Om half zeven worden we wakker. Officieel zouden we tegen zeven uur in Chongqing moeten zijn, maar met onze vertraging zal het nog wel even duren. Rustig worden we wakker en eten de twee baotzes die we nog van gisteren over hadden, met een kopje thee. Marco slentert eens door de wagon en wordt aan zijn armhaar getrokken. Een jongen die wat Engels spreekt nodigt hem uit te gaan zitten en maakt een babbeltje, luid aangemoedigd door de omstanders.
Om half negen zijn we in Chonqing, belooft de stewardess. Uiteindelijk blijkt het negen uur te worden, met twee uur vertraging. Op het perron staan al een paar mannetjes die ons een tour over de Yangzi-rivier willen verkopen. Als we buiten naar de bussen lopen, is er een mevrouw die wel een bus naar Chengdu heeft. We worden langs een hele rij wachtende bussen geleid, steken de straat over, beginnen ons al zorgen te maken, maar daar is-ie dan toch, een grote bus naar Chengdu. We betalen 70 yuan per persoon, en dat is niet gek. Mevrouw belooft dat de bus er vier uur over doet. We gaan helemaal achterin zitten, want dat is de enige plek waar nog iets van beenruimte te bespeuren is. Als de zitplaatsen bezet zijn, wordt het middenpad volgebouwd met zitkussentjes die klem worden gezet tussen de banken aan weerszijden, met een keurig bekleed plankje als rugleuning er achter. In deze bus is zelfs video, of liever gezegd VCD, maar voorlopig moeten we het doen met een korte en slappe kung-fu film die een keer of drie, vier achter elkaar vertoond. Het geluid is gelukkig amper te horen en de Chinese en Engelse ondertiteling van waar wij zitten niet te lezen, maar dat is ook niet noodzakelijk om het verhaal te kunnen volgen. Als extra service doet te conducteur vlak voor vertrek alle gordijntjes dicht. Daar zijn wij niet van gediend, en de rest van de bus gelukkig ook niet.
De busreis is op z'n zachtst gezegd onaangenaam. We rijden weliswaar op een snelweg, maar dat betekent in China meestal dat je harder kunt rijden en uiteindelijk net zo hard hobbelt als op een gewone weg. Verder is de weg oersaai, hebben we slechts een halve rugleuning en vervelen we ons te pletter. Het is warm in de bus. De airconditioning functioneert nauwelijks, en alle Chinezen houden hardnekkig hun raampje dicht. Deze bus heeft immers airconditioning.
Na een uurtje of twee worden we gelukkig losgelaten. Bij een parkeerplaats langs de snelweg staan een paar kraampjes en een toilet al voor ons klaar. Als volleerde Chinezen nemen wij twee van die schuimplastic bakjes gevuld met rijst en vlees en groente er bovenop, die we deels in de bus opeten en, als we er genoeg van hebben, naar goed voorbeeld van de mensen voor ons, verder uit het raam kieperen. Wij voelen ons alweer een stuk beter.
Uiteindelijk bereiken we na vijf uur en een kwartier de eindbestemming. Helaas blijkt dat busstation Noord en niet, zoals wij verwachtten, busstation Zuid, dat pal naast ons beoogde hotel ligt. Met een taxi gaan we daarheen.
Als we het Traffic Hotel binnenlopen, krijgen we een schok van jewelste. Het sterft hier werkelijk van de buitenlanders. Hier klopt iets niet. De afgelopen twee weken hebben we amper buitenlanders gezien, en als we ze al zagen was dat bijzonder genoeg om in ons dagboek te vermelden. En hier lopen er plotseling tientallen rond, met af en toe een Chinees er tussen. Naast en na de ingang zijn een stuk of vijf kleine reisbureautjes. Bij de inkomende post zien we een brief gericht aan een reisleider van Baobab. Onze eerste reactie is om hier gillend weg te lopen. Maar er is verder weinig keus in Chengdu, dus wij vermannen ons en boeken een tweepersoons kamer. Voor 180 yuan. Dat is de goedkoopste die er is, meldt de mevrouw achter de balie.
Op onze keurige slaapkamer met grote badkamer rusten we uit van onze enerverende belevenissen van vandaag. De airconditiong blijkt helaas alleen door de mevrouw van de servicebalie met een afstandsbediening te bedienen. Beneden eten we een ijsje en tegen zevenen moeten we toch maar eens op pad op zoek naar een restaurant. De Lonely Planet prijst Long Chao Shou aan, een restaurantje waar je voor 10 of 15 yuan een hele stapel Sichuaneze gerechten kunt uitproberen. Het is een slordige anderhalve kilometer lopen van ons hotel.
We komen in een flinke betegelde eethal waar bij de balie nog maar een paar gerechten liggen. Maar gelukkig blijkt onze rijsttafel elders te worden bereid. We betalen 10 yuan per persoon, krijgen twee bonnetjes ter inlevering waarvan de serveerster ons een flinke hoeveelheid kommetjes en schaaltjes komt brengen. Het lijkt hier het Cubaanse Coppelia wel. Uiteindelijk krijgen we een stuk of twaalf gerechten, waarvan sommigen nogal heet. Voor de zekerheid nemen we er alvast een glaasje drinken bij. Merkwaardig genoeg staat thee hier niet op het menu.
Buiten op straat blijkt een flinke markt met vooral gebruiksvoorwerpen. Wij kopen voor 4 yuan noga, die ter plekke op een continu draaiende machine in dunne plakjes gesneden worden. In een zijstraat worden CDs verkocht. Echte CDs, en niet van die VCDs. Als we interesse tonen worden we meegenomen naar achter het kraampje waar een grote houten box van het slot gehaald wordt. Dezelfde procedure herhaalt zich bij het volgende kraampje. De CDs kosten 8 tot 10 yuan per stuk. Wij slaan in.
Over de brug lopen we terug naar het hotel. Vlak voor de brug is nog een CD-winkel met een goede collectie. Terug in het hotel zien we onze geliefde buitenlanders weer terug.
Vanochtend doen we het rustig aan. We zijn net op tijd voor het ontbijt dat tot tien uur, ook buiten op het terras, geserveerd wordt. We hebben de keus uit drie westerse ontbijten en een Chinese, en kiezen de laatste. Die is er niet meer, antwoordt de serveerster. Volgens is andere is dat er op zich nog wel, maar is de pap op. Uiteindelijk krijgen we allebei twee ontbijten, een westerse en een complete Chinese, inclusief pap. We sturen het westerse terug.
Voorzichtig beginnen we te wennen aan alle buitenlanders, en schuiven na ons ontbijt aan bij een tafel met vier Nederlanders. Een wat ouder echtpaar is op weg naar Tibet. Hij werkte 8 weken in Shanghai. Een wat jonger paar is zo te horen afkomstig uit Rotterdam. Ook zij reizen op eigen gelegenheid, en hebben vantevoren wat hotels, treinreizen en vluchten geboekt bij Koning Aap. Zij is nogal ziek.
