn. Onze trein vertrekt om even voor elf uur. We halen onze bagage uit de kamer en laten de sleutel in de deur zitten, net als bij de andere kamers.

We zijn mooi op tijd voor de trein. In Griekenland wemelt het van de zwerfkatten. Zo ook hier. Een van de katten is een nogal aanhankelijk type en komt zelfs spontaan bij mij op schoot. Vanuit de verte komt de trein aangetuft. Een moeder met dochtertje stappen met ons in de achterste wagon, maar verder is die helemaal uitgestorven. In de rit naar Diakofto kunnen we dus alles aan alle kanten zien.

Het lijkt toch echt een mooie dag te gaan worden. Ook in Diakofto is nauwelijks bewolking. We kopen een kaartje voor de trein naar Corinth van 13:10. Dat kost het luutele bedrag van 2,10 euro per kaartje. En dat voor een rit van anderhalf uur. Voordat de trein vertrekt hebben we nog tijd voor een kopje cappuccino bij G. Spot en een feta-broodje bij onze bakker. En dan nog hebben we een uurtje. We maken dus een wandeling door de buitenwijken van Diakofto. We zien veel vrijstaande huizen, overwegend wit, soms ook wat bouwvallig, en veel, heel veel sinaasappel- en citroenbomen. Het fruit is nog niet helemaal rijp, jammer genoeg.

De trein waar we vandaag in zitten maakt een beduidend gammeler indruk dan die van een paar dagen geleden. Maar hij rijdt nog. In onze wagon zit een behoorlijke hoeveelheid backpackers. Om 14:35 komen we aan in Corinth. Dan moeten we nu zien een bus te vinden naar Nafplio. In de Lonely Planet staat waar het busstation is, een blok of 10 verderop in het rechthoekige stratenplan van het moderne Corinth. Het busstation lijkt niet echt op een busstation, meer op een cafetaria, maar ze verkopen er wel buskaartjes. Nu onmiddellijk in de bus stappen die voor de deur staat, laat de jongen achter de balie weten, dan overstappen bij Het Kanaal in de bus van half vier op vertoon van de kaartjes die ik jullie nu ga verkopen.

In no-time zitten we in de bus die bijna meteen weg rijdt. De conductrice verkoopt ons een kaartje en vertelt ons waar we er uit moeten. Rond kwart over drie zijn we bij een groot busstation net buiten de stad waar inderdaad stipt om half vier de bus naar Nafplio vertrekt. En zo zijn we binnen een uur Corinth al weer uit.

Tegen vijven rijden we Nafplio binnen. De Lonely Planet heeft ons beloofd dat dat een alleraardigst stadje is. Hij heeft gelijk. Ooit, rond 1830, was Nafplio de eerste hoofdstad van een onafhankelijk Griekenland. Maar dat heeft niet lang geduurd. Vooral het oude centrum van de stad is buitengewoon pittoresk, met kleine straatjes, oude gebouwen, hoogteverschillen, en veel bougainvillea. Qua accommodatie is onze keus gevallen op Pension Marianna, dat helemaal aan de bovenkant van het oude gedeelte van de stad ligt, en dus een prachtig uitzicht over de stad heeft. Pension Marianna heeft nog wel een kamertje voor ons. De kamer is voorzien van balkon van waar wij de hele oude stad kunnen bekijken. De receptie en ontbijtzaal zijn nog hoger gevestigd en volledig omringd door glas, waardoor je nog verder kunt kijken. Het pension is inmiddels wel wat duurder geworden dan wat ons boekje vermeldt, maar dan heb je ook wat. Enige luxe op z'n tijd is ook nooit weg. Het pension wordt gerund door drie broers die uitermate, ja zelfs bijna overdreven vriendelijk zijn. Dat is nogal een schok na onze ervaringen in de bergen.

Als we er weer op uit gaan, is het inmiddels donker. Nafplio ligt er nogal uitgestorven bij. Er is amper een ziel op straat. Het plaatsje is nogal toeristisch en dit is niet bepaald het hoogseizoen. Veel restaurants zijn gesloten. De grote terrassen op het centrale plan liggen er vrijwel verlaten bij. Op het plein vinden we zowaar een restaurant dat meer aanbiedt dan het standaard toeristenmenu. Wij eten uitstekend in een sfeervolle ambiance, en nog goedkoop ook. Enige minpuntjes zijn dat er tijdens het voorgerecht plotseling stevig geboord wordt, en dat er geen slot op de toiletdeuren zit. Je kunt niet alles hebben. Na het diner kijken we even op het internet, onder meer om de veerboten van de komende dagen te bekijken, zodat we de rest van onze reis kunnen plannen. Op tijd zijn we weer terug in pension Marianna.