Zaterdag 21 april 2007

Het vliegtuig van Transavia vertrekt van achter in de D-pier. Dat is een absurd eind lopen. Goed, we gaan weliswaar op wandelvakantie, maar dit is overdreven. Als we eindelijk bij de gate zijn, blijkt er sprake van een gatewijziging en kunnen we weer een flink stuk terug sjouwen.

Het vliegtuig heeft een uurtje vertraging. We zitten nogal krapjes en consumpties zijn niet bij de prijs inbegrepen. Om een uur of acht landen we op Málaga. We nemen een bus naar het centrum en stappen uit op twee minuten loopafstand van hotel Sur, waar voor ons een kamer gereserveerd en ook al betaald is. Het hotel blijkt helemaal niet gek voor z'n twee sterren. Beneden worden we vriendelijk te woord gestaan en ook onze kamer boven is prima.

Inmiddels is het tien uur en dus zelfs voor Spanjaarden al de hoogste tijd om te gaan eten. We lopen richting haven en komen uiteindelijk uit bij een wokrestaurant waar niet al te veel volk is, maar wel een uitgebreid buffet, zelfs met sushi.


Zondag 22 april 2007

Om negen uur worden we wakker van de wekker. Geen tijd dus om nog de stad te bekijken, nog net wel om te ontbijten. We komen uit bij El Tren, een cafeetje niet ver van ons hotel, met treinen als thema. Boven door de kroeg loopt een modelspoortreintje. Als ik bij de balie een ontbijtje probeer te bestellen, wordt al snel het meisje erbij gehaald dat wel Engels spreekt. We nemen allebei een croissantje en een kopje cappuccino. We lopen terug naar het hotel, checken uit en gaan op zoek naar de bushalte. Die is twee minuten de andere kant op, opnieuw volgens de aanwijzingen. We doen er langer over, maar dat we verkeerd lopen, dat is mijn eigen schuld.

Het is een flinke busbaan naast de openbare weg waar meerdere busmaatschappijen actief zijn. Een zenuwentoestand, want er gaan vandaag maar twee bussen naar Cómpeta, dus als we deze missen, dan wordt het pas kwart over zeven vanavond. Driftig loop ik heen en weer tussen de verschillende bushokjes die me aldoor naar verderop sturen. Dan zal het toch wel verderop zijn. Om twintig voor elf komt er een minibusje voor rijden, niet van de grote busmaatschappijen. Cómpeta? vraag ik hoopvol aan de chauffeur. Cómpeta, antwoordt deze. We betalen de rit en wurmen ons met onze rugzakken in het busje.

Op dit moment zitten er verder alleen een paar bejaarden aan boord. We rijden een stuk langs de kust en gaan dan de bergen in. Af en toe stoppen we in een dorpje waar nog meer mensen instappen. De bus raakt vol. Na vijf kwartier stoppen we in Cómpeta waar iedereen uitstapt.

We hoeven niet lang te wachten voordat er een Landrover voor ons aan komt rijden. De chauffeur stapt uit en stelt zich voor als Joost. Bij Joost hebben we op het Internet een appartement plus wandelarrangement geboekt. Als we onze bagage in zijn achterbak gooien, komt hij er tot zijn schrik achter dat daar nog de stokken liggen van de mensen die hij zonet heeft weggebracht.

Joost vraagt of we eerst boodschappen willen doen. Dat raadt hij ernstig aan, want het is vandaag zondag, dus alle winkels behalve die ene waar hij ons heen wil brengen, zijn dicht. Joost rijdt ons door smalle steile straatjes naar een plein waar een klein winkeltje aan staat. Enorm klein: eenmaal binnen kun je je amper nog bewegen en zeker als er meer klanten komen, wordt het een nogal krappe bedoening. Als we binnen komen zit rechts de bakker, links is een smal gangetje met een toonbank en andere levensmiddelen. We kopen drie tassen vol proviand.

Eenmaal terug bij de auto heeft Joost inmiddels contact gezocht met de wandelaars die hij vanochtend heeft weggebracht. Hij gaat achter ze aan om hun stokken na te brengen. Dat is anderhalf uur rijden, door de bergen. Eerst worden wij naar ons appartement gebracht. Dat zit niet ver van het dorpsplein, aan de rand van het dorp. We komen bij een flink huis, waarvan de eerste etage voor ons is. Een en ander ziet er mooi uit, met een woonkamer met open keuken, een douche en twee slaapkamers. Buiten is nog een groot rechthoekig balkon, met afdakje, ook tot onze beschikking. In de andere vleugel van de eerste etage wordt nog gebouwd. Steeds als er geld is, wordt er weer een stukje bij gebouwd, zo beweert Joost.

