Donderdag 5 augustus 1999


Om half zes worden we wakker geblazen door de stoomfluit. Razendsnel kleden we ons aan, want de boot vaart onmiddellijk door de eerste van de drie kloven, waarin de bergen aan weerszijden van de rivier tot een kilometer hoog zijn. Nog half slaperig spoeden wij ons naar het achterdek, nog net op tijd om de zon te zien opkomen boven de bergen.

Al snel leggen wij aan voor de volgende attractie, de boottocht door de drie kleine kloven, bij Wuhan. Voor ons vertrek vertellen we nog over deze trip aan onze Duitser, die tot onze verbazing van niets weet. Hij is niet bezocht door onze ticketverkoper. 160 yuan lijkt hem ook wat aan de hoge kant als onze gids hem ook die mogelijkheid biedt, bedankt hij.

Onze gids leidt ons van de boot. We worden in een aantal platbodems geleid. In een boot met 20 personen blijken er hier toch probleemloos 70 te gaan. Zelfs met luxe fauteuils. Op de boot krijgen we weer een nieuwe gids die ons onderweg precies uitlegt wat er allemaal te zien is. Waarschijnlijk.

 We varen door een rivier met laag water, met aan weerszijden steeds hogere bergen. Een kleine waterval hangt als een gordijn tegen de bergwand. Hier en daar hebben zich langs de kant stalagmieten en stalactieten gevormd, of zijn er kleine grotten. Tegen de rotswanden schijnen ook apen te huizen en er ontstaat grote opwinding als de Chinezen een aap hebben gespot. Wij zien niets.

Na een kleine twee uur varen maken we onze eerste stop. We kunnen over een bergje heenlopen en de boot zal ons aan de andere kant over een uurtje weer oppikken. De grootste attractie lijkt de eindeloze rij kraampjes die hier voor de pauzerende toeristen staan opgesteld. We kopen twee Chinese schaakspelen, met fraaie stenen, maar papieren bord.

Aan de andere kant van de heuvel eten we een maiskolf en dan kunnen we weer aan boord. We varen verder naar het verste punt op deze rivier, nog steeds met fraaie bergpartijen en doorkijkjes. Voordat het zover is, maken we eerst een korte tussenstop op een plaats waar alweer veel kraampjes zijn. De lokale specialiteiten zijn hier vogels, vissen en krabben aan het spit. Wij bedanken vriendelijk en beperken ons tot aardappeltjes en zonnebloem. Op de markt kopen we twee Chinese ballen.

Bij het keerpunt is de laatste stop. Wij willen nog wel twee sets van twee Chinese ballen. Bij een kraampje is de vraagprijs het 25-voudige van wat wij er uiteindelijk elders voor betalen. We moeten heel erg hard lachen en lopen door. Onze consumptie bestaat hier uit alweer een maiskolf en een behoorlijk vette, massieve wafel op een stokje. Weinig smaak, maar het vult wel. We komen onze Duitser ook weer tegen. Hij heeft 100 yuan betaald voor dit uitstapje.

 We varen terug richting cruiseschip. Dat gaat voorspoedig, totdat plotseling het gerucht gaat dat de waterstand te laag zou zijn. Heel wat boten liggen al tegen elkaar aan en onze boot voegt zich daarbij. We blijven ruim een half uur wachten, blijkbaar op hoger water. Het is snikheet. Dan varen alle bootjes een voor een verder. Even verderop meren we weer aan en wordt ons verteld dat we de boot moeten verlaten. Die zal dan onbeladen doorvaren, zodat wij een eind verderop, voorbij het kritieke punt, weer op de boot kunnen.

En zo gaan wij allen van boord, van een kleine tien boten, en dus een paar honderd man, om onze tocht te vervolgen door eerst het zompige rivierslib, en vervolgens over de heuvels die hier duidelijk niet op berekend zijn. Wij banen ons een weg door de begroeiïng en de steile rotsachtige ondergrond. Het is een indrukwekkende optocht die haast bijbelse visioenen oproept.

Een flink eind verderop strompelen we weer voorzichtig naar beneden. Onze boot is er ongeschonden doorheen gekomen. Later gaat het gerucht dat een van de boten gekapseisd zou zijn. Vanaf de heuvel was inderdaad een boot te zien die op zijn kant lag. Maar wanneer dat gebeurd is en of er op dat moment mensen in zaten, blijft onduidelijk. We zien tenminste geen natte Chinezen.

Het laatste gedeelte van de tocht verloopt probleemloos. Wel hebben we inmiddels een anderhalf uur vertraging opgelopen, zodat we pas om drie uur weer terug zijn. Terug op ons cruiseschip vragen we ons toch af waar die bus van 10 yuan was waar we voor betaald hebben en waar we toch redelijk naar smachtten toen we over de bergen sjokten. En van die toegangsprijs van 50 yuan is ons ook weinig opgevallen. We gaan maar eens naar onze gids om verhaal te halen.

Wij hebben 10 yuan betaald voor een bus, en er was geen bus. Ook hebben we 50 yuan betaald als toegangsprijs, en er was helemaal geen toegangsprijs, vertelt Christa de gids in het Chinees. Deze sputtert hevig tegen. Een lange Chinese jongen die vloeiend Engels spreekt, hij woont in Washington, schiet ons te hulp. Al snel komt zijn moeder er ook bij. Aan haar doen we het hele verhaal in het Engels. De man die ons de kaartjes verkocht, kent zij ook niet, beweert onze gids. Wat hij allemaal uitvreet is haar zaak niet. Ja, ho eens even, vinden wij, als gids hier heeft zij ook haar verantwoordelijkheid, en bovendien stond ze er nota bene naast toen we 320 yuan betaalden en de man in kwestie daarvoor een kwitantie uitschreef. Dus als zij normaal die tours voor 100 yuan verkoopt, kan ze ook wel nagaan dat iets hier niet in de haak was. Bovendien geloven wij er helemaal niets van dat zij van niets wist en er ook niet iets aan over heeft gehouden, maar dat zeggen we er maar niet bij.

De groep om ons heen wordt steeds groter. De gids discussieert heftig met onze Amerikaanse Chinese, die vertelt dat deze mensen helemaal van de andere kant van de wereld komen om hier die drie kloven te zien, en dat zij toch ook niet zou willen dat we weer terug zouden gaan met het gevoel opgelicht te zijn. Dat is tenminste wat ze ons later weer in het Engels verteld.

