's Ochtends rond een uur of half elf komen we aan op de luchthaven van Shanghai. Voor de ingang staan aardig wat bussen opgesteld, maar de dienstdoende jongeman weet ons te melden dat die bus daar naar het volkspark gaat, waar wij ook heen willen. Dat blijkt niet het geval. In de bus maken we kennis met de ontstellende hoeveelheid mobiele telefoons die ook al tot Shanghai zijn doorgedrongen.
Eenmaal in het centrum rijden we onder imposante viaducten. Daarboven torenen gloednieuwe wolkenkrabbers uit. Eronder loopt een oud vrouwtje haar avondeten bij elkaar te scharrelen. Bij het eindpunt van de bus stappen we uit. We zijn dan nog niet bij het Volkspark. Bij het verlaten van de bus worden we onderschept door een man die ons foldertjes van verschillende hotels laat zien. Wij gaan onze eigen gang, en proberen richting Volkspark te lopen.
Dat valt nog niet mee. Het eerste hotel dat we tegenkomen is het City Hotel, dat ons middels een rood spandoek boven de weg welkom heet. Het is hoog, sjiek, maar staat niet in de Lonely Planet, wat naar onze ervaring meestal betekent dat het niet al te duur is. We hebben geluk. Het hotel zit midden in een verbouwing en daarom mogen we een tweepersoons kamer met bad voor 380 yuan, een voor Shanghaise begrippen uitermate schappelijk prijsje.
We gaan de straat op, op zoek naar het station, om zo snel mogelijk een kaartje hier weer vandaan te kopen. Te voet naar de metrohalte. Er is veel leven op straat, en veel kleine winkeltjes die wijd open staan. Bij de eerstvolgende grote kruising is een metrostation. Dat ziet er uitermate flitsend, schoon en modern uit. Ze hebben zelfs een heuse automaat waar je je kaartjes uit kunt halen. Daarnaast zit een mevrouw aan een tafeltje om geld te wisselen dat je verolgens in de kaartjesautomaat kunt gooien.
Het is drie haltes naar het station. Het vinden van de ingang is nog maar een kleine moeite vergeleken met het zien uit te vinden bij welke van de ruim 50 loketten we ons kaartje dienen te kopen. Eerst proberen we maar eens te determineren welke trein er überhaupt naar Changsha gaat, onze volgende bestemming. Na wat geploeter en getuur in ons boekje meldt een groep mannen zich bij ons waarvan er eentje net genoeg Engels spreekt om Christa's Chinees aan te vullen tot iets converseerbaars. Hij brengt ons naar loket tien, aan de zijkant van het gebouw, en schrijft op een briefje in het Chinees wat wij willen. Dat geven we aan de lokettiste. Het werkt. Wij hebben wel een bezoek aan de McDonald's verdient. Christa weet nog steeds wat een aardbeienmilkshake in het Chinees is.
We dwalen verder door de straten van Shanghai en belanden op een veredelde vogeltjesmarkt, maar dan anders. De koopwaar van rijen kraampjes bestaat uit kikkers, schildpadden, geinige krekels in een rieten korfje of houten kooitje, duiven, kanariepieten, jonge poesjes en hondjes, en andere minder determineerbare fauna. In een zijstraatje krijgen we twee lychees aangeboden, en kopen een zak.
Het loopt tegen zessen en het wordt tijd om te eten. Niet ver van ons hotel lopen we een restaurant binnen dat er wel aardig uitziet. We worden naar de eetzaal boven geleid. Midden op elk tafeltje staat een gaspit verbonden aan een gasfles. Van de menukaart prikken we iets met kip, iets met koe en twee keer rijst. Men reageert verbaasd en verward. Zouden we dat nou wel doen, want we krijgen er ook nog een grote pan met spul bij. We schrappen de koe.
Niet veel later komt er inderdaad een grote fonduepan op ons gaspitje te staan. Het grootste vak is gevuld met troebel water, waar wat spul in rond ligt te drijven. Het kleinere vak is gevuld met een rode vloeistof, waarschijnlijk flink gepeperd water. We krijgen er een bakje met wat smaakmakers bij, die door de ober, als we voor de tweede keer vragen hoe dit nu allemaal precies in z'n werk gaat, in één beweging in beide vakjes geschoven wordt. Onze kip is in ragfijne plakjes gesneden en wordt geacht in de fondues te worden gekookt. Het is inderdaad niet de gewoonte om hier rijst bij te gebruiken.
Christa roert wat door de soep en haalt een hele vogelpoot omhoog met drie tenen, compleet nog in zijn vel. Ook vinden we iets dat lijkt op de ook nog in oorspronkelijke staat verkerende vleugel dan wel knie van hetzelfde beest, plus nog wat andere ingewanden. Voorlopig gaan we er maar van uit dat het complete onderstel van een kalkoen in onze soep is beland.
De rest van de bovenetage is inmiddels ook al aardig vol, zodat we eens kunnen kijken hoe de gemiddelde Chinees zo'n fondue aanpakt. Daar worden flink wat schalen aangesleept waarvan zo'n beetje de helft onmiddellijk en integraal in de soep belandt. Misschien bedoelden de obers toch dat we juist meer gerechten moesten bestellen in plaats van minder. Aan het tafeltje achter ons lijkt het er verdacht veel op dat meneer een nog wat tegenstribbelende sprinkhaan in de kokende kalkoenpotensoep doopt, vervolgens vlotjes naar binnenwerkt, en keurig de voelsprieten op een daartoe bestemd schaaltje deponeert. Wij eten braaf onze kip en rijst op en gaan terug naar het hotel.
Vandaag slapen we vreselijk uit. Nog herstellend van onze jet-lag worden we om kwart over een wakker gebeld door de receptie met de vraag wanneer we weer weg gaan. Christa houdt aanvankelijk vol dat het nog maar kwart over zeven 's ochtends is.