Onderweg heb ik van Joost al een grote envelop gekregen met een stapel wandelingen, netjes uitgeprint en voorzien van drie kaartjes waarop de wandelingen zijn ingetekend. De eerste vier dagen vertrekken we te voet vanuit Cómpeta, zo is de afspraak, de laatste drie dagen worden we naar het startpunt gebracht. We hebben meer wandelingen gekregen dan we aankunnen, en kunnen dus uitzoeken. We krijgen Joost's mobiele nummer, en hij noteert het onze. Dan gaat hij snel de stokken weg brengen.

Pal achter ons appartement is vandaag een bijeenkomst van motorrijders. Dat geeft nogal wat overlast, met knetterende motoren en harde muziek. Joost heeft ons verzekerd dat het hier normaal gesproken heel rustig is. Nadat we uitgepakt en ons geïnstalleerd hebben, besluiten we tot onze eerste wandeling. Het is tenslotte een korte, van zo'n twee uur, net buiten het dorp. Wij doen onze routebeschrijving en plattegrond in een plastic mapje en gaan op stap.

De wandeling begint op het dorpsplein, niet ver van ons appartement. Van daar slaan we de verkeerde straat in, in westelijke richting. Het duurt niet heel lang voor we er achter zijn dat dit de verkeerde straat is, waarop we terug lopen naar het plein om nu wel de goede kant op te gaan. Cómpeta is zo'n schattig dorpje, hoog in de bergen, met enkel hagelwitte huizen. En er worden ook flink wat van die hagelwitte huizen bij gebouwd, met name door Engelsen, zo lijkt het.

We moeten al snel flink klimmen. Het is vandaag wat somber weer. Toen we hier vanochtend aankwamen zaten we net zo'n beetje tegen de wolkengrens aan en ook nu is het zicht niet overdreven goed. Bij mooi weer zou je in de verte de zee moeten kunnen zien, maar daar is vandaag geen sprake van.

We lopen door een olijfboomgaard. Veel olijven zijn er niet meer, alleen nog wat verpieterde exemplaren. Bij een nog grotere olijfboomgaard raken we bijkans de weg kwijt, maar uiteindelijk klauteren we toch op het juiste pad verder. Wij zien ook veel pijnbomen en schijnen nu langs wilde tijm en rozemarijn te lopen. Dan zijn we op het hoogste punt en zakken we langs een breed pad weer af. We gaan door de bergen. Af en toe moeten we een stapje opzij om een auto te laten passeren. We komen een oud mannetje tegen dat met een handjevol geiten door de bergen trekt. Wij groeten vriendelijk.

De route brengt ons uiteindelijk weer in nog een olijfboomgaard. We komen uit bij een betonnen irrigatiekanaaltje, dat we verder dienen te volgen. Vooral aan het begin is dat nogal krap, en naast het kanaal loopt het behoorlijk steil naar beneden.

We komen uit in Canillas de Albaida, een dorpje verderop. Langs het irrigatiekanaal staan nu flinke cacteeën. Onze route gaat na een stuk asfaltweg verder langs een smal zandpaadje dat ons weer in Cómpeta brengt. Vlak voor het dorp komen we langs een groot hek waarachter twee struisvogels lopen. We lopen naar het plein en dan weer terug naar ons appartement.

's Avonds eten we spaghetti, door Carina zelf bereid op ons elektrisch fornuis. De vers gewassen handdoeken die de eigenaresse op ons balkon heeft achtergelaten, zijn nog steeds niet droog. Met ons elektrisch kacheltje helpen we ze een handje. Sowieso is het in het appartement koud genoeg om de kachel aan te hebben.


Maandag 23 april 2007

We slapen tot een uur of negen, en ontbijten met het stokbrood dat nog over is van gisteren. We hebben besloten om vandaag niet de op een na lichtste wandeling te doen, die eigenlijk op het programma staat, maar een zwaardere, zodat we morgen met de lichtere wandeling weer wat uit kunnen puffen. Het weer ziet er vandaag een stuk beter uit dan gisteren. Er is zelfs uitzicht.

We gaan op zoek naar Plaza Carmen, waar onze routebeschrijving van vandaag begint. Het plein ligt boven in het dorp. Onderweg herkennen we ook nog het winkeltje waar we gisteren boodschappen hebben gedaan. Vanaf Plaza Carmen klimmen we verder, naar het hoog gelegen voetbalveld. Even weten we niet meer welke kant we op moeten, maar een vriendelijke man in een auto wijst ons de weg. Via een smal steil paadje vlak langs het voetbalveld komen we op een bredere zandweg. Vanaf daar gaat het gestaag omhoog. Beneden bij het voetbalveld zien we twee andere wandelaars zich vertwijfeld afvragen welke kant ze op moeten. Met gebaren weten we ze uiteindelijk de goede kant op te krijgen.