Tegen het eind van de middag gaan we op pad naar onze attractie van vandaag, het Klooster van het Heilige Licht in Xindu, even ten noorden van Chengdu. Een stadsbus brengt ons in de buurt van Busstation Noord. Daar vertrekt een minibusje naar Xindu.
Anderhalf uur na ons vertrek uit het hotel worden we afgezet aan de doorgaande weg langs Xindu. Van het klooster nog geen spoor. Aan de eerste man die we zien vragen we waar het is. Het blijkt een fietstaxichauffeur. Er staat hier een hele rij fietstaxis. Het is best nog wel een eind lopen naar het klooster, vindt onze man. Maar voor 5 yuan per persoon wil hij ons er wel heen brengen. Dat moet 5 yuan zijn voor ons samen, vinden wij. Als we weglopen, is hij het met ons eens.
Voor de ingang van het klooster zijn een groot aantal kraampjes waar ze lange rode wierrookstaafjes, kaarsen in de vorm van een puntzak en andere nuttige dingen ter aanbidding verkopen. Het klooster zelf heeft weer fraaie rode muren en een rij tempels met vooral steeds drie grote Buddha-beelden. Aan de zijkant zijn nog wat pagodes en klimrotsen in een fraai aangelegde tuin. In een lange overkapte gang en een terras waar dat op uitkomt zitten een paar blikken oude vrouwtjes te thee drinken, praten, kijken en zelfs mahjonggen.
Er wordt nog actief gebruik gemaakt van deze tempel. Overal staan stellages waar je je kaarsen en wierook kunt branden, dat laatste gaat altijd met drie tegelijk. Vlak voor de Buddha-beelden, soms zelfs achter glas, net als de beelden zelf, liggen stapels groene appels. In alle tempels liggen ronde kussentjes, soms met geinige Snoopy-overtrek, waar Chinezen op knielen, buigen, prevelen, en handbewegingen maken. Het lijkt ons niet echt de oorspronkelijke bedoeling van het Buddhisme dat je voor die beelden bidt, maar de Chinezen zijn daar heel pragmatisch in. Of het nu een beeld van Buddha, Confucius, de as van Gengis Khan of zelfs haast een afbeelding van Mao is, ze lijken altijd wel bereid om ervoor te knielen. Je kunt tenslotte nooit weten, en baat het niet, dan schaadt het niet.
Bij de belangrijkste attractie van dit klooster kom je, zo blijkt door een slingerend straatje met aan weerszijden een hoge rode muur te lopen. Aan het eind daarvan is een grote tempel met 500 beelden van twee meter hoog, van een groot aantal heiligen en discipelen en zelfs twee keizers. De beelden zijn gehouwd in de negentiende eeuw en opgesteld aan weerszijden van lange paden, zijn kleurig en levensecht beschilderd, en allemaal compleet verschillend. Sommigen hebben iets in hun hand en twee hebben een arm die een paar meter de lucht in reikt. Een daarvan plukt daar een vogeltje uit. In het midden staat een prachtig groot goudkleurig Buddha-beeld met vier kanten en aan elke kant drie gezichten en zeven paar armen.
Buiten de hal puffen we uit en kijken we toe hoe een mannetje van het klooster bankbiljetten vist uit een klein vijvertje waar veel Chinezen een wens doen. We verlaten het klooster, eten een etage baotze even voorbij de uitgang. De markt op de oprijlaan van het klooster verkoopt veel mahjongg-sets. We houden een minibusje naar Chengdu aan en zijn de eerste klanten. Het kost de conducteurs wat moeite om nog meer mensen te ronselen. Bussen naar Chengdu rijden hier dan ook vrijwel achter elkaar aan, en de verschillende conducteurs vechten soms letterlijk om elke klant.
We komen in Chengdu weer op de verkeerde plaats uit. We lopen een eind langs een brede drukke winkelstraat en komen uit bij Station Noord. Daar nemen we een taxi terug naar ons hotel.
's Avonds om een uur of half negen melden we ons weer bij Long Chao Shou. De cafetaria blijkt al bijna leeg en de goedkoopste menu's worden niet meer aangegeven. We nemen een menu van 20 yuan, en worden geleid naar een zijvleugel dat is ingericht als keurig restaurant, met overigens idioot lage tafeltjes, maar op een of andere manier passen die Chinezen daar toch met hun benen onder. We blijken een menu van 15 yuan te krijgen en 5 yuan extra te betalen voor het voorrecht dat in een heus restaurant op te mogen eten. Ook hier is geen thee verkrijgbaar. Te voet gaan we terug naar het Traffic Hotel.
Naast haar keuken is de provincie Sichuan ook wereldberoemd om De Panda. Van de met uitsterven bedreigde reuzenpanda leven er naar schatting nog zo'n 1000 exemplaren in het wild, waarvan het overgrote gedeelte in de binnenlanden van deze provincie. Vanochtend staat op het programma een bezoek aan het Panda Breeding Center, een groot park waar panda's worden bestudeerd en voortgeplant, even buiten de stad.
De panda's plachten met name 's ochtends tot een uur of half elf actief te zijn, dus moeten wij er ook vroeg uit. Onze tour vertrekt om half acht precies. Om tien over zeven zitten we aan het ontbijt. Onze Rotterdammer is ook al wakker. Ze blijken dezelfde tour geboekt te hebben. Christa sleept een serveerster zo ongeveer bij haar haren naar buiten om nog op tijd een ontbijt te krijgen. Rianne, de Rotterdamse is nog steeds ziek maar gaat ook mee.
We blijken de enige vier deelnemers van de Panda-tour van vandaag. We worden naar een klein busje geleid waar onze chauffeur al klaar staat. Even voor acht uur zijn we bij het park. De chauffeur schrijft op zijn arm dat we ergens tussen half elf en elf uur weer terug worden verwacht.
En zie dan de panda's maar eens te vinden. Het park is nog vrijwel uitgestorven, zelfs personeel komen we nauwelijks tegen, laat staan een panda. Doelloos dwalen wij rond. Er schijnen hier toch zo'n tien tot twaalf te huizen. Naar binnen glurend in een klein gebouw zien wij er een in een hok zitten. Maar ze moeten ook buiten rondlopen, zoals het hoort. We lopen om een flink stuk groen, omheind door een laag muurtje. Ook hier geen panda. In het bijbehorende gebouwtje ligt wel een lusteloos exemplaar. Via een paadje komen we bij een ander ommuurd gedeelte. Dan, het is inmiddels kwart voor negen, spot Marco twee panda's in de buitenlucht, liggend op een houten klimrek.
En in dezelfde speelweide blijken nog twee panda's rond te dolen. Geboeid kijken wij toe. Eigenlijk is de panda maar een sullig beest. Hij waggelt de hele dag maar een beetje rond, en als ie niet slaapt, houdt hij zich vooral bezig met het consumeren van twintig kilo bamboe per dag. Vlees eet hij bij voorkeur niet, al kan hij het wel als de nood aan de man komt. Doordat er steeds minder bamboewoud is, het beestje sowieso nogal moeite heeft zichzelf voort te planten, en er veel op gejaagd werd, zijn er steeds minder panda's. Tegenwoordig staat op het vermoorden van een panda in China de doodstraf.
Rianne gelooft het verder wel en gaat bij de ingang op een bankje liggen. Met Jos lopen we verder door het park. Plotseling blijkt alles best wel aangegeven te zijn, zelfs in het Engels, als je maar op het hoofdpad blijft. We lopen naar het volgende Activity Center. Ook daar zijn twee panda's in de buitenlucht, al is het even wachten op de een en even zoeken naar de ander. Eentje loopt zelfs vrij dicht bij ons langs. Al snel houden de beesten het echter voor gezien en gaan terug naar hun binnenverblijf. Daar kunnen we ze van wat dichterbij bekijken. De panda's vinden het een beetje warm en blijven liever binnen, legt een medewerker behulpzaam uit. En geef ze eens ongelijk. Het is vreselijk drukkend weer vandaag. In eerste instantie voelt het niet eens zo warm aan, maar als je even buiten bent, druip je binnen de kortste keren van het zweet.
Een van de panda's vermaakt zich op een enorm blok ijs, en loopt af en toe eens een rondje door zijn binnenverblijf. De andere panda is ook in het bezit van een flink stuk ijs en wordt door een verzorger met een brandslang natgespoten. Behaaglijk draait hij met zijn achterwerk in de waterstraal. Overigens zijn de panda's een stuk minder wasmiddel-wit dan het Wereldnatuurfonds ons wil doen laten geloven. Vooral het onderlichaam is vaak nogal groezelig, zelfs na behandeling met waterstraal. Na zijn douche krijgt deze panda twee appels toegeworpen die hij tot onze verbazing net zo eet als wij zouden doen: zittend op zijn achterwerk, stukken afbijtend van de appel die hij in zijn rechterklauw houdt.
Naast de reuzenpanda's houdt het park ook nog gewone panda's, maar die zien er volstrekt anders uit. Klein en roodbruin hebben ze meer van een kruising tussen een vos en een eekhoorn dan van een reuzenpanda. Een man die daar rondloopt komt enthousiast naar ons toe en vertelt dat binnen in het gebouw een baby-pandaatje is dat we mogen fotograferen en of we dan wel eerst even 30 yuan willen betalen. Wij halen onze neus op.
In het panda-museum vinden wij alles wat wij ooit al hadden willen weten van de panda. Er leven er naar schatting nog zo'n 1000 in het wild, in 30 groepen, zo leren wij. De panda heeft moeite om zich voort te planten, omdat het mannetje zo'n kleine plasser heeft, wordt ons door middel van diverse foto's duidelijk gemaakt. Tegenwoordig worden ze met kunstmatige inseminatie een handje geholpen. Overigens weegt een pasgeboren panda slechts 100 gram, en dat is maar een duizendste van het gewicht van zijn moeder. De karakteristieke zwartbonte vacht komt pas later. Overigens is ook in dit museum het Koninklijk Huis weer vertegenwoordigd. We zien Juliana en Berhard prominent aanwezig bij een bezoek van de panda's aan een Nederlandse dierentuin in '87.
Even na half elf staan we buiten en is onze chauffeur ook al weer aanwezig. Rond elf uur zijn we terug in ons hotel. Na een korte rust lopen we een paar van de reisbureautjes bij ons hotel langs om te kijken wat de mogelijkheden zijn ten aanzien van een cruise over de Yangzi-rivier. We maken een praatje met wat mensen van een groep van Baobab. Ze waren te laat bij de panda's.
We verhuizen naar een driepersoons kamer, nadat we er gisteren achter kwamen dat die maar 120 yuan kosten, tegen 200 yuan voor die van ons. Het verschil is dat we nu een bed meer, maar geen eigen badkamer hebben. In plaats daarvan is er een brandschone gemeenschappelijke sanitaire ruimte. Gisteren probeerden we al om te boeken, maar toen waren de driepersoons kamers al uitverkocht. We konden er wel een voor vandaag reserveren.
's Middags huren we bij het hotel twee fietsen. Dat gaat nog niet zo makkelijk, want de meeste fietsen blijken niet volledig betrouwbaar. Christa kiest er een die in orde is, behalve dat het zadel te laag staat. Geen probleem, zegt het mannetje, en zet het zadel hoger. Probleem is dan wel dat het niet meer lukt om het zadel goed vast te zetten. Wij steggelen en protesteren wat en ons mannetje haalt iemand van het hotel er bij die wel een paar woorden Engels spreekt. Zij legt uit wat er aan de hand is en zegt dat we maar even bij de fietsenmaker op de hoek langs moeten gaan. Christa is het daar niet helemaal mee eens.
Het verkeer in Chengdu is een volledige chaos, zoals we ook al in de taxi en bij het oversteken hadden gemerkt. De belangrijkste regel is dat er geen regels zijn. Bij het oversteken is het gewoon de truc om vooral niet stil te blijven staan, want zo lang je maar voorwaarts in beweging blijft komt er vanzelf een moment waarop de auto's besluiten om niet voor, maar achter je langs te rijden. In principe lijken er wel fietsstroken te zijn, al is dat in de praktijk soms wat lastig te beoordelen. Sommige wegen hebben een apart fietspad, middels een strookje groen en een hek afgescheiden van de rijbaan. Wat dat betreft lijkt het wel wat op Beijing. En de vele fietsers krioelen ook maar een beetje door elkaar heen. Aan welke kant van de weg of fietspad je rijdt is niet echt belangrijk. Wel essentieel is het hebben van goede remmen. Bij sommige kruispunten zijn zelfs stoplichten, ondersteund door een boze mevrouw met een rood vlaggetje die voor de fietsers nog maar eens benadrukt wanneer hun stoplicht op rood staat.
Het wegenplan in Chengdu is al net zo onoverzichtelijk als die wegen zelf. Binnen de kortste keren zijn we dan ook het spoor bijster. Toevalligerwijs rijden we langs het China Telecom Business Center. Daar schaffen we een telefoonkaart aan waarmee we naar Nederland bellen. Dat gaat verbazend eenvoudig.
Terug op straat zoeken we verder naar het standbeeld van Mao, dat het centrum van de stad is. Dat valt niet mee. Fietsend rond het sport-stadion raken we verzeild in kleine straatjes. Een behulpzaam meisje wijst ons de weg als we bij een kruispunt op de plattegrond in ons boekje kijken. Mao kijkt uit op een aantal enorme reclameborden, waar vroeger nog portretten van Lenin en Marx hingen. Hij wijst naar de straat waar de kunstmarkt en een paar dure hotels voor buitenlanders zijn.
Even voorbij het standbeeld is het Renmin park, een groot park in Chinese stijl, dus met vijvertjes, pagodes en theehuizen. Het is er aangenaam toeven. We zetten onze fietsen buiten op slot, met ook nog de grote ketting die we uit Nederland hebben meegenomen. De bewaakster, die er ook voor zorgt dat alle fietsen keurig krap tegen elkaar komen te staan, betalen we 0,2 yuan per fiets.
In het park komen we al snel terecht bij een theepaviljoen, waar een vriendelijke mevrouw ons in het Engels uitnodigt een kopje thee te komen drinken. We kunnen zelfs boven op een terrasje zitten. Het is een sjieke bedoening, en er blijkt hier dan ook uitermate exquise thee geschonken te worden. Op de menukaart, helaas alleen in het Chinees, staan theeën tot 70 yuan per kop, een kleine 18 gulden. Wel met onbeperkte aanvoer van heet water natuurlijk. Wij beperken ons tot twee theeën van 18 yuan, een groene en een rode. Met name de laatste is aangenaam. Een jongeman biedt een massage te koop aan en houdt er wel erg agressieve verkooptechnieken op na. Marco scheldt hem weg.
Het park heeft ook een restaurant, maar dat ziet er erg armetierig uit. We stappen dus weer op de fiets op zoek naar een andere eetgelegenheid. Om zeven uur moeten we weer thuis zijn. Mao wijst ons de weg richting hotel, maar een fatsoenlijk restaurantje waar we nog even snel een paar etages baotzes kunnen eten is er niet bij. Een flink stuk op weg in een andere straat weten we eindelijk eentje te vinden. Beneden bestellen we twee etages, vervolgens worden we naar boven gestuurd waar ze geserveerd worden, compleet met soepje.
We snellen terug naar het hotel, leveren onze fiets in en krijgen onze borg terug. Nog net op tijd om naar onze kamer te gaan en droge kleren aan te trekken, want om half acht vertrekken we al weer naar onze volgende attractie, de Sichuan opera. We rijden met hetzelfde busje en dezelfde chauffeur als vanochtend, alleen hebben we nu een groep van acht personen. Het mannetje van de souvenirshop van het hotel dribbelt ook om de groep heen en zien we later bij de opera weer.
We rijden naar een park in het westen van de stad, waar de opera in de open lucht blijkt plaats te vinden. We komen in een soort tempel zonder dak, waar op de grote rechthoekige binnenplaats een paar rijen tafeltjes en bamboe stoelen zijn opgesteld. Een en ander maakt deel uit van een Taoistische tempel die hier gehuisvest is. We zijn de eersten en mogen vooraan zitten. Een vriendelijke mevrouw komt ons een kopje thee brengen die door een meneer met een lange-afstands-ketel van water wordt voorzien. Op tafel staan zonnebloempitten en doppinda's. We krijgen nog een waaiertje om onszelf koelte toe te wuiven ook. Ons mannetje van de souvenirwinkel nodigt ons uit om in de galerij rondom de binnenplaats naar de koopwaar te komen kijken. Vlak voordat de opera begint stromen er zowaar ook aardig wat Chinezen het theater binnen.
Een Chinese opera is in ongeveer niets te vergelijken met een westerse opera, behalve dan dat het allebei theatervormen zijn waarbij veel muziek gemaakt wordt. Wat wij vanavond te zien krijgen is veel muziek van een Chinees bandje met traditionele instrumenten, afgewisseld met een komisch toneelstukje voor man en vrouw en een aantal circus-acts, aan elkaar gepraat door een sympathieke en fraai articulerende jongeman. In het Chinees natuurlijk. Een mevrouw balanceert en draait met vazen, tafels en tafelkleedjes op haar voet. Een man spuwt vuur terwijl een andere razendsnel maskers verwisselt. Een andere man speelt prachtig met een dansende marionet boven zijn hoofd.
Tegen tien uur is het allemaal weer voorbij. De organisatie dankt ons hartelijk en met het busje rijden we terug naar het hotel.
Voor vandaag hebben we geen tours gepland. Tijd dus voor een laat ontbijt, en nog een beetje ronddreutelen op onze ge-airconditionede kamer. We kijken nog weer eens wat de mogelijkheden zijn voor een tour over de Yangzi, en besluiten die uiteindelijk toch maar te boeken bij het reisbureau in het hotel, waar we ook al succesvol een panda-tour en een Sichuan opera hebben geboekt. Voor 220 yuan mogen we derde klas, dat betekent met z'n achten in een cabine, varen van Chongqing naar Yichang, een afstand van 550 kilometer, waar we ruim 48 uur over zullen doen.
Tegen de middag kijken we of er vandaag nog twee fietsen voor ons beschikbaar zijn. Dat blijkt het geval. Christa heeft weer wat moeite om een fiets te vinden. Haar eerste twee pogingen blijken wat slecht te remmen, en dat is hier toch niet onbelangrijk.
Binnen de kortste keren verdwalen we weer. Maar ach, we fietsen wel fijn en met behulp van ons kompas gaan we op z'n minst zo'n beetje in de goede richting. In een zijstraat kopen we drie 0,6-literflessen drinken en vragen we meteen waar de tempel is waar we heen willen. Mevrouw waait met haar hand in de richting van een doorgaande weg. Daarop fietsen we nog een eind verder totdat we een afslag naar het station zien. Die nemen we maar. Niet dat we naar het station willen, maar dan weten we op z'n minst weer waar we zijn.
Vanaf het station is het eenvoudig het Wenshu klooster te vinden. De straat die ernaar toe leidt staat zoals gebruikelijk vol kraampjes met wierrookstaafjes, nepbloemen en buddha-beeldjes. Vlak bij de ingang bevinden zich een flink aantal, veelal verminkte, bedelaars en ook blinde waarzeggers. Wij zetten onze fiets weer bij de bewaaksters, betalen hen, betalen de entree en gaan naar binnen.
Zo langzamerhand beginnen al die Buddhistische kloosters wel een beetje op elkaar te lijken, hoewel dit weer een fraai exemplaar is. Ook hier weer veel tempels en veel Buddha-beelden, als extraatje nog een paar keer een horizontaal hangend beeld van een grote vis, en een aangenaam park met hier en daar een pagode. Een voorkomende, goed Engels sprekende jongeman smeekt ons haast van hem een setje ansichtkaarten te kopen en daarbij vooral toch ook te denken aan zijn negenjarige dochtertje. Wij halen onze hand over ons hart en schaffen, na flink afdingen, een setje aan.
Belangrijkste attractie in deze tempel is de enorme theetuin, waar mannetjes met ketels heet water af en aan rennen om alles bij te vullen. Wij zoeken twee bamboe stoeltjes in de schaduw, het is nog steeds behoorlijk zweetheet, en bestellen twee kopjes. Met een zakje zonnebloempitten erbij zijn wij behoorlijk geassimileerd. Er zijn hier ook een redelijk aantal buitenlanders.
Na lange tijd mijmeren in de schaduw stappen we weer op onze fietsen en rijden in een keer terug naar het hotel. Aan het begin van de avond gaan we weer de straat op, op zoek naar een restaurant en naar de beroemde kunstmarkt van Chengdu. Volgens een van onze mede-operabezoekers van gisteravond is die markt een begrip in China, en komen zelfs veel Chinezen er voor naar Chengdu, met name omdat-ie zo goedkoop is.
Voor de verandering lopen we maar eens via een andere weg naar het centrum, tussen twee dure hotels door, waar veel buitenlanders verblijven. Daar blijkt een flinke souvenirmarkt, waar we ruim inkopen. Het is stevig afdingen geblazen hier. Bij het allereerste kraampje kopen we vier setjes van 5 in operastijl beschilderde maskertjes. De verkoper wil ons eerst een set van 180 van die maskertjes aansmeren, maar dat vinden we toch iets te veel van het goede. Hij vraagt of we nog Nederlandse munten hebben, want hij verzamelt buitenlandse munten. Van die kennis maken we dankbaar gebruik bij de onderhandelingen. Eerst maken we hem lekker met wat stuivers, dubbeltjes en kwartjes, om vervolgens te zeggen dat hij die mag houden als we een goede prijs krijgen. Het lijkt te werken. Even verderop wordt een theesetje ingezet op 80 yuan, maar blijkt deze ook voor 35 yuan van de hand te gaan, terwijl een zijden sjaaltje van 55 na lang protesteren ook voor 15 verkocht wordt.
Het is hard werken, dat onderhandelen, en als we van de markt afkomen zijn we ook al weer een goed uur verder. We lopen verder in de richting van het restaurant dat we, uiteraard, weer niet weten te vinden. We eindigen bij een restaurant dat zich in het Engels Chengdu Snack City noemt, ook al weer zo'n restaurant waar je voor een gering bedrag een enorme hoeveelheid potjes op tafel krijgt. Wij nemen één menu van 25 yuan en krijgen daarvoor 18 gerechten. Een daarvan is wel heel erg scherp. En verraderlijk, zoals wel meer Sichuan gerechten. Als je ze opeet is er nog niets aan de hand, Maar even na het doorslikken begint je tong te tintelen, en vervolgens je lippen, en heb je het gevoel alsof je net met een verdoving van de tandarts komt. Ze hebben hier zelfs een menukaart waarop in het Engels wordt uitgelegd wat we allemaal eten. Er wordt in grote hoeveelheden afgezet.
We zoeken verder naar de kunstmarkt. Rond het standbeeld van Mao is het een drukte van jewelste. Veel winkels zijn nog open. Het is hier al net zo'n drukte als 's avonds begin oktober op het TianAnMen plein. Op de Renmin Beilu, dicht bij het JinJiang hotel, vinden we hem dan toch, de markt. Bij de eerste verkoopster vindt Christa al een mooie kleine rol met Chinese karakters. Hij blijkt erg goedkoop, zeker vergeleken met wat je in een souvenirwinkel betaalt. En voor de helft van dat bedrag blijkt hij zelfs ook nog van de hand te gaan.
Een oud mannetje met wandelstok die goed Engels spreekt, loopt over de hele markt met ons mee en werpt zich op als tolk bij de onderhandelingen. Een jongeman die een beetje Engels spreekt, vindt het allemaal wel boeiend en loopt ook mee. We kopen allebei nog een grote rol voor nog geen 9 gulden. De echte prijzen lijken hier op ongeveer de helft van de oorspronkelijke vraagprijzen te liggen. En die zijn al erg laag. Een mevrouw bij wie we een beschilderde zijden zakdoek willen kopen, protesteert hevig en claimt dat onze prijs gelijk is aan haar inkoopprijs. Toch is ze uiteindelijk bereid voor die prijs te verkopen. Hoe vriendelijk.
Aan het einde van de markt bedanken we onze tolk en lopen het laatste eindje terug naar ons hotel. Het is inmiddels half elf.
Vandaag vroeg op voor een dagtochtje naar Leshan. Na ons ontbijt staan we om kwart over acht op het busstation op zoek naar een bus. Er staan er nogal wat die naar Leshan gaan. En de prijzen variëren behoorlijk, van 20 naar 40 yuan. En voor al die bussen moet je binnen in het busstation je kaartje kopen, allemaal weer bij een andere balie. Buitengewoon onoverzichtelijk allemaal. We nemen maar gewoon de goedkoopste bus, die ook nog als een van de eersten vertrekt.
Het is een lange weg naar Leshan. Maar wel eentje die redelijk vlak is. Even voorbij de helft raken we weer in een stevige regenbui, maar gelukkig is die voorbij voordat we na viereneenhalf uur Leshan bereiken. Een man in de bus met dezelfde bestemming wijst ons de weg. Bij een pier kunnen we een pontje nemen naar de overkant, dat ons voert langs de belangrijkste attractie van vandaag: de Grote Buddha. In de rotsen langs de rivier is tussen 713 en 803 in opdracht van de Buddhistische monnik Haitong een enorm Buddha-beeld gehouwd, van 71 meter hoogte. En dan zit hij ook nog. De Buddha werd gebouwd om de scheepvaart te beschermen. Er ging hier namelijk nogal eens mis. En het bleek nog te werken ook. Door alle stukken rots die van het beeld afgehakt werden en in de rivier verdwenen werd de stroming een stuk betrouwbaarder. De Buddha geldt nu als grootste ter wereld. In verticale positie tenminste.
Ergens hebben wij het gevoel dat dit niet de tourboot is die in de Lonely Planet wordt beschreven. Het lijkt meer op een ordinair veerpontje. We hoeven ook niet de 10 yuan te betalen waar het boekje het over heeft, maar slechts anderhalf, al komt daar nog wel eentje bij om op het bovendek te mogen. Haast voordat we er erg in hebben, glijdt de Buddha in een flits aan ons voorbij, net genoeg om één foto van hem te maken en van een van zijn wachters.
We komen bij de eerste aanlegplaats en het mannetje dat ons ook naar boven heeft geloodst, vindt dat we hier maar beter uit kunnen stappen. Dat blijkt te kloppen. We zijn hier bij de Wuyou tempel, een van de andere attracties van Leshan. Eerst worden we bedolven onder de mannetjes die iets van ons willen, in dit geval vooral ons rondrijden met de bromfietstaxi.
In het klooster is het erg rustig. Er moet hier veel geklommen worden, dus al snel druipen we weer van het zweet. Ook hier is een hal met 500 arhats, beelden van mensen die, in Buddhistische zin, verlicht zijn. De beelden zijn hier ongeveer een meter hoog, en zitten er nogal frivool bij. Het valt ons nog mee dat we geen beeld zien dat twee vingers omhoog houdt achter het hoofd van zijn buurman.
In het klooster is ook een vegetarisch restaurant. De menukaart, die op een bord buiten hangt, is natuurlijk weer onleesbaar, en we bespreken met de ober de mogelijkheden. Tegelijkertijd komt er ook een Amerikaans meisje aangelopen. We eten met haar aan een tafel. Ze is van plan om een dezer dagen naar Tibet te gaan, maar wacht nog op een vriendin die daar vandaan moet komen. Zij moest op een tourboot maar liefst 30 yuan betalen. Ze blijkt in Chengdu in hetzelfde hotel te zitten als wij, wat ook weer niet zo verbazend is. Vanmorgen had ze een expresbus die er maar een slordige drie-en-een-half uur over deed. Komend jaar wil ze archeologie gaan studeren in San Fransisco.
Het eten is prima. Tot onze schrik zien we dat het al bijna vier uur is. Volgens het boekje gaat de laatste bus terug naar Chengdu om zes uur, en we moeten nog over de Buddha heen klauteren. We rekenen af en nemen toch maar een van de bromfietsmeneertjes die beneden staan. Hij belooft ons naar de Grote Buddha te brengen. Met veel pijn en moeite valt er nog twee yuan van de prijs van tien af te krijgen. Niet veel later staan we voor de ingang van iets waar je 25 yuan toegang voor moet betalen.
Wij blijken ons echter te bevinden in het Oriëntaalse Buddha-park, een nieuwe attractie in Leshan, waar Buddha-beelden uit heel Azië verzameld zijn. Best wel aardig allemaal, maar eigenlijk niet waar we heen wilden. Voor een bezoek aan de echte Grote Buddha is het nu te laat. We zullen het dus moeten doen met de paar seconden vanaf de boot.
In dit park is ook, zo beweert men, de allergrootste Buddha ter wereld, maar dan een liggende versie. Een klein beetje nep is dat wel. Ergens hoog in de rots is een vaag hoofd gebeeldhouwd en 171 meter verderop iets wat op voeten lijkt. Hier heeft men ook maar twee jaar over gedaan.
We kijken nog wat rond in het park, maar dan wordt het ook tijd om weer een bus terug te nemen. De minibusjes die voor de deur staan, gaan niet naar Chengdu, maar voor 10 yuan wil een bromtaxi ons wel even naar het busstation brengen, zo begrijpen wij. Dat blijkt niet helemaal het geval, maar het komt er wel ongeveer op neer. Een stuk verderop roept een man dat-ie nog plekjes in een bus naar Chengdu heeft. Als dat goed lijkt, klimt hij bij ons in de bromtaxi, en dirigeert de chauffeur naar de bus. We zijn de laatste klanten, dus de bus vertrekt vrijwel meteen. Voor 30 yuan per persoon mogen we in een geairconditionede bus met de geijkte karatevideo in drie uur en drie kwartier naar het busstation in Chengdu pal naast ons hotel.
Terug in Chengdu denken we even dat we toch afgezet worden. Letterlijk. Onze buschauffeur wil ons er uit zetten en beweert dat even verderop al het Xinnanmen-busstation is, waar wij heen willen. Maar wij herkennen hier niets. Naar goed Chinees gebruik beginnen we hevig te protesteren, net als veel Chinezen. "Wij willen Xinnanmen. Dit is niet Xinnanmen", weet Marco in zijn steenkolen-Chinees uit te brengen. En anders betaalt u maar een taxi die ons wel naar Xinnanmen brengt. Terwijl de Chinezen al scheldend uitstappen, maakt de chauffeur een sussend gebaar naar ons en mogen we nog een eindje meerijden. Daar herkennen we inderdaad het kruispunt om de hoek van ons hotel. Wij zijn tevreden en danken onze chauffeur hartelijk.
Terug in het hotel schrijven we beneden in de lobby onze kaartjes. Er moet 420 yuan op een kaartje; twee zeer bescheiden postzegeltjes van 200 en een idioot grote van 20, die af en te een beetje over de adressering heen gaat. Meg, onze Amerikaanse komt ook weer binnen, opnieuw verontwaardigd omdat haar bus haar aan de andere kant van Chengdu heeft afgezet en ze vervolgens voor 18 yuan nog een taxi heeft moeten nemen. Om half twaalf zijn de kaartjes gepost en gaan we slapen.
Vandaag beginnen we aan onze cruise over de Yangzi (ook wel bekend als Jangtse) rivier. Daarvoor moeten we eerst per bus naar Chengdu. Het vervoer naar het busstation alhier is bij ons bootticket inbegrepen, en een chauffeur zal ons hier om half negen ophalen zodat we de bus van negen uur kunnen halen. Die chauffeur komt niet. Hij zit vast in het verkeer, zegt de mevrouw van ons reisbureau na een kort telefoontje. De man van een ander reisbureautje wordt erbij gehaald en begeleidt ons per taxi naar het busstation, nog net op tijd voor de bus van negen uur. Het is een uitermate luxueuze bus, met werkende airconditioning, verstelbare stoelen, beenruimte en zelfs een Amerikaanse film. De bus kost dan ook 98 yuan per persoon.
Onze man vertelt dat we in Chongqing tot de laatste stop moeten blijven zitten en daar van de bus gehaald zullen worden door een lokale collega met een bordje met onze naam. We krijgen ook een visitekaartje en adres van het kantoor aldaar. Het lijkt allemaal vrij betrouwbaar. Als we instappen zien we hoe onze man de gegevens van onze bus opschrijft.
Met een snelheid van tussen de 100 en 120 kilometer per uur zoeven we van Chengdu naar Chongqing in vier uur, plus nog een tussenstop van een kwartier. En bij het eindstation staat er keurig een mannetje klaar met een bordje met Bouwnan. We worden meegenomen naar de vijfde etage van het hotel waar we voor staan, en een klein kantoortje binnen geleid. Daar krijgen we plaatjes te zien van de boot waar we op gaan, en vooral van de verschillende klassen. We hebben derde klas geboekt, constateert onze man. Dat klopt, derde klas betekent met z'n zes tot achten in een hut voor 220 yuan per persoon, tweede klas met z'n vieren voor 466 yuan en eerste klas met z'n tweeën, inclusief eigen badkamer, voor 928 yuan. Dat vinden we toch wat al te prijzig, al zijn de prijzen wel een stuk lager dan wat in de Lonely Planet staat aangegeven. Maar daar komt nu verandering in. Omdat hij een vriend aan boord heeft, zo vertelt ons mannetje, kan hij ons een upgrade van derde naar eerste klas aanbieden voor de prijs van een upgrade van derde naar tweede klas, een kleine 250 yuan. Wij bedanken beleefd. Vooruit dan, dan ronden we het af op 200 yuan. Wij bedanken opnieuw beleefd. Mochten we van mening veranderen, dan moeten we het hem maar vertellen. Dat zullen we doen.
We gaan naar het toilet en pakken wat handbagage. Onze rugzakken kunnen we de rest van de middag hier laten staan. Ondertussen slaat de twijfel toe. Je eigen kamer is natuurlijk wel erg prettig, vooral met het oog op de bagage die je anders voortdurend in de gaten moet houden. En een cruise van twee dagen, inclusief twee overnachtingen voor iets meer dan 100 gulden per persoon is natuurlijk nog steeds spotgoedkoop. Ons grootste bezwaar is de vraag hoe betrouwbaar dit allemaal is.
We besluiten het er maar op te wagen. Worden we afgezet, dan is het voor hooguit vijftig gulden per persoon. Tweehonderd yuan blijkt de uiterste prijs. We betalen en krijgen een keurige kwitantie waar in het Chinees op staat dat we hebben betaald voor een upgrade van derde naar eerste klas, zo zegt de man. Pas later zien we dat op de bon staat dat we betaald hebben voor een upgrade van tweede naar eerste klas.
De rest van de middag hebben we de tijd om Chongqing te bekijken. Om half zes dienen we ons weer alhier te melden. Chongqing is een stad die tegen een bergwand ligt. Dat leidt tot flinke hoogteverschillen, maar ook tot prachtige uitzichten op wijken met houten huizen die haast op elkaar gebouwd lijken. We lopen eerst een stuk tussen de doorgaande weg en de rivier. Dan, als we het gevoel hebben in de buurt van het centrum te komen, beginnen we de beklimming. De oude woonwijken zien er behoorlijk armetierig uit. Net als in de rest van China moeten ze steeds meer plaats maken voor hoogbouw. Als we boven zijn, druipen we weer van het zweet en waaien we uit bij een doorkijkje. Ook het centrum van Chongqing is vrij ondoorgrondelijk, ons geld is bijna op, dus nemen we een taxi naar ergens vlakbij de Bank of China.
De Bank of China blijkt hier midden in een serieuze verbouwing te zitten. Om onze travelers cheques te verzilveren moeten we eerst over stukken hout en een op de grond slingerende boormachine heenklauteren. Gelukkig hebben ze maar drie loketten die open zijn, dus krijgen we ons geld meteen.
Even verderop zijn een paar CD-winkels de interessante waar aanbieden voor tussen de 5 en 13 yuan per stuk. We doen weer een bescheiden inkoop. Om de hoek is een poepsjiek, op Amerikaanse leest geschoeid overdekt winkelcentrum waar, inderdaad, op de bovenste etage een aantal fast-food restaurants zijn. De pizza's zijn hier wel heel erg prijzig, en we nemen een bamboe bakje met gestoomde rijst en andere toevoegingen.
Het is tijd om terug naar het kantoortje te gaan en keurig om half zes stappen we daar binnen. Onze rugzakken staan er nog, en inmiddels ook de rugzakken en koffers van andere klanten. Om kwart voor zes is iedereen aanwezig. Naast ons zijn dat drie vrijwel identieke Japanse meisjes, die alleen uit elkaar te houden zijn omdat de breedte van het zwart-witte horizontale streepje op hun t-shirt varieert, een Japanse jongen, twee forse Chineze mannen die ook al verwarrend veel op elkaar lijken, en hun beider familie.
Tot onze verbazing lopen we rechtstreeks naar de garage, terwijl we toch echt nog steeds op de vijfde etage zitten. Ons mannetje gaat ook mee, en bij elkaar hebben we een behoorlijk volle minibus. In de haven wemelt het van de tourboten. Die van ons is de allerlaatste, en ziet er niet eens zo gek uit. Bij het instappen is het een hectische toestand. We lopen met z'n allen de boot op, maar een officieel uitziende meneer probeert een aantal van ons tegen te houden. Een van de Japanse meisjes laat hem haar kwitantie zien, wat leidt tot lichte paniek bij ons mannetje. Hij haast zich er naar toe, de meneer lijkt het niet helemaal te vertrouwen, maar uiteindelijk zijn we toch allemaal op de boot. Ons mannetje loopt zenuwachtig heen en weer, brengt ons twee etages omhoog, zegt ons te wachten, gaat weer een etage naar beneden, rookt en sigaretje en brengt ons naar de eerste klas cabines op de bovenste etage. We nemen een keurige tweepersoonskamer, wat aan de krappe kant maar verder zoals beloofd, en krijgen even later allebei van het mannetje een labeltje dat aangeeft dat we inderdaad op deze kamer mogen verblijven. Overigens blijkt bijna de hele groep eerste klas te reizen, zodat we uiteindelijk vier van de veertien eerste klas cabines innemen.
Als we nog aangemeerd zijn, wordt er op de deur geklopt. Een moeizaam en vrij onbegrijpelijk Engels sprekende jongeman heet ons welkom op de boot. Wij kunnen nu een aantal tours boeken, vertelt hij ons. Overmorgenochtend gaan we met een kleinere boot met 20 mensen door de Drie Kleine Kloven, en nu kunnen we bij hem het ticket bestellen. Moeten we wel nu beslissen, dan kan hij doorfaxen hoeveel boten er gestuurd moeten worden. Het kost 160 yuan per persoon. 160!? Is dat niet wat veel?, vinden wij. Nou, kijk, dat komt, die bootjes kosten 100 yuan, dan moeten we er nog met de bus heen, dat is 10 yuan, en tenslotte de entree voor 50 yuan. Juist. Verder kunnen we ook een excursie boeken in Fengdu, waar we morgenochtend drie uur stoppen, van zes tot tien. Eh, is dat geen vier uur? Oh ja, hij bedoelt ook eigenlijk van zeven tot half tien. Het Engels van de jongeman is nogal matig, en met name met getallen lijkt hij problemen te hebben. En we doen er ook nog een tour naar een tempel bij morgenmiddag, en dan komt het hele pakket op 245 yuan per persoon.
Toch hebben wij onze twijfels. Aha. Wij betalen natuurlijk meer omdat we buitenlander zijn. Nee nee nee, bezweert hij. Vraag maar bij de buren. Die betalen hetzelfde. Goed plan. We gaan naar onze buren en doen navraag. Ze spreken alleen Chinees. Ons mannetje bemoeit zich er ook tegenaan en wordt door Marco met zachte hand weggeleid. De buren lijken het verhaal te bevestigen en vinden het helemaal geen gekke prijs, die 168 yuan. 168!? Afijn. We hebben ook geen zin om het risico te lopen die drie kleine kloven te missen en wagen het er maar op. Doe ons het hele pakket maar. Meneer vraagt ons even te wachten en zal zo terug komen om ons mee te nemen naar zijn gids hier op de boot waar we de zaak financieel kunnen afhandelen.
Even later is hij er weer. Die stadjes kunnen we toch wel net zo goed zelf bekijken, beantwoordt hij een eerdere vraag van ons, en dus betaalt Christa een bedrag van 320 yuan waarna de man onder het goedkeurend oog van de gids, die bij onze boot hoort, keurig een kwitantie uitschrijft met iets in het Chinees en in het Engels Excursie naar de drie kleine kloven inclusief bus, boot en toegang.
Het is acht uur als de boot vertrekt. Buiten is het dan al vrijwel donker. Op onze kamer genieten we met het licht uit van de laatste vage contouren van een uitzicht door ons kamerbrede en -hoge raam. De regelmatig vrolijk kwebbelende mevrouw door de intercom op de gang zorgt voor het echte Love Boat gevoel. We gaan op tijd slapen. Morgen zijn we weer vroeg in Fengdu.
Zo tussen vijf uur en half zes horen we Chinese muziek en worden er weer allerlei dingen omgeroepen. Tegen zessen worden we echt wakker en is het wel erg stil op de boot. We zijn in Fengdu, zo blijkt. Snel kleden we ons aan en staan om kwart over zes aan wal. Om negen uur vertrekt de boot weer.
Fengdu staat bekend als de Stad van de Geesten, maar wij houden het voorlopig op de Stad van de Opdringerige Taxichauffeurs. En onbegrijpelijke Engelse reclamefoldertjes. Al op de loopplank worden we bedolven onder verkopers die ons dolgraag iets willen slijten. Wij beperken ons tot een toeristische plattegrond van de stad. Eenmaal op de wal worden we omsingeld door taxichauffeurs die ons voor 10 yuan wel willen brengen waar wij heen schijnen te willen. En ze zijn nogal vasthoudend. Aangezien we in steden die minstens zes keer zo groot zijn voor 5 yuan van de ene naar de andere kant van de stad kunnen, lijkt ons dit toch wat prijzig.
Omdat we op ons kaartje toch niet helemaal begrijpen hoe we nu precies komen waar we wezen willen, besluiten we een eindje verderop toch maar een taxi te nemen. Het blijft bij 10 yuan. Als we eenmaal zitten, blijkt het plotseling 10 yuan per persoon. Resoluut stappen we weer uit. Hetzelfde tafereel herhaalt zich bij de volgende taxi. De derde taxi waar we in zitten lijkt wel bereid ons samen voor 10 yuan te vervoeren. We zijn echter amper op weg of hier doet zich een ander probleem voor. Lekke band.
Uiteindelijk lopen we maar. Dat kost een kleine vijf minuten. Eén bocht voor onze eindbestemming is nog steeds een taxichauffeur bereid om ons voor 10 yuan de bocht om te brengen. We staan bij de ingang van de Stad der Geesten. Volgens de legende woonden hier rond het begin van onze jaartelling twee mannen wiens namen door een misverstand gecombineerd werden, wat Koning van de Hel opleverde. Sindsdien wordt beweerd dat deze stad een tussenstation is naar het dodenrijk, en dat iedereen die overlijdt, zich eerst moet laten registreren in Fengdu. En waarschijnlijk manifesteren deze geesten zich in de hoedanigheid van taxichauffeur.
Om bij de attractie zelf te komen, een paar pagodes met wat toepasselijke beelden en een kabelbaantje omhoog, dient 55 yuan te worden neergeteld, hetgeen wij een vrij absurd bedrag vinden voor zo'n nep-attractie. Wij trappen er ook maar niet in. In plaats daarvan wandelen wij door de bergen, die ook volstaan met tempels en pagodes. Bovenop de berg is een groot wit hoofd gebouwd, met nog wat meer witte stenen ervoor. Als we ergens door een poortje willen, wordt ons verteld een kaartje van 5 yuan te kopen. Voor dat bedrag blijken we echter in een klein voetgangersspookhuis te mogen, onder begeleiding van een mevrouw. Wel komisch allemaal.
Vanaf onze berg hebben we ook een fraai uitzicht over de Stad der Geesten. Terug in het parkje beneden drinken we een flesje water. Het voordeel van zo idioot vroeg op pad zijn is dat je ook eens de dagelijkse taichi-oefeningen kunt zien die veel Chinezen, vooral de wat ouderen, elke ochtend in de buitenlucht uitvoeren. Vanochtend worden we getrakteerd op een voorstelling met zwaard.
Op de markt scharrelen we ons ontbijt bij elkaar, bestaande uit wat baotzes, een schuimplastic bakje rijst met wat groente, en een maiskolf. Het wordt ook al weer tijd om de boot op te gaan. Keurig om negen uur gaat de stoomfluit van de boot en varen wij verder in oostelijke richting.
Vanuit onze kamer genieten we weer van het uitzicht, nu ook bij daglicht en met het raam open. We varen door een heuvelachtige omgeving, met hier en daar een dorpje langs de kant. Het echte spectaculaire gedeelte komt pas morgen, als we door de drie kloven heen varen. Hier en daar staan borden tegen de heuvels die aangeven waar zich het 135- en het 175-meter punt bevindt, waarschijnlijk ter indicatie van hoe hoog het water zal staan als de drieklovendam straks klaar is.
We halen nog wat achterstallige slaap in, en gaan rond een uur of twee naar het achterdek, een aangename, deels overkapte ruimte op onze, de bovenste, etage van de boot, waar wat stoelen en tafels staan en die ook alleen toegankelijk is voor mensen die eerste klas reizen. Op het achterdek is ook de enige andere westerling op deze boot, een Duitser uit Frankfurt die eerst met vrienden door Vietnam is gereisd en daarna, omdat hijzelf nog wat langer vakantie heeft, in negen dagen de hoogtepunten van China bekijkt. Over het algemeen vindt hij de Chinezen nogal opdringerige afzetters. Dat is inderdaad het geval in de toeristische gebieden, betogen wij. Daarbuiten juist helemaal niet. Hij lijkt niet helemaal overtuigd. Ook vindt hij de Chinezen onbeleefd. Daar zijn we het wel mee eens, maar hebben we zelf niet zo veel problemen mee. Wij vinden het juist wel leuk, die directheid en ongegeneerde nieuwsgierigheid. Aanvankelijk had onze Duitser de volle 928 yuan voor de eerste klas betaald, maar toen bleek dat hij naar een veel mindere boot werd gebracht dan hem was beloofd, protesteerde hij, kreeg 300 yuan terug en werd nog naar een wat betere boot gebracht ook. Voor dat geld heeft hij wel een kamer voor zich alleen.
Tegen de avond hebben we weer een stop, dit keer van een uurtje, bij een plaats waar we een of andere tempel zouden kunnen bezoeken. Wij geloven het wel en scharrelen op de markt speciaal voor passagiersschepen, ons diner bij elkaar. Ook hier kan je weer schuimplastic bakjes rijst kopen met allerlei dingen erbij voor slechts twee kwartjes. Verderop eten we een bakje met pikant gekruide gebakken aardappeltjes. Erg lekker, en dat voor een kwartje. Boven eten we een maisijsje toe, en toch nog maar een bakje aardappeltjes. Om zes uur varen we verder.
Na iets meer dan een uur leggen we aan in Wanxian voor de nacht. We gaan op tijd slapen want ook morgen zullen we er weer vroeg uit moeten.