Tegen half vier gaan we toch nog de stad in, en lopen we richting Bund, de karakterstieke weg langs het water op een handvol kilometers van ons hotel. Het is lang niet zo warm als we gevreesd hadden, een graad of 26. In de zomer kan het hier tegen de 40 graden zijn. Wel is de lucht erg klam en zien de wolken er dreigend uit.
Buiten is het bijna overal markt, en we belanden op de afdeling Dieren Uit Zee. Op straat wordt druk gebouwd aan een bamboe steiger voor een huis. Een man en vrouw zijn bezig van een stapel nog levende krabben stuk voor stuk hun poten vast te binden. Verderop zien we bakken water en aquaria met beesten waarvan we het bestaan niet eens vermoedden.
We zijn erg verbaasd hoe weinig toeristisch Shanghai eigenlijk is en hoe verbaasd veel mensen zijn om buitenlanders te zien. Zelfs hier worden we regelmatig nageroepen, merkwaardig genoeg met iets dat eerder klinkt als "hallo" dan "hello", iets wat ons in Beijing nog nooit gebeurd is. Shanghai is een leuke stad, met onstellend veel leven op straat, maar relatief weinig auto's. Het wemelt hier van de fietsers en voetgangers. Op de binnenplaatsen met veel woonhuizen hangt inderdaad op zo'n beetje elk terras een klein kooitje met een krekel, wat bij elkaar een vreselijk kabaal geeft.
Op alweer een markt begint het af en toe een spettertje te regenen. Aan een vierkante houten bak met gaten in de hoeken zijn twee heren een spelletje aan het doen dat lijkt op poolbiljart, maar dan met houten schijven. Met een kleine keu wordt een schijf met een houten plaatje tegen een andere schijf gechoten, die vervolgens in een gat belandt. Is de bedoeling. De overige spelregels zijn ons niet geheel duidelijk. We blijven een tijdje staan kijken. Als het potje is afgelopen geeft een van de mannen zijn keu aan Marco, die ook een poging mag doen. Al snel dromt een flinke groep Chinezen rond de bak. Ze lachen als het misgaat en mompelen instemmend als Marco ook een schijf in een gaatje krijgt.
Als het al vrijwel donker is, komen we dan toch bij de Bund uit. Het regent inmiddels al wat harder. We eten in het Diamond Restaurant, een gigantisch restaurant aan het water met op de begane grond zelfbediening, daarboven een sjieke eetzaal, en uiteindelijk op de derde verdieping het Presidential Steakhouse. Wij eten op de begane grond en vinden nog net een plaatsje aan het raam. Het eten is niet erg warm. Daarna lopen we over de wandelboulevard tussen de Bund en de rivier, waar het wemelt van de Chinezen die foto's van elkaar maken. Met een taxi gaan we weer terug naar het hotel.
Om negen uur opstappen en inpakken. Buiten regent het behoorlijk. Met een taxi gaan we naar het station, voor de trein naar Changsha. Op het station vinden we zomaar probleemloos het juiste perron en de juiste wagon. We liggen in een hard sleeper, op het middelste en bovenste bed van een kolom van drie. Onderweg begint het steeds harder te regenen. Een negenjarig meisje oefent eerst haar Engelse les tegen haar moeder, die zelf geen Engels spreekt. Daarna probeert ze het voorzichtig met Christa, hartstochtelijk aangemoedigd door haar moeder en grootouders, voor wie ze alles ook weer vertaalt. Al vanaf haar zesde heeft ze Engelse les op school. Ze woont in Changsha, maar was op bezoek in Shanghai. Als blijkt dat Christa een beetje Chinees spreekt, is het feest helemaal compleet. Het meisje draagt een gedicht voor in het Chinees, compleet met de bijbehorende bewegingen, tot groot plezier van zo ongeveer de hele wagon. Wij begrijpen er weinig van. Christa mag een Chinees opstel lezen dat ze voor school heeft geschreven over haar reis naar Shanghai. Dat kost nogal wat moeite, maar breed gebarend, half in het Chinees en half in het Engels en met hulp van wat anderen komen ze er wel uit.
Een meisje van 23 van even verderop wordt erbij gehaald. Zij spreekt vrij goed Engels. Een Chinese man van 37 komt er ook bij zitten, en hoort ons uit met het meisje als tolk. Uiteraard wordt gevraagd waar we vandaan komen, en of we getrouwd zijn en kinderen hebben. Onze stapel Hollandse ansichtkaarten oogst weer veel bewondering. In China, zo leren wij, mag je als vrouw tegenwoordig pas trouwen als je 23 bent. Mannen mogen trouwen vanaf hun 25e. Onze tolk heeft dus de huwbare leeftijd bereikt, constateren we tot haar verlegenheid.
De man vraagt wat we van China vinden en dat we best wel negatieve dingen mogen zeggen. Wij antwoorden dat het land erg groot en mooi is, de mensen erg aardig, en houden ons verder op de vlakte. Onze tolk vertelt dat ze in Shanghai Engelse les geeft aan een middelbare school en daarnaast nog wat part-time vertaalbaantjes heeft. Haar ouders wonen bij Changsha en daar gaat ze nu een maand naar toe. Ze heeft verder toch niks te doen en wil ons wel rondleiden in Changsha, waar ze ook gestudeerd heeft.
We eten nog een meegebracht soepje. De railtenders komen regelmatig langs met drinken, snacks, warm eten en zelfs een karretje met toiletartikelen. Het lijkt er zelfs op dat Chinese treinen schoner zijn geworden. Regelmatig komt er weer een mevrouw langs om de zaak aan te vegen en de vuilnis mee te nemen die op het eerstvolgende station keurig wordt afgegeven. Twee jaar geleden werden de prullenmanden nog gewoon uit het raampje leeggekieperd. Misschien verschilt het ook wel per traject. En de toiletten blijven problematisch.