We hebben prachtige uitzichten op de omliggende bergen en de witte dorpjes beneden. Onze lunch gebruiken we onder een paar olijfbomen aan een zijpaadje met een prachtig uitzicht over de vallei.

De tocht gaat verder. Even verderop is men bezig met het gecontroleerd laten afbranden van wat oud hout. We vragen of we nog steeds de goede kant op gaan. Dat blijkt het geval. Verderop zitten wat boswachters die ook weer bereid zijn uitgebreid uit te leggen waar we heen moeten. Aardige mensen hier.

We bereiken het hoogste punt van de tocht, op 1050 meter, iets meer dan 400 meter hoger dan waar we begonnen zijn. We kunnen nog doorlopen naar een uitkijkhut zo'n 100 meter hoger, maar dat geloven we wel. Naast de weg ligt een stapeltje stenen dat het voetpad naar beneden markeert. Het is een smal paadje met stenen dat vervaarlijk snel daalt. In onze routebeschrijving wordt het aangeduid als een 'spannend voetpad'. Dat is het zeker.

We dalen zo'n 200 meter en komen dan weer op een bredere weg. We zakken iets verder af naar herberg Casa de la Mina waar we uitgeput neerploffen bij een van de tafeltjes in de grote tuin. Het is hier bijzonder aangenaam. We laten eerst eens wat drinken komen, gevolgd door twee porties patat met ketchup en twee ijstaart na. We krijgen ook nog een avocado met knoflooksaus van het huis. Het terrein van de herberg is afgezet met een lang houten hek: we zitten op een klif, dus van achter het hek heb je ook al weer een prachtig uitzicht over de vallei.

De Duitse serveerster blijkt de herberg pas begin vorige maand overgenomen te hebben: ze woonde in de vallei en vond het zo jammer dat het ding zo vaak dicht was. Vandaag is het de eerste dag met mooi weer, en dus zit de tuin behoorlijk vol. We mogen iets in het gastenboek schrijven.

Na twee uur op het terras gaan we toch maar weer verder. We vullen onze flesjes met vers water, maar volgens de Duitse kunnen we beter het water uit de bron buiten gebroken. De route vervolgt langs een aangenaam breed licht dalende zandweg. Opnieuw genieten we van de uitzichten. Halverwege krijgen we een kort buitje. We schuilen onder een pijnboom. Twee Engelse tegenliggers laten weten dat het hier zes weken geregend heeft. Al snel kunnen we weer verder.

Beneden zien we Cómpeta al weer liggen. Via een kapelletje en een man met een flinke kudde schapen en geiten, zakken we af tot in Cómpeta, waar we het dorpsplein al weer snel hebben gevonden. Daar pikken we een terrasje mee.

We doen boodschappen bij de Aliprox, de grootste supermarkt van het dorp, net tussen het plein en ons appartement. Wat later op de avond, zo tegen een uur of negen dus al bijna etenstijd voor de Spanjaarden, gaan we op zoek naar een restaurant. Na wat omzwervingen komen we uiteindelijk weer uit op het dorpsplein. Wij kiezen een salade en twee aardappelomeletten, eigenlijk allemaal voorgerechten, maar het mag. Persoonlijk vind ik de omelet wat zout, maar dat komt vooral ook omdat het deksel van de zoutpot schoot toen ik die boven mijn bord leeg schudde.


Dinsdag 24 april 2007

Vandaag staat er een wat kortere wandeling op het programma. We staan dus rustig op, gaan rustig ontbijten, en zitten nog even op ons balkon. Het is mooi weer vandaag.

Om twaalf uur gaan we op stap. Vandaag doen we de driedorpentocht, die vanaf Cómpeta leidt naar Canillas de Albeida, en via Archez weer terug naar Cómpeta. De eerste paar kilometer komt overeen met de laatste paar kilometer van eergisteren. Alleen zien we nu ineens veel meer. Dat heeft deels te maken met het weer, en deels omdat we nu de andere kant op lopen. Witte huizen liggen stralend in de zon tegen de bergwand geplakt. We lopen langs plantages met olijfbomen, maar ook avocado en wat andere vruchten die we zo niet kunnen identificeren.