Onze gids trekt haar portemonnee waarin ze precies 60 yuan contant blijkt te hebben, en haalt die tevoorschijn. Vinden wij ook al erg toevallig. Ze geeft ze aan de Amerikaanse. 60 yuan per persoon, benadrukt deze. De gids protesteert nu nog heftiger. De Amerikaanse geeft ons de 60 yuan en vraagt of we met dit compromis akkoord kunnen gaan. Dat kunnen we.

 Inmiddels beginnen we aan de doortocht van de tweede van de drie kloven, met opnieuw prachtige uitzichten. We zijn weer op het achterdek en lopen opgewonden heen en weer van de linker naar de rechter kant van de boot. Als we het einde van de kloof bereiken, en de bergen langzamerhand weer lager worden, gaan we terug naar onze kamer.

Als we ergens aanleggen om passagiers af te zetten en op te pikken, koopt Christa van een van de verkoopsters op de kade een rond bol granenkoekje met grote slierten licht-bruingebrande kokos of zo iets. Tot ontzetting van de omstanders neemt ze er meteen een flinke hap van. Dat is niet de bedoeling. De buitenkant bestaat uit zand en iets met een uiterst vies smaakje. Binnenin blijkt een ei met schaal te zitten. Mevrouw pelt hem voor ons af. Het eiwit blijkt zwart en een beetje doorzichtig, terwijl het eigeel groen-zwart is. Het smaakt nogal sterk.

Bij de derde kloof begint de avond in te vallen. Op het achterdek eten we een soepje, terwijl we de zon zien ondergaan achter de bergen.

De boot vaart nog door tot Yichang. Om een uur of half negen, al in het schemerdonker, varen we langs de bouwplaats van de drieklovendam. Alle Chinezen verzamelen zich weer op het dek en komen met de dam op de foto. Deze dam moet de grootste ter wereld worden, met een hoogte van 185 meter en een lengte van 2 kilometer. Als het allemaal klaar is, wat in 2009 het geval zou moeten zijn, ontstaat een kunstmatig meer van 550 kilometer lengte, tot aan Chongqing. Van alles wat we de afgelopen dagen gezien hebben, zal de waterstand dan pakweg 100 meter hoger zijn. Daardoor moeten een slordige twee miljoen mensen verhuizen. Doel van het hele project is het aantal overstromingen te verminderen, de rivier navigeerbaarder te maken, en elektriciteit op te wekken. De capaciteit van de waterkrachtcentrale die hier gebouwd zal worden, bedraagt een vijfde van de huidige totale elektriciteitsgenererende capaciteit in heel China. Maar er is ook veel kritiek op het project, buiten en zelfs binnen China. Door de bouw van de dam zal er veel natuur en cultuur verloren gaan. Het hele klimaat in de regio kan veranderen, met alle gevolgen van dien. Bovendien gaat het hele zaakje zo'n twintig miljard dollar kosten. En mocht de dam ooit doorbreken, dan is de ramp helemaal niet te overzien. In de provincie Henan bezweken in 1975 twee dammen. Daarbij kwamen naar schatting 230.000 mensen om het leven. Dat werd door de Chinese overheid pas in 1995 bekend gemaakt. En die twee dammen waren niets in vergelijking met deze nieuwe.

Op dit moment is er nog weinig te zien van de dam. Aan beide kanten van de rivier staat een klein stukje, maar dat is het wel. Het plan om hier morgen een bezoek te brengen, laten we dan ook maar varen.

Even verderop komen we bij de Gezhou dam. Daar is een sluis, waar de boot in korte tijd een meter of veertig daalt. De nieuwe dam zal straks zelfs vier of vijf sluizen tellen. Even voorbij de dam is Yichang, onze eindbestemming en ook die van deze boot. Voor 50 yuan per persoon mogen we nog in onze hut blijven overnachten, heeft de Duitser uitgevonden. Wij zoeken een hotel op, omdat we bang zijn morgen anders weer voor dag en dauw op te moeten staan. Onze terugveroverde 60 yuan blijken we te hebben verloren.

 Het zou eenvoudig moeten zijn om in Yichang een hotel te vinden. Het Dagong hotel, volgens het boekje het goedkoopste dat buitenlanders accepteert, zou schuin tegenover de haven moeten zijn en herkenbaar aan de rode neon-reclame. Wij zien geen hotel. Wel worden we in de haven al omsingeld door mannetjes die voor ons wel een bus naar Wuhan hebben, of andere dingen van ons willen. Wij lopen stug naar waar ons hotel zou moeten zijn. Het ge-hallo is niet van de lucht. De ganse onderwereld van Yichang is uitgelopen om ons het leven zuur te maken. Wij vragen een voorbijganger naar het hotel, hij wijst ons de weg en neemt ons mee in de richting van waar duidelijk niet het Dagong hotel is. Wij haken af. Verschillende taxichauffeurs willen ons er wel heen brengen, maar dat vinden we grote onzin, want het moet vlakbij zijn. Wij klampen ons vast aan een vriendelijk meisje in witte jurk van een jaar of twintig dat net iemand anders de weg lijkt te hebben gewezen. Ze neemt ons op sleeptouw, maar schijnt ook niet helemaal te weten waar ze heen moet. Op een gegeven moment rijden er acht taxis naast ons, die ons allemaal wel mee willen nemen.

Het meisje brengt ons niet naar het Dagong, maar wel naar een ander hotel, dat zelfs nog goedkoper is. Kost het Dagong nog 80 yuan voor een tweepersoons kamer, hier betalen we maar 40. Het is allemaal nogal primitief, maar voor die prijs lang niet gek. We krijgen een vrij ruime kamer met houten vloer, ventilator aan het plafond, twee harde bedden met matje aan weerszijden van de kamer, een televisie en zelfs een anti-muggennet boven ons bed.