Men begint zich klaar te maken voor de nacht. Zo tussen half tien en tien uur gaan de lichten uit. Ook Chinezen kunnen snurken, zo blijkt. En de twee grootste snurkers liggen natuurlijk weer pal naast ons. Marco weet de man naast hem regelmatig weer stil te krijgen door het uiteinde van zijn kussen flink omhoog te slaan. Christa prikt per ongeluk met haar teen in zijn zij als ze van het toilet komt en weer in haar bed klimt. Scheldend schrikt de man wakker. Christa biedt haar zeer ongemeende excuses aan. Uiteindelijk weten we toch nog een paar uur te slapen.
Half zes is ook best wel een mooie tijd om op te staan. De wagon komt al vroeg tot leven. Tegen zes uur gaan de lichten weer aan en maakt Marco ook Christa wakker. Volgens onze tolk komen we om tien over zeven aan in Changsha.
Rond half acht rijden we het station binnen. Onze tolk blijkt Huang te heten en wil ons wel helpen een hotel te zoeken. Buiten worden we al bestormd door mannetjes en vrouwtjes die ook wel een adresje voor ons hebben. Het is weer een vertrouwde chaos op het stationsplein, met bussen en auto's die kriskras door elkaar heen rijden en, vooral, toeteren.
Na flink wat twijfelen en dralen kiezen we voor een hotel vlakbij het station waarin we de prijs uiteindelijk naar 208 yuan weten te krijgen. We krijgen een behoorlijk sjieke en ruime kamer te zien op de 12e verdieping. Deze kost dus 208 yuan? Nee, deze is 238 yuan. Maar misschien is er ook nog wel eentje van 208 yuan. Die blijkt op de 9e etage, ziet er iets minder sjiek uit, is beduidend lager, maar is net zo groot.
Huang belt naar haar ouders om te vertellen dat ze later komt. Haar zusje, die in Wuhan journalistiek studeert, blijkt in Changsha stage te lopen bij de provinciale krant. Vanavond zoekt ze haar op. Het kost nog even wat moeite om Huang te overtuigen dat we haar hulp niet nodig zijn, maar wel leuk vinden. Als dat gelukt is, stappen we op bus 202 naar de campus van de universiteit in het westen van de stad. Voor die rit staat een half uur, maar we doen er ruim vijftig minuten over. Het is druk onderweg en op de brug zijn twee bussen tegen elkaar gereden.
Op een grasperkje midden op de campus staat een immens standbeeld van Mao. Daarvoor is een groep mannen bezig het gras te maaien. Met de hand. Wij stappen uit de bus, kijken naar de bibliotheek en lopen door een parkje met vlinders en echte lotusbloemen in het water.
Ergens op een hoekje staat een buste van Lei Feng, een held, zo verklaart Huang, die een voorbeeld was voor iedereen. Lei Feng is een mythische figuur die in 1963 bedacht is door de Communistische partij om als voorbeeld te dienen voor het ganse volk. Lei,zo claimde de partij, was een soldaat die in z'n vrje tijd de kleren van z'n kameraden waste en oude vrouwtjes hielp bij het oversteken, en een voorbeeldig partijlid was. Deze heiligverklaring vond plaats toen de man waarom het schijnt te gaan al een jaar dood was, en niemand eigenlijk ooit van hem gehoord had. In 1990, na het Tian An Men incident, is Lei Feng weer door de partijtop opgerakeld. Bij Changsha is zelfs een museum gewijd aan De Held, compleet met foto's, al wordt toegegeven dat een aantal daarvan later in scene is gezet.
Wij hebben honger. Op weg naar de heuvel die we straks gaan beklimmen, eten we in een snackbar een echte Chinese studentenprak. Dat blijkt nog een flinke hap te zijn. We krijgen een soort van nasi met stukjes vlees en een kopje soep. We krijgen er ok een blikken lepel en vork bij. Licht beledigd vragen we om stokjes. Wat denken ze wel niet. Verbaasd zien we hoe Huang nu verlegen met stokjes en lepel haar bord leeg eet. Nog groter is onze verbazing als de studenten aan de tafel naast ons ook gewoon hun eten met lepel en vork opeten. Dit eten is toch ook veel te klein om met stokjes te eten, verklaart Huang als we haar er naar vragen. Wij begrijpen er niets meer van.
Huang heeft hier Financieel en Technisch Engels gestudeerd en werkt nu 10 uur per week als lerares Engels op een middelbare school in Shanghai. De rest van de tijd heeft ze baantjes als vertaler. Het is haar grote droom om naar het buitenland te gaan, in eerste instantie Singapore. Maar daarvoor moet ze sparen en ze heeft het geld dat ze het afgelopen jaar heeft verdiend al weer uitgegeven aan een computer. Huang heeft ook nog twee jaar Duits geleerd maar daar is niet veel meer van blijven hangen. Wel vonden ze het nogal merkwaardig dat Duitsers bij wijze van afscheid Tschuss tegen elkaar zeggen, want in het Chinees betekent dat zoveel als Val Dood.
We gaan verder richting Yuelu Heuvel. De Hunan Normale Universiteit is gelieerd aan de Yuelu Academie, een universiteit met een geschienis van zo'n 1000 jaar. Destijds werd het nog gebruikt als opleidingsinstituut voor de werknemers van het hof van de keizer. We betalen de entree voor het park en bekijken een pagode die vlak achter de ingang staat. Het is meedogenloos warm vandaag, en als we de eerste treden van de trap omhoog beklimmen, druipen we al snel van het zweet. Huang, zoals alle Chinezen, zweet amper. Er is ook een weg omhoog, zegt ze. Misschien vinden we dat prettiger. Dat vinden we inderdaad.