Langs het irrigatiekanaal komen we weer uit bij de Ermita Santa Ana in Canillas de Albeida. Maar dit keer zakken we af, het dorp in. Weer zo'n schattig wit dorpje met veel buitenlanders. We hebben honger en komen uit bij de dorpskroeg met aangenaam terras, waar we een overheerlijk broodje tonijn nuttigen voor slechts één euro vijftig. We zakken af naar de Kapel San Anton, en nemen daar de asfaltweg naar Archez. De natuur is mooi: inmiddels denken wij ook perzikbomen te hebben gedetermineerd, en af en toe ritselt er een hagedis door het gebladerte. We zien flinke cacteeën en meer avocado's.

Niet ver voor Archez komen we langs een huis dat duidelijk is geïnspireerd op Gaudí: achter een golvende muur staan drie huisjes die zo uit Barcelona lijken weggelopen. Er is net een filmploeg bezig om opnames te maken.

Tegen half drie zijn we in Archez, alweer zo'n wit dorpje. Deze heeft een fraaie vierkante 13e eeuwse kerktoren. En een mevrouw naast de kerk die ons wijn wil aansmeren, maar daar had de routebeschrijving ons al voor gewaarschuwd. Gelukkig lopen er net twee andere wandelaars voor ons die wij de eer laten, en gaan wij snel de andere kant op. De routebeschrijving adviseert Herberg Meson Mudejar. Ziet er inderdaad erg leuk uit. Alleen zijn de gerechten op de kaart ons iets te copieus, na het broodje tonijn dat we al in Canillas hebben genuttigd. We houden het dus op een kopje koffie en thee.

We lopen verder langs een rivier, hoewel dat momenteel niet veel meer is dan een bescheiden stroompje. Aan de overkant van de rivier zit tot onze verbazing een Thais restaurant. Na een stukje asfaltweg en wat zoeken, klimmen we langs een smal voetpad weer flink omhoog. Al snel kunnen we zowel Archez als Canillas vlak boven elkaar zien liggen. Ook hier is de natuur weelderig. De cacteeën worden steeds hoger. Inmiddels begint de zon steeds feller te branden. Het is behoorlijk warm. Over een onverharde weg lopen we richting Cómpeta.

Het laatste stuk gaat over een smal pad waar we zo af onze handen omhoog moeten houden om nog tussen de dichte begroeiing door te komen. We lopen tussen een walnootboom en een sinaasappelboom door. Ook de sinaasappelboom staat volop in bloei. We nemen wat sinaasappeltjes mee voor thuis.

Eenmaal thuis puffen we uit op ons balkon, waar het aangenaam toeven is. Vandaag was een redelijk warme dag, zo'n 25 graden, en op het balkon is die warmte ook nu nog blijven hangen. Ook het eten doen we vandaag thuis. Daarna loop ik het dorp in om te internetten. Carina is niet meer in staat om nog van de bank af te komen. Mijn mobiele telefoon heb ik een paar dagen geleden op het aanrecht neergelegd, waar ik vervolgens ook flink met water op gemorst heb. Die doet het dus niet meer. Vandaar dat ik bij het internetcafé langs ga. Kan ik meteen nog even naar de website van onze reisleider kijken. Het lijkt me helemaal niet zo'n gek idee om ons morgen door hem naar Salares te laten brengen en de wandeling te doen die daar begint. Carina lijkt het echter verstandiger om morgen een dagje rust te houden. Dat doen we. Ik ga nog even naar de Aliprox om boodschappen te doen. Joost bellen kan morgen wel.


Woensdag 25 april 2007

Vandaag hebben we dus een rustdag. Dat geeft ons mooi de gelegenheid om in Cómpeta rond te kijken, want dat is er tot nu toe ook nog niet van gekomen. Na een rustig ontbijt kijken we eerst bij de souvenirwinkeltjes bij ons in de buurt. We zakken verder de straat af als we een Landrover zien die ons bekend voor komt. En in de winkel die tevens dienst doet als copyshop zien we hem inderdaad: Joost. Hij vroeg zich al af waar ons telefoontje bleef, zo laat hij weten. En ook dat het vandaag op zich prachtig wandelweer is. We spreken meteen af dat hij ons morgenochtend om negen uur op komt halen.

Als we nog verder afzakken komen we weer bij de bushalte. Daar tegenover is een klein VVV-kantoortje, waar we een paar folders en een plattegrond van de stad halen. Zo zien we dat we vanaf de Horno een mooi uitzicht hebben over de binnenstad. Via de Avenida Torrox lopen we terug. Cómpeta is een kleine gemeente met 3200 inwoners, waarvan waarschijnlijk ook nog eens een flink deel buiten de stad woont. Het centrum is dan ook erg klein en om de haverklap zijn we al weer te ver gelopen.