Het meisje helpt ons met inchecken en gaat mee naar de kamer. Daar blijft ze doelloos staan. Aha, denken wij, nu verwacht ze waarschijnlijk geld. Maar we doen eerst nog maar even alsof onze neus bloedt, en bedanken haar vriendelijk. Ze mompelt eerst iets in het Chinees en roept dan zenuwachtig "Money". Aha. Geld. Zelf lijkt ons 10 yuan uitermate schappelijk, maar helaas hebben we momenteel niet kleiner dan 50. Behalve wat losse yuans dan. Deze worden minachtend gewijgerd. We laten haar het biljet van 50 zien en stellen voor beneden te wisselen. "No!", roept ze getergd. Wat nou nee? 50 krijg je echt niet en anders hebben we alleen maar een paar losse. Dit tafereel herhaalt zich een paar keer waarna Christa toch maar naar beneden gaat om te wisselen. Dat lukt niet, maar als ze buiten op straat een zakje snoep koopt, is het geen probleem.

Christa komt terug en biedt het meisje 10 yuan aan. Dat neemt ze niet aan. Ze heeft toch ook nog twee bloedjes van kinderen. Resoluut werken we haar nu naar buiten, het biljet voorhoudend. Aanpakken of anders meteen oprotten, laten we weten. Op het laatste moment kiest zij eieren voor haar geld.

Wij gaan slapen. Met de ventilator aan is het nog steeds warm in de kamer. Buiten is het rumoerig. Het raam blijkt niet volledig te sluiten. Enkele muggenbulten later zwichten we voor het muggennet. Morgenochtend gaan wij zo snel mogelijk weg uit dit oord.


Vrijdag 6 augustus 1999


Veel te vroeg worden we al weer wakker, om een uur of half acht, van de hitte en het lawaai. Om acht uur wordt er al weer op de deur gebonkt, maar als ze zien dat we nog in bed liggen, zijn ze weer snel verdwenen. Wij douchen ons onder de halflauwe douche, ze doen hier tenminste niet eens alsof ze warm water hebben, nemen een soepje en kleden ons aan. Opnieuw wordt er geklopt. Christa heeft gisteren bij het inchecken haar persoonsgegevens ingevuld, maar bij nader inzien willen ze die van Marco ook.

Vanaf een busstation hier een stuk vandaan zouden ze luxe expresbussen naar Wuhan moeten hebben met airconditioning. We proberen het eerst maar eens bij het busstation bij ons op de hoek. Daar staat ook een grote bus klaar voor Wuhan. Maar volgens de meneer van een concurrerend minibusje vertrekt die pas om twaalf uur. Hij vertrekt zelf al om half elf, en heeft ook airconditioning. We kopen een kaartje voor de minibus, die ook belooft er vier uur over te doen.

Na twee uur hebben we een korte stop. Als we de bus uitstappen slaat de hitte ons al tegemoet. Wuhan wordt door de Chinezen samen met Chongqing en Nanjing gerekend tot de Drie Ovens van China: de drie heetste steden. Daarvan krijgen we alvast een voorproefje.

Inderdaad blijken we keurig na vier uur op de plaats van bestemming te zijn. We checken in in het Marine Hotel, een hotel pal tegenover het station, op hetzelfde plein. Gelukkig is onze kamer aan de zijkant, zodat we geen last hebben van het lawaai. Het is een wat duurder hotel, en daar zijn we wel weer aan toe, met een grote kamer, eigen badkamer en heerlijk zachte bedden. We maken er meteen gebruik van.

We lopen naar het busstation om te kijken of er bussen naar Nanjing zijn. Volgens de receptie van ons hotel zou er om 16:40 eentje moeten vertrekken. Tot onze verbazing worden we hier op het station totaal niet lastig gevallen, zelfs niet toen we onze rugzakken nog om hadden. En dat is weer een hele verademing.

Bij het busstation maakt men melding van vier bussen per dag naar Nanjing, waarvan die van half negen 's avonds ons het meest praktisch lijkt. Rond de stations blijken legio kantoortjes te zijn waar je buskaartjes kunt kopen. Over het algemeen adverteren ze ook met dezelfde vertrektijden, maar in hoeverre het ook gewoon dezelfde bus is waarvoor ze de kaartjes verkopen, wordt niet helemaal duidelijk. De prijzen verschillen namelijk nauwelijks, maar de geclaimde reistijd wel.

We doen verwoede pogingen om met het restant van onze telefoonkaart naar Nederland te bellen. Probleem is alleen dat er niet veel telefoons zijn die onze kaart accepteren. Ettelijke keren worden we heen en weer gestuurd, om er uiteindelijk achter te komen dat in een klein zijstraatje bij het station een kantoor is van China Telecom waar we onze kaart kunnen gebruiken. Helaas treffen wij niemand thuis.

We hebben ook wel weer eens een goede maaltijd verdiend, vinden we zelf, na onze bijeengesnackte diners van de afgelopen dagen. We proberen het restaurant van ons hotel. Dat is, naar Chineze maatstaven, ietwat aan de dure kant. De airconditioning is vanavond niet helemaal in orde, zodat we ook tijdens het eten hevig zweten. Allebei gebruiken we ons pakje zakdoekjes, dat je vaak in een Chinees restaurant krijgt bij wijze van servet, voor meer dan de helft alleen maar om het zweet af en toe van ons hoofd te wissen. De vieze zakdoekjes worden door de serveerster keurig met een tang van onze tafel verwijderd, en op een dienblaadje weggebracht. Het eten is uitstekend. We krijgen nog een schaaltje watermeloen van het huis. Tot onze verbazing worden onze papieren zakdoekjes ook in rekening gebracht, zodat de totale schade 48 yuan bedraagt.

's Avonds lukt het wel om Nederland te bereiken. Daarna gaan we vroeg naar bed om nu eens eindelijk wel te kunnen uitslapen.


Zaterdag 7 augustus 1999


En dat doen we ook. We slapen een uur of elf. Behalve dan dat we 's ochtends vroeg nog een keer gebeld worden door iemand die niets zegt.  Vandaag gaan we rondkijken in het eigenlijke centrum van de stad, dat ligt aan de overkant van het water. Wuhan is gevormd door het samengaan van drie aparte steden. Het eigenlijke centrum ligt in Hankou. Wij wonen in Wuchang.

's Ochtends ontbijten we bij een van de vele restaurantjes bij het station met een etage baotze. Die zijn niet erg lekker. Veel te droog en weinig vulling. Onze tweede etage eten we daarom een paar restarurantjes verderop. Daar zijn ze nog erger.

We houden een taxi aan en bestellen het lange-afstands busstation in Hankou. Dat ligt tenminste behoorlijk in het centrum. De chauffeur spreekt zijn twijfels uit maar vindt het vervolgens toch geen probleem. Wij vertrouwen het al niet meer en zoeken een ander. Een vrouwelijke chauffeur lijkt het wel te begrijpen. Ze rijdt vijftig meter en toont ons het busstation aan deze kant van de stad. Grapjas. We willen naar Hankou. Ze begrijpt het weer.

Wij vinden dat ze een wel heel ruime route neemt. We zijn nu even ten zuiden van de zuidelijke brug over de Yangzi, en ze lijkt ons naar de noordelijke brug te rijden, ettelijke kilometers verderop. Dat is inderdaad het geval, en daar moet je, we dus, nog 5 yuan tol betalen ook. De meter is inmiddels de 30 yuan gepasseerd, we geloven het wel en stappen uit. Dit is ook Hankou, zij het precies aan de andere kant van het centrum dan we zelf in ons hoofd hadden, maar dat maakt ook weinig uit.

En ook in Wuhan wordt er stevig gesloopt en gebouwd. De belangrijkste straat door het centrum staat hier en daar volledig in de steigers. Wuhan was het eerste industriële centrum in de binnenlanden van China, maar al met al vinden we het, wat de vaart der volkeren betreft, toch nog wel een beetje tegenvallen. De Zhongshan Dadao, die toch geldt als de centrale winkelstraat, is feitelijk maar een vrij miezerige tweebaansweg met vooral kleine winkeltjes en niets vergeleken met de brede wegen met flashy winkelcentra en sjieke kledingzaken in Beijing, Shanghai of zelfs Guiyang. Tegen het eind ziet het er iets sjieker uit, maar het blijft behelpen.

Bij Kentucky Fried Chicken, je ziet ze veel hier, nemen we iets te drinken. Hier worden kindertjes bezig gehouden met het doen van collectieve ochtendgymnastiek.

Ergens op de hoek komen we langs iets wat in eerste instantie lijkt op een aftandse speeltuin. De speeltoestellen blijken inmiddels verlaten en de tuin wordt nu gebruikt als speelhol voor volwassenen. We komen eerst in de go-hoek, en verderop zitten tafels vol vrouwen te kaarten. Uiteraard wordt er ook Chinees geschaakt. In een paviljoentje in het midden, afgeschermd met doeken, lijken zelfs mensen te wonen.

Een late lunch gebruiken we in een groot restaurant met fast-food interieur op de hoek van de Zhongshan Dadao. Langs de wanden zijn verschillende loketjes waar je verschillende dingen kunt kopen. Wij kiezen voor de lokale specialiteit, de doupi (spreek uit: doopie), iets wat er uitziet als een omelet, maar gemaakt schijnt van een dunne tofu, en gevuld is met rijst, vlees en andere vullingen naar keuze. Best lekker. Dit restaurant schijnt een favoriet te zijn geweest van Mao, maar iets zegt ons dat er destijds nog geen Pepsi-logo op de tafeltjes was aangebracht.

Ook hier zijn weer veel CD-winkels. We lopen langs een wat sjieker winkelcentrum, waar een McDonald's is gevestigd. In deze straat staat af en toe ook een gebouw met een duidelijk Europees uiterlijk. We slaan af en komen weer in kleinere straatjes met veel marktkraampjes. Ons doel is het Holiday Inn hotel, om te kijken of daar Engelstalige kranten zijn. Het thuisfront meldde gisteravond namelijk dat er op dit moment in China overstromingen zouden zijn. Wij worden vriendelijk ontvangen door twee jongemannen die een beetje Engels spreken.

We kopen een International Herald Tribune en krijgen gratis de van staatswege uitgegeven Engelstalige China Daily mee. Wij lezen dat er inderdaad duizenden mensen geevacueerd zijn (geweest), maar dat dat allemaal reuze meevalt, omdat het maar een kwart betreft van het aantal van vorig jaar.

De heren weten ook nog te vertellen dat op de zuidelijke tolvrije brug over de Yangzi slechts selectief taxis worden toegelaten. Op even dagen van de maand mogen alleen de taxis met een even number de brug over, en op oneven dagen de oneven nummers. Vandaar wellicht dat die van vanochtend zo omreed.

In een restaurant verderop gebruiken we de maaltijd. Als we daar vandaan komen is het donker, en is de markt weer buitengewoon levendig. We lopen naar de rivier waar we een pontje nemen naar de overkant. Daar gaan we met een taxi terug naar ons hotel.


Zondag 9 augustus 1999


En ook vandaag doen we het rustig aan. De vakantie begint ten einde te lopen en het belangrijkste dat nu nog op het programma staat is het terugreizen naar Shanghai. Vandaag blijven we nog in Wuhan. Vanavond gaan we met de nachtbus naar Nanjing. We worden vanochtend niet wakker gebeld, want nadat we tot drie keer toe door een zwijger zijn gebeld, hebben we de stekker er maar uit getrokken.

Na een grondige reorganisatie van onze rugzakken, melden we ons om twaalf uur bij de receptie. Onze rugzakken kunnen we hier vandaag nog achterlaten. Op de derde etage. Op het busstation proberen we de buskaartjes voor vanavond te kopen, maar het is nogal onduidelijk waar we dan precies in terecht komen, dus besluiten we maar om dat vanavond vlak voor vertrek te doen.

Vandaag blijven we in ons gedeelte van de stad, in Wuchang. Het is allerverschrikkelijkst heet. De China Daily voorspelde voor vandaag voor Wuhan 36 graden, en dat lijkt ons geen onaardige schatting. Na wat dwalen door de straatjes van deze wijk komen we uit bij een Shell-tankstation, dat een winkeltje heeft met uitstekende airconditioning, en ook nog eens wat tafels en stoelen waar je je aankopen kunt consumeren. We blijven lang uitpuffen. Als we naar buiten gaan, lopen we weer tegen een muur van hitte aan.