Maar eerst bezoeken we een klein Boeddhistisch klooster. In de eerste tempel staat een, in de tweede zelfs drie gigantische, prachtige gouden Boeddha-beelden. In een zijvleugel niet toegankelijk voor publiek wonen een paar monniken.
Langs de weg klauteren we verder omhoog. Een van de favoriete vrijetijdsbestedingen van de Chinezen is om met z'n allen tegen een heuvel omhoog te hollen, liefst eentje die zo hoog mogelijk is en bij voorkeur nog voor zonsopgang ook. Maar op deze heuvel van onbeduidende hoogte, zo midden op de dag, wemelt het ook al van de Chinezen.
Als student, vertelt Huang, beklom ze deze heuvel zo eens in de twee weken, meestal tegen de avond met een groep studenten. Dan bleven ze een paar uur boven hangen om te praten, te studeren, te genieten van het uitzicht en naar muziek te luisteren.
We bereiken de top, waar we een fraai uitzicht over heel Changsha zouden kunnen hebben. Zouden kunnen, want het zicht is nogal slecht, waarschijnlijk door de smog die over de stad hangt. Maar het blijft aardig. Huang is niet zo enthousiast over ons idee om in het theehuis vlak onder de top een kopje thee te drinken. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat de thee hier 15 yuan per kop blijkt te kosten, voor Chinezen een klein fortuin en bijvoorbeeld ruim twee keer zo veel als de lunch die wij vanmiddag genoten. Maar voor die prijs krijg je dan ook wel een flinke pul originele thee uit Luoyang, een plaatsje in de buurt, plus onbeperkt warm water ter aanvulling.
Je ziet eigenlijk niet veel theehuizen in China, constateert Christa. Dat klopt, zegt Huang. De mensen drinken thuis thee, of bij vrienden. Plus dat tijdens de Culture Revolutie zo ongeveer alle theehuizen verwoest zijn, en de partij vindt dat er in theehuizen alleen maar complotten gesmeed worden. Maar dat zegt ze er niet bij. Ons theehuis is een nogal ongezellig geheel, met een betonnen vloer en donkere tafeltjes.
Huang is een jaar geleden naar Shanghai verhuisd omdat haar vriendje daar ook woont. Hij is gepromoveerd ingenieur met een baan in Shanghai. Zij is daar nu part-time lerares. Dat is een slechte baan. Voor de 10 uur die ze per week werkt krijgt ze 800 yuan per maand, maar dan mag ze wel voor 30 yuan per maand bij de school wonen. Het is erg lastig om onderwijzers te vinden, en als je eenmaal onderwijzer bent, dan moet je een afkoopsom betalen om er weer vanaf te komen. Als zij nu ontslag zou nemen, zou ze misschien wel iets van 50,000 yuan moeten betalen. Maar ja, dit is de enige manier waarop je in Shanghai aan de bak komt. Voor elke andere baan heb je een vergunning nodig om in Shanghai te mogen werken en dat is ook nogal kostbaar. Vanaf volgend jaar heeft ze ook een baantje als vertaler bij een joint-venture. Maar het liefst wil ze haar opleiding voortzetten in het buitenland.
Om in China aan een universiteit te mogen studeren moet je eerst een landelijk toelatingsexamen doen. Afhankelijk van het aantal punten dat je daarvoor haalt wordt bepaald wat je waar mag studeren. Maar rijke ouders hebben wil ook wel eens helpen. Ook worden aan mensen die in bijvoorbeeld Shanghai wonen maar bereid zijn in de provincie te studeren, veel lagere eisen gesteld. Verder zijn die eisen afhankelijk van wat je wil studeren, voor technische richtingen ben je in het algemeen meer punten nodig dan voor talen, en aan welke universiteit je wilt studeren.
Huang wil eigenlijk geen kinderen, en denkt dat ze haar vriend daar ook wel van kan overtuigen. Haar ouders komen daar misschien ook wel overheen, maar met zijn ouders ligt dat een stuk moeilijker, want hij is enig kind.
Wij vertellen Huang dat we nog van plan zijn naar Shaoshan te gaan, de geboorteplaats van Mao, hier vlak in de buurt. Dat kan, zegt ze, zij is daar ook wel eens geweest. Er zijn veel souvenirs te koop en het is zomaar een dorpje waar Mao toevallig geboren is. Wat vinden de Chinezen eigenlijk van Mao?, vragen wij voorzichtig. Mao is een held, en hij heeft het land verenigd. Vroeger liep iedereen rond met het rode boekje, maar dat is nu niet meer het geval. Maar Mao wordt nog steeds door iedereen vereerd. Ook door de jongeren?, proberen wij nog eens. Zeker. Iedereen houdt van Mao.
Op de middelbare school kreeg je hier veel vaderlandse geschiedenis. Dat zal inderdaad niet makkelijk zijn, begrijpen wij, want China heeft nogal even een lange geschiedenis. Maar alle keizer-dynastieën blijken maar beperkt aan bod te komen. Op de universiteit krijgt iedereen ook nog een jaar geschiedenis, met name over de periode van na de revolutie, om alles weer op te frissen. Dat vindt Huang erg nuttig.
We praten over het ontstaan en de geschiedenis van de Volksrepubliek. Huang werd geboren op de dag dat premier Zhou Enlai overleed. Mao overleed een paar jaar later. In die tijd was er toch nog een andere leider die met een vliegtuig tegen een berg te pletter vloog? Huang noemt een Chinese naam die ons niet bekend voorkomt. Wij zoeken in ons boekje. Het was Lin Biao. Precies, die had Huang ook in gedachten. Alleen noemde ze hem bij de naam waaronder hij tegenwoordig in China beter bekend staat; De Slechte Man. Hij wilde namelijk Mao omver werpen en zelf de leiding overnemen, zo weet Huang. Overigens was Lin Biao de man die het brein was achter de persoonsverheerlijking van Mao en de initiatiefnemer van het Rode Boekje. Hij gold lang als rechterhand van Mao, en kwam qua populariteit aardig in zijn richting. Toen hij na zijn ongeluk, hij was op de vlucht geslagen nadat hij in ongenade was gevallen, ook door de partij werd verketterd pikte het volk het niet langer en werd het einde van de Culturele Revolutie ingeluid. Maar blijkbaar staat dat niet meer in de Chinese geschiedenisboekjes.
Wij dalen de berg weer af en nemen een bus terug naar het station. Dat gaat een stuk vlotter dan de heenweg. Op onze hotelkamer nemen we afscheid van Huang, geven haar een paar Delftsblauwe klompjes en wisselen adressen uit.
Na een korte rust gaan we de stad in om te eten. Bij een klein restaurantje op de hoek gaan we naar binnen. Het zoetzure varkensvlees is wel aardig, de pikante kip met noten een stuk minder. Er zijn nogal wat stukjes bot achtergebleven. Tijdens het eten krijgen we alweer bezoek van een jongeman met een barst in zijn rechter brillenglas, die ons in aanvankelijk zeer gebrekkig, maar later wat beter Engels aanspreekt. Vooral als hij af en toe een woord opschrijft, wordt het allemaal een stuk duidelijker. Hij heeft een eigen bedrijfje, vertelt hij, waar een paar mensen werken. Maar hij wil weer studeren. Buiten China. Nu heeft hij vrienden in Cyprus, waar hij heen zou kunnen om een internationaal MBA te doen, en vrienden in Nieuw-Zeeland, waar hij heen zou kunnen om eerst zijn Engels te verbeteren, en vervolgens rechten te studeren. Wat wij er van vinden, en of er in Nederland of elders misschien mogelijkheden zijn. Wij constateren dat het wellicht wel verstandig is om eerst zijn Engels te verbeteren en dat het, zolang dat niet het geval is, waarschijnlijk wel erg lastig wordt ergens anders iets te beginnen. Hij vraagt ons adres en geeft het zijne.
Na het eten lopen we nog een rondje, maar het is al donker en er is weinig straatverlichting. De stad lijkt nogal op Datong, met een groot en chaotisch stationsplein, brede wegen met veel verkeer en 's avonds laat langs de kant van de weg nog veel stalletjes met etens- en andere waar. Alleen is Changsha nog een slagje groter.
Vandaag slapen we uit. Al loopt dat een beetje uit en worden we pas om twintig voor twaalf wakker. Om een uur zijn we op straat. Vandaag wacht ons een zware taak. Op het station dienen wij maar liefst twee verschillende treinkaartjes te bemachtigen. We beginnen met de makkelijkste. Een kaartje morgen naar Shaoshan, een dorp twee tot drie uur verderop. Er lijken 's ochtends twee treinen heen te gaan, maar het blijkt er maar een te zijn. Wij kopen twee enkeltjes voor 11 yuan per stuk. Aan retourtjes doen ze in China niet. We mogen zelfs zelf weten bij welk loket we ons kaartje kopen.
Het volgende kaartje wordt problematischer. Overmorgen willen we naar Kaili, een, zelfs onder Chinezen niet zo'n bekende plaats, dat dus geen enkele trein als eindpunt heeft. Waarschijnlijk is het eindpunt van zo'n trein Kunming, bedenkt Marco, en hij weet op het grote bord een trein te determineren die inderdaad naar Kunming gaat, en nog in Kaili stopt ook. Christa vindt nog een andere.
Volgende probleem: hoe lang doet de trein er over? Want afhankelijk daarvan kunnen we bepalen wat de handigste trein is, wat aankomsttijd betreft. Volgens een willekeurige voorbijganger duurt het twintig uur. Dat lijkt ons nogal aan de ruime kant. Natuurlijk staat de lengte van dit traject weer niet in de Lonely Planet, maar na lang optellen en aftrekken van de trajecten die er wel in staan komen we op 15 uur. Wij storten ons op een argeloze militair die in een klein spoorboekje staat te bladeren. Daarin doet trein 61 het in 13 uur. Die willen wij dan wel.
Een moeizaam Engels sprekende scholier biedt zijn hulp aan. Dat laten we ons geen twee keer zeggen. De kaartjes naar Kaili blijk je weer te moeten kopen aan een andere reeks loketten buiten aan de achterkant van het station die ook voor onze Chinees moeilijk te vinden zijn. Maar die gaan pas om half drie weer open en het is nu kwart over twee. Wij wachten geduldig af.
Als het loket weer open gaat blijkt dat de kaartjes voor Kaili slechts 24 uur vantevoren kunnen worden aangeschaft. Of dat de trein die wij willen juist tot de 24e juli zit volgeboekt, dat is niet geheel duidelijk. Uiteindelijk lijkt het laatste het geval. Wij proberen nog of er misschien soft-sleepers zijn, of kaartjes naar een andere bestemming in de buurt. Ook dat lijkt niet te werken. Onze tolk loopt een paar keer terug naar het loket om weer wat te proberen. Uiteindelijk lijkt er een extra trein te zijn, de 527, die 's middags tegen half een vertrekt. Hij doet er weliswaar 20 uur over, maar er is tenminste plaats. En wanneer en waar kunnen we kaartjes voor die trein kopen? Nu en hier. Wij doen het onmiddellijk en danken onze tolk hartelijk.