We pakken een terrasje mee op het kerkplein. We nemen er een paar tapas bij: aardappeltjes in pittige saus en gefrituurde aubergine met honing die merkwaardig genoeg smaakt als pannenkoek met stroop.

De rest van de middag brengen we door met het kijken bij nog meer winkeltjes, zoals Marco Polo, met opvallend genoeg een flinke collectie tweedehands Engelse boeken, waarschijnlijk vooral vanwege het grote aantal Engelsen hier, het doen van boodschappen, en het zitten op ons balkon. Het weer is aangenaam vandaag. We pakken nog eens een terrasje mee, nu bij Hotel Balcon de Cómpeta, blijkbaar het enige serieuze hotel in het dorp. Je hebt er een mooi uitzicht op het zwembad beneden en het dal daar weer onder.

Vanavond maar weer eens uit eten. Dat doen we bij restaurant el Pilon, vlakbij ons appartement. Daar hadden we het eerder deze week ook al eens geprobeerd, maar toen zat het ding stampvol. Nu hebben we meer geluk. De barbecue staat te sudderen bij de ingang. We eten een overheerlijke couscous, vooraf gegaan door een nog overheerlijker salade van avocado, spinazie, walnoot en honing.


Donderdag 26 april 2007

Vandaag nemen we de eerste wandeling waarbij we door Joost naar het beginpunt worden gebracht. Om negen uur staat hij voor de deur. Aan boord van zijn Landrover zit nog een stel, dat vandaag gaat wandelen vanaf Salares. Ons startpunt is Puerto de los Carboneros. Onderweg krijgen we al wat tips over onduidelijkheden in de routebeschrijving: het andere stel heeft onze wandeling van vandaag gisteren gelopen.

Om twintig over negen worden we uit de landrover gezet en op weg gewezen. We lopen over een brede, onverharde weg die licht stijgt. We lopen vandaag naar de Bentomiz, met 710 meter de hoogste top in de nabije omtrek en derhalve gezegend met een fraai uitzicht, zo schijnt het.

Na bijna een uur zien we een schaap langs de kant van de weg liggen. Bij nader inzien blijkt het een hond. Hij ziet er niet gezond uit en ligt stilletjes met zijn hoofd plat tegen de grond, net op de weg. Bij zijn keel blijkt een flinke wond, met veel vuil en wat gestold bloed. We geven het beest wat water, maar het lijkt niet echt in staat om dat te drinken. Wat nu? Ik loop een eindje verder. Daar staat een huis. Die hond moet toch van iemand zijn, dus misschien woont de eigenaar daar. Ik loop weer terug naar Carina en de hond. Samen lopen we naar het huis waar nog druk geklust wordt, een Landrover en een camper staan, maar verder niemand thuis lijkt. We lopen nog eens om het huis heen, roepen een paar keer, maar helaas. Uiteindelijk besluiten we om de hond dan maar hier voor de deur te leggen. Dit is het enige huis in de buurt en dus is er een goede kans dat de eigenaar hier woont. En anders zijn de bewoners misschien alsnog bereid om zich over het beestje te ontfermen.

We lopen terug naar de hond en komen een vrachtwagen tegen. Als we terug zijn, blijken we te laat. Het beest is in een gat net rechts van de weg gegooid en licht nu ondersteboven. We hijsen het omhoog en gieten wat water op zijn tong. De hond geeft nog een teken van leven maar bezwijkt niet lang daarna. Met een plastic tas als brancard verplaatsen we het naar een open plek links van de weg, zodat het goed zichtbaar is voor de eventuele eigenaar.

We zijn inmiddels bij de beruchte vijfsprong, waar onze voorgangers gisteren verkeerd zijn gelopen. Wij weten inmiddels dat we hier rechtsaf moeten, over een asfaltweg en voor een loods langs. Even verderop kruisen we een andere asfaltweg en is het weer even onduidelijk waar we heen moeten. Volgens de aanwijzingen moeten we verder over een licht dalend pad, maar het pad dat we uiteindelijk weten te vinden, stijgt aanvankelijk. Het blijkt toch te kloppen.

Aan een wat oudere Spanjaard vragen we de weg. Lopen we nu naar de Bentomiz? De man hangt een heel verhaal op waar ik geen touw aan vast kan knopen, maar dit schijnt inderdaad de weg naar de Bentomiz. Ook de uitzichten worden steeds mooier: we zien steeds meer heuvels om ons heen en in de verte is de zee. De zon schijnt fel.

Een flink eind verderop is een splitsing die niet in onze routebeschrijving genoemd wordt. Omdat er bij het pad links een bordje staat met "Castillo de Bentomiz" gaan we toch maar die kant op. Na een kruispunt weer een flink eind verder, beginnen we serieus te klimmen. In de vallei zien we weer een wit dorpje liggen.

Opnieuw een kruispunt. We beginnen nu met een stevige klim, en slepen ons puffend omhoog. Pittig stukje. Voortdurend houden we even stil om bij te komen.

Om twee uur staan we dan toch bovenop de Bentomiz. Op het moment dat wij op de top komen, schuift er een flinke wolk met ons mee, zodat we geen uitzicht meer hebben. Af en toe is het zelfs spookachtig, de flarden mist die bezit nemen van de berg. We zoeken het paadje dat ons leidt naar het hoogste punt. Op de berg staan de ruïnes van een Moors fort. We gebruiken er onze lunch en wachten op de dingen die komen gaan.

De lucht klaart langzaam weer op. Als we onze boterhammetjes op hebben, ligt het dorpje beneden ons er weer fraai bij. En aan de andere kant van de berg wordt de zee steeds beter zichtbaar. In de verte zien we Torre del Mar liggen, zo'n badplaats met foeilelijke torenflats. Tussen hier en de zee zien we grote rechthoekige vlakken. Kassen. De berg staat volop in bloei en wij dartelen door fleurige bloemenweiden. We zetten alle bloemen op de foto. We komen er achter dat de dingen die wij aanvankelijk voor perzik hadden uitgescholden, waarschijnlijk amandelen zijn. Hier en daar zijn wat overblijfselen van het fort dat hier ooit gestaan heeft. We lopen nog een paar keer rond om te genieten van de uitzichten. Dan zakken we de berg weer af.

Naar beneden gaat weer een stuk makkelijker dan omhoog. Heel warm is het niet, maar de zon is behoorlijk fel. Ik zal dan ook flink verbranden vandaag. Het eerste gedeelte van de route terug gaat weer via hetzelfde pad als de heenweg. Dan slaan we af, richting Sayalonga. Dat lijkt niet heel erg ver. Een eindje na de afslag kunnen we het dorp al zien liggen, op ongeveer dezelfde hoogte als waar we ons nu bevinden, alleen een eindje verderop. Dat valt nogal tegen. Om Sayalonga te bereiken, moeten we eerst helemaal afdalen tot de voet van het dal, daar een kleine rivier oversteken, en vervolgens weer helemaal terug klauteren tot in het dorp. We lopen door plantages met avocado's en mispels. Ook staan hier goedgevulde citroenbomen. Mispels zijn vruchten waarvan beweerd wordt dat ze lekker zijn, maar misschien hadden wij een exemplaar getroffen dat nog niet helemaal rijp was. In Sayalonga viert men elk jaar in mei, dit jaar op zondag de zesde, de Dag van de Mispel. Een waar volksfeest.

Puffend, hijgend en steunend weten we ons uiteindelijk het dorpsplein van Sayalonga op te hijsen, en neer te ploffen op een terrasje. Het is inmiddels al na zevenen. Mooi plein, alleen jammer dat de batterij van mijn fototoestel het al heeft begeven. Op het bankje schuin tegenover ons terras is het een komen en gaan van hangouderen, allemaal mannen. We krijgen haast de indruk dat er in hun beleving eindelijk weer iets gebeurt in het dorp, met de komst van twee toeristen op het terras.

Om half acht begeven we ons naar de bushalte, boven aan het plein. Dat is ruimschoots op tijd voor de bus van acht uur terug naar Cómpeta. Dit keer komt er tot onze verrassing een grote touringcar voorrijden, in plaats van het minibusje waar we afgelopen zondag nog in reden. Eenmaal terug in Cómpeta lopen we meteen maar door naar het restaurant waar we gisteren ook al aten. Opnieuw overheerlijk. Na het eten snel weer terug naar ons appartement en naar bed, want morgenochtend om negen uur staat Joost alweer voor de deur.


Vrijdag 27 april 2007

En dus staan we om half acht al weer op. In de Landrover van Joost zitten dit keer twee andere stellen. Het nieuwe stel verblijft ook in het pension, en gaat vandaag net als wij naar Salares. Salares is een bijzonder pittoresk dorpje met een paar honderd inwoners, even verderop. Het is er rustig op de vroege vrijdagochtend, hoewel niet lang nadat wij gearriveerd zijn een groep Duitse wandelaars onder begeleiding voorbij trekt. Het dorp heeft smalle steile straatjes met spierwitte huizen. We lopen naar boven, richting kerktoren. Rond de kerk zijn tegeltjes in de witte muren ingemetseld met tafereeltjes van de Lijdensweg.

Vlakbij de kerk is de dorpskroeg, die zowaar open blijkt vanochtend. Onze medewandelaars blijken al op het terras te zitten. Binnen haal ik twee kopjes koffie bij de ietwat ongeïnteresseerde mevrouw achter de bar. Al heeft het haast meer iets van een voetbalkantine. Onze reisgenoten komen uit Nijmegen en hebben geboekt bij een klein wandelreisbureautje aldaar. Ze verblijven in het Pension Hadriano, maar lijken daar iets minder enthousiast over te zijn dan wij zijn over ons appartement.

We gaan op pad. Nog één keer door het dorp. We komen aardig wat katten tegen. Via de beroemde Moorse Brug, die overigens al door de Romeinen schijnt te zijn gebouwd, verlaten we het dorp en komen we in een "labyrint van moestuinen, geurende sinaasappel- en tal van andere fruitbomen", aldus de routebeschrijving. Mooi is het inderdaad. We lopen langs de rand van een dal. Voorlopig kunnen we gewoon de paaltjes blijven volgen van een wandelroute die hier zowaar al is uitgezet. Aan de overkant, boven bij de kam van de berg, horen wij bellen. Een flinke kudde geiten wordt losgelaten en stormt naar beneden.

We klimmen en lopen door een bos. Onder oude steeneiken gebruiken we onze lunch. We worden weer ingehaald door het Nijmeegse stel, dat wij zonet al hadden ingehaald tijdens hun lunch. Nadat we over een riviertje zijn gestapt, zijn we even de weg kwijt. We klimmen over wat stenen heen wat eigenlijk niet had gehoeven. We dalen dus weer af naar het juiste pad. Het voetpad slingert omhoog naar de ruïne van een oude boerderij. We nemen er een rustpauze. De route gaat nu verder over wat bredere zandpaden, waar af en toe ook een auto langs rijdt. Dan krijgen we opdracht om een haast onzichtbaar pad te volgen. Het pad gaat dwars door de natuur en is af en toe amper te zien. Ook hier bloeien veel bloemen. Ook cacteeën staan in bloei.

Af en toe gaat ons voetpaadje vervaarlijk steil naar beneden. Uiteindelijk komen we uit bij weer een ruïne van een boerderij. Er staan daar veel cacteeën. We lopen verder over een onverharde weg en komen opnieuw de Nijmegenaars tegen. De route gaat nu naar Canillas de Albaida, het dorpje in de buurt van Cómpeta waar we al twee keer eerder geweest zijn. Maar eerst hebben we weer hetzelfde probleem als gisteren bij Sayalonga: het dorp ligt niet ver van ons op ongeveer dezelfde hoogte, maar eerst moeten we door het dal heen klauteren. We moeten steil naar beneden en ook weer omhoog. Dit paadje is nog aangelegd door de Romeinen, zo leren wij, en we komen over een brug die ook al door de Romeinen is neergelegd.

Eenmaal in Canillas puffen we uit op hetzelfde terras waar we eerder deze week ook al zaten. De keuken is inmiddels gesloten. We gaan weer op stap voor de laatste etappe, terug naar huis. Dat valt niet mee, want dat gedeelte van de route wordt door onze beschrijving bekend verondersteld. En dat is ie niet echt, zo blijkt. De kapel Santa Ana is nog wel te vinden, want die ligt boven in het dorp. Maar vanaf daar moeten we even zoeken. Uiteindelijk weten we het paadje naar Cómpeta toch weer terug te vinden. We lopen via de Aliprox weer naar huis, waar we 's avonds ook eten. Het huis ruikt naar wierook. In de garage beneden blijkt yogales te worden gegeven.


Zaterdag 28 april 2007

Vandaag de laatste wandeling. We hebben gekozen voor een wat lichtere trip, na de lange klimpartijen van de afgelopen dagen. We zijn de enigen die vandaag met Joost meerijden, en voor de gelegenheid heeft hij gekozen voor zijn luxe Landrover. We wandelen vandaag naar de Middellandse Zee. Dat is 16 kilometer van Cómpeta, maar de eerste 7,7 kilometer is nogal saai en asfalt, dus beginnen we acht kilometer voor de kust. Cómpeta ligt er mooi bij in de ochtendzon, en ik neem een foto terwijl Joost het taxibedrijf belt om een tijd af te spreken waarop we morgenochtend worden afgehaald.

We gaan aan de loop, langs brede onverharde wegen langs een bergwand. De rivierbedding van de Gui staat dit keer niet droog, er sijpelt een klein stroompje water doorheen. We steken de rivier over. Heel af en toe komt nog eens een auto of iets anders ons voorbij rijden, maar erg druk is het hier niet. In de verte horen we het knetteren van motoren dan wel cirkelzagen. Het blijkt een groepje motorrijders die op trialmotoren een steile helling probeert te nemen.

We komen in het gebied waar de kassen beginnen. Vinden we toch een beetje vervuiling van het uitzicht. Een man in een klein karretje komt ons voorbij en groet uitermate vriendelijk. Als we bij een splitsing niet meteen weten waar we heen moeten, schiet een van de motorrijders die net langs komt rijden ons te hulp. Het zijn Britten, zo te horen. Desalniettemin converseren wij in gebroken Spaans.

We lopen onder een snelweg door en zijn nu vlak bij de kust. Hier is het lelijk en vervallen. In El Morche stappen we het strand op. Er is nauwelijks iemand op het strand te zien, wat ons lichtelijk verbaast. Misschien vindt men het nog te koud, of te vroeg. Hier bestaat het strand vooral uit kiezelstenen. We zoeken een terrasje op om iets te drinken. Het weer is aangenaam, alleen ben ik gisteren zo verbrand dat ik amper nog met mijn handen in de zon durf. We lopen een eindje verder en gaan zitten op het volgende terrasje, waar we ook wat tapas eten. Er zitten hier veel buitenlanders, die de indruk wekken hier vrij permanent te verblijven.

Via een winkeltje waar ik sokken koop, lopen we naar de hoofdstraat van El Morche. Een en ander is opvallend lelijk en onaangenaam. We hebben het dan ook al weer gezien in dit dorp. Langs de hoofdstraat zou ongeveer eens per uur een bus richting Málaga moeten rijden, maar een dienstregeling is er niet. We gaan zitten wachten bij de bushalte, in de felle zon. Ik zoek de schaduw op. We hebben geluk, het duurt niet lang voordat er een bus voorbij komt. We kopen een twee kaartjes naar Caleta, een dorpje even verderop vanwaar het makkelijker is om weer terug te komen naar Cómpeta. De buschauffeur kijkt ons aan met een blik van waarom zou iemand in vredesnaam van El Morche naar Caleta willen. Toch allemaal hetzelfde.

In Caleta blijkt het nog net iets leuker dan in El Morche. Er is een met tentdoek overdekt bar/restaurant op het strand waar we onze lunch voortzetten. Dit keer bestellen we een tortilla en een auberginesalade. Het laatste blijkt opnieuw onze gefrituurde aubergine met honing. Toch lekker.

We lopen naar een pier even verderop waar een paar grote rotsblokken in zee liggen en gaan daar een tijdje zitten. Dan slenteren we terug naar de ijssalon bij het strand waar wij een ijsje nuttigen. Inmiddels hebben we het hier ook wel weer gehad. Langs de hoofdstraat van Caleta zien wij een kantoortje waar taxi's te reserveren zijn. Gesloten. Er staat wel een taxi langs de kant van de weg. Zonder chauffeur. Als we even bij de taxi ronddrentelen, duikt er al snel een chauffeur op. Per taxi gaan we terug naar Cómpeta.

In de loop van de middag komen we weer thuis, zodat we rustig de tijd hebben om in te pakken en nog wat foto's van ons appartement te maken. Ons laatste avondmaal gebruiken we opnieuw bij El Pilon, omdat dat de voorgaande keren zo goed bevallen was. Bij het internetcafé printen we onze tickets uit. Online inchecken blijkt alleen mogelijk te zijn bij een vlucht vanuit Nederland. Om de overgang terug naar huis wat soepeler te laten verlopen, kijken we 's avonds alvast Nederlandse televisie op onze satellietontvanger.


Zondag 29 april 2007

Tijd om te vertrekken. Om acht uur komt de taxi ons afhalen en dus gaat om half zeven de wekker. We ruimen alles op en brengen onze vuilnis naar de openbare vuilcontainers twee parkeerplaatsen verderop. Om vijf voor acht staat Joost voor de deur om de sleutel weer in ontvangst te nemen. Vijf minuten later staat de taxi klaar.

In ongeveer een uur rijden we naar de luchthaven van Málaga. Daar is het behoorlijk druk. De schrik slaat ons om het hard als we de enorme rijen bij de incheckbalies zien. Maar merkwaardig genoeg is er voor onze vlucht nauwelijks een rij. We kijken rond in het taxfree winkelcentrum en kopen een kopje koffie. Dan is het tijd om te vertrekken. Zonder vertraging komen we weer op Schiphol, waar we natuurlijk weer aankomen bij gate D87, en nemen we een trein naar Heerenveen, waar de poes al op ons zit te wachten.