Na verder lopen in westelijke richting bereiken we de Yangzi rivier. Een paar mensen zijn daar aan het zwemmen. We blijken al een aardig eind in de richting van de brug te zijn. Bij die brug zagen we, toen we eergisteren de stad binnen reden, een grote pagode waar we nu naar op pad zijn.

We lopen in die richting, beklimmen een eindeloze rij treden en zijn dan op de brug. In de verte zien we de pagode al. Het is even zoeken naar de ingang, maar ook dat lukt. Het blijkt het Paviljoen van de Gele Kraanvogel en voor 30 yuan per persoon mogen we naar binnen. Merkwaardig genoeg staat deze attractie niet vermeld in de Lonely Planet, terwijl ze toch geldt als een van de belangrijkste in Wuhan.

Het paviljoen zelf telt een etage of zes. Het is een enorm bouwwerk, dat je ook kunt beklimmen en van de binnenkant kunt bekijken. Binnen zijn wat muurschilderingen, andere kunstschatten en souvenirwinkels, waarvan je bij eentje zelfs alleen wordt binnengelaten als je er voldoende draagkrachtig uitziet. Wij vallen in die categorie. Eerst mogen we onze foto nemen in een origineel sandelhouten stoel, met een wandkleedje en stalagmieten draak van de keizer zelf. Daarna leidt een erg opdringere mevrouw, very nice, very beautiful, very cheap, ons langs de prijzige koopwaar. Op de balkons van het paviljoen hebben we fraaie uitzichten op het complex en, voorzover de luchtvervuiling dat toelaat, heel Wuhan.

Voor het paviljoen staat het beroemde beeld van twee kraanvogels op een schildpad met een slang er omheen, waarvan we binnen ook kleine uitvoeringen mogen kopen. De kraanvogel is in China symbool voor geluk, voorspoed en vrede.

Verder zijn er op het complex nog wat poortjes, trappen en woekerprijzen vragende verkopers van frisdrank en water. Wij denken aan de andere kant het terrein af te kunnen, maar die poort blijkt gesloten, zodat we weer helemaal terug moeten lopen. Bij de uitgang nemen we een taxi die ons voor het minimum tarief van acht yuan terug brengt naar het hotel.

In ons hotel eten we, en dat is nog lekkerder dan twee dagen geleden. De airconditioning doet het weer en we krijgen niet eens zakdoekjes opgedrongen. Wel blijkt de thee hier ook 1 yuan per persoon te kosten, nogal ongebruikelijk in China. Van de derde etage halen we onze rugzakken, en sjouwen dan naar het busstation waar we rond een uur of zeven aankomen. Buiten, vlak voor de bus, kopen we voor 130 yuan per persoon een kaartje. De bus heeft geen airconditioning, maar wel 17 bedden, waarvan de meeste twee boven elkaar.

Wij zettten onze rugzakken op de voorste twee bedden en houden buiten de wacht. Er is nog niet veel belangstelling. Wat later komt een derde reiziger zijn spullen binnen zetten, maar daar blijft het bij. Om kwart voor acht komt onze kaartverkoper, gesteund door nog een paar anderen, melden dat wij ergens anders heen moeten. Wij zijn verbaasd. Hoezo dat? Wij hebben toch betaald voor deze bus? Wanhopig proberen ze ons iets uit te leggen en wijzen op de airconditioning van het gebouw waar we voor zitten. Aha. Onze nieuwe bus heeft airconditioning. Er is al een taxi geregeld die ons er heen zal brengen. We hoeven niets bij te betalen. Wij weten het zo net nog niet. Het lijkt er op dat we gewoon naar goed Boliviaans gebruik worden overgeboekt op een andere bus, omdat er voor deze te weinig kaartjes zijn verkocht. Als onze kaartverkoper mee gaat met de taxi, wagen we het er maar op.

De taxi rijdt ons naar een ander busstation, even verderop. Daar staat inderdaad een airconditioned bus klaar naar Nanjing, zoals onze kaartverkoper aanwijst, waar voorin nog twee plaatjes voor ons zijn. Deze vertrekt al om acht uur. Overigens heeft zo'n bus geen 17 ligplaatsen, zoals wij dachten, maar 34. De ruime bedden die we zagen in de andere bus blijken bedoeld voor twee personen.

Onze rugzakken kunnen voorin de bus staan, pal voor ons bed. Knus gaan we naast elkaar liggen. Er is wat weinig beenruimte, vooral omdat er voor ons nog een stoel in de slaapstand staat, maar al met al ligt het nog niet eens onaardig. Vlak boven ons zijn twee bedlampjes, twee uitlaatgaten van de airconditioning, en de luidspreker van de video die vreselijk staat te tetteren. Dat is minder prettig. Er draait weer een fraaie kungfu film. Pas om kwart over elf gaat die, op verzoek van Christa, uit. We slapen helemaal niet zo gek. Het grootste gedeelte van de tijd rijden we op een snelweg, alleen vlak voor Hefei is het nogal hobbelen.


Maandag 10 augustus 1999


Om een uur of vijf worden we wakker, kijken door de voorruit en zien dat het nog ruim vijftig kilometer is naar Nanjing. Om zes uur komen we daar aan op een busstation. We hebben er dus 10 uur over gedaan, en dat is opvallend snel. In Wuhan liepen bij de verschillende boekingskantoortjes de geschatte reistijden van de verschillende bussen uiteen van 9 tot 15 uur. En de Lonely Planet beweert zelfs dat je van Wuhan naar Nanjing maar beter met de boot kunt gaan, die er een paar dagen over doet. Deze bus staat er niet in en na dagen puzzelen kwamen we uit op de volgens het boekje snelste optie om in 12 uur met de bus naar Hefei te gaan, en van daar nog 2,5 uur naar Nanjing. Al zou het kunnen dat er inmiddels tussen Wuhan en Hefei weer een nieuw stuk snelweg ligt.

Langzaam ontwaken wij, maken gebruik van het toilet, en staan tegen half zeven op straat om een taxi te nemen naar ons beoogde hotel. Op de raampjes van de taxis zit een sticker die aangeeft dat het hier 1,4 yuan per kilometer kost (plus een basistarief), dan wat Chinese karakters en vervolgens 50%. De eerste taxichauffeur zet de meter dan ook op een tarief van 2,1. Dat vinden we maar niks. We vinden het al veel te laat voor een nachttarief en snappen niet waarom we anders een toeslag van 50% zouden moeten betalen. We halen onze rugzakken weer uit de taxi, onder hevig protest van de chauffeur.

De volgende paar taxis begrijpen niet snel genoeg waar we heen willen, en bij de daaropvolgende stappen we wel in. Ook hij zet de meter op 2,1. Het zal dus toch wel kloppen, hopen we maar. Overigens heeft dat bedrag geen invloed op het starttarief, dat 7 yuan bedraagt. Voor dat bedrag mag je een kilometer of 4 reizen.

We rijden naar de campus van de Nanjing Normal University, en dan vooral naar het Nanshan hotel, dat daaraan verbonden is, een van de goedkoopste hotels in een nogal prijzig Nanjing. De goedkope kamers, die volgens het boekje 120 kosten, zijn er niet meer, zegt de mevrouw achter de balie, in verband met een bijeenkomst. Er zijn nog wel duurdere kamers, van 230 yuan. We kijken zeer teleurgesteld. Vooruit dan, 200 yuan, zegt mevrouw. We nemen een kijkje.

Het blijkt een zeer ruime kamer. De slaapkamer is al erg groot, met grootbeeld TV en airconditioning met afstandsbediening, maar, naast de ruime badkamer, hebben we ook nog eens een achterkamer met bank, salontafel, koelkast en balkon. Wij nemen de kamer.

Probleem is alleen dat ons geld bijna op is. De mevrouw beneden spreekt ook niet al te overtuigend Engels en probeert duidelijk te maken dat we dan eerst maar een biljet van 100 dollar moeten achterlaten. Dat vinden we een beetje veel. Een biljet van 50 dollar dan. Die hebben we niet. En bovendien vinden we 25 dollar borg redelijker. We bieden een biljet van 20 en 5 dollar aan. Ze heeft eigelijk liever gewoon 1 biljet, maar uiteindelijk geeft ze zich gewonnen. Later kunnen we de kamer betalen en krijgen we onze dollars terug.

In onze vorstelijke kamer rusten we eerst maar eens flink uit. Tegen het eind van de ochtend gaan we de straat op. Pal naast de ingang van de campus is een filiaal van McDonald's, waar we onze lunch gebruiken. Een big-mac menu voor 4 gulden. Er zitten hier veel mensen te studeren. Dan lopen we verder.

 Nanjing is een aangenaam opgezette stad met brede straten en veel nieuwbouw. We lopen in de richting van het centrum, op zoek naar een Bank of China. Die vinden we. Hopelijk voor de laatste keer wisselen we travelers cheques. Het is aangenaam koel in de bank en we blijven nog een tijdje zitten. Buiten is het waarschijnlijk ongeveer 33 graden.

Even verderop is een Sheraton hotel, waar we binnen lopen voor een China Daily. We krijgen die van eergisteren. Die hadden we al. Die van vandaag komt om een uur of drie, weten de ook hier al weer zeer vriendelijke heren. Het is al half drie geweest. We wachten wel even. Meteen vragen we maar hoe het hier nu weer met de taxis zit. Het tarief van 1,4 yuan, zo vertelt men, geldt alleen voor een retourtje. Voor een enkele reis betaal je inderdaad 2,1 yuan. Hoogst merkwaardig.

In een vlaag van opperste decadentie wachten we in de lobbybar op de eerste verdieping, een verzameling uitermate aangename zithoekjes met uitzicht op de lobby beneden, en nemen allebei een heerlijke sorbet voor acht gulden, nog altijd een stuk goedkoper dan in Nederland. En we krijgen er nog een klein stukje gebak bij ook. En een buitengewone vriendelijke serveerster.

Ons krantje is inmiddels ook gearriveerd. De China Daily is zeer euforisch over het zojuist afgeronde WK tafeltennis in Eindhoven. We hadden daar al eerder iets van meegekregen. Een enkele Chinees kende Nederland zelfs omdat daar op dit moment het WK pingpong wordt gehouden. Tijdens dit WK heeft China alle gouden en zilveren medailles veroverd.

Een paar hotels verderop hebben wij een CITS gezien, het Chinese nationale reisbureau. Dat is handig voor onze treinkaartjes voor overmorgen. We lopen er heen. Het kantoor is op de 12e etage, maar is daar verder niet in het Engels aangegeven. Het blijkt dat dit kantoor alleen maar buitenlandse reizen voor Chinezen organiseert, zo vertelt een mevrouw ons. Maar desalniettemin is ze wel bereid om ons wat informatie over de trein te verstrekken. Hoe vriendelijk. Er rijdt van Nanjing naar Shanghai een speciale luxe exprestrein, elke ochtend tegen 9 uur met soft-seats voor 86 yuan.

Als we weer naar buiten willen, breekt er een hoosbui los. We blijven even schuilen en vluchten de belendende supermarkt in. Een goede gelegenheid om wat inkopen te doen. Als het wat droger is, lopen we verder. Een straat is volledig overkapt door bomen, wat hem nogal duister maakt. We komen bij het Chaotian paleis, met een beeld van Confucius voor de deur, maar helaas is het paleis net gesloten. Het is net vijf uur. Overigens staan bij alle toeristische attracties in Nanjing keurig bordjes met ook opschriften in het Engels, die nog redelijk te begrijpen zijn ook.

We proberen maar eens een andere attractie, Fuzimiao, nog een aardig eind lopen verderop. Daar blijkt nog genoeg te beleven. Fuzimiao was oorspronkelijk een Confuciaanse tempel maar is inmiddels omgebouwd tot een soort Disney Chinatown, met een vijvertje met vrolijke dierenbootjes bij de ingang, allerlei nagebouwde authentieke Chinese gebouwen, allemaal sfeervol verlicht, straten vol Chinese restaurants en een grote markt vooral gericht op toeristen. Het ziet er allemaal wel geinig uit. Op de markt verkopen ze wel heel veel interessante CDs, al zit er hier geen plastic hoesje omheen. Maar voor twee gulden per stuk hoor je ons niet klagen. Op Fuzimiao worden ook buitengewoon veel buitenlanders gesignaleerd. Maar goed, dat zijn er nog steeds minder dan 20.

Even buiten de hekken van het pretpark zoeken we een restaurantje. Daar wordt eend geadviseerd. We krijgen een schaaltje met plakjes een die voor ongeveer gelijke delen uit vet, bot en vlees bestaat. Maar het vlees dat er aan zit, smaakt prima. Gelukkig hebben we er ook nog een zoetzure kip en een soepje bij, dat door ons met een flinke lading zout op smaak wordt gebracht.

Met een taxi gaan we rond half negen weer terug naar het hotel. Daar zit niemand meer achter de balie, zodat we onze overnachtingen nog niet kunnen betalen. Op de vijfde nationale zender, gespecialiseerd in sport, kijken we naar de integrale uitzending van de wedstrijd om de Johan Cruyff schaal tussen Ajax en Feyenoord.


Dinsdag 11 augustus 1999


Onze laatste echte volledige vakantiedag in China. We worden al weer vroeg wakker gebeld met de vraag of we komen betalen. Dat doen we nog wel vanochtend, antwoorden wij geirriteerd. Wanneer we dat uiteindelijk doen moeten we opeens onze 25 dollar achterlaten als borg voor de sleutel. De meeste hotels nemen genoegen met 10 yuan. We doen het verder rustig aan en zitten tegen het einde van de ochtend weer bij McDonald's voor onze lunch.

We lopen richting Zhongshan Lu, de belangrijkste winkelstraat van Nanjing. Daar zijn een aantal enorme warenhuizen neergezet, al is de eerste een stuk kleiner dan hij lijkt omdat het gebouw voor het grootste gedeelte uit een hotel blijkt te bestaan. In andere warenhuizen wordt vooral kleding verkocht, van het extreem dure soort, in aparte boetiekjes, van peperdure merken die in Nederland niet of nauwelijks te koop zijn. Het meest interessante van die warenhuizen is haast het Food Court op de bovenste etage, met een eindeloze rij kleine fast-food restaurantjes.

Een ander warenhuis ziet er iets toegankelijker uit en is dan ook meteen een stuk drukker. Een mevrouw voor ons staat voor het eerst van haar leven op een roltrap en heeft nog wat moeite met de timing. Plezier heeft ze wel. En wij ook.

In een zijstraat zijn een paar CD-kraampjes met dezelfde collectie als in Fuzimiao. We nemen een taxi naar een heuvel buiten het centrum van de stad, en dus ook buiten de oude stadsmuren waarvan in Nanjing nog flink wat staat. Op die heuvel zijn een aantal toeristische attracties. Wij kiezen voor het mausoleum van Sun Yatsen.

Sun Yatsen geldt als volksheld voor alle Chinezen, zowel communisten als niet-communisten. Onder zijn leiding werd in het begin van de jaren '20 de laatste Chinese keizer afgezet. Dat leidde tot een chaos waarin geen enkele groepering er echt in slaagde de macht te grijpen, er ondertussen ook nog een oorlog met Japan werd gevoerd, totdat uiteindelijk de Kuomintang en de communisten uitvochten wie het in China voor het zeggen had, wat leidde tot een overwinning van de communisten en het uitroepen van de Volksrepubliek op 1 oktober 1949. Het lichaam van Dr. Sun Yatsen ligt nu hier in een kist met een deksel in de vorm van zijn lichaam, in een mausoleum aan het einde van een paar honderd meter lange reeks brede trappen.

Het loopt tegen het einde van de middag, dus het is niet meer zo druk bij het mausoleum. Behalve de kist zelf is er ook niet al te veel te beleven. De Tuin Achter Het Mausoleum Van Sun Yatsen is nogal overwoekerd door laaghangende boombladeren. Twee verdwaalde rozen proberen nog wat kleur aan te brengen. Tegen half zes lopen we weer naar beneden, op zoek naar een bus terug richting het centrum. Op dat idee zijn meer mensen gekomen. Twee dubbeldekker bussen worden bestormd door hordes Chinezen. Met gevaar voor eigen rugzak weet Christa voor in de bus nog een plaatsje voor Marco vrij te houden. Bij elke bushalte stromen er nog meer mensen de bus in. Ergens ruwweg ter hoogte van ons hotel stappen we uit.

In een naburig restaurant eten we weer prima. Het eten is de afgelopen dagen al weer een stuk beter dan we de eerste paar weken hebben moeten consumeren. Maar in het algemeen was het eten in het noorden van China toch een stuk beter.

Na onze maaltijd lopen we het laatste stuk terug naar ons hotel. De sportzender presenteert vanavond het WK ijsdansen.


Woensdag 12 augustus 1999


Vertrek uit Nanjing. Christa heeft ernstig ruzie met de receptioniste, die ons wel onze 25 dollar borg terug geeft, maar vervolgens vindt dat we nog 400 yuan moeten betalen. Dat hebben we gisteren al gedaan. Zij ontkent. Na lang zoeken weet mevrouw dat geld eindelijk te vinden. Boos benen we naar buiten.

Met een taxi laten we ons naar het station brengen. De chauffeur is een jolige, jonge Chinees die het wel geinig vindt, twee van die buitenlanders in z'n taxi, waarvan er nog eentje een beetje Chinees begrijpt ook. Nederland is het land van bloemen, weet hij. En Nanjing is maar een saaie grauwe stad met nauwelijks groen. De volgende keer kunnen we beter naar Kunming gaan, dat is veel mooier en veel groener. Kunming is zo, zegt hij terwijl hij zijn duim omhoog steekt. Nanjing is zo, zegt hij, en steekt zijn middelvinger op.

Het station van Nanjing is het toonbeeld van klantvriendelijkheid en efficientie. Onze chauffeur wijst ons het juiste gebouwtje, al vrezen we na het zien van het China International Travel Service teken even dat we toch niet goed zitten. Ernaast blijkt echte het loket te zijn waar alleen (soft-seat?) kaartjes voor de speciale trein naar Shanghai worden verkocht. Binnen enkele seconden hebben we ons kaartje en kunnen we doorlopen naar het perron. Twee Chinezen laten ons zelfs vriendelijk voor, waar ze ook gewoon hadden kunnen voordringen.

Als we op het perron staan, komt de trein al snel binnenrijden. Het is een behoorlijk luxe dubbeldekker, waar wij een plaatsje hebben op de bovenste etage. De stewardess laat ons binnen in een keurige ruimte met dikke fauteuils, steeds vier bij elkaar. Ze zorgt er persoonlijk voor dat alle bagage recht ligt en niets, maar dan ook niets, uitsteekt. We kunnen vertrekken. Even later wordt iedereen in de wagon door haar vriendelijk in het Chinees en zowaar ook in het Engels welkom geheten. Regelmatig komt ze langs met de railtender inclusief heet water, tijdschriften en schalen vers fruit.

De man die tegenover ons zit, stond achter ons toen we ons kaartje kochten. Hij werkt voor een joint-venture met het Duitse Thyssen, een staalproducent, en spreekt redelijk Engels. Tien jaar geleden was hij nog geinteresseerd in politiek, zegt hij. Hij was toen student, en is zelfs nog bij de protesten op het TianAnMen plein in Beijing geweest. Maar nu interesseert politiek hem geen barst meer, en is hij alleen nog maar geinteresseerd in geld verdienen, net als zijn leeftijdgenoten. Laatst las hij in de krant een stuk over Indonesië, over Suharto, waarin werd beweerd dat hij miljarden dollars op een Zwitserse bankrekening heeft staan. Dat is ook het geval met onze leiders. Ze zijn allemaal zo corrupt als de pest.

Gelukkig is er nu economisch wel van alles mogelijk in China. Tien jaar geleden was het nog niet denkbaar dat hij voor een joint-venture met een Duits bedrijf zou werken. Dat hebben we allemaal aan Mister Deng (Xiao Ping) te danken, vindt de man. Zonder hem zou China er nu net zo uit zien als Cuba.

Om twaalf uur komen we aan in Shanghai. Er ontstaat lichte paniek als we onze treinkaartjes kwijt zijn, die je normaal gesproken moet laten zien als je het station verlaat. De stewardessen zien ons probleem niet zo, en dat blijkt terecht. Vanuit de trein lopen we rechtstreeks de metro in, zonder verdere controle.

Op het metrostation komt een man op ons af met het foldertje van een hotel. Daar kunnen we een kamer krijgen voor 235 yuan, beweert hij. Dat lijkt ons wel erg goedkoop. Ondertussen schieten een Australiër en een goed Engels sprekende Chinees ons te hulp. Het lijkt hen ook onwaarschijnlijk goedkoop. We gaan maar weer gewoon terug naar het hotel waar we aan het begin van deze vakantie ook verbleven.

De Australiër en Chinees blijken samen een tijdje door China te hebben gereisd. De Chinees heeft in Amerika gewerkt voor Sheraton en is daarom in staat om bij Sheraton en daaraan gelieerde hotels een flinke korting te bedingen. Ze gaan nu naar het Golden Palace hotel, dicht bij het vliegveld, waarvan hij de manager goed kent en een kamer voor 300 yuan kan krijgen. Dat lukt hem voor ons ook wel, zegt hij. We gaan met hem mee.

Vanaf het metro-station moeten we nog een taxi nemen naar het hotel. Dat kan krap worden, want we hebben nog precies 24 yuan over. Nog voordat de taxi weg rijdt, wordt hij door de politie aangehouden. De chauffeur heeft ons laten instappen op een plaats waar dat niet mag. Er wordt druk gediscussieerd en dan rijdt de chauffeur verder met een brede grijns op zijn gezicht.

De meter blijft steken op 12 yuan. De Australiër staat ons al op te wachten voor het meest luxueuze hotel waar we in China hebben verbleven. En we krijgen nog een kamer voor 300 yuan ook, dankzij onze connecties. Normaal gesproken betaal je hier 65 dollar.

Buiten is inmiddels een hoosbui losgebarsten. We blijven nog maar even op onze kamer en genieten van onze grootbeeld kleurentv met veel zenders. Als het weer wat opklaart gaan we naar buiten. We zitten aan de Huaihai Lu, een van de belangrijkste winkelstraten in Shanghai, al begint dat pas echt een paar kilometer verderop. Bij een bakkertje gebruiken we een late lunch.

 Liepen we aan het begin van onze reis nog door de woonwijken en over de markten van Shanghai, dit keer nemen we de meest luxueuze winkelstraten met westerse cafees, restaurants en winkelketens, glanzende trottoirs en glimmende wolkenkrabbers. Ter hoogte van het metrostation staan twee enorme warenhuizen waar we kort doorheen lopen. Meer dure merkkleding, en je ziet hier ook aanzienlijk meer buitenlanders. Het meest interessante onderdeel is nog de McDonald's op de begane grond.

Na nog een klein eindje slaan we rechtsaf, op zoek naar een theewinkel, om onze laatste yuans in thee om te zetten. We gaan een aantal winkels langs en kopen bij de laatste nog negen opbergblikjes.

In een restaurant gebruiken we ons laatste avondmaal. En het is misschien wel het beste wat de afgelopen vier weken gegeten hebben. Op onze plattegrond van Shanghai wijst men waar we op dit moment zijn. Via een weg een stuk zuidelijker dan we het centrum binnenkwamen, kunnen we weer terug lopen naar ons hotel.

En ook deze straat blijkt al een flink eind meegegaan in de vaart der volkeren, met enorme flatgebouwen en ook nog een aardig warenhuis met meer gebruiksartikelen. In een van de vele filialen van de KFC langs deze straat eten we ons laatste ijsje. De weg terug naar het hotel is toch nog iets langer dan we dachten, maar om tien uur zijn we weer thuis.


Donderdag 13 augustus 1999


De wekker gaat om acht uur. We pakken in, eten ons laatste soepje, wisselen nog een paar dollars om de luchthavenbelasting te kunnen betalen, checken uit en nemen een taxi naar de luchthaven, die slechts 25 yuan van ons hotel verwijderd blijkt. Het inchecken en door de douane gaan duurt nogal een tijd, en in de peperdure tax-free shop besteden we onze laatste yuan.

Het vliegtuig is laat, en in Frankfurt hebben we nog precies een kwartier voordat de aansluitende vlucht vertrekt. Wij halen de aansluiting nog net, maar onze rugzakken niet. De volgende ochtend worden ze, stevig doorzocht door de Frankfurtse recherche, thuisbezorgd.