Onze volgende missie is het inwisselen van twee Traveler Cheques. Bij de eerste bank die we tegenkomen worden we inderdaad, zoals we al vreesden, doorverwezen naar de Bank of China. Die is nog wat lastig te vinden, maar gelukkig schiet een vlot Engels sprekende Chinees ons te hulp die zijn visitekaartje geeft en ons voor de bank afzet.
De Chinezen zijn al helemaal klaar voor de euro. Langs de wand worden op zes panelen alle ins en outs uit de doeken gedaan, compleet met afbeeldingen van de munten en bankbiljetten.
Het volgende agendapunt is de brunch. Bij een restaurantje in een zijstraatje gaan we naar binnen. Ook hier is men weer zeer verheugd buitenlanders te mogen begroeten. De 15-jarige dochter des huizes spreekt ons moeizaam in het Engels toe. Haar oudere zus, vertelt ze op aandringen van haar moeder, spreekt erg goed Engels, is Very Beautiful en wil ons vast wel rondleiden door Changsha. Wij vinden het prima en zuslief wordt gebeld. Helaas is ze niet thuis. Van het menu prikken we vandaag kippenbotjes in pikante saus, en iets met groente, wat wel te eten is.
Het is opvallend dat in deze omgeving stukken beter Engels wordt gesproken dan in het noorden van China. Of op z'n minst zijn een redelijk aantal, met name jongere, mensen in staat is iets voort te brengen wat met enige moeite als zodanig te herkennen valt. In Noord-China gebeurde dat vrijwel niet. We dwalen verder door de straten van Changsha, waar bij elk kruispunt idoot grote reclameborden staan. We zien zelfs nog twee buitenlanders in een busje langskomen, die ons ook enthousiast begroeten.
We komen terecht op een markt met de gebruikelijke levende have, zelfs met een overdekt stuk. Grote bakken met levende kikkers en padden gaan grif van de hand en worden bij wijze van extra service nog eens ter plekke onthoofd en gestroopt ook. Behulpzaam laat een Chinees nog eens zien hoe je zo'n kikker kunt ontleden. Naast de bakken met kikkers staan twee enorme bakken met schorpioenen. Een klein jongetje van een paar jaar houdt een levende schorpioen in z'n rechter knuistje en wil hem aan een ander jongetje geven. Die moet daar niets van weten.
We lopen langs een brede doorgaande weg en worden bestormd door een meisje dat ons in haastig, moeilijk verstaanbaar Engels toespreekt. Wat leuk dat ze nu eens buitenlanders ziet en wat fijn dat ze nu even haar Engels kan en mag oefenen en ze studeert hier maar komt eigenlijk van het platteland en Changsha is maar een vieze en stoffige stad en we moeten maar goed oppassen want ze is zelf ook al eens op het station beroofd van twee kilo bagage en ze weet van iemand die in een taxi van 100 yuan is beroofd en ze wil wel graag in het buitenland studeren en ook wel ons adres.
Wij komen een postkantoor tegen en vinden dat een goede gelegenheid om eens naar huis te bellen. In het grote, glimmende, moderne kantoor kost het wat moeite om duidelijk te maken dat we een collect call willen plaatsen en dat wij dan dus niks hoeven te betalen. Het lukt niet erg en we betalen dus maar gewoon de 200 yuan borg. Het telefoneren lukt ook al niet. Geen van beide ouders geeft thuis. Later, als Christa naar het toilet is geweest heeft het personeel het inmiddels begrepen en mogen we het bij de telefoon bij de balie nog eens proberen. Nu krijgen we wel contact.
Niet ver van het postkantoor is de enorme Friendship Department Store, oorspronkelijk bedoeld voor de aankopen van rijke westerlingen, maar op een of andere manier hebben we het gevoel dat er dagen voorbij gaan dat hier geen buitenlanders komen. Verder doet het vooral dienst als duur warenhuis. Op de bovenste etage, de speelgoedafdeling, is zelfs nog een complete kermis ingericht met videospellen, draaimolen en veel lawaai. Wij doen inkopen op de begane grond, bij de afdeling levensmiddelen.
Met een taxi gaan we weer terug naar het hotel. De meter komt niet van het basistarief van 8 yuan. In het hotel eten we twee soepjes bij wijze van diner. We gaan op tijd naar bed.
Vandaag staan wij vroeg op. Om tien voor zeven vertrekt de trein naar Shaoshan. En omdat het de mevrouw op onze etage niet helemaal duidelijk is of we nog wel terugkomen, missen we hem nog bijna ook. Vandaag hebben we hard seats, de goedkoopste klasse in de trein. Hoewel, de allergoedkoopste is hard seat zonder plaatsreservering, en dat laatste hebben wij wel, zodat wij twee argeloze Chinezen van ons plekje mogen jagen.
Tegenover ons zitten een jongen en meisje uit Guangzhou, en zijn nu in Changsha op vakantie. Hij praat Engels met ons. Bij wijze van welkom krijgen we een Chinese parasol. Zijn broertje en haar broertje zijn ook mee. Goh, wij dachten altijd dat Chinezen maar een kind mochten? Klopt op zich wel, maar in het zuiden schijnen ze dat niet zo nauw te nemen. Ze zitten op de middelbare school, en gaan volgend jaar studeren, maar weten nog niet wat. Wel willen ze graag naar het buitenland. We praten over China en over waar we al geweest zijn en nog heen willen. Wat vinden jullie van de mensenrechten in China? vraagt hij nogal onverwacht. Tja, dat is moeilijk voor ons te beoordelen, ontwijken wij. Mag je in China zeggen wat je denkt? Ja hoor, dat is geen probleem, zolang je het maar niet in het openbaar doet. Zo lusten wij er nog wel een paar.
Het uitzicht onderweg is prachtig. Overal zien we rijstvelden, al dan niet in terrassen, waar veel mensen aan het werk zijn. Dan begint het behoorlijk te regenen. Dit deel van China staat bekend om zijn vele regen, weten ze ons te vertellen. We hebben toch wel een paraplu bij ons? Dat is niet het geval. Onmiddellijk krijgen we van hen een paraplu. Weigeren heeft geen zin. Inmiddels zitten we ook al vrolijk mee te eten van de zakjes gedroogde vruchten die ze hebben meegenomen. Erg populair in China. In de winkels liggen de snoepafdelingen er vol mee. Onze ansichtkaarten oogsten weer veel interesse. Nederland is erg goed in voetbal, weten ook zij. Noem eens een bekende Nederlandse voetballer? Bergkamp, suggereert Marco. Oh ja!, reageert zij enthousiast. We laten Nederlands geld zien. Ook dat is erg boeiend. We geven ze allebei een kwartje, dubbeltje en een stuiver. Meteen krijgen we weer een zak gedroogde vruchten terug.
Tegen tienen zijn we in Shaoshan, de geboorteplaats van Mao Zedong, en daarmee een belangrijke toeristische attractie voor de Chinezen. Hoewel dat nu al een stuk minder is dan bijvoorbeeld tijdens de Culturele Revolutie. Op het station blijken de uit de luidsprekers schallende toespraken van Mao, die ons boekje belooft, inmiddels vervangen door een bandje van Whitney Houston.
We nemen een busje dat te ver gaat, voorbij het dorp tot aan een of andere grot die de Chinezen ook weer bijster interessant vinden. Wel is bij die grot ook een Mao-markt, met Mao-posters, Mao-beeldjes, Mao-kettinkjes, Mao-buttons, Mao-plaatjes en andere Mao-souvenirs.
Mao werd hier geboren in 1893, als boerenzoon. Zijn vader was aanvankelijk keuterboertje, maar wist zich door ijverig sparen op te werken tot grootgrondbezitter. Nadat Mao besloten had dat niet de arbeiders, maar juist de boeren in China de dragers zouden zijn van de revolutie, keerde hij zich juist tegen die grootgrondbezitters, en werd ook iedereen die afstamde van zo'n grootgrondbezitter gebrandmerkt als rechts element. Behalve Mao zelf natuurlijk.
Terug naar het dorpje lopen we dwars over de rijstvelden. De boeren kijken ons verbaasd aan maar vinden het ook wel amusant. Op een veldje is men bezig om de jonge loten er uit te halen en op een ander akkertje, dat ook onder een laag water staat, met wat meer tussenruimte weer in de grond te duwen. Dat gaat vrij vlot. Op een andere akker is men bezig de geoogste rijst machinaal te scheiden van de stengel. Dat gaat elektrisch; boven de rijstvelden is, hier tenminste, een wirwar van electriteitsdraden waar de machine met een flink verlengsnoer mee verbonden is. Weer ergens anders wordt, of handmatig of met een os, de akker weer omgeploegd. Overal in het dorp wordt de rijst op grote plateaus en pleinen, ook op het stationsplein, gedroogd. Alles gaat er hier toch nog behoorlijk primitief aan toe. Denken wij. Op de rijstvelden komen we een man tegen, in verschoten en gerafelde kleding, die met een grote zeis op zijn schouder zeult. Hij loopt te praten. In een mobiele telefoon.
Terug in het dorp proberen verschillende restauranthouders, of wat daar voor door moet gaan, ons te overtuigen om toch vooral bij hen te komen eten. Maar vandaag gaan we maar naar een echt restaurant, in de hoop toch eindelijk eens fatsoenlijk te kunnen eten. Bij de ingang van het restaurant staat een mevrouw die ons probeert te overtuigen toch vooral maar met haar mee te gaan, maar wij geven geen krimp.
En in de kip vandaag zitten best wel niet zo veel botjes. Het rundvlees komt in de vorm van iets van bacon, is erg zout en bevat veel stukken vet, maar daar is wel omheen te eten.
De volgende attractie is het Mao-museum, pal tegenover het hotel. Dat museum verhaalt ongetwijfeld over de roemruchte geschiedenis en heldendaden van Voorzitter Mao, maar daar valt voor ons niet echt een touw aan vast te knopen, want de bijschriften zijn alleen in het Chinees. Wel zien we gigantisch opgeblazen foto's van Mao als kind, en Mao tussen allerlei andere mensen, al zien sommige van die foto's er wel verdraaid gemonteerd uit. In een hoekje van het museum bestaat, oh ironie, de mogelijkheid om via een camera, computer en kleurenprinter jezelf te laten afbeelden voor allerlei Chinese bezienswaardigheden.
Ten tijde van de Culturele Revolutie stonden hier twee van deze musea, volstrekt identiek, naast elkaar. In die tijd was Shaoshan nog een waar pelgrimsoord, en kon een museum de drukte niet aan. Nu is het een stuk rustiger, is het tweede museum verwijderd, en lijkt het museum nog vooral een favoriete bestemming voor schoolreisjes.
In de museumshop staan ook rijen Mao-beeldjes en andere prullaria. Ook is er een collectie Chinese boeken. Een groot gedeelte daarvan gaat uiteraard over Mao zelf. Daarnaast is er nog de biografie van Monica Lewinsky. Ook wel weer ironisch, als je bedenkt dat Mao zelf er waarschijnlijk ettelijke honderden maîtresses op na heeft gehouden.
In twee zalen staan, achter glas, wat Persoonlijke Bezittingen van Mao opgesteld, zoals een boekje, een pennensetje, een pyjama en soortgelijke ongein. Om hier naar binnen te mogen moeten we eerst plastic zakjes om onze schoenen heen doen. Waarom wordt niet helemaal duidelijk. Misschien vinden ze de vloer zo al stoffig genoeg.
In een volgende zaal is een fototentoonstelling van de Foreign Friends die allemaal in Shaoshan op bezoek zijn geweest, de meesten keurig poserend voor het geboortehuis van Mao. Wij slenteren langs de galerij tot wij plots de karakteristieke houding van Prins Claus ontwaren die hier samen met toen nog Prinses Beatrix, ook op de levensgrote foto, in mei 1977 een bezoek brachten.
We verlaten het museum en lopen naar het geboortehuis van Mao, even verderop, en het allereerste huis van het dorp. Eigenlijk is er weinig te beleven. Het is een huis zoals ieder ander, behalve dan natuurlijk dat het originele bedje van Mao er nog staat. Wij staan snel weer buiten.
Met een minibusje rijden we weer naar het station. Het stationsplein wordt volledig ingenomen door boeren die hier hun rijst laten drogen. Het kaartje terug kost 10 yuan, zonder plaatsreservering. We wachten nog een uurtje op de trein.
Na verloop van tijd hebben we zomaar twee driepersoonsbankjes voor ons alleen. Christa gaat languit. Bij het volgende station stappen twee meisjes in, die meteen enthousiast naast ons komen zitten. Bij de eerste de beste gelegenheid spreken ze Marco al aan. In het Engels. De ene studeert in Changsha, de ander is accountant bij een joint-venture. Iedereen die op de banken romdom ons zit luistert aandachtig toe. De meisjes blijken elkaar nog niet eerder ontmoet te hebben. We krijgen alweer een nieuwe Chinese versnapering aangeboden, gedroogde zoete aardappel, en onze routes en ansichtkaartjes komen weer op tafel. Even na half negen zijn we weer in Changsha en lopen we terug naar ons hotel.
Vandaag verlaten we Changsha. Tegen half een vertrekt de extra trein naar Kunming, die ons zal afzetten in Kaili. In de wachtruimte van het station worden we uiteraard weer aangesproken door jongeren die hun Engels willen oefenen.
Deze trein is een trage, wat betekent dat hij ook een stuk minder luxueus is, zover je al van luxe kunt spreken, dan de veel snellere trein die we naar Changsha hadden. Ook is het een stuk goedkoper. Voor deze trein betalen we gemiddeld 111 yuan, voor die naar Changsha ongeveer 265 yuan, terwijl dat maar ruwweg 50% verder was. Die prijzen zijn gemiddeld, want er bestaat een prijsverschil tussen het onderste, middelste en bovenste bed. Het onderste bed is het duurst.
In de wagon hangt een sticker met een sigaret in een circel met een streep erdoor. In onze naïviteit denken wij dat dat niet-roken betekent, maar de Chinezen denken daar duidelijk anders over. Zelfs de steward zelf. Ook wordt deze trein aanzienlijk slechter schoon gehouden. Afval wordt hier weer gewoon uit het raam gekieperd en de vloer ligt al weer snel bezaaid met peuken, uitgekauwde zonnebloempitten en ander afval. We liggen dit keer in bedkolom 20. Dat is de allerlaatste voor het einde van de wagon en dus vlak voor het toilet. De toiletdeur sluit die ruimte gelukkig vrijwel hermetisch af, want in de loop van de avond is de penetrante urinelucht op het toilet niet meer te harden. Als je doortrekt spuit het water dan ook met name voor de bak in het rond. Ook heeft in deze trein niet elk gangetje met zes bedden zijn eigen warm water. In plaats daarvan staat er een enorme tank voor het toilet, tussen twee wasbakken.
Aanvankelijk wordt er alleen maar naar ons gekeken maar na een paar uur komt toch weer een dappere ziel zijn Engels oefenen.
Het meest praten we met een jongen die zich voorstelt als Wisdom Lee, een letterlijke vertaling van zijn Chinese naam. Hij spreekt niet zo goed Engels, vindt hij zelf, veel minder goed dan zijn klasgenoten, dat komt, hij lette nooit zo goed op op school, maar daar heeft hij nu spijt van, dus grijpt hij deze kans aan om zijn Engels te oefenen. Wisdom is erg moeilijk te verstaan. Hij komt net uit Shenzhen, dat grenst aan Hongkong, waar hij acht dagen geleden zijn baan heeft opgezegd. Hij wil weer gaan studeren en is op weg naar huis, een dorpje bij Guiyang. Hij laat ons foto's van Shenzhen, zijn zus en zijn vriendin zien. Shenzhen was 20 jaar geleden nog een slaperig vissersdorpje, totdat het in 1980 werd uitgeroepen tot Speciale Economische Zone, een gebied waar veel minder restricties gelden ten aanzien van bijvoorbeeld buitenlandse investeringen. Nu heeft Shenzhen twee miljoen inwoners.
We rijden door een prachtig landschap, met weer veel rijstvelden, maar ook met steeds meer bergen, dorpjes en doorkijkjes. Het is loeiheet in de trein en binnen de kortste keren lopen alle Chinezen al in korte broek, of met opgestroopte broekspijpen. Marco laat het niet op zich zitten en wurmt ook zijn korte broek uit zijn rugzak. Aan het plafond, aan de bedkant, hangt een ronddraaiende ventilator.
De trein stopt nogal vaak. Bij elk station kunnen we weer even naar buiten en komen mensen langs de open raampjes om het een en ander te verkopen. Na een station blijken de Chinezen naast ons plotseling in het bezit van een flinke bonk ijs. Dat lijkt ons ook wel wat. Een paar stations verder bemachtigen wij een overheerlijk lychee-ijsje.
Tegen tienen gaan de lichten weer uit. Wij treffen het en liggen bij niet-snurkende Chinezen